ID.nl logo
Smart home: zo bouw je een echt slim huis
© Reshift Digital
Huis

Smart home: zo bouw je een echt slim huis

Je huis ‘slimmer’ maken is op zich niet zo moeilijk. Koop een slimme thermostaat en slimme verlichting en je kunt je verwarming en lampen met je smartphone bedienen. Maar of je dan een slim huis hebt? Doorgaans heb je dan voor ieder slim apparaat een eigen app en is het niet altijd mogelijk om apparaten op een handige manier te koppelen. Dat moet toch slimmer kunnen?

Zoals de meeste consumenten, begon ik mijn ‘slimme huis’ met een Nest-thermostaat en Philips Hue-verlichting. Via IFTTT en een koppeling vanuit de fabrikanten konden deze producten wel enigszins met elkaar communiceren, maar van één systeem was zeker geen sprake. Dus of het geheel nu echt slim is?

Slimme verlichting?

De verlichting in mijn woonkamer bestaat naast plafondlampen ook uit lampen die zijn aangesloten op stopcontacten. Dankzij Philips Hue kan ik alle lampen in één keer via een app in- en uitschakelen. Ook maakt Hue het instellen van scènes mogelijk. Handig, want ik heb bepaalde lampen die reflecteren in de televisie en die schakel ik zo in één keer uit als ik televisiekijk. Ik kwam er al wel snel achter dat het niet altijd handig is om steeds je smartphone te moeten pakken. De oplossing bleek een afstandsbediening, maar die was er nog niet voor Hue toen ik hiernaar op zoek ging. Philips had wel al eerder draadloos bedienbare LivingWhites-spaarlampen op de markt gebracht en de bijbehorende afstandsbediening bleek compatibel te zijn met Hue-lampen. Tegenwoordig kun je wel een echte Hue-afstandsbediening kopen in de vorm van de Hue Dimmer. Hoe handig Hue ook is, uiteindelijk moest ik nog steeds handmatig de verlichting in een andere stand zetten als ik televisie ging kijken … Dus mijn verlichting was iets slimmer, maar niet echt slim.

©PXimport

Controller

Wat ik nodig had, was een systeem dat al mijn apparatuur zo aan elkaar knoopt dat ik het op één centraal punt kan programmeren. Om dit mogelijk te maken zijn er kant-en-klare oplossingen te koop zoals Homey, HomeWizard, Zipato ZipaBox, Fibaro en VeraEdge. Vaak bevatten deze kant-en-klare controllers naast een (web)interface en apps ook ingebouwde radio’s voor bijvoorbeeld Z-Wave-, ZigBee- en 433MHz-producten als KlikAanKlikUit. Door die ingebouwde radio’s zijn ze relatief duur, zonde als je die draadloze radio’s niet per se nodig hebt. Philips Hue heeft ook een eigen Bridge die de draadloze communicatie met de lampen verzorgt. Een goedkopere optie is om zelf een controller te maken op basis van bijvoorbeeld een Raspberry Pi.

©PXimport

Welke domoticasoftware?

Ik koos ervoor aan de slag te gaan met die goedkope optie: de Raspberry Pi 2. Met alleen de Raspberry Pi ben je er natuurlijk niet. De belangrijkste keuze is het softwarepakket dat je gaat gebruiken. Je kunt kiezen voor onder andere Domoticz, Home Assistant of OpenHAB. Aanvankelijk wilde ik de ultieme interface bouwen die de bediening van mijn slimme apparatuur aan elkaar zou knopen.

Na wat experimenteren besloot ik dat Home Assistant de beste interface bood. Dit pakket is namelijk erg flexibel qua indeling en ziet er in vergelijking met bijvoorbeeld Domoticz lekker modern uit. Het nadeel van Home Assistant ten opzichte van Domoticz is dat het systeem geprogrammeerd wordt in scrips die je moet uploaden naar de Pi; via de webinterface kun je geen veranderingen of instellingen doorvoeren. Maar ik was met Home Assistant in m’n thuisnetwerk niet tevreden. Het eerdere nadeel van de app bleef bestaan: ik vond het nog steeds onhandig om de verlichting met een smartphone in te schakelen. Ik bleek dus eigenlijk helemaal geen behoefte te hebben aan een mooie interface, en besloot daarom Domoticz een tweede kans te geven. Domoticz kun je geheel instellen via de webinterface en naast scripts kun je ook visueel programmeren in Blockly. Hierdoor kun je snel nieuwe ideeën uitproberen.

©PXimport

Niet als ‘app’

Gedurende het automatiseren van mijn slimme huis met behulp van een Raspberry Pi is mijn mening behoorlijk veranderd. Aanvankelijk wilde ik een soort ultieme app hebben waarmee ik alles vanuit één plek kon bedienen en eventueel kon automatiseren. Vandaar de keuze voor het qua interface fraaie en flexibele Home Wizard. In de praktijk bleek ik dat dashboard toch niet te gebruiken. Domoticz bleek handiger om snel aanpassingen in de regels door te voeren. Op het dashboard van Domoticz heb ik geen schakelaars staan waarmee ik handmatig de verlichting kan bedienen. Die heb ik niet nodig, ik gebruik dat dashboard nauwelijks. Er wordt ook enkel vanwege troubleshooting-doeleinden getoond of er beweging gedetecteerd is. Verder toont het dashboard de huidige temperatuur afkomstig van de Nest Thermostaat en het huidige energieverbruik afkomstig uit de slimme meter. Eventueel zijn losse lampen via het tabblad Switches wel te bedienen, maar voor handmatige bediening vind ik de wandschakelaars, afstandsbediening of Philips’ eigen app toch handiger.

Slimmere verlichting

Uiteindelijk bleek het helemaal niet zo moeilijk om het systeem te laten achterhalen of de televisie aan staat. Zoals vrijwel alle moderne televisies is mijn televisie een smart-tv. Op het moment dat de televisie wordt ingeschakeld, krijgt deze een ip-adres dat ik via de router heb gereserveerd. In Domoticz draait een script dat één keer per minuut dit ip-adres pingt. Het mooie van Domoticz is dat het systeem door veel mensen wordt gebruikt; het benodigde ‘pingscript’ was al door iemand geschreven. Wordt de televisie gedetecteerd, dan wordt binnen Domoticz een virtuele schakelaar aangezet. Vervolgens had ik via Blockly al snel een script in elkaar gezet dat de verlichting juist schakelde op het moment dat de televisie was ingeschakeld. De gewenste lampen gingen aan en de andere lampen uit. Probleem opgelost, toch? Al snel bleek dat ik over één ding niet goed had nagedacht: het bleek ook overdag onmogelijk om nu televisie te kijken zonder dat de (juiste) lampen aangingen. Door in het script op te nemen dat de verlichting alleen van stand veranderd moet worden als een bepaalde lamp al is ingeschakeld, is dat ook opgelost. Een tweede script doet precies het omgekeerde en schakelt de verlichting weer in als de televisie uit staat.

©PXimport

Automatische verlichting

De automatische televisieverlichting smaakte naar meer en het leek me leuk om nooit meer een afstandsbediening, wandschakelaar of app nodig te hebben om de verlichting in te schakelen. De verlichting moet vanzelf inschakelen op het moment dat ik aanwezig ben en weer uitgaan als ik er niet ben. Een bewegingssensor in de betreffende ruimte leek me de beste oplossing. Philips verkoopt zelf bewegingssensoren voor het Hue-systeem, maar het leek me handiger om een bewegingssensor te hebben die direct met Domoticz communiceert. Zo kan de aanwezigheidsdetectie eventueel ook voor andere dingen gebruikt worden. Er zijn diverse manieren om een bewegingssensor te koppelen. Zo kun je KlikAanKlikUit- of ZWave-sensoren koppelen, mits je de Raspberry Pi van de juiste radio’s voorziet. Omdat ik niet wist of een bewegingssensor écht handig is, heb ik vooralsnog gekozen voor een veel goedkopere oplossing. Ik heb een voor Arduino bedoelde bewegingssensor van zo’n twee euro gekoppeld aan een NodeMCU: een op Arduino lijkende microcontroller van zo’n vier euro met wifi. Door op de NodeMCU de gratis firmware ESP Easy te zetten, koppel je sensoren eenvoudig met Domoticz.

Dankzij een Blockly-script wordt er bij beweging een virtuele schakelaar geactiveerd die een x-aantal minuten aan blijft staan. Is er geen beweging meer, dan gaat de verlichting dus na een x-aantal minuten uit. Bij iedere nieuwe beweging wordt de schakelaar als het ware gereset en is de verlichting dus de volledige x-aantal minuten weer actief. Het is niet de bedoeling dat de verlichting overdag vanzelf inschakelt, vandaar dat in het script de status van een virtuele schakelaar is opgenomen die is gekoppeld aan de zonsonder- en opgang is gekoppeld. Blockly bevat overigens ook blokken waarin je bijvoorbeeld de zonsondergang kunt opnemen, maar dat bleek om onbekende redenen niet te werken. De virtuele schakelaar is dus een soort omweg.

©PXimport

Onverwachte problemen

Toen ik de verlichting handmatig uitschakelde met de Hue-wandschakelaar liep ik wel tegen een probleem aan. Want de verlichting spring vrijwel direct weer aan. Logisch: er was immers beweging gedetecteerd. Omdat de Hue-schakelaars niet direct met Domoticz communiceren, moest ik een omweg verzinnen om Domoticz te laten weten dat de wandschakelaar gebruikt werd. Uiteindelijk heb ik dit probleem opgelost met een extra virtuele schakelaar die wanneer de verlichting aanstaat ook door de bewegingssensor wordt getriggerd. Na iedere beweging blijft deze schakelaar vijf minuten aan staan. Zolang deze virtuele schakelaar aan staat, kan de verlichting niet nogmaals ingeschakeld worden. Oftewel als ik de verlichting nu dus handmatig uitzet, dan staat de virtuele schakelaar nog aan, waardoor de lamp niet direct weer aan springt. Dat zou betekenen dat de verlichting vijf minuten lang niet ingeschakeld kan worden. Een script houdt daarom de status van de lampen in de gaten en wanneer de verlichting is uitgeschakeld terwijl de virtuele schakelaar nog aan staat, wordt na tien seconden de virtuele schakelaar gereset. Die extra tien seconden zijn nodig doordat de Hue Bridge de uitgeschakelde status van de lampen niet altijd direct aan Domoticz doorgeeft. Zou ik lichtknopjes hebben die direct met Domoticz communiceren, bijvoorbeeld via Z-Wave of KlikAanKlikUit, dan was de oplossing simpeler én sneller geweest. Scripts die de bewegingssensor tijdelijk bevriezen hadden dan immers direct met de wandschakelaar geactiveerd kunnen worden. Natuurlijk: na een tijdje zonder beweging gaat het licht vanzelf uit en ik had er dus voor kunnen kiezen om dit hele probleem te negeren. Maar ik vind het wel prettig dat ook de traditionele bediening blijft werken.

©PXimport

Relatieproblemen

Voor mij is slimme apparatuur als Philips Hue en het verder automatiseren met bijvoorbeeld Domoticz een hobby. Ik vind het dus niet erg als ik mijn smartphone moet pakken om de lampen in te schakelen. Mijn vriendin was minder enthousiast over Philips Hue. Hoezo kun je de normale wandschakelaars niet meer gebruiken om de verlichting aan of uit te zetten en moet je de smartphone gebruiken? Het moment dat Philips de relatief goedkope Dimmer Switch uitbracht, heb ik er een aantal gekocht en deze naast de normale schakelaars gehangen. De verlichting kon weer gewoon met een wandschakelaar bediend worden. Ook de integratie van een bewegingsmelder leidde tot klachten. Het is namelijk meer dan eens voorgekomen dat de verlichting in de woonkamer uitging terwijl mijn vriendin wel aanwezig was. Want hoewel ik nergens last van heb, zit ze soms kennelijk te stil om opgepikt te worden door de pir-bewegingssensor. Inmiddels heb ik de tijd waarna de verlichting automatisch wordt uitgeschakeld ruimer ingesteld en zijn er minder problemen.

©PXimport

Conclusie

Slimme apparatuur wordt wat mij betreft pas echt leuk als ‘je huis’ je helpt. Zo blijft het voor mij magie dat na het aanzetten van de televisie bepaalde lampen automatisch uitschakelen. Wanneer je je domoticasysteem stapje voor stapje opbouwt, maak je vast keuzes die achteraf niet handig zijn: zo had ik beter voor lichtknopjes kunnen kiezen die direct met Domoticz communiceren. Je bent ook nooit klaar. Nu de bewegingssensor blijkt te werken, is het tijd voor een esthetisch fraaiere oplossing, het liefst ook draadloos via bijvoorbeeld Z-Wave. Ik heb mijn oog laten vallen op de Chinese Xiaomi Smart Home Kit, waarvan het basisstation gekoppeld kan worden met Domoticz en waarvoor relatief goedkope draadloze bewegingssensoren beschikbaar zijn. Als de verlichting voor elkaar is, is het integreren van Sonos de volgende stap. Het lijkt me bijvoorbeeld handig dat wanneer de televisie wordt aangezet, de muziek gepauzeerd wordt. En dan is er nog altijd iets te doen met de thermostaat en data van de slimme meter die ook op Domoticz zijn aangesloten. Het zal dus nog wel even duren voordat mijn huis echt slim is.

▼ Volgende artikel
Redesign van mobiele Netflix-app krijgt ruimte voor verticale video's
© ink drop - stock.adobe.com
Huis

Redesign van mobiele Netflix-app krijgt ruimte voor verticale video's

Netflix gaat dit jaar zijn mobiele app van een redesign voorzien. Daarbij komt er ruimte voor verticale video's om het verticale scherm van smartphones tegemoet te komen.

Dat kondigde co-CEO Greg Peters gisteren aan tijdens een gesprek met investeerders. De nieuwe interface van de mobiele app is nog niet getoond, maar moet ergens dit jaar uitkomen en Netflix helpen met "de uitbreiding van onze zaken gedurende het komende decennium".

Verticale video's

Netflix geeft aan dat het al sinds mei vorig jaar experimenteert met verticale video's. Daarbij worden er korte clips uit films en series van Netflix getoond in een verticaal formaat - iets wat voor smartphonegebruikers wereldwijd steeds natuurlijker voelt dankzij socialmedia-apps als TikTok en Instagram. Daarbij wordt het voor consumenten steeds normaler om videocontent op hun mobiel te kijken in plaats van op tv.

Netflix wil de opties voor verticale video's dus uitbreiden en de vernieuwde mobiele app die later dit jaar uit zal komen, moet dit mogelijk maken. Daarnaast wil het bedrijf ook meer stappen maken in de wereld van videopodcasts, waar de vernieuwde app ook geschikter voor moet worden. Deze week heeft Netflix de eerste exclusieve videopodcasts gedebuteerd.

Plannen van Netflix

De hierboven beschreven veranderingen lijken te suggereren dat Netflix zijn markt wil verbreden en het een en ander leert van populaire socialmediaplatforms. Tegelijkertijd blijft het streamingbedrijf investeren in nieuwe films en series.

Netflix wil ook nog altijd filmproductiebedrijf Warner Bros. overnemen, en daarmee dus ook HBO Max. Beide bedrijven zien de overname zitten, maar Paramount zit ertussen en wil Warner Bros. ook graag overnemen. Uiteindelijk beslissen aandeelhouders van Warner Bros. Daarom heeft Netflix de overnamedeal deze week nog wat verfijnd, waarbij er in meer 'contant' geld uitbetaald wordt in plaats van aandelen.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.