ID.nl logo
De uitdaging van domotica
© Reshift Digital
Huis

De uitdaging van domotica

Gemak dient de mens - dat is eigenlijk het hele idee van een slim huis, waarbij het gros van je elektronische apparatuur te programmeren en op afstand te bedienen is. Het idee van domotica is simpel, maar de praktijk heeft haken en ogen. Waarom is een slim huis zo nodeloos ingewikkeld?

Er werd zo’n vijf jaar terug nog een beetje lacherig gereageerd op het plan van Samsung om in 2020 ieder apparaat te voorzien van een internetverbinding. Wat moet je nou met een verbonden wasmachine of koelkast? Nu we 2020 gepasseerd zijn, heeft Samsung zich redelijk aan het plan gehouden en is verbonden apparatuur in huis meer en meer normaal. Maar het concept smart home moet zich nog wel bewijzen. Achteraf gezien hebben we ons daarbij misschien ook de verkeerde vraag gesteld. De uitdaging zit namelijk niet in wat je ermee kunt, maar meer in hoe de functionaliteit wordt aangeboden.

©PXimport

Versplintert tot op het bot

De mogelijkheden van verbonden apparatuur zijn enorm, zelfs als het gaat om een koelkast. Met cameraatjes kun je bijvoorbeeld zien wat er nog aanwezig is en een inventarislijst voorkomt bederf. Door de koelkast op te delen in compartimenten zou je als fijnproever in ieder deel de temperatuur tot na de komma optimaal kunnen regelen voor je eten of drinken. Die mogelijkheden bewijzen zich wel. De uitdaging zit hem eerder in de ‘taal’ die de apparatuur spreekt. De internetverbinding is namelijk vaak het enige dat apparaten van verschillende merken met elkaar gemeen hebben. Daarnaast is het een onduidelijke wirwar van apps, ecosystemen en protocollen, waarbij universele standaarden nauwelijks worden toegepast. Met andere woorden: niet ieder verbonden huishoudelijk apparaat kan met een ander apparaat kletsen.

Fabrikanten lijken in een ecosysteem-loopgravenoorlog beland te zijn, waardoor de meeste gebruikers nog niet overtuigd zijn van de meerwaarde van domotica. Als gebruiker raak je al snel overweldigd door termen als ZigBee, Zwave, HomeKit, 868/433 MHz en een diversiteit aan centrale home-controller punten waar je je gordijnen, verlichting en andere slimme huishoudelijke apparatuur aan koppelt. Jammer want het leidt af van wat domotica juist zo leuk maakt: alle slimme mogelijkheden!

Hoewel domotica ons huishouden overzichtelijker en makkelijk zou maken, is een smart home tegenwoordig vooral nog weggelegd voor de kenners. Het vergt nogal wat huiswerk om uit te zoeken welke protocollen waarmee samenwerken en hoe je je apparatuur zo toekomstbestendig mogelijk maakt. Wie de mogelijkheden van een smart home optimaal wil benutten, knutselt zelf met Raspberry Pi’s, Arduino’s en sensoren om alles met open systemen aan elkaar te verbinden en te automatiseren (bijvoorbeeld met een dienst als IFTTT). Een gemiste kans voor fabrikanten, die juist de thuisgebruiker zouden moeten laten verwonderen over de mogelijkheden.

©PXimport

Ondersteuningsverantwoordelijkheid

Smart Home-apparatuur die je vandaag koopt, wil je niet morgen al naar het milieuplein rijden alleen maar omdat de ondersteuning verloopt. Hiermee liep Sonos met zijn slimme speakers tegen de lamp. De eerste generaties van de multiroomspeakers, zoals de Play:5, waren niet krachtig genoeg om op het nieuwste besturingssysteem te draaien. Met als resultaat dat Sonos de populaire speakers als verouderd bestempelde en ze na verloop van tijd niet meer werken. Zelfs als de speakers technisch gezien nog prima in staat zijn muziek af te spelen. Natuurlijk leverde dat Sonos een storm van kritiek op. Dat werd versterkt door een (vrij naïef) inruilplan, waarbij je 25% korting kon krijgen op een nieuwe Sonos in ruil voor je oude. Sonos zou daarbij op afstand je speaker onklaar maken, zodat je hem kon recyclen. Dat versterkt natuurlijk alleen maar het wrange gevoel om prima werkende speakers weg te moeten gooien. Ook vanuit klimaat-oogpunt. Als doekje voor het bloeden beloofde Sonos nog de oude apparatuur te voorzien van veiligheids-updates en zo lang mogelijk te blijven ondersteunen. Maar hoelang? Dat is onduidelijk.

Dit praktijkvoorbeeld illustreert maar weer dat er nog een lange weg te gaan is. Want waarom doet Sonos toch zo moeilijk met een eigen besturingssysteem en staat het de gebruikers niet toe om de speakers als ontvanger te koppelen aan een bestaand open systeem? Het woord ‘open’ lijkt vaak nog een vies woord voor fabrikanten, terwijl dit soort praktijken (begrijpelijkerwijs) voor de eindgebruiker juist een afknapper kunnen zijn.

©PXimport

Veiligheid

Wat betreft ondersteuning hebben we het natuurlijk niet alleen over nieuwe functionaliteit, maar ook veiligheid. Ook hier valt nog een wereld te winnen. Vooral bij goedkopere apparatuur, die eigenlijk nooit updates krijgen. Dat kan best vervelend zijn. Wat dacht je van beveiligings- en babycamera’s, die standaard een admingebruiker met het wachtwoord ‘admin’ hebben. Of die de gebruiker toestaan met standaard inloggegevens de apparaten te benaderen. Het maakt de camera’s voor iedereen met een internetverbinding toegankelijk, terwijl de gebruiker niet doorheeft dat iedereen mee kan gluren. In 2016 lukte het onderzoekers zelfs om ransomware te ontwikkelen voor een slimme thermostaat. Een koude kermis voor in de winterdagen, of juist een gepeperde energierekening. Hoewel deze besmetting nog hypothetisch is, wil je natuurlijk dat de maker van je slimme thermostaat je via updates hiervoor beschermt.

©PXimport

Spraakbesturing versus privacy

Hoewel je je domotica in veel gevallen kunt automatiseren of bedienen met een app, zijn techgiganten erop gebrand dat je alles met spraak bedient. Natuurlijk, het is makkelijk om vanaf je bank te brullen “Hey Google, doe het licht aan in de woonkamer” of “Siri, speel Weird Al Yankovich op mijn speaker”. De techgiganten doen er alles aan om in iedere kamer van het huis zoveel mogelijk microfoons te krijgen: van speakers tot deurbellen en zelfs horloges. Natuurlijk wordt het geprezen als de bediening van de toekomst, maar intussen heb je overal microfoons die 24 uur per dag verbonden zijn en meeluisteren. Dat klinkt behoorlijk dystopisch en het is niet gek om daar ongemakkelijk van te worden. Want de reputatie van de betrokken techbedrijven op het gebied van privacy is op zijn zachtst gezegd niet best. Zo deelde Amazon in het verleden gretig spraakgegevens met autoriteiten zonder de gebruikers op de hoogte te stellen, liet Apple personeel opgenomen commando’s vrijelijk beluisteren (dus ook opnames van bekenden) om ‘Siri te verbeteren’ en heeft Google als advertentiebedrijf meermaals laten blijken dat de datahonger geen grenzen kent.

©PXimport

Slim plan voor een slim huis

De industrie heeft dus nog een hoop stappen te zetten om een slim huis eenvoudig, veilig en toegankelijk te maken voor iedereen. Maar laat je daardoor vooral niet tegen te houden om er zelf mee te knutselen. Je heb alleen even wat huiswerk te moet. Maak een plan: wat wil je slim maken en wat vind je interessant om op een later moment mogelijk toe te voegen? Door vast te kijken naar welke apparatuur waarmee samenwerkt, loop je niet tegen nare verrassingen aan zoals bijvoorbeeld slimme verlichting die nergens mee wil samenwerken. Vooral de centrale hub die bij veel domotica-oplossingen komt kijken speelt hier een belangrijke rol in.

Vraag jezelf ook af of je bereid bent je handen in de spreekwoordelijke modder te steken. Door zelf aansturing te regelen met Arduino- en Raspberry Pi-opstellingen en te kiezen voor wat meer open protocollen als Home Assistant, Domoticz en OpenHAB.

Kies voor veiligheid

Wanneer je een slim huis inricht, wil je natuurlijk niet dat je vast zit aan een gesloten ecosysteem. Dat beperkt je keuze voor uitbreidingen. Ga ook na hoe het zit met de reputatie van een fabrikant: is er (veiligheids)update-ondersteuning en is het bedrijf bereid zijn verbonden elektronica lang te voorzien van updates? Veel smart home-apparatuur maakt slim gebruik van clouddiensten, maar is het ook afhankelijk hiervan? Bijvoorbeeld een Nest-ip-camera mag geen beelden lokaal opslaan en kan alleen gekoppeld worden aan een Nest-opslagabonnement. Niet alleen is dat vervelende koppelverkoop, het maakt ook je elektronica waardeloos als de clouddienst stopt. Met een goed plan heb je zelf de controle over de toekomstbestendigheid en uitbreidbaarheid van je eigen écht slimme huis.

N8N

Een handige dienst om domotica, webdiensten en allerlei andere verbonden apparatuur aan elkaar te knopen is IFTTT (If This Then That). Al jarenlang schrijven we regelmatig over IFTTT. Recent heeft de dienst helaas besloten de gratis mogelijkheden van de dienst behoorlijk te beperken en de rest betaalde functionaliteit te maken (zo’n tien euro per maand). Gelukkig is er een (meer open) alternatief beschikbaar: N8N.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.