ID.nl logo
Apple MacBook Pro (13-inch 2022) - Weinig vernieuwing
© Reshift Digital
Huis

Apple MacBook Pro (13-inch 2022) - Weinig vernieuwing

Na de succesvolle introductie van de eigen M1-processor is het tijd voor de tweede generatie Apple-processor in de vorm van de M2. De 13inch-uitvoering van de MacBook Pro is de eerste laptop met een nieuwe processor. Dat lijkt ook direct de enige vernieuwing te zijn.

De eerste laptops met een eigen processor die Apple op de markt bracht waaronder de MacBook Air, maakten gebruik van de behuizingen die al voor de Intel-laptops gebruikt werden. Daarna volgden duurdere 14 en 16 inch MacBook Pro-uitvoeringen met de snellere M1 Pro en Max in een gloednieuw ontwerp. Dat geldt helaas niet voor de opvolger van de 13 inch MacBook Pro met M2-processor. Deze nieuwe laptop heeft wederom een ontwerp dat niet veel anders is dan de MacBook Pro met Touch Bar die Apple in 2016 op de markt bracht.

Het is een ontwerp dat zijn leeftijd inmiddels een beetje verraadt, bijvoorbeeld door de relatief brede schermranden. Daarbij hebben de duurdere MacBook Pro-modellen duidelijk gemaakt dat de Touch Bar echt geen toekomst heeft, maar dit toetsenbordschermpje is op deze laptop nog steeds aanwezig. Het blijft wel een laptop met een uitstekende bouwkwaliteit gemaakt uit fraai aluminium.

©PXimport

©PXimport

Weinig aansluitingen

Hoewel dit een MacBook Pro is, is dit binnenkort een van de laptop-modellen met het minste aansluitingen in Apples assortiment. Zelfs de nieuwe MacBook Air heeft meer aansluitingen. De MacBook Pro-laptops met Intel-processor in deze behuizing hadden vier Thunderbolt-aansluitingen. Deze laptop heeft net als de voorganger met M1-processor slechts twee Thunderbolt-poorten. 

Op zich heeft ook de nieuwe MacBook Air M2 twee Thunderbolt-poorten, maar op die laptop verloopt laden standaard via MagSafe waardoor je voor het laden geen Thunderbolt-aansluiting verliest. Die MagSafe-aansluiting is ook aanwezig op de vorig jaar geïntroduceerde duurdere 14- en 16inch-uitvoeringen van de MacBook Pro.

©PXimport

Apple M2

De enige vernieuwing die we in deze laptop terugvinden is de nieuwe Apple M2-processor, een doorontwikkeling van de originele M1. Het is een directe opvolger van de M1 want de M1 Pro en M1 Max in de 14- en 16inch-modellen zijn nog steeds sneller. 

De M2 maakt gebruik van een verbeterd 5nm-procede en heeft 20 miljard transistors. Dat zijn er 25 procent meer dan in de M1. De M2 is volgens Apple zo’n 18 procent sneller terwijl de gpu zelfs 35 procent krachtiger is. Qua opbouw is de chip gelijk en voorzien van vier prestatiecores en vier energie-efficiënte cores. De maximale kloksnelheid van de chip is met 3,49 GHz wat hoger dan de 3,2 GHz van de M1. 

©PXimport

Scherm zonder notch

Op de MacBook Pro vinden we geen scherm met een grotere beeldverhouding in combinatie met een notch, maar hetzelfde ips-scherm als in de voorganger. Een prima scherm met goede kleuren, een hoge helderheid en een erg goede inkijkhoek, maar inmiddels wel echt het kleinste scherm in het assortiment. 

Er is ondersteuning voor True Tone dat de temperatuur aanpast aan de omgeving en voor de P3-kleurweergave. Boven het scherm is een 720p-camera geplaatst. Dat is vergeleken met heel veel laptops een prima camera, maar op de duurdere MacBook Pro-uitvoeringen gebruikt Apple een betere 1080p-camera, een vernieuwing die ook de nieuwe MacBook Air krijgt.

Toetsenbord en touchpad

Het toetsenbord is het Magic Keyboard dat gebruik maakt van een schaarmechanisme en het butterfly-toetsenbord verving dat oorspronkelijk in deze behuizing gebruikt werd. Het is een prettig toetsenbord om op te werken met een fijne aanslag. In plaats van functietoetsen heeft het toetsenbord de Touch Bar, een scherm waarvan de functionaliteit per programma wijzigt. Die Touch Bar zit niet meer op de duurdere modellen, dus hij voelt op deze laptop overbodig.

Onder het toetsenbord is een Force-Touch touchpad geplaatst dat een van de beste touchpads op de markt blijft en een klik simuleert door trillingen. Het blijft prettig dat je overal kunt klikken en de sterkte van de klik zelf kunt aanpassen.

©PXimport

Prestaties

Apple belooft dat de M2 sneller is dan de M1 en dat zien we in benchmarks terug. In Geekbench 5 zet deze laptop een single-core-score van 1936 punten neer terwijl de multi-core-score 8985 punten bedraagt. Dat is respectievelijk 12,3 en 19 procent sneller dan de 1723 en 7547 punten die een MacBook Air met M1-processor in dezelfde benchmark scoorde. Ook in Cinebench R23 zien we met 1583 punten in de single-core-test en 8739 punten in de multi-core-test hogere resultaten dan de 1519 en 7634 punten die de M1-processor scoorde. Dat is een multi-core-score die zo'n 14,5 procent hoger ligt.

De MacBook Pro met de M1 Max chip scoort in de multi-core-testen overigens wel aanzienlijk sneller en blijft zoals verwacht dus de snellere laptop voor bijvoorbeeld professionele videobewerking. Wel is deze M2 sneller in de single-core-testen, een teken dat de cores zelf sneller zijn geworden.

Wij ontvingen van Apple de goedkoopste uitvoering voorzien van een ssd met een opslagcapaciteit van 256 gigabyte. Normaal gesproken gebruik Apple indrukwekkende ssd’s, maar de ssd in deze MacBook is langzamer dan verwacht. In de benchmarks zet de ssd in het reviewexemplaar een maximale lees- en schrijfsnelheid van 1611,34 en 1640,18 MB/s neer terwijl we op basis van de voorganger snelheden rond de 2900 MB/s verwacht hadden. 

Apple blijkt voor deze vernieuwde MacBook Pro een ssd met minder geheugencellen te gebruiken voor de kleinste ssd. Bij varianten met een grotere ssd speelt dit niet. Het is een verschijnsel dat je ook wel bij andere ssd’s ziet. In de praktijk hebben we hier weinig van gemerkt, maar bij grafisch zware taken met grote bestanden is een snellere ssd wel prettig.

Gebruikers van dergelijke zware programma's hebben in de praktijk vermoedelijk al wel snel een grotere en dus snellere ssd nodig, de opslagcapaciteit van de standaard-ssd is aan de krappe kant. De upgradeprijzen naar meer opslagcapaciteit en werkgeheugen zijn helaas fors.

Apple belooft een accutijd van zo’n 17 uur en de accuduur voelt in de praktijk erg goed aan. Je kunt bij normaal kantoorgebruik de twee dagen zonder lader halen. Om de accuduur wat objectiever te meten, hebben we een script gebruikt dat geautomatiseerd websites bezoekt. De MacBook Pro heeft hiermee een accuduur van 15 uur en 29 minuten. Een erg goede score en ruim meer dan de MacBook Pro 16-inch met M1 max die in dezelfde test 13 uur en 29 minuten neerzet.

Conclusie

De vernieuwde MacBook Pro met M2-processor is een beetje vreemde laptop in Apples huidige assortiment. Hoewel dit op het moment van schrijven de nieuwste Apple-laptop is die je kunt kopen, voelt hij door zijn ontwerp uit alweer 2016 ouderwets aan. Zo heeft deze laptop als enige nog een Touch Bar en mist ook een groter scherm met notch. De tegelijkertijd geïntroduceerde MacBook Air met M2-processor die binnenkort te koop is met dezelfde processor heeft juist wel een nieuwe ontwerp met een groter scherm en MagSafe-aansluiting. 

Bij de MacBook Pro en MacBook Air met M1-processor zat er voor veel taken relatief weinig verschil in prestaties tussen de passief gekoelde Air en actief gekoelde Pro. We verwachten dat ook de nieuwe Air met M2 in veel taken vergelijkbaar met deze Pro zal scoren waardoor die laptop voor veel consumenten waarschijnlijk een betere keuze wordt. Dat betekent niet dat dit een slechte laptop is. De MacBook Pro is razendsnel, heeft een echt indrukwekkende accuduur en is bijzonder stevig gebouwd.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** Vanaf € 1.619,- **Processor** Apple M2-chip (8 cores, 4 snel en 4 langzaam) **RAM** 8 (getest) of 16 GB **Opslag** 256 GB 9getest), 512 GB, 1 TB of 2B **Scherm** 13,3 inch (2560 x 1600 pixels) **OS** macOS Monterey **Aansluitingen** 2x Usb-c (Usb 4/Thunderbolt 3), 3,5mm-geluidsuitgang **Webcam** Ja (720p) **Draadloos** Wifi 6 (2x2), bluetooth 5.0 **Afmetingen** 30,4 x 21,2 x 1,6 cm **Gewicht** 1,4 kilogram **Accu** 58,2 Wh **Website** [www.apple.com](https://www.apple.com/nl/macbook-pro-13/)

Plus- en minpunten
  • Snelle hardware
  • Stevige behuizing
  • Uitstekende accuduur
  • Goed scherm
  • Instap-ssd langzaam
  • Weinig aansluitingen
  • Mist vernieuwing
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.