ID.nl logo
Apple MacBook Air M1 – Opvallend soepele overgang
© Reshift Digital
Huis

Apple MacBook Air M1 – Opvallend soepele overgang

Nadat Apple eerder dit jaar aankondigde over te stappen op eigen processors, zijn de eerste producten inmiddels te koop. Is de MacBook Air met Apple M1-processor een goed keuze. Of kun je nog beter even wachten?

Eerder dit jaar kondigde Apple aan afscheid te nemen van Intel-processors en over te stappen op eigen ontworpen cpu’s voor de Macs. Inmiddels zijn de eerste producten die voorzien zijn van de Apple M1 op de markt gekomen waaronder een nieuwe MacBook Air. De introductie van een nieuwe processorarchitectuur is voor Apple in ieder geval geen reden geweest voor een nieuw ontwerp: de nieuwe MacBook Air is op een paar pictogrammen op de functietoetsen na volledig identiek aan het vorige model met Intel-processor. Wat je in handen krijgt, is dus geen verrassing. De MacBook Air is wederom een fraaie laptop, maar het ontwerp met zijn brede schermranden begint wel zijn leeftijd te verraden. De bouwkwaliteit van de aluminium behuizing is uitstekend.

©PXimport

©PXimport

Net als de vorige MacBook Air is deze laptop voorzien van twee Thunderbolt-aansluitingen die wederom allebei aan de linkerkant geplaatst zijn. Het had handiger geweest als allebei de zijden van de laptop één aansluitingen gekregen hadden. Op die andere zijde vind je nu de hoofdtelefoonaansluiting. Beide Thunderbolt-poorten ondersteunen laden en video-uitvoer, overigens kan er maximaal één beeldscherm aangesloten worden.

©CIDimport

©CIDimport

Apple M1

Alle drie de nieuw geïntroduceerde arm-varianten (MacBook Air, MacBook Pro en Mac mini) Macs bevatten dezelfde Apple M1-processor, al is er wel één verschil: de instapuitvoering van de MacBook Air heeft een variant met 7 in plaats van 8 gpu-cores. De variant die ik getest heb, is overigens een MacBook Air voorzien van de volledige chip met 8 gpu-cores. Het processorgedeelte bestaat uit vier snelle cores aangevuld met vier langzamere cores. Verdere technische details zijn schaars, al rapporteert benchmarksoftware dat de chip op een kloksnelheid van 3,2 GHz werkt. Het werkgeheugen is op de SoC geïntegreerd en is naar keuze 8 of 16 GB. Later uitbreiden is (net als op eerdere MacBooks) onmogelijk. De uitvoering die ik getest heb, is voorzien van 8 GB en ik ben hierbij niet tegen problemen aan gelopen. Ben je echter van plan om de laptop voor intensieve videobewerkingstaken in te zetten, dan is 16 GB ram wellicht verstandig. Upgradeprijzen voor zowel ram als opslag zijn net als bij eerdere MacBooks erg hoog.

©CIDimport

Intel-programma’s

Een nieuwe architectuur betekent ook nieuwe software. Alle met macOS meegeleverde software en Apples eigen software is geschikt voor Apple Silicon. Dat geldt vooralsnog echter niet voor het gros van de software van andere ontwikkelaars. Toch merk je daar in de praktijk vrijwel niks van. In de vorm van Rosetta 2 (Rosetta was de naam van de software die een vergelijkbare rol speelde bij de overstap van PowerPC naar Intel) levert Apple een vertaler die Intel-programma’s omzet naar arm-programma’s.

Rosetta 2 doet die omzetting één keer als je het programma voor de eerste keer start, daarna wordt die ‘arm-versie’ uitgevoerd. Tijdverlies door de omzetting is in de praktijk dus geen probleem, een vers geïnstalleerd programma heeft vaak immers sowieso wat extra tijd nodig als je dat voor de eerste keer uitvoert. Rosetta 2 is niet standaard geïnstalleerd, de eerste keer dat je een x86-programma wil uitvoeren, wordt het onderdeel toegevoegd. Daarna werkt het zonder je lastig te vallen.

©CIDimport

Verder is het is een beetje saai, want Rosetta 2 werkt gewoon. Zo is Microsoft Office probleemloos te gebruiken en zelfs een spel als Rise of the Tomb Raider of Warcraft draait via Rosetta prima op deze MacBook. En ook een stuurprogramma voor mijn netwerkprinter werd via Rosetta probleemloos geïnstalleerd. Dat wil niet zeggen dat alles vlekkeloos werkt. Zo heeft Adobe-software als Photoshop op het moment van schrijven nogal wat compabiliteitsproblemen via Rosetta 2. Adobe is wel bezig met een arm-variant van hun software en Photoshop is met beperkte functionaliteit in beta. Ben je afhankelijk van bepaalde software, zoek dan voordat je overstapt in hoeverre er problemen zijn.

Rosetta geeft softwarefabrikanten een comfortabele overgangsperiode waarin ze zonder al te veel druk kunnen werken aan een arm-variant van hun software. Wat je overigens wel verliest, is de mogelijkheid om direct Windows te draaien. Bootcamp wordt niet langer ondersteund, Microsoft biedt (vooralsnog?) geen Windows-variant aan die je kunt installeren. Al is het iemand wel gelukt om de arm-variant van Windows toch te gebruiken, licentietechnisch mag dat in ieder geval niet. Er wordt wel gewerkt aan software als CrossOver en Parallels om Windows-programma’s te draaien, maar dat zal voorlopig (en misschien wel nooit) niet zo soepel gaan als op een Intel-Mac.
We zijn bezig met een uitgebreider artikel over de nieuwe M1-processor waarin we dieper op de architectuur, prestaties en Rosetta 2 ingaan.

Je kunt nu ook iPhone- en iPad-apps draaien. Daar zitten vast apps tussen die functionaliteit bieden die niet via reguliere software aangeboden wordt en vanuit dat oogpunt is het wel handig. Verder beschouw ik dit echt als extraatje. Een MacBook heeft geen aanraakscherm en de besturing van apps met de muis als vinger is niet heel handig. Bovendien schalen de meeste iOS-apps niet naar het schermoppervlak van de MacBook. Gelukkig heb je er ook geen last van, iOS-apps zijn duidelijk gemarkeerd in de appstore.

Toetsenbord en touchpad

Het toetsenbord is net als de MacBook Air die eerder dit jaar uitkwam een Magic Keyboard dat gebruik maakt van toetsen met een schaarmechanisme. Dit toetsenbord tikt lekkerder met meer travel dan het butterfly-toetsenbord dat Apple een aantal jaar gebruikt heeft. De Force-Touch touchpad is net als op eerdere modellen uitstekend, dit is wat mij betreft de beste touchpad die op de markt is. Qua comfort heb ik dus geen klachten. Wel vond ik het als gebruiker van een andere MacBook enigszins onhandig dat de toetsen om de toetsverlichting in te stellen verdwenen zijn. Bij de introductie van een nieuwe versie van macOS verandert Apple soms iets aan de functionaliteit die onder de functietoetsen hangt en voor Big Sur is dat kennelijk het geval. De toets voor applicatieoverzicht Launchpad is vervangen door een toets die zoekvenster Spotlight opent, dat is op zich een handige verandering wat mij betreft. Een beetje onhandig is echter dat de toetsen voor het aanpassen van de toetsverlichting vervangen zijn door toetsen voor dicteren en het inschakelen van een niet storen-modus. Wil je de toetsverlichting aanpassen, dan moet je nu op een pictogram in de menu-balk klikken en vervolgens nogmaals klikken om de schuifregelaar in beeld te krijgen.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Verbeterd beeldscherm

Zoals ik van Apple gewend ben, is het scherm in deze MacBook Air uitstekend en zelfs iets verbeterd ten opzichte van de MacBook Air die eerder dit jaar op de markt kwam. Net als op de MacBook Pro ondersteunt het scherm nu de brede kleurweergave (P3). True Tone dat de kleurtemperatuur aanpast aan het omgevingslicht is nog steeds aanwezig. Het enige verschil met het scherm in de MacBook Pro is nu de schermhelderheid, die is met 400 nits wat lager dan het scherm in de MacBook Pro. Boven het scherm is een webcam geplaatst die helaas niet verbeterd is. Ik had eigenlijk wel verwacht dat de overstap naar een met de iPad vergelijkbare chip ook zou betekenen dat de MacBook voorzien zou worden van gezichtsherkenning, maar dat is kennelijk (nog?) niet het geval. Voor snel inloggen gebruik je dus de vingerafdrukscanner in de aan/uit-schakelaar. De webcam is dezelfde 720-camera als die al eerder gebruikt werd en dat is geen topcamera. Op zich ben je wel duidelijk in beeld bij een videogesprek, maar topkwaliteit is het ondanks de extra aansturing in de M1-chip niet.

Uitstekende prestaties

De MacBook Air met M1-processor voelt in het dagelijks gebruik lekker vlot. De benchmark Geekbench 5 bevestigt dat beeld, een single-core-score van 1723 en een multi-core-score van 7547 punten is een uitstekend resultaat. Op single-core-gebied is de MacBook Air hiermee één van de snelste computers in de benchmarklijst. Je kunt de benchmark ook via Rosetta 2 draaien om de x86-prestaties te testen. Dan is de score uiteraard lager met 1325 punten voor singe-core en voor 5829 multi-core. Dat is echter alsnog veel sneller dan de scores die een MacBook Air met Intel-processor van eerder dit jaar neerzet, een Core i7-model scoort single-core zo’n 1131 punten en multi-core zo’n 3040 punten. De single-core-score is ook veel hoger dan de iMac met Core i7-processor die we eerder dit jaar getest hebben die tot 1260 punten kwam. In de overzichten die Geekbench zelf publiceert staan de nieuwe M1-macs op single-core-gebied dan ook allemaal bovenin de lijst. Op multi-core-gebied moeten een paar varianten van de iMac, iMac Pro en Mac Pro nog voorgelaten worden, maar dat zijn chips met 8 of meer cores.

Niet alleen de burst-prestaties zijn goed, ondanks de passieve koeling scoort de laptop ook langdurig goed. In de single-core-test van Cinebench R23 scoort de MacBook Air 1519 punten en in de multi-core-test 7634 punten. In een test van iets langer dan 10 minuten is dat nog altijd 7153 punten terwijl dat na 30 minuten 7094 punten is. Er is dus wel een beperkte thermal throttling, maar heel erg is het niet. Alleen als je veel langdurige taken uitvoert, heb je profijt van de actieve koeling in de MacBook Pro. Denk dan aan het renderen van 4K-videomateriaal.

De ssd is zoals we inmiddels van Apple gewend zijn een uitstekend presterend exemplaar met een lees- en schijfsnelheid van 2852,9 en 2853,7 MB/s. De M1 bevat ook een door Apple ontworpen gpu en voor een geïntegreerde gpu is dat een potent exemplaar. Een modern spel als Rise of the Tomb Raider kan in 1680 x 1050 bijvoorbeeld met zo’n 40 beelden per seconde gespeeld worden. Een gamemonster is het logischerwijs niet, maar een spelletje spelen kan prima als je een wat lagere resolutie als 1680 x 1050, 1440 x 900 of 1280 x 800 gebruikt. Daarbij draaien alle spellen vooralsnog via Rosetta 2.

De batterijduur van de 49,9Wh-accu is in de praktijk ongeveer 11 uur, een prima score en genoeg om een werkdag te overbruggen.

Conclusie

Apples nieuwe MacBook Air is op alle fronten een schot in de roos ten opzichte van zijn voorganger. Het is simpelweg een veel betere laptop dan de varianten die Apple eerder dit jaar uitbracht. De MacBook Air is veel sneller, dankzij passieve koeling volledig stil en de energiezuinige chip zorgt ook nog eens voor een langere accuduur. Apple zet dan ook een stevig statement tegenover Intel neer met de M1, zeker omdat dit naar verwachting het langzaamste model is. Zelfs zonder actieve koeling blijven de prestaties langdurig op niveau waardoor alleen echt zware gebruikers de overstap naar een MacBook Pro hoeven te maken. Het meest indrukwekkende is misschien niet eens dat Apple een snelle processor kan bouwen, want dat wisten we al. Echt indrukwekkend is het feit dat je in de praktijk niks merkt van de overstap naar een andere processor-architectuur: dit is gewoon een Mac.

Dankzij Rosetta 2 werken ‘oude’ x86-64-applicaties voor het grootste deel probleemloos en deze programma’s voelen ook vlot aan. De nieuwe M1 is zelfs zo snel, dat omgezette applicaties alsnog sneller lopen als op een Intel MacBook Air. Al met al is dit ondanks dat er aan de buitenkant geen verandering zichtbaar is, de beste MacBook Air die Apple tot nu toe op de markt heeft gebracht. En dit is nog maar het begin, volgens geruchten komen er ook nieuwe varianten van de duurdere MacBook Pro’s en de iMac aan met een nog krachtigere Apple-chip.

Fantastisch
Conclusie

**Prijs** Vanaf € 1.129,- (zoals getest € 1.399,-) **Processor** Apple M1-chip (8 cores, 4 snel en 4 langzaam) **RAM** 8 (getest) of 16 GB **Opslag** 256 GB, 512 GB (getest), 1 TB of 2B **Scherm** 13,3 inch (2560 x 1600 pixels) **OS** macOS Big Sur **Aansluitingen** 2x Usb-c (Usb 4/Thunderbolt 3), 3,5mm-geluidsuitgang **Webcam** Ja (720p) **Draadloos** Wifi 6 (2x2), bluetooth 5.0 **Afmetingen** 30,4 x 21,2 x 1,6 cm **Gewicht** 1,29 kilogram **Accu** 49,9 Wh **Website** [www.apple.com](https://www.apple.com/nl/macbook-air/)

Plus- en minpunten
  • Snel
  • Passieve koeling (stil)
  • Oude applicaties werken gewoon
  • Uitstekend scherm
  • Stevige behuizing
  • Webcam
  • Slechts twee usb-c-poorten (allebei links)
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.