ID.nl logo
Dit zijn de beste grafische kaarten van nu
© Reshift Digital
Huis

Dit zijn de beste grafische kaarten van nu

Sinds de zomer van 2020 hebben zowel Nvidia als AMD de nodige nieuwe grafische kaarten uitgebracht. En dat is goed nieuws als je een pc-gamer bent die op zoek is naar de beste game-ervaring van dit moment. In de praktijk valt er echter wel wat op aan te merken, want door corona zijn er extreme tekorten ontstaan, met teleurstellende voorraden en extreme prijzen als gevolg. Des te belangrijker is het om goed te kijken naar wat de beste grafische kaarten van dit moment zijn.

In onze jarenlange ervaring met videokaarten is het de eerste keer dat we het over de markt hebben. We leven op dit moment in een unieke situatie waarin simpelweg nauwelijks videokaarten te koop zijn. Nieuwe kaarten zijn niet of nauwelijks leverbaar of extreem hoog geprijsd. Videokaarten die 800 euro moeten kosten gaan gemakkelijk voor 1.000 euro over de toonbank. Ook de tweedehands websites lopen vol met gebruikte kaarten voor hogere prijzen dan de producten oorspronkelijk nieuw hebben gekost. Wat kunnen we nu echt met een adviesprijs wanneer er geen voorraad is of wanneer de straatprijs tientallen procenten hoger ligt? Sterker nog: voor sommige producten hebben fabrikanten inmiddels helemaal geen adviesprijzen meer gegeven. In dit artikel en de tabel vermelden we dan ook geen productprijzen, puur omdat er weinig zinvols over te zeggen is. Wil je een nieuwe grafische kaart, dan raden we je aan je aankoop uit te stellen tot de markt stabiliseert, naar verwachting rond de zomer. Maar zeker weten doen we dat natuurlijk niet. We geven iedere kaart een oordeel gebaseerd op de prestaties, zo weet je in ieder geval hoe goed de geteste kaarten technisch zijn. Keurmerken delen we – gezien de situatie met de verkrijgbaarheid en prijzen – in deze vergelijkende test echter niet uit.

©PXimport

Wat zijn de nieuwe producten?

Ondanks de schaarste is er de afgelopen maanden wel degelijk veel interessante hardware uitgebracht. Nvidia heeft vooralsnog het breedste aanbod met hun nieuwe 3000-serie kaarten: met de RTX 3060 Ti (adviesprijs vanaf 400 à 450 euro) hebben zij de goedkoopste videokaart van de nieuwe generatie in handen, met de RTX 3090 (adviesprijs om en nabij de 2.000 euro) hebben ze de ultieme kaart in handen, en met de RTX 3070 en RTX 3080 hebben ze twee kaarten die daar tussenin vallen.

AMD kwam iets later met de RX 6800, RX 6800 XT en RX 6900 XT, die in theorie op vergelijkbare prijspunten concurrerende prestaties bieden.

In de afbeelding is te zien hoe je deze producten grofweg met elkaar kunt vergelijken. Ook toont het de verhouding ten opzichte van de kaarten van vorig jaar, mocht je die nog overwegen.

De eindeloze strijd

Toch zijn er een paar grote verschillen tussen de twee fabrikanten die zich niet in een simpele afbeelding laten uitdrukken. AMD’s voornaamste kracht is het grotere geheugen dat de meeste van hun kaarten bij zich dragen. In theorie houdt dat in dat je op de lange termijn iets minder verval in prestaties zal zien zodra spellen meer geheugen gaan eisen. Nvidia heeft echter het sterkere totaalplaatje. Zo is hun NVENC-encoder een groot voordeel voor iedereen die met Adobe Premiere Pro werkt of wil streamen. Ook loopt Nvidia voor met hun implementatie van raytracing, dat realistischere belichtingen, schaduwen en reflecties mogelijk maakt. Games moeten dit ondersteunen, maar steeds meer titels doen dit.

Een interessantere technologie is DLSS, dat alleen werkt op gpu’s van Nvidia. DLSS laat een game in een lagere resolutie renderen en schaalt dat vervolgens op naar de resolutie van jouw keuze. Vooral bij gebruik van een scherm met een hogere resolutie (4K bijvoorbeeld) profiteer je hier behoorlijk van. Je kunt namelijk tientallen procenten extra prestaties verwachten met een minimaal verlies van beeldkwaliteit. Inmiddels ondersteunt een aardig aantal grote titels DLSS, wat Nvidia een stevige voorsprong geeft. Bij twee kaarten met een vergelijkbare prijs en prestaties heeft Nvidia daarom net een streepje voor.

©PXimport

Nvidia GeForce RTX 3060 Ti

De RTX 3060 Ti is op het moment van schrijven de goedkoopste kaart van de nieuwe generatie en dat is altijd een heel sterke positie. Hij brengt namelijk de prestaties van een flink duurdere kaart uit het verleden naar een nieuw, lager prijspunt. In dit geval de prestaties van een 700 tot 800 euro kostende RTX 2080 naar onder de 500 euro. Althans in theorie, want in de praktijk zijn ze door schaarste ook onder de 600 euro nog lastig te vinden. Alsnog een flink bedrag, maar de extra prestaties die je met de nieuwste hardware krijgt, zijn allerminst onaardig. Oudere kaarten die normaliter slechts iets minder horen te kosten, zoals de GeForce RTX 2060 of de Radeon RX 5700 XT zijn dusdanig veel langzamer dat ze eigenlijk niet interessant meer zijn. Met een RTX 3060 Ti kun je alle games op hoge instellingen op 1080p spelen en ook gamen op 1440p gaat comfortabel. Bovendien heb je de voordelen van Nvidia: een goede stream-encoder, raytracing-ondersteuning en DLSS-ondersteuning.

De beste RTX 3060 Ti

Van de vier RTX 3060 Ti’s die we hebben getest, is de ASUS ROG Strix GeForce RTX 3060 Ti de best presterende kaart, op de voet gevolgd door de MSI GeForce RTX 3060 Ti Gaming X Trio. Beide kaarten zijn snel, blijven onhoorbaar stil in gebruik en houden de temperaturen uitstekend onder controle. ASUS zet het beste pakketje neer vanwege de extra bios, de extra aansluitingen voor ventilatoren en de bouwkwaliteit en afwerking.

©PXimport

Welke kun je het beste kopen?

Normaal gesproken vertellen we je ook welke kaart de beste verhouding biedt tussen prijs en prestaties. Momenteel geldt echter dat dit vooral die kaart is die je kunt vinden voor een niet-absurde prijs. Bovendien geldt voor de 3060 Ti, in tegenstelling tot de echte high-end gpu’s, dat het stroomverbruik vrij laag is, wat het voor fabrikanten lastig maakt om een echt slechte kaart te maken. Van de vier geteste kaarten gooit de Gigabyte RTX 3060 Ti Gaming OC vanuit het oogpunt van de prijs-prestatieverhouding de hoogste ogen, want die kaart zou in theorie iets goedkoper moeten zijn dan de rest. 

©PXimport

Nvidia GeForce RTX 3070

Net als de bij de RTX 3060 Ti is ook de GeForce RTX 3070 een heel sterke gpu, want ook deze kaart heeft vooralsnog weinig concurrentie. Een kaart op basis van AMD’s goedkoopste nieuwe gpu kost al snel zo’n honderd euro meer. Met een adviesprijs tussen de 520 en 600 euro is hij iets duurder dan de RTX 3060 Ti, maar hij is ook wel een stuk sneller. Speel je op een 1080p-scherm, dan merk je daar niet gek veel van. Maar die extra kracht komt wel goed van pas als je op een scherm met hogere resolutie speelt. Heb je een 1440p-gamingmonitor of een ultrawide, dan is de RTX 3070 de gulden middenweg.

De beste RTX 3070

Omdat het een kostbare exercitie is om een koeler te ontwerpen, is het gebruikelijk dat fabrikanten een koelerontwerp op meerdere producten toepassen. Zo zien we bij zowel ASUS, Gigabyte en MSI dezelfde koelers terug. De verhoudingen zijn dan ook ongewijzigd. De flink grotere ASUS- en MSI-uitvoeringen overtuigen verreweg het meest met hun prestaties en vooral de efficiëntie is uitstekend. ASUS biedt het meest complete pakket en is objectief de beste, maar zal in de regel ook prijziger zijn, dus verlies de ijzersterke MSI Gaming X Trio zeker niet uit het oog.

©PXimport

Welke kun je het beste kopen?

Net als bij de RTX 3060 Ti, maakt het bij de RTX 3070-kaarten weinig uit welke je koopt, maar is het wederom de Gigabyte Gaming OC die positief opvalt. Hij is nipt minder efficiënt dan de kaarten die, in theorie, goedkoper zijn, maar wel sneller, koeler en stil genoeg dat het prijsvoordeel van de goedkopere kaarten wel heel zwaar moet wegen. Uiteraard is het zo dat wanneer de prijs van de Gaming OC minder gunstig is, de keuze voor een ander, betaalbaar alternatief interessanter wordt. Zo is Inno3D vaak scherp geprijsd en de iChill-varianten doen het ook heel goed.

©PXimport

Nvidia GeForce RTX 3080

Ondanks dat er een RTX 3090 bestaat, is de GeForce RTX 3080 eigenlijk de topvideokaart van dit moment. De in theorie 750 à 800 euro kostende RTX 3080 is ook voor prijzen rond de 1.000 euro niet aan te slepen. En de reden is begrijpelijk. Zo is hij zo’n dertig procent sneller dan het topmodel van de vorige generatie. Dit houdt in dat het de eerste echte 4K-gaming-videokaart is waarbij je geen concessies hoeft te doen. Zelfs de nieuwste consoles moeten hiervoor trucjes uithalen en kunnen niet opboksen tegen het grafische geweld van deze kaart.

De beste RTX 3080

De beste RTX 3080 in onze test is de MSI GeForce RTX 3080 Suprim X, een extreem grote en zware uitvoering. En vermoedelijk ook meteen een van de duurste. Als je ruimte hebt voor dit beest is hij leuk, zeker als je de overdaad aan rgb kan waarderen, maar de theoretische meerprijs moet je zeker niet te vergeten. Maar de TUF Gaming-uitvoering van ASUS of MSI’s eigen Gaming X Trio zijn niet merkbaar minder goed. Wil je juist wel fratsen, dan is de Aorus Xtreme van Gigabyte het bekijken waard, want die heeft een lcd-schermpje waar je je eigen foto’s of effecten op kunt weergeven.

©PXimport

Welke kun je het beste kopen?

We vallen in herhaling, maar aangezien elke RTX 3080 in de tabel goed presteert, komt het al heel snel op prijs aan. In theorie is Nvidia’s eigen RTX 3080-uitvoering een van de goedkoopste en visueel aantrekkelijkste kaarten, maar deze specifieke uitvoering is erg lastig te krijgen. De MSI Ventus 3X OC is normaliter een van de goedkoopste kaarten, maar presteert als een luxe middenklasser. Hij komt met een vlotte fabrieksoverklok en blijft koel en stil genoeg. Geen fratsen, gewoon een goede kaart. Een om in de gaten te houden dus.

©PXimport

Nvidia GeForce RTX 3090

De Nvidia GeForce RTX 3090 is de snelste videokaart op de markt op dit moment. Dat klinkt goed, ware het niet dat hij nauwelijks tien procent sneller is dan een RTX 3080, terwijl je er wel ruim twee keer zoveel voor moet betalen; 2.000 euro momenteel. Die enorm scheve prijs-prestatieverhouding maakt dit een kaart die we niet direct zullen aanbevelen. De enige reden om een RTX 3090 in huis te halen, is de extreme hoeveelheid werkgeheugen dat voor sommige, veelal zakelijke, doeleinden noodzakelijk is. Alle geteste varianten zijn overigens adequaat, met wederom ASUS en MSI aan kop, op de voet gevolgd door Gigabyte.

©PXimport

En AMD dan?

De leveringsproblemen lijken voor AMD nog groter dan bij Nvidia. De meeste fabrikanten hadden zelf niet eens een enkele kaart voor ons om te testen. Dat belooft dus niet veel goeds voor de beschikbaarheid. Van de Radeon RX 6800, een kaart die grofweg tussen de RTX 3070 en RTX 3080 valt wat prestaties betreft, lukte het zelfs niet er ook maar één te bemachtigen. Daarvan kunnen we enkel stellen dat het referentiemodel van AMD adequaat presteert.

Bij de iets hoger gepositioneerde Radeon RX 6800 XT, een kaart die nipt onder het niveau van de RTX 3080 hangt en een (theoretisch) iets lagere prijs heeft, is de situatie iets beter. Naast de referentiekaart van AMD kregen we een kaart van Gigabyte en ASUS. De Gigabyte Gaming OC laat wederom zien dat een iets duurdere koeler een goede investering is: de temperaturen blijven lager en de kaart is iets sneller.

De ASUS-variant is vrij uniek, die komt namelijk met een volledige waterkoeler aan de kaart vast. Die moet je dus ergens aan bevestigen. Het resultaat is wel een zeer stille, zeer snelle en extreem koele kaart. Al kun je daardoor ook uitgaan van een flink hoger prijskaartje.

De Radeon RX 6900 XT is een kaart die de RTX 3090 op de hielen zit, maar dan voor 1.000 in plaats van 2.000 euro. Ligt de prijs rond de adviesprijs, dan is het een prachtige kaart, waarbij we wederom zien dat je beter af bent met een iets luxere uitvoering, zoals de Gigabyte Gaming OC. De AMD-referentiekaart is adequaat en best stil, maar wordt wel redelijk warm. Al is het lastig vergelijken met slechts twee kaarten in zo’n drie maanden na de lancering.

©PXimport

Conclusie

In grote lijnen zijn de resultaten van de meeste videokaarten niet heel anders dan in het verleden. Duurdere, grotere en dikkere uitvoeringen blijven koeler en stiller, en zijn in de regel duurder. Een award voor Beste product in deze test is lastig, omdat we vooral op AMD-gebied te weinig kaarten kregen voor een goed beeld. En de Redactietip dan? Dat is normaliter de kaart die een goede balans tussen prijs en prestaties weet te vinden. Over prijzen kunnen we echter weinig zinnigs zeggen, want die rijzen vanwege de beperkte beschikbaarheid de pan uit. De allerbeste koop is momenteel dan ook simpelweg een kaart die je weet te bemachtigen voor een enigszins normale prijs. Vanuit dat oogpunt is het fijn dat er tussen de geteste kaarten in ieder geval geen slechte kaarten zitten.

Onthoud overigens dat de beste uitvoering van een lagere chip qua prestaties nooit beter is dan een instapmodel van een hogere klasse. Zit je op de grens van je budget, kies dan voor de betere chip, zoals de RTX 3080 in plaats van de RTX 3070. Dan haal je prijstechnisch de beste prestaties in huis.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.