ID.nl logo
Windows én Linux: zo zet je twee besturingssystemen op één pc
© Andreas Prott - stock.adobe.com
Huis

Windows én Linux: zo zet je twee besturingssystemen op één pc

Je vaste besturingssysteem is Windows 11, maar je wilt evengoed ook geregeld met Linux aan de slag. Er zijn verschillende mogelijkheden, zoals virtualisatie of containers, maar in dit artikel focussen we ons op een heuse fysieke installatie via een dualboot-configuratie, op een UEFI-systeem met Secure Boot.

In dit artikel leren we je een dualboot-systeem op te zetten met Windows 11 en Ubuntu.

  • Eerst: maak een herstelpunt
  • Maak ruimte vrij op je harde schijf voor de Linux-installatie
  • Maak een opstartbare usb-stick
  • Installeer Ubuntu
  • Tot slot: zo maak je de dualboot-configuratie weer ongedaan

Fan van Linux? Lees dan dit artikel: Weg met Windows! Probeer deze Linux-alternatieven: EndeavourOS of Manjaro

Toegegeven, een dualboot-configuratie heeft een paar nadelen. Allereerst is de opzet technisch een stuk lastiger, zeker bij bepaalde Linux-distributies die je op een Windows-pc met UEFI en ingeschakelde Secure Boot-functie wilt installeren. Een dualboot-configuratie vereist tevens een aparte partitie of schijf, wat kan leiden tot minder efficiënt gebruik van de opslagruimte, waarbij je eigenlijk ook moet opletten dat je niet ongewild de data van het andere besturingssysteem beschadigt. Daarnaast moet je het systeem telkens opnieuw opstarten om naar het andere besturingssysteem over te schakelen, omdat het niet mogelijk is systeembronnen simultaan tussen beide systemen te delen.

Voordelen zijn er uiteraard ook. Beide systemen kunnen namelijk hun volledige hardware-capaciteiten benutten zonder overhead, wat optimale prestaties mogelijk maakt. Bovendien heb je niet te maken met eventuele beperkingen van virtualisatie (zoals met een hypervisor zoals VirtualBox of het ingebouwde WSL2 of het gebruik van containers (zoals met Docker Desktop for Windows, dat onderhuids ook WSL2 gebruikt).

Lees ook: Instapcursus Docker Desktop: geen gedoe met losse applicatiebestanden

1 Scenario

In dit artikel gaan we uit van een UEFI-computer waarop al Windows 11 is geïnstalleerd (Home of Pro maakt weinig uit) en waar je later ook een Linux-distributie op wilt installeren. Hoe lastig zo’n dualboot-configuratie is, hangt in de praktijk vooral af van de Secure Boot-functie in combinatie met de gekozen Linux-distributie. We focussen ons op de installatie van Ubuntu, maar besteden uiteraard ook aandacht aan de nodige voorbereidingen en hoe je de Linux-installatie kunt verwijderen als je deze niet langer nodig hebt.

Dualboot met Windows: de ene Linux-distributie is de andere niet.

2 Windows-instellingen

Welke Linux-distributie je ook in een dualboot-configuratie installeert, het is verstandig om eerst enkele Windows-instellingen te controleren en eventueel aan te passen. Schakel bijvoorbeeld de functie Snel opstarten uit. Deze functie zorgt ervoor dat Windows niet volledig wordt afgesloten, maar een hybride slaapstand gebruikt. Dit kan leiden tot gegevensverlies wanneer je vanuit Linux de Windows-partitie benadert.

Om deze functie uit te schakelen, klik je met rechts op de Windows-startknop en open je Energiebeheer. Kies vervolgens Het gedrag van de aan/uit-knoppenbepalen en klik op Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn. Verwijder het vinkje bij Snel opstarten inschakelen (aanbevolen) en bevestig de aanpassing met Wijzigingen opslaan. Start daarna Windows op.

Als je BitLocker-schijfversleuteling gebruikt, is het ook verstandig om deze uit te schakelen voordat je de partities aanpast (zie ook stap 6 'Partitioneren’). Start de module BitLocker beheren (Windows Pro) of ga naar Instellingen / Privacy en Beveiliging /Apparaatversleuteling (Windows Home, indien beschikbaar), schakel de functie uit en volg de instructies.

Je schakelt de functie Snel opstarten veiligheidshalve uit.

3 Secure Boot

Vaak wordt ook aanbevolen om de functie Secure Boot in je UEFI/BIOS uit te schakelen. Hoewel Windows normaal gesproken goed blijft functioneren als je dit doet, verwijder je hiermee wel een beveiligingslaag die je systeem tijdens de opstartfase tegen rootkits en andere malware beschermt. We raden je daarom aan om het eerst te proberen met ingeschakelde Secure Boot.

Doorgaans is er een speciale sneltoets waarmee je bij het opstarten van je computer in het setupvenster van het UEFI/BIOS komt. Raadpleeg desnoods je systeemhandleiding. Vanuit Windows 11 kom je er als volgt: ga naar Instellingen / Systeem / Systeemherstel. Klik bij Geavanceerde opstartopties op Nu opnieuwopstarten (2x). Na de herstart selecteer je Problemen oplossen / Geavanceerde opties /Instellingen voor UEFI-hardware.

Vanuit de instellingen van Windows kun je Windows zo herstarten dat je gelijk in het UEFI/BIOS terechtkomt.

4 Dezelfde systeemtijd

Het kan gebeuren dat de systeemtijd in je Linux- en Windows-installaties niet gelijk loopt. Dit komt doordat Windows verwacht dat de hardwareklok is ingesteld op lokale tijd en geen tijdzonecorrecties toepast om de actuele tijd te berekenen. De meeste Linux-distributies daarentegen gaan er standaard van uit dat de hardwareklok op UTC (Universal Time Coordinated) is ingesteld en passen daarom een tijdzonecorrectie toe. Er zijn twee methoden om dit probleem aan te pakken, vanuit Linux of vanuit Windows.

In Linux voer je eerst het commando timedatectl uit in de terminal. Verschijnt hier RTC in local TZ: no, dan pas je dit aan met deze opdracht:

timedatectl set-local-rtc 1

Linux waarschuwt dat hierdoor mogelijk aanpassingen aan tijdzones en de zomertijd niet langer correct worden toegepast en dat de RTC-tijd niet langer up-to-date wordt gehouden. Daarom is het wellicht toch beter om Windows aan te passen. Om dit te doen, start je de Registor-editor en navigeer je naar HKEY_LOCAL_MACHINE\System\CurrentControlSet\Control\TimeZoneInformation. Maak hier een nieuwe DWORD (32bits)-waarde aan met de naam RealTimeIsUniversal en stel deze in op 1.

Aangepaste systeemtijd: links Ubuntu en rechts Windows.

Hoe laat het is?

Met deze klokken ben je altijd bij de tijd

5 Systeemback-up

Zodra je alle benodigde instellingen hebt aangepast, ben je bijna klaar om je dualboot-configuratie te starten. Bijna, want het is verstandig om eerst een systeemherstelpunt en -back-up te maken. Start in Windows de module Een herstelpunt maken en zorg je ervoor dat de functie voor je station(s) is ingeschakeld (via Configureren). Klik vervolgens op Maken en geef het herstelpunt een naam.

Voor het maken van een systeemback-up zijn er verschillende externe tools beschikbaar, waaronder EaseUS Todo Backup Free. Download en installeer dit programma, en start deze op. Klik op Create Backup en selecteer Disk. Plaats een vinkje bij de juiste harde schijf, zodat alle partities worden geselecteerd. Bevestig met OK, selecteer een geschikte bestemming en klik op Backup Now.

Om zo’n gemaakte back-up in te zien of daadwerkelijk te herstellen zelfs als je systeem niet meer zou opstarten, maak je een herstelmedium op een usb-stick. Hiervoor druk je rechtsboven in EaseUS Todo Backup op de optie Tools en kies je Create Emergency Disk. Overigens is de optie Enable PreOS in principe ook een optie, maar bij een dualboot-configuratie raden we dit af. Stop een (lege) usb-stick in je pc en klik op het stickicoontje bij Boot Disk Location. Bevestig met Create. Voor alle zekerheid start je na afloop je systeem van deze usb-stick op om te controleren of de gemaakte back-up echt bereikbaar is. Mocht er naderhand iets misgaan, dan kun je de situatie wellicht nog herstellen via systeemherstel of desnoods met je herstelmedium.

Maak eerst een complete schijfback-up en een usb-herstelmedium.

6 Partitioneren

Je moet ervoor zorgen dat er voldoende vrije ruimte is op je harde schijf om ook Linux te installeren. Hoeveel ruimte je nodig hebt, hangt ook af van de Linux-distributie, maar 30 GB lijkt ons een praktisch minimum.

Controleer de beschikbare ruimte eerst via het Schijfbeheer van Windows. Druk op Windows-toets+R en voer diskmgmt.msc uit. Mogelijk zie je in het grafische overzicht een blok Niet-toegewezen ruimte dat groot genoeg is. Als dit niet zo is, dan zit er weinig anders op dan een partitie zonder gegevensverlies te verkleinen.

Klik met rechts op de gekozen partitie in Schijfbeheer en kies Volume verkleinen. Geef in MB aan hoeveel ruimte je wilt vrijmaken (bijvoorbeeld 40000). Zorg dat er op de Windows-partitie minstens 20 GB overblijft om Windows goed te laten functioneren. Als dit niet genoeg ruimte oplevert, probeer het dan opnieuw nadat je alle overtollige databestanden en/of geïnstalleerde programma’s hebt verwijderd. We gaan ervan uit dat je weet hoe dit moet. Een handige tool om snel inzicht te krijgen in je schijfruimtegebruik is het gratis WizTree.

Als het partitioneren niet lukt vanuit Schijfbeheer, bijvoorbeeld omdat je hiervoor eerst een bestaande partitie moet verplaatsen, gebruik dan een krachtigere partitioneringstool, zoals MiniTool Partition Wizard Free. Let erop dat je in dit programma de operaties pas kunt uitvoeren na je bevestiging met Apply.

Ruimte vrijmaken door een partitie te verkleinen: links Windows, rechts MiniTool.

BIOS-modus We gaan ervan uit dat je een moderne pc met UEFI hebt, maar als je nog met Windows 10 werkt, betekent dit niet automatisch dat Windows in UEFI-modus opstart. Om dit snel te controleren, typ je systeeminformatie in de Windows-zoekbalk en open je het gelijknamige onderdeel. Als in het linkerdeelvenster Systeemoverzicht geselecteerd is, dan zie je in het rechterdeelvenster bij BIOS-modus de optie UEFI. Staat hier Verouderd of Legacy, dan start Windows toch op in de klassieke BIOS- of CSM-modus (Compatibility Support Module).

Deze laatste is een modus waarmee een UEFI/BIOS het systeem doet denken dat er een klassiek BIOS aanwezig is. Je kunt in dit geval ook wel Linux in dualboot installeren, maar houd er rekening mee dat je dan beperkt bent tot vier partities en tot bootschijven van 2 TB. In UEFI-modus kun je ook via een specifieke sneltoets omschakelen tussen beide besturingssystemen vanuit het UEFI-bootmenu. Hiervoor is geen bootmanager zoals GRUB nodig, hoewel deze iets meer controle en flexibiliteit biedt. Onthoud wel dat je Windows opnieuw moet installeren als je alsnog wilt overschakelen naar UEFI-modus in het UEFI/BIOS. Met Windows 11 werk je sowieso in UEFI-modus.

Vanuit Linux ga je met het terminal-commando efibootmgr na in welke modus het systeem is opgestart. Verschijnt een foutmelding in plaats van de UEFI-bootvariabelen, dan werkt Linux in legacy/CSM-modus.

Via Systeeminformatie kom je snel te weten of je systeem in UEFI-modus werkt.

7 Live stick

Voordat we Linux daadwerkelijk gaan installeren, moeten we een installatiestick maken. Hiervoor gebruiken we een iso-schijfkopiebestand van de gewenste Linux-distributie, die je kunt vinden op de website van de makers. Wij downloaden het gebruiksvriendelijke Ubuntu Desktop.

Er zijn verschillende betrouwbare en gratis tools beschikbaar om zo’n iso-bestand om te zetten naar een opstartbaar medium, zoals Ventoy en Rufus. We nemen Rufus als voorbeeld: download de (draagbare versie van) de tool en start deze op. Selecteer een (lege) usb-stick als Apparaat, kies in het keuzemenu Opstartselectie de optie Schijf of ISO-image (selecteren), klik op Selecteren en wijs het gedownloade iso-bestand aan. Je kunt hier verder alle opties ongewijzigd laten. Klik op Starten, kies Schrijven in ISO-image-modus (aanbevolen) en antwoord met Ja op de eventuele vraag voor extra Linux-systeembestanden. Zodra je op OK klikt, begint de operatie en wanneer de groene balk Klaar verschijnt, kun je op Sluiten klikken.

Rufus zet het schijfkopiebestand netjes om naar een live-installatiemedium.

8 Opstart

Sluit nu Windows af, bij voorkeur terwijl je de Shift-toets ingedrukt houdt, zodat je zeker de functie Snel opstarten vermijdt. Je kunt nu je systeem opstarten vanaf de live-installatiestick. Mogelijk moet je bij het opstarten meteen op een toets(combinatie) drukken om het UEFI-bootmenu te openen, waar je vervolgens de usb-stick als opstartmedium selecteert.

We beginnen met Ubuntu, omdat je over het algemeen hierbij weinig problemen zult ondervinden met je UEFI-systeem. Als alles goed gaat, verschijnt even later het menu van de GRUB-opstartlader, waar je Try or Install Ubuntu selecteert. In het volgende menu kies je de taal waarin Ubuntu gestart moet worden en klik je daarna op de knop Ubuntu installeren. Of je kiest eerst de knop Ubuntu uitproberen om te controleren of de distributie goed werkt op je systeem. Daarna kun je de distributie alsnog daadwerkelijk installeren.

Het is een prima idee de distributie eerst uit te proberen voor je haar daadwerkelijk gaat installeren.

9 Installatie

Vervolgens selecteer je de gewenste toetsenbordindeling, bijvoorbeeld Dutch of Belgian. In het volgende venster is het raadzaam om de opties Normale installatie en Haal bijgewerktepakketten binnen tijdens het installeren van Ubuntu geselecteerd te laten. Hier kun je ook aangeven of je third-party-drivers wilt gebruiken, zoals voor multimedia- of wifi-hardware. In dit geval schakel je de optie Configure secure boot in en voer je (2x) een wachtwoord in. Dit wachtwoord voer je na de installatie en herstart van Ubuntu opnieuw in, zodat de betreffende drivers of modules kunnen worden ondertekend en de functie Secure Boot ze toelaat (zie ook stap 10 en het kader ‘SHIM en MOK’).

In het volgende venster is het raadzaam om de optie Installeer Ubuntu naast WindowsBoot Manager geselecteerd te laten, tenzij je liever zelf de locatie voor de opstartlader bepaalt en de benodigde partities als Root, Swap en Home maakt (in dat geval selecteer je Iets anders). Vermijd in elk geval de optie Wis schijf en installeer Ubuntu.

Vervolgens selecteer je de schijf waarop Ubuntu moet worden geïnstalleerd en kun je indien nodig de partitiegrootte voor Ubuntu aanpassen met de muisaanwijzer. Bevestig met Installeer nu en klik op Verder. Selecteer je tijdzone op de kaart, vul je naam, gebruikersnaam en computernaam in en klik nogmaals op Verder.

Als je dit absoluut wilt, kun je tijdens de installatie zelf de nodige Linux-partities aanmaken.

10 MOK-beheer

Na afloop klik je op Nu herstarten. Verwijder de usb-stick en druk op Enter. Als je Configure secure boot hebt gekozen, verschijnt nu het blauwe venster van de MOK-manager. In dit geval kies je achtereenvolgens Enroll MOK / Continue / Yes. Typ je wachtwoord en kies Reboot.

Als het goed is, verschijnt nu de GRUB-opstartlader en kun je hier kiezen tussen Windows (Boot Manager) en Ubuntu, of je gebruikt hiervoor het UEFI-bootmenu. Je dualboot-configuratie is nu compleet.

Via de MOK-manager een module ondertekenen voor secure boot.

SHIM en MOK Gebruik je geen third-party-componenten in Ubuntu, dan doet Ubuntu zelf het nodige om met een ingeschakelde Secure Boot-functie overweg te kunnen. Ubuntu installeert dan een zogeheten SHIM (Signed Hardware Initialization Manager). Dit is een tussenlaag, een pre-bootloader, die met een door Microsoft erkende sleutel is ondertekend zodat de Linux-bootloader (bijvoorbeeld GRUB) op een systeem met ingeschakelde Secure Boot kan worden geladen.

Deze door Microsoft vertrouwde SHIM werkt helaas niet voor drivers of modules van derden. Hiervoor is het nodig om een zogeheten MOK (Machine Owner Key) toe te voegen aan de MOK-manager van Secure Boot, door middel van een wachtwoord. In dit geval werken dus SHIM en MOK complementair om volledige compatibiliteit met Secure Boot te bieden.

11 Partities verwijderen

Als je op een gegeven moment toch liever je dualboot-configuratie met Linux wilt verwijderen op je UEFI-systeem, zorg er dan wel voor dat Windows na de verwijdering nog steeds correct opstart. Je doet dit als volgt: maak eerst een (systeem)back-up voor het geval er iets fout gaat. Hoewel dit niet strikt nodig is, stel je in het UEFI/BIOS de bootvolgorde zo in dat Windows (BootManager) als eerste opstart. Doorgaans vind je dit bij een onderdeel als Boot Configuration / Boot Sequence.

Start Windows vervolgens en open Schijfbeheer (bijvoorbeeld via Windows-toets+R / diskmgmt.msc). Klik met rechts op de Linux-partitie in het grafische overzicht, kies Volume verwijderen en bevestig je keuze. Herhaal dit voor eventueel andere Linux-partities. Dit zijn doorgaans partities zonder stationsletter. Bij twijfel kun je ook Opdrachtprompt als administrator openen en daar het commando diskpart uitvoeren. Achter de DISKPART-prompt voer je deze opdrachten uit:

list disk
select disk <n>

Vervang <n> door het schijfnummer met je Linux-partities, bijvoorbeeld:

select disk 0

Typ daarna de volgende opdrachten:

list partition
select partition <n>

Vervang weer <n> door het nummer van de gewenste partitie. Extra informatie over een geselecteerde partitie vraag je op met:

detail partition

Je krijgt dan onder meer het bijbehorende Type-GUID te zien waarmee je een (Linux-)partitie kunt identificeren. Hiervan vind je een nagenoeg compleet overzicht op deze Wikipedia-pagina.

Nu je precies weet welke partitie(s) je moet verwijderen in Schijfbeheer, kun je de extra niet-toegewezen ruimte terugwinnen. Dit doe je bijvoorbeeld door deze aan een bestaande partitie te koppelen (kies Volume uitbreiden in het contextmenu) of door er een extra datapartitie van te maken.

Haal de niet langer gebruikte Linux-partitie(s) weg via Schijfbeheer.

12 Bootingang verwijderen

Tot slot dien je nog de Linux-ingang uit de bootmanager te verwijderen. Start de Opdrachtprompt opnieuw als administrator en voer deze opdracht uit:

bcdedit /enum firmware

Hier zie je onder meer de Linux-ingang, met een identifier (bijvoorbeeld {e3a9eb6a-db0S-11ee-adc3-806e6f6e6963}. Voer vervolgens deze opdracht uit:

bcdedit /delete <{identifier}>

Vervang <{identifier}> door de echte identifier, bijvoorbeeld:

bcdedit /delete {e3a9eb6a-db0S-11ee-adc3-806e6f6e6963}

Als het goed is, staat Windows nu weer alleen op je systeem.

Je moet ook de Linux-ingang uit de bootmanager weghalen.

Arch Linux

Bij een meer uitdagende distributie zoals Arch Linux zul je veel meer handmatig moeten doen. Niet alleen de installatie, maar ook de samenwerking met Secure Boot. Je installeert Arch Linux eerst met (tijdelijk) uitgeschakelde Secure Boot. Meteen na de installatie configureer je dan Secure Boot vanuit Arch Linux. Dit werkt het makkelijkst met de tool sbctl (Secure Boot Control), die je kunt installeren met deze commando’s:

sudo pacman -Syu
sudo pacman -S sbctl

Met sbctl kun je dan de nodige operaties uitvoeren, zoals het creëren van een nieuwe set secure boot-sleutels met:

sudo sbctl create-keys

Die sleutels voeg je vervolgens aan het UEFI/BIOS toe met:

sudo sbctl enroll-keys -m

Verder dien je nog de bootloaders en de Linux-kernel te ondertekenen. Welke dit zijn, ontdek je met deze opdracht:

sbctl verify

De eigenlijke ondertekening gebeurt dan met commando’s als:

sudo sbctl sign -s /boot/EFI/BOOT/BOOTX64.EFI
sudo sbctl sign -s /boot/EFI/systemd/systemd-bootx64.efi
sudo sbctl sign -s /EFI/Linux/archlinux-linux.efi
sudo sbctl sign -s /boot/vmlinuz-linux

Met deze opdracht check je of de nodige bestanden nu wel correct zijn ondertekend:

sudo sbctl verify

En hiermee krijg je een overzicht van de huidige secure boot-configuratie en sleutelstatus:

sudo sbctl status

Hierna kun je Secure Boot in het UEFI/BIOS weer inschakelen. Meer informatie hierover vind je in de wiki van Arch Linux, specifiek in sectie 3.1.3.

De Secure Boot-configuratie in Arch Linux verloopt veel handmatiger dan bij een distributie als Ubuntu.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.