ID.nl logo
Efficiënt en kostenbesparend: zo bouw je je eigen energiezuinige server
© xiaoliangge - stock.adobe.com
Huis

Efficiënt en kostenbesparend: zo bouw je je eigen energiezuinige server

Nieuwere generaties processors zijn sneller en zuiniger dan hun voorgangers. Je kunt er een eenvoudige pc mee bouwen, maar ook een prima thuisserver. Het verbruik ligt gemiddeld rond 10 watt, met wat optimalisaties is dat zelfs nog verder naar beneden te brengen. In deze basiscursus geven we tips voor het samenstellen van je server én voor het terugbrengen van het verbruik. Dat kan zelfs zonder de server uit de meterkast te halen.

Na het lezen van dit artikel weet je hoe je zelf een server kunt bouwen en hoe je het energieverbruik daarvan zo laag mogelijk houdt. Dat laatste doe je door:

  • Het BIOS te optimaliseren
  • De processor te ontlasten
  • Het besturingssysteem te optimaliseren
  • De slaapstand in te stellen

Lees ook: Grip op je energieverbruik: houd bij wat al jouw apparaten verbruiken

Er zijn tegenwoordig heel veel mini-pc’s te koop met extra zuinige processors van recente generaties als Jasper Lake en Alder Lake. Deze zijn in de regel krachtig genoeg voor een eenvoudige pc met Windows. Maar ze zijn ook heel interessant als thuisserver. Het verbruik in rust van deze systemen ligt veelal rond 10 watt of minder.

Met wat optimalisaties kun je vaak tot een nóg lager verbruik komen. Daar geven we in dit artikel tips voor. We richten ons vooral op servers met x86-processor van Intel of AMD met verwisselbaar geheugen. Voor opslag hebben de meeste systemen één of twee SATA-poorten of een NVME-aansluiting.

Afhankelijk van je doel kan een op de zuinige ARM-architectuur gebaseerde Raspberry Pi ook een goede optie zijn. Al zijn de verschillen niet heel groot meer. De Pi 4 verbruikt in rust ongeveer 2,7 watt, maar in de praktijk is 3,8 watt realistischer. Vol belast verbruikt deze Pi ongeveer 6,4 watt. De Pi 5 is wat krachtiger en efficiënter. Maar met een zuinige Intel-processor kun je deze waarden zeker benaderen. En je hebt ook nog extra kracht achter de hand voor de momenten dat je dat nodig hebt.

Wat kost een server Een server staat normaliter 24 uur per dag aan. Dat zijn 8736 uren per jaar. Je kunt tegenwoordig makkelijk een server bouwen die in rust maar 10 watt of minder verbruikt. Dit resulteert in een energieverbruik van 87 kWh per jaar. Bij een stroomprijs van € 0,40 per kWh is dat ongeveer 35 euro.

Met optimalisaties zou je dat verbruik zelfs kunnen halveren. Gebruik je oudere hardware, dan ziet het plaatje er heel anders uit. Een verbruik van 100 watt is geen uitzondering. Dat kost je ruim 350 euro op jaarbasis. Een zuiniger systeem heb je dan heel snel terugverdiend!

©Kasidis Arunruangsirilert

Een oude pc kan handig zijn, maar verbruikt doorgaans relatief veel energie.

1 Zuinige mini-pc’s

Een mini-pc is vaak een goede en zuinige optie voor een server. De NUC (vroeger van Intel, nu van ASUS) is een bekend voorbeeld, maar er zijn ook steeds meer varianten van andere fabrikanten. Ze gebruiken een zuinige processorvariant die je ook vaak in laptops ziet. In de regel is bij gebruik als server vooral het rustverbruik (ook wel idle-verbruik genoemd) van belang, niet de pieken die je af en toe ziet. Een goede indicatie is een lage TDP (Thermal Design Power) voor de processor. Bij de Intel N100 is dat bijvoorbeeld 6 watt en voor de N5105 ligt dat op 10 watt.

Er zijn veel goedkope en zuinige mini-pc’s met deze processors. Je hoeft er alleen nog één of twee geheugenbankjes en een ssd voor opslag aan toe te voegen. Merk op dat je vaak meer geheugen kunt gebruiken dan Intel aangeeft. In de Odroid H3 met de N5105-processor kan bijvoorbeeld tot 64 GB, terwijl Intel 16 GB als maximum noemt.

Nog een voordeel van de lage TDP is dat er weinig eisen aan de koeling worden gesteld. De meeste mini-pc’s hebben alleen hun metalen behuizing als koeling of een eigen passief koellichaam en zijn dus volledig stil. Ga je ze wat zwaarder belasten, dan kun je daar altijd nog een externe ventilator bovenop zetten.

De Intel NUC wordt vaak ingezet als zuinige server.

2 Barebone

Wil je een zuinige compacte server, maar wel zelf de processor kiezen? Een systeem als de ASRock DeskMini 310 voor de achtste en negende generatie Intel-processors of de DeskMini H470 voor de tiende en elfde generatie kan een aantrekkelijke optie zijn. Deze systemen staan bekend als zuinig, terwijl ze ook extra desktopkracht bieden op momenten dat dit gewenst is. Bij zowel de H310 als de H470 kun je het rustverbruik onder de 10 watt krijgen en met optimalisaties valt nog ongeveer veertig procent te winnen. Al hangt het ook van de werklast en gekozen componenten af.

Met de ASRock DeskMini H470 kun je een relatief zuinige server bouwen.

3 Zelfbouw

Bij zelfbouw moet je uiteraard goed op het stroomverbruik van alle individuele onderdelen letten. In moederborden zie je veel verschillen. Een klein systeem is vaak zuiniger. Probeer gamemoederborden in ieder geval te vermijden.

Bij het kiezen van een processor wordt vaak schromelijk overschat hoeveel verwerkingskracht nodig is. Twijfel je tussen Intel en AMD? Doorgaans ligt het rustverbruik bij Intel-processors lager. Processors van AMD zijn daarentegen wel vaak efficiënter als er veel werk verzet wordt. Het lagere rustverbruik zal meestal doorslaggevend zijn bij de keuze van een server. Geef je een server veel te doen, dan kan AMD weer interessant worden.

Wat opslag betreft is een NVME-ssd vaak het zuinigst. Als je niet veel opslag nodig hebt, probeer dan 3,5inch-schijven te vermijden. Zo’n harde schijf kan zomaar 8 watt aan je verbruik toevoegen. Ook snellere multigigabit-netwerkpoorten kun je vaak beter vermijden als het systeem zeer zuinig moet zijn.

Let ook op de keuze van de voeding en kies een efficiënt exemplaar. Bouw je een kleine server, dan is een PicoPSU om die reden aantrekkelijk. Heb je een mini-pc gekocht? Dan kun je eventueel overwegen de stroomadapter te vervangen door een efficiënter model.

©Ruslan Ropat

Wil je zelf een server samenstellen, let dan op het verbruik van alle onderdelen.

Pas op bij tweedehands servers Op de tweedehandsmarkt vind je veel oudere servers. Die zijn weliswaar krachtig en flexibel uit te breiden, maar ze maken ook een hoop herrie én verbruiken vaak veel stroom. De meerprijs van een duurdere maar zuinigere server heb je dan snel terugverdient, terwijl de prestaties soms nauwelijks lager zijn.

Door verbeterde productieprocessen zijn nieuwere processores veel efficiënter. Een niet al te oude tweedehands thinclient kan wel een goede optie zijn. Je vindt ze ook wel onder de naam SFF (Small Form Factor). Bij de aanschaf van tweedehands apparatuur is het raadzaam vooraf te onderzoeken wat je kunt verwachten qua prestaties en verbruik. Voor de prestaties geeft PassMark een aardige indicatie. Voor verbruikscijfers kun je zoeken naar ervaringen van gebruikers.

4 Optimalisaties

Er zijn vaak wat aanpassingen nodig aan de BIOS-instellingen om een server zuiniger in te stellen. De standaardinstellingen zijn vaak geoptimaliseerd voor prestaties, niet voor een lager stroomverbruik. Daar geven we in paragraaf 9 tips voor.

We zien de laatste jaren een groot aanbod van mini-pc’s uit China. Merk op dat zulke systemen door een mager BIOS niet altijd goed zijn te optimaliseren. Een systeem van Topton met N5105-processor met de software Proxmox VE en pfSense erop verbruikt 13 watt en dat blijkt maar lastig omlaag te brengen. Al hebben de vier 2,5Gbit/s-netwerkpoorten en het gebruik als router ook invloed op het verbruik. Een Odroid H3 met diezelfde processor is ook soms wat nukkig, maar wel zuiniger en beter te optimaliseren. Het is in ieder geval raadzaam om bij aanschaf ook op de mogelijkheden van het BIOS te letten.

Let bij de aanschaf ook op de mogelijkheden van het BIOS.

5 Processor ontlasten

Sommige taken vragen extra veel van de processor. Soms kun je die op een of andere manier temmen. Het transcoderen van video kun je bijvoorbeeld vrijwel volledig vermijden door een goede mediaspeler bij de pc te gebruiken, zoals een Nvidia Shield. Wil je het toch door de server laten doen? Dat hoeft niet altijd softwarematig (en daarmee via de processor). Plex en Jellyfin kunnen prima de geïntegreerde gpu van de processor benutten voor hardwarematig transcoderen. Die geïntegreerde gpu (igpu) is in de laatste generaties processors behoorlijk krachtig en de meeste kunnen met recente formaten als HEVC/H.265 goed overweg.

Lees ook: Stappenplan: zelf een mediaserver maken op je pc of NAS met Jellyfin

Er zijn ook andere manieren om de processorbelasting te beperken, waar je qua verbruik zeker mee kunt winnen. Een goed voorbeeld is de geavanceerde videobewakingssoftware Frigate. Een tpu zoals de Google Coral is voor het rekenwerk enorm veel efficiënter dan de processor. De Google Coral gebruikt ongeveer 1 tot 2 watt. Laat je de processor het werk doen, dan is ongeveer 10 watt extra nodig. Dit hebben we gemeten met de al heel zuinige Intel Celeron N5105-processor in ons testsysteem. Op jaarbasis bespaar je dan ongeveer 30 euro. De tpu biedt natuurlijk meer voordelen, in het bijzonder een veel snellere detectie van personen of dieren.

De Google Coral kan bij specifieke taken de processor enorm ontlasten.

6 Verbruik handmatig meten

Bij het optimaliseren van de instellingen is het natuurlijk noodzakelijk dat je weet wat het systeem verbruikt en wat je wint met de aanpassingen. Daarom raden we een goede verbruiksmeter aan die de RMS-waarde van de stroom meet (een true-RMS-meter). Een voordelige optie is de Brennenstuhl PM 231 E. Op het kleine en wat lastig af te lezen display zie je het verbruik in watt. Ook kun je het totale energieverbruik en de energiekosten over langere periode bijhouden. Drie batterijen zorgen voor gegevensopslag bij stroomuitval.

Gebruik een eenvoudige verbruiksmeter om te zien wat je hebt gewonnen.

7 Meten op afstand

In plaats van een handmatige meter die je ter plaatse voor de voeding van de server zet, kun je ook een meetstekker gebruiken. Bij dit artikel hebben we een exemplaar van HomeWizard voor wifi gebruikt, de Energy Socket. Het voordeel van deze optie is dat je het verbruik op afstand kunt monitoren via de app van de fabrikant.

Bovendien kun je Home Assistant gebruiken, waardoor je het verbruik in je energiedashboard op kunt nemen. Zo’n meetstekker is trouwens ook handig om een harde reset te geven, voor als de server is vastgelopen. Stel je server dan wel zo in, dat deze na een stroomonderbreking weer aangaat.

De meetstekker van HomeWizard zou individueel zijn geijkt voor heel precieze metingen, al hebben we dit niet gecontroleerd. Let er op dat zulke meters een klein eigen verbruik hebben. Bij de Energy Socket is dat overigens minder dan 1 watt.

De app van HomeWizard geeft grafisch het verbruik van je server weer.

8 Beheer op afstand

Diverse duurdere servers beschikken over een mogelijkheid om muis, monitor en toetsenbord op afstand over te nemen, via het netwerk. Dit maakt het beheer van een server veel eenvoudiger, al vraagt deze functie wel wat extra stroom.

Op eenvoudige en zuinige systeempjes ontbreekt zoiets uiteraard. Je kunt het wel eenvoudig toevoegen met PiKVM, een voordelige zelfbouwoplossing rondom de Raspberry Pi. Deze vangt het beeld van de server op via de HDMI-uitgang, en zorgt voor de emulatie van muis en toetsenbord. Op een andere pc kun je via een browser inloggen, het beeld van de server bekijken en deze bedienen met muis en toetsenbord. Hierdoor kun je ook prima de BIOS-instellingen aanpassen of een besturingssysteem installeren.

Heb je PiKVM na gebruik niet meer nodig? Verwijder de kabels naar de server. Het scheelt vaak iets in het verbruik als er geen monitor aan de server hangt. Je leest meer over PiKVM in het artikel Zo beheer je een pc op afstand met KVM.

We hebben PiKVM gebruikt om op afstand de BIOS-instellingen te wijzigen.

PiKVM voor beheer op afstand Het aansluiten van de PiKVM is relatief eenvoudig en kan op verschillende manieren. Het meest gangbaar is het gebruik van een usb-c-splitter naar usb-a-male en usb-a-female. Deze sluit je op de usb-c-poort van de Raspberry Pi 4 aan. Op de usb-a-male van deze splitter sluit je dan een voeding voor de Pi aan. De usb-a-female van de splitter sluit je aan op een pc en dient voor de emulatie van muis en toetsenbord. Gebruik voor deze verbinding een stekker van usb-a-male naar usb-a-male. Zet hier een PortaPow-usb-stroomblokkering tussen. Die geeft alleen data door naar de pc en niet de 5 volt. Het leveren van stroom richting de pc kan namelijk voor ongewenste effecten zorgen!

Sluit daarnaast een HDMI-videograbber voor usb aan op de zwarte usb-poort die het dichtst tegen de print aanzit. Die wordt door PiKVM benut voor het afvangen van het beeld van de server. De HDMI-poort op de videograbber verbind je uiteraard met de HDMI-uitgang van de server.

Met een usb-videograbber kun je het beeld van de server afvangen.

9 BIOS-instellingen

Wil je het stroomverbruik van je server optimaliseren, dan zijn zowel de instellingen van het BIOS als het besturingssysteem van belang. Voordat je aan de slag gaat, is het raadzaam het BIOS bij te werken: nieuwe versies lossen soms problemen met bijvoorbeeld energiebeheer op.

Verder is het een beetje maatwerk. Elk systeem is anders. Wel is de processor verantwoordelijk voor een groot deel van het energieverbruik. De grootste winst boek je door het aanzetten van C-states. Deze C-states zijn een soort spaarstand voor de processor. Bij de DeskMini H470 kun je het verbruik daarmee ongeveer veertig procent terugbrengen. Je kunt hiervoor in het BIOS alleen C3 tot en met C10 en de Package C-state-support op Enabled in plaats van op Auto zetten.

Een andere besparende optie is ASPM (Active-State Power Management). Bij de Odroid H3 pas je deze optie aan via Chipset / PCH-IO Configuration. Ga dan naar PCI Express Configuration en kies voor PCIe 1, 2 en 5 bij ASPM de optie Auto.

ASPM is een energiebesparende optie in onder meer de Odroid H3.

10 Besturingssysteem

In het besturingssysteem zijn vaak ook wat optimalisaties mogelijk. Zo is Powertop een handig programma om details over het energieverbruik van je computer te zien. Je krijgt suggesties voor het besparen van energie. Je installeert het onder Ubuntu of Debian met het commando:

apt install powertop

Vervolgens kun je de tool starten met de opdracht:

powertop

Statistieken zijn verdeeld over zes schermen, waar je met Tab en Shift+Tab doorheen bladert. Onder Overview zie je welke processen en componenten de meeste stroom verbruiken en de processor het vaakst ‘wakker’ maken. Deze processen voorkomen vaak dat dat de zuinigere C-states worden benut.

Onder Tunables zie je met welke instellingen je nog kunt besparen. Je kun dit automatisch vanaf de opdrachtregel regelen met de opdracht:

powertop --auto-tune

Dit moet je wel na elke herstart opnieuw doen. Houd het ook af en toe in de gaten, want een update van de kernel kan zomaar, door veranderde drivers, effect hebben op het verbruik en nieuwe maatregelen nodig maken.

Powertop kan je helpen om energie te besparen.

11 Slaapstand monitor

In Debian kun je een instelling gebruiken om de monitor in de slaapstand te zetten en de igpu in lagere verbruiksstand. Bewerk daarvoor GRUB met deze opdracht:

nano /etc/default/grub

Zorg dat onderstaande regel als volgt in de configuratie staat (of pas deze aan):

GRUB_CMDLINE_LINUX_DEFAULT="quiet consoleblank=15"

Bewaar het bestand met Ctrl+O en verlaat de editor met Ctrl+X. Voer de veranderingen dan door met de opdracht update-grub en herstart het systeem.

Pas de instellingen van GRUB aan om de monitor in slaapstand te brengen.
▼ Volgende artikel
 Microsoft Foto’s: veel meer dan een fotoviewer
© ID.nl
Huis

Microsoft Foto’s: veel meer dan een fotoviewer

Wie denkt dat de Foto’s-app in Windows 11 niet meer is dan een basisviewer, vergist zich. Het programma combineert overzichtelijke organisatie, handige bewerkingstools en slimme koppelingen met andere Microsoft-diensten tot een verrassend veelzijdige tool.

De meeste gebruikers openen Foto’s om simpelweg een jpg- of png-bestand te bekijken. Toch is de app ontworpen als tool om niet alleen foto’s, maar ook video’s te beheren en te bewerken. Bovendien is de AI waarmee Windows 11 uitpakt, ook in deze app geïntegreerd. We bekijken enkele geavanceerde functies. 

Elementen verwijderen

Vaak merk je pas achteraf dat er iets storends op een foto staat: denk aan elektriciteitsdraden, rondslingerende rommel of een ex die je nooit meer wilt zien. In zulke gevallen biedt Foto’s een handige AI-functie: Genererend wissen. In tegenstelling tot het klassieke gummetje dat enkel overschildert, verwijdert deze tool het ongewenste object echt. De achtergrond wordt hierbij automatisch aangevuld alsof het element er nooit is geweest.

Zo werkt het: open de foto en klik op Bewerken. Bovenaan verschijnt de knop met het label AI. Selecteer Genererend wissen. Gebruik de kwast om over het object te gaan dat je wilt verwijderen. Met de schuifregelaar Kwastgrootte bepaal je de dikte van de kwast. Het geselecteerde object krijgt kort een gearceerde overlay en verdwijnt vervolgens netjes uit beeld.

Twee seconden later is de fietser uit beeld verdwenen.

Op twee manieren wissen

Wanneer je een groot object wilt verwijderen, kan het zijn dat je Genererend wissen meerdere keren moet toepassen. Soms blijven er namelijk restanten zichtbaar, maar meestal is dat na een tweede poging verholpen.

Standaard staat de verdwijnkwast op Automatisch toepassen. Schakel je dit uit, dan krijg je twee extra mogelijkheden: Masker toevoegen en Masker verwijderen. Met een masker bedoelt Microsoft de overlay waarmee je aanduidt wat moet verdwijnen. Op die manier kun je nauwkeuriger werken: stukjes overlay toevoegen waar nodig, of juist weghalen als je te veel hebt geselecteerd. Ben je niet tevreden met het resultaat, dan kun je altijd terug via de knop Opnieuw instellen.

We gebruiken de tool Genererend wissen tot we als resultaat een eenzame fietser hebben.

Tekst uit foto’s halen

De nieuwe Foto’s-app beschikt over een ingebouwde tekstherkenningsfunctie. Met behulp van Optical Character Recognition (OCR) haalt de app tekst uit afbeeldingen, zodat je die kunt kopiëren, plakken en bewerken. Handig bij screenshots, maar ook bij handgeschreven notities die netjes genoeg zijn om door de OCR te worden herkend.

Open een afbeelding met tekst in Foto’s. Klik onderaan op Tekst scannen. De app markeert automatisch de tekstgebieden. Klik met de rechtermuisknop op de gevonden tekst en kies Alle tekst selecteren. Er verschijnt een lichtrode overlay over de geselecteerde tekst. Klik opnieuw met de rechtermuisknop en kies Tekst kopiëren. De tekst staat nu op het klembord en kun je in elke toepassing plakken.

Wanneer de tekst is gekopieerd, kun je deze in elke toepassing plakken.

Achtergrond verwijderen

Een nieuwe AI-tool in Foto’s maakt het mogelijk om de achtergrond van een foto transparant te maken. Open de foto en klik op Bewerken. Kies bovenaan de knop Achtergrond. De AI herkent automatisch de voorgrond en achtergrond. De achtergrond wordt vervangen door een schaakbordpatroon, wat aangeeft dat dit gebied transparant is.

Als de automatische selectie te veel of te weinig heeft verwijderd, kun je dit aanpassen met het Hulpmiddel voor achtergrondkwast. Hiermee krijg je een kwast waarmee je maskers kunt toevoegen of verwijderen. Je kunt zowel de grootte als de zachtheid van de kwast instellen. Hoe zachter de kwast, hoe zachter de overgang tussen zichtbaar en transparant wordt.

Om de transparante achtergrond te behouden, moet je de afbeelding opslaan in een indeling die transparantie ondersteunt. Bij Opties voor opslaan kun je bijvoorbeeld kiezen voor png, aangezien de veelgebruikte jpg-indeling geen transparantie ondersteunt.

Zelfs een complexe achtergrond vormt geen probleem.

Vervagen of vervangen

Met dezelfde AI-tool kun je niet alleen de achtergrond transparant maken, maar ook vervagen of vervangen. Wanneer je Achtergrond AI selecteert, markeert Foto’s automatisch het voorgrondobject. In dit voorbeeld kiest de app correct de vrouw als voorgrond. Wil je dat ook het betonnen trapje waarop ze zit deel uitmaakt van de voorgrond? Selecteer dan Hulpmiddel voor achtergrondkwast om het trapje aan de selectie toe te voegen. Vervolgens kun je de optie Onscherp gebruiken. Met de schuifregelaar bepaal je de mate van onscherpte, waardoor een scherptediepte-effect ontstaat.

Er is ook een optie Vervangen. Het resultaat hiervan is beperkt: omdat Foto’s geen lagen ondersteunt zoals Microsoft Paint, kun je geen fotografische achtergrond toevoegen. De optie Vervangen laat je alleen de achtergrond vervangen door een effen kleur.

De dame en het trapje blijven scherp, de achtergrond vervaagt

Vergroten en verkleinen

Vaak wil je de grootte van een afbeelding aanpassen. Foto’s beschikt over een ingebouwde, aanpasbare resizer. Let op: wil je meerdere afbeeldingen tegelijk aanpassen, dan kan dat niet. Batchverwerking wordt niet ondersteund. Bij een geopende afbeelding klik je niet op Bewerken, maar op de drie puntjes bovenaan. In het menu kies je vervolgens Formaat van afbeelding wijzigen.

Je kunt het formaat instellen in pixelwaarden of in percentage. Tegelijk is het mogelijk om de afbeelding naar een andere indeling te converteren, bijvoorbeeld naar jpg of png. Met een schuifregelaar bepaal je de kwaliteit, wat de mate van compressie regelt. Hoe meer compressie, hoe kleiner het bestand, maar ook hoe groter het risico op kleine verstoringen (zogenaamde artefacten).

Onderaan zie je telkens het verschil tussen het huidige en het nieuwe bestand. Deze tool kun je niet alleen gebruiken om afbeeldingen te verkleinen; je kunt ze ook vergroten. Het verhogen van de resolutie heet upscaling of opschalen. Bij zowel upscalen als downscalen wordt automatisch de hoogte-breedteverhouding behouden, zodat de afbeelding niet wordt vervormd.

Door de resolutie en de compressie aan te passen, wordt het afbeeldingsbestand twintig keer kleiner.
Super Resolution

Op sommige computers verschijnt in deze app een knop Super Resolution. Dit is een AI-functie die foto’s automatisch scherper en gedetailleerder maakt. Zo kan een afbeelding van 800 × 600 worden opgeschaald naar 1600 × 1200 of zelfs hoger, terwijl de details grotendeels behouden blijven.

Bovendien corrigeert Super Resolution ook compressie-artefacten.De functie is alleen beschikbaar op pc’s met Copilot en een Neural Processing Unit (npu). Eind vorig jaar verscheen de knop per vergissing ook op apparaten die dit niet ondersteunden. Dat is inmiddels rechtgezet, zodat Super Resolution nu enkel zichtbaar is op geschikte toestellen.

Met Super Resolution helpt AI om je de afbeelding drastisch te upscalen.

Video’s bewerken

Met Microsoft Foto’s kun je ook eenvoudig video’s trimmen. Open de video in de app en die start meteen met afspelen. Linksboven verschijnt een rode knop Knippen. In het venster dat opent, gebruik je onderaan de tijdlijn de verticale indicator om het beginpunt van de video te bepalen. Daarna versleep je de achterste hendel om het eindpunt vast te leggen. Ben je tevreden met de selectie, dan kies je voor Opslaan als kopie (de originele video blijft behouden) of voor Opslaan (de oorspronkelijke video wordt overschreven).

Op de tijdlijn bepaal je eenvoudig het begin- en eindpunt van de video.

Filters en effecten

Zodra je op Bewerken hebt geklikt, kun je de afbeelding verfijnen met de knoppen Aanpassing (het pictogram van de zwart-witte bol) en Filteren (het pictogram van de kwast). Met Aanpassing pas je via schuifregelaars de belichting, kleur en scherpte aan. Zo maak je de kleuren warmer, verhoog je het contrast of voeg je extra helderheid toe. Onder Filteren vind je de functie Automatisch verbeteren en een reeks filters waarmee je de uitstraling van je foto in één klik verandert. Denk aan creatieve zwart-witfilters of effecten die je foto een vintage look geven. Pas je een filter toe, dan kun je de intensiteit traploos aanpassen.

Van elke filter kun je de intensiteit aanpassen.

Diashow

Je kunt in Foto’s heel snel een diashow starten. Selecteer in de galerij de gewenste afbeeldingen, klik er met de rechtermuisknop op en kies Diashow starten. De voorstelling begint onmiddellijk. Beweeg de muis naar boven, dan verschijnt een klein bedieningsvenster waarmee je de diashow kunt pauzeren of hervatten.

Via het muzieknootpictogram krijg je extra instellingen. Je kunt animaties of overgangen inschakelen, de voorstelling in een lus laten afspelen en een achtergrondmuziekje kiezen, bijvoorbeeld: Relaxed, Sentimenteel of Beats. Een belangrijke beperking: de diashow is slechts een tijdelijke weergave op het scherm. Je kunt hem dus niet rechtstreeks als videobestand opslaan. Wil je de slideshow later opnieuw bekijken, dan moet je de stappen opnieuw uitvoeren.

Met een klein regelvenster kun je de eigenschappen van de diashow regelen.

Horizonlijn corrigeren

Het komt vaak voor dat je snel een foto maakt en je focust op de persoon op de voorgrond, zonder te merken dat de horizon scheef staat. Dat kun je eenvoudig corrigeren in Foto’s tijdens de nabewerking. Klik op Bewerken en kies daarna Bijsnijden. Onderaan verschijnt een regelaar waarmee je de foto naar links of rechts kunt draaien. Terwijl je dit doet, verschijnt er een raster met hulplijnen, zodat je de achtergrond precies horizontaal kunt uitlijnen.

Door te roteren en rekening te houden met de hulplijnen, plaats je de horizonlijn perfect vlak.

Gelijkenissen zoeken

Wanneer je een afbeelding opent in Foto’s, zie je onderaan naast de knop Tekst scannen ook de optie Visueel zoeken met Bing. Met één muisklik opent Bing zijn afbeeldingzoeker in de browser en krijg je direct vergelijkbare afbeeldingen te zien. Dit is handig om objecten op basis van een foto te identificeren of om webpagina’s te vinden die exact dezelfde foto gebruiken. Je kunt deze zoekopdracht bovendien aanvullen met zoektermen.

Vanuit Foto’s laat je Bing zoeken naar gelijksoortige afbeeldingen op het web
Weergave 1:1 of 100%

Bovenaan zie je een klein knopje dat mogelijk vragen oproept: Werkelijke grootte, herkenbaar aan het pictogram 1:1. Een afbeelding bestaat uit beeldpuntjes, oftewel pixels, net zoals een computerscherm. Wanneer je de afbeelding via deze knop zodanig vergroot dat ieder beeldpuntje van de afbeelding exact overeenkomt met één pixel op het scherm, spreken we van een 1:1- of een 100%-weergave. Deze weergave is belangrijk om de scherpte van de afbeelding goed te kunnen beoordelen. Op het scherm wordt een foto vaak verkleind weergegeven, waardoor je niet kunt voorspellen of hij bij afdruk scherp zal zijn. Als de foto in Werkelijke grootte scherp oogt, kun je ervan uitgaan dat de kwaliteit in orde is.

Nu wordt de afbeelding op 37% getoond, met de knop 1:1 zien we hem op 100%

Info vragen aan Copilot

In de app vind je rechtsboven ook een knop naar Copilot. Daarmee kun je de AI raadplegen om vragen te stellen over de geselecteerde afbeelding. Open een foto, klik op de Copilot-knop en stel bijvoorbeeld de vraag: “Waar is deze opname gemaakt?” Met wat geluk herkent Copilot de omgeving en geeft hij meteen een verklaring waarom hij denkt dat de foto daar genomen is. Interessant is dat Copilot ook nagaat of je de vraag uit pure nieuwsgierigheid stelt of omdat je van plan bent de plek daadwerkelijk te bezoeken. In dat laatste geval helpt de assistent je verder met de voorbereiding van de reis.

Copilot geeft uitvoerig toelichting bij deze foto.

Exporteren naar Clipchamp

Selecteer in de Foto’s-galerij de afbeeldingen en video’s die je wilt combineren tot één filmmontage. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op de selectie en kies de opdracht Een video maken in Microsoft Clipchamp. Daarmee open je Clipchamp, de gratis video-editor die sinds 2021 eigendom is van Microsoft en standaard wordt meegeleverd met Windows 11. Het programma is de opvolger van de oude Video Editor in Foto’s.

Clipchamp is laagdrempelig in gebruik, maar tegelijk krachtig genoeg om snel aantrekkelijke video’s te maken zonder dat je een professioneel pakket zoals Adobe Premiere nodig hebt. De geselecteerde media worden automatisch toegevoegd aan de map Jouw media in Clipchamp. Het enige wat je nog hoeft te doen, is de clips naar de tijdlijn te slepen, de duur van elke clip in te stellen en eventueel overgangen of effecten toe te voegen.

▼ Volgende artikel
Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?
© Golib Tolibov
Huis

Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?

Providers verleiden je graag met pakketten van 1 Gbit/s of meer, maar de meeste huishoudens benutten die bandbreedte zelden volledig. Of je nu streamt in 4K, fanatiek gamet of veel thuiswerkt, de juiste snelheid kiezen kan je flink wat geld besparen. We leggen uit hoeveel Mbit/s daadwerkelijk vereist is voor een stabiele verbinding zonder onnodige kosten.

Om te bepalen wat je nodig hebt, moet je eerst weten wat je verbruikt. Internetsnelheid wordt uitgedrukt in megabit per seconde, oftewel Mbit/s. Voor simpel surfgedrag, zoals het lezen van nieuwswebsites of het versturen van e-mails, heb je nauwelijks bandbreedte nodig. Vaak is 10 tot 20 Mbit/s in combinatie met een fatsoenlijke router al ruim voldoende. De echte belasting ontstaat pas bij het streamen van video. Diensten als Netflix of Disney+ geven duidelijke richtlijnen: voor een film in Full HD heb je ongeveer 5 Mbit/s nodig, maar wil je in de hoogste 4K-kwaliteit kijken, dan loopt dat al snel op naar 25 Mbit/s per stream. Als je in je eentje woont en vooral streamt, is een instapabonnement van 50 tot 100 Mbit/s dus vaak al meer dan genoeg.

De impact van meerdere gebruikers

De rekensom verandert zodra er meerdere mensen tegelijkertijd van het netwerk gebruikmaken. Je moet de internetverbinding zien als een digitale waterleiding: als iedereen tegelijk de kraan openzet, neemt de druk af. In een gezinssituatie waar de één een film in 4K kijkt, de ander een groot spelbestand downloadt en een derde persoon aan het videobellen is, telt het verbruik al snel op. Voor een gemiddeld gezin van vier personen wordt een snelheid tussen de 100 en 200 Mbit/s aangeraden. Hiermee voorkom je de gevreesde buffer-cirkels tijdens het filmkijken en zorg je dat downloads op de achtergrond de rest van het verkeer niet platleggen.

©Pixel-Shot

Uploadsnelheid bij thuiswerken

Veel consumenten staren zich blind op de downloadsnelheid, oftewel hoe snel je gegevens binnenhaalt. Maar sinds het massale thuiswerken is de uploadsnelheid minstens zo belangrijk geworden. Die bepaalt immers hoe snel jij gegevens naar het internet kan versturen. Tijdens een videogesprek via Teams of Zoom moet jouw beeld en geluid helder bij de collega's aankomen.

Bij traditionele kabelverbindingen is de uploadsnelheid vaak een fractie van de downloadsnelheid. Glasvezel biedt hier een groot voordeel omdat de upload- en downloadsnelheid daar meestal gelijk zijn (symmetrisch). Als je vaak grote bestanden naar de cloud stuurt of veel videobelt, is een abonnement met een hogere uploadsnelheid geen overbodige luxe.

Populaire merken voor netwerkapparatuur

Bij de zoektocht naar betere routers of mesh-systemen om je internetsnelheid optimaal te benutten, kom je al snel een aantal bekende namen tegen. TP-Link is momenteel een van de grootste spelers en biedt met de Deco-reeks toegankelijke oplossingen voor betere wifi-dekking in het hele huis. Netgear is een andere zwaargewicht die met hun Nighthawk-routers en Orbi-systemen vaak de bovenkant van de markt bedient voor veeleisende gebruikers. Voor consumenten die zweren bij stabiliteit en uitgebreide functies is het Duitse AVM, de maker van de iconische FRITZ!Box, al jaren een vaste waarde. Ook ASUS timmert hard aan de weg met krachtige routers die specifiek gericht zijn op gamers en gebruikers die maximale controle over hun netwerkinstellingen wensen.

Gigabit-internet vaak overkill

Providers adverteren steeds vaker met snelheden van 1000 Mbit/s (1 Gbit/s) of hoger. Hoewel dat indrukwekkend klinkt, is het voor de gemiddelde consument vaak overkill. Je merkt dat verschil eigenlijk alleen als je zeer regelmatig gigantische bestanden downloadt, zoals updates voor moderne games die soms wel 100 GB groot zijn. Met een gigabit-verbinding is zo'n update in enkele minuten binnen, terwijl je met een 100Mbit/s-verbinding wat langer moet wachten. Voor dagelijks gebruik, inclusief streamen en surfen, merk je in de praktijk weinig verschil tussen 200 Mbit/s en 1000 Mbit/s, omdat de servers van websites en streamingdiensten de snelheid vaak zelf beperken.

Wifi als vertragende factor

Besef tot slot dat de snelheid die je bij je provider inkoopt niet altijd de snelheid is die je op je apparaat haalt. Vaak ligt een trage verbinding niet aan het abonnement, maar aan de wifi-dekking in huis. Een duur abonnement van 1 Gbit/s lost een slecht wifi-signaal op zolder niet op. Voordat je je abonnement upgradet omdat het internet traag aanvoelt, is het verstandig om eerst te controleren of je router op een goede plek staat of dat je wellicht een mesh-netwerk nodig hebt om het signaal te verbeteren. In veel gevallen is investeren in betere wifi-apparatuur effectiever dan betalen voor een hogere snelheid die je draadloos toch niet kunt benutten.