ID.nl logo
Zo gemaakt: je eigen @mailadres
Huis

Zo gemaakt: je eigen @mailadres

Stel: je hebt een e-mailadres van je internetprovider, bijvoorbeeld een @kpnmail.nl- of @ziggo.nl-adres. Handig, maar wel vervelend als je naar een andere provider wilt overstappen: dat e-mailadres raak je namelijk kwijt. Waarom niet je eigen e-maildomein overwegen, want dit kun je bij een overstap behouden. In dit artikel bekijken we enkele typische migratiescenario’s.

Of je nou een particulier of zzp'er bent, een eigen e-maildomein is altijd handig. In dit artikel laten we zien hoe je gemakkelijk een eigen e-maildomein aanmaakt. We behandelen de volgende punten:

  • Domeinregistratie
  • Combinatie domein en e-mail
  • Configuratie e-mailclient
  • Doorstuuradresen en meldingen
  • DNS en MX-records

Wil je meer tips om het maximale uit je e-mail te halen, lees dan dit artikel: Haal meer uit Outlook met deze handige add-ins

Je ziet het zo vaak gebeuren: iemand begint als zzp’er een bescheiden bedrijfje en gebruikt een e-mailadres als mijnbedrijf@gmail.com. Het bedrijf groeit en de ambities ook, maar geef toe: een Gmail-adres oogt niet erg professioneel, dus komt het besef dat een adres als mijnnaam@mijnbedrijf.nl of info@mijnbedrijf.nl misschien beter is.

Er kleven trouwens nog andere voordelen aan zo’n persoonlijk e-maildomein. Je kunt de naam beknopt houden, want zeg nou zelf: iets als tvd_2143@gmail.com tikt niet lekker weg en verhoogt de kans op tikfouten. Ook is het net iets beter voor je privacy, want het is een publiek geheim dat Google en andere gratis mailproviders gretig graaien in je mailbox om je nog meer gepersonaliseerde advertenties te kunnen tonen. Bij heel wat providers kun je bovendien een zogeheten catch-all-functie instellen, zodat zelfs een bericht naar iets als mijnnam@mijnbedrijf.nl (let op de tikfout!) alsnog in je mailbox belandt. Verder kan een persoonlijk e-maildomein je veiligheid ten goede komen, want hackers en phishers hebben het maar al te graag gemunt op gratis providers. Een laatste belangrijk voordeel hebben we al even vermeld: bij een overstap naar een andere provider kun je je persoonlijke e-maildomein behouden. 

Domeinregistratie

Je wilt dus een eigen domeinnaam, wellicht met een zogeheten Top Level Domein (TLD) als .nl, .be, .com, .net, .info enzovoort. Via www.kwikr.nl/tld vind je een courante TLD-lijst. Natuurlijk zul je zo’n domeinnaam officieel moet laten registreren. Dit kun je doen bij een hostingprovider of domeinregistratiebedrijf (kortweg registrar) die het gewenste TLD aanbiedt.

De meeste registraties zijn best betaalbaar en schommelen rond de 10 euro per jaar, maar vaak is dit ook goedkoper of duurder. Zoek vooraf via internet ook naar de kwaliteit van de klantenservice van de beoogde registrar, hoewel je die, wanneer alles normaal verloopt, zelden nodig zult hebben.

Het wettelijke minimum voor een domeinregistratie is één jaar, maar wellicht zit er een kleine korting aan vast als je je domeinnaam meteen voor twee of meer jaren registreert. Het werkt het makkelijkst als deze verlenging automatisch te regelen is. Ga ook na of de registrar een respijtperiode (‘grace period’) heeft, dat je niet meteen je domeinnaam kwijt bent als er iets mis zou gaan met het verlengen.

Controleer tevens of de registrar kosten in rekening brengt wanneer je ooit naar een ander registratiebedrijf overstapt. Zo’n registrar laat je dan beter links liggen. Je gaat ook het best vooraf na hoe een eventuele overstap technisch wordt geregeld en of je dat eventueel zelf kunt doen via een webapplicatie. Tot slot, besef dat contactinformatie bij een registratie deels publiek beschikbaar kan komen via een zogeheten whois-verzoek. Sommige registrars bieden hiervoor bescherming door die informatie deels te blokkeren.

Via www.kwikr.nl/accreg vind je een lijst van (door het ICANN) erkende registrars, doorzoekbaar op naam en land, maar ook even zoeken naar bijvoorbeeld domein registratie Nederland levert heel wat resultaten op.

Je kunt uiteraard geen domeinnaam registreren die al bezet is. Een van de voorgestelde alternatieven misschien?

WHOIS Heb je eenmaal een domeinnaam geregistreerd, dan kan in principe iedereen nagaan wie achter deze registratie zit. Dit kan ook vanaf de Opdrachtprompt, maar dan moet je het bijbehorende commando dan wel eerst even installeren.

Ga via www.kwikr.nl/mswhois naar de website van Microsoft en klik op Download Whois. Pak het gedownloade zip-bestand uit, open de Opdrachtprompt via het Windows-startmenu, navigeer naar je downloadmap en tik whois.exe -v <domeinnaam> in, bijvoorbeeld whois.exe -v mijnnaam.nl. Je ziet hier wie de registrar is, wat de nameservers van het domein zijn en wellicht ook bepaalde contactinformatie, zoals een telefoonnummer of e-mailadres. Je kunt zo’n whois-verzoek ook vanuit je browser uitvoeren, bijvoorbeeld via www.kwikr.nl/eurodns of www.whois.com/whois. Ook hier hoef je alleen maar de domeinnaam in te tikken.

Met een ‘whois-query’ zoek je snel uit wie de registrar is en krijg je mogelijk ook wat contactinformatie.

Combinatie domein en e-mail

Je kunt je domein afzonderlijk bij zo’n registrar vastleggen, maar is het je bedoeling de domeinnaam vooral in e-mailadressen te gebruiken, dan gaat dat het eenvoudigst via een provider bij wie je zowel de domeinregistratie als een e-mailaccount kunt aanvragen en activeren.

Bekende providers in Nederland zijn onder meer mijndomein.nl, combell.nl en strato.nl, maar er zijn er natuurlijk nog veel meer.

We tonen je hier hoe je met Strato aan de slag gaat. Ga naar www.strato.nl/mail en kies een geschikt pakket, zoals Basic (25 postvakken van 2 GB elk) of Mail Plus (25 postvakken van 5 GB elk). Het eerste pakket kost 12 euro voor het eerste jaar plus eenmalig 5 euro instelkosten, daarna betaal je 2 euro per maand. De provider biedt zowel IMAP- als POP3-toegang aan, inclusief een gratis domein met TLD .nl of .com.

Allereerst controleer je hier of de gewenste domeinnaam nog beschikbaar is. Is dit het geval, dan kun je verder. Webruimte of mailarchivering (met het oog op fiscale bewaarplicht) aanschaffen niet verplicht.

Kort na je aanschaf worden je e-mailaccount en domeinnaam geactiveerd. De activatie van de domeinnaam kan in principe 24 uur of meer duren, maar in de praktijk gebeurt dit vaak sneller.

Vervolgens kun je je met je account-ID bij Strato aanmelden en de gewenste e-mailadressen oftewel postvakken aanmaken. Hoe je dit precies doet, wordt uitgelegd via www.kwikr.nl/stratadres. Het is mogelijk een catch-all-postvak te maken, evenals e-mailforwards, black- en whitelists.

Registreer je domeinnaam en activeer je e-mailaccount in één handeling (hier: via Strato Mail Basic).

Configuratie e-mailclient

Nagenoeg alle e-mailproviders, waaronder Strato, bieden een webapplicatie aan om je mails te raadplegen, maar wellicht gebruik je graag ook een e-mailclient op je desktop of mobiele telefoon.

Daar heb je doorgaans wat mailserverinformatie voor nodig en die vind je ongetwijfeld op de website van je provider. Bij Strato bijvoorbeeld vind je deze in de klantenlog-in bij E-mail / Instellingen. Desnoods zoek je op internet naar iets als mailservers <providernaam>.

Hoe je deze configuratie precies uitvoert, hangt af van de gebruikte mailclient, maar elke degelijke mailprovider biedt stap-voor-stap instructies aan voor de meest gebruikte e-mailprogramma’s. Bij Strato vind je die via www.kwikr.nl/stratmail.

We tonen hoe je dit in Microsoft Outlook instelt voor een IMAP-account. Ga naar Bestand en kies +Account toevoegen. Vul je nieuw e-mailadres in en klik op Verbinding maken. In het volgende venster selecteer je IMAP; dit is doorgaans beter dan POP3, omdat je mail dan op de server van de provider blijft staan, zodat je die van overal kunt bereiken. In tegenstelling tot POP3 waar je de berichten daadwerkelijk naar je toestel downloadt. Vervolgens vul je de nodige IMAP- en SMTP-serverinstellingen in, die je via je provider hebt gevonden. Na je bevestiging zou je nieuwe postvak bereikbaar moeten zijn vanuit Outlook. Test grondig of het ontvangen en versturen van mail via je nieuwe postvak(ken) probleemloos werkt.

Om je e-mailaccount te configureren, heb je enige informatie over de mailservers nodig.

NSLOOKUP Als je net een domeinnaam in combinatie met een e-mailaccount hebt aangevraagd of wanneer je de MX-records in de DNS-instellingen bij je provider hebt aangepast, dan kun je zelf nagaan of de nodige aanpassingen al zijn doorgevoerd. Dat kan vanaf de Opdrachtprompt. Tik op de Opdrachtprompt het commando nslookup in en bevestig met Enter. Je ziet iets verschijnen als:

Default Server: <hostnaam server> Address: <ip-adres>

Tik achter de >-prompt het commando set type=mx in en bevestig opnieuw met Enter. Op de volgende regel tik je je domeinnaam in, bijvoorbeeld mijnnaam.nl. Na een druk op Enter verschijnt de hostnaam van de mailserver (mail exchanger). Als het goed is, is dit de mailserver van je (nieuwe) provider. Desnoods zoek je op internet nog even naar mailservers <providernaam> om de juiste hostnaam te achterhalen.

Via een ‘nameserver-lookup’ achterhaal je ook de mail exchanger van je domeinnaam.

Melding

We gaan ervan uit dat je nieuwe e-mailadres met je eigen domein inmiddels helemaal functioneel is en dat wil je natuurlijk aan alle vrienden en kennissen laten weten. Je kunt eventueel meteen ook suggereren om je oude e-mailadres uit de autocomplete-lijst van hun e-mailprogramma weg te halen. In Outlook bijvoorbeeld kan dit door bij het opstellen van een bericht de eerste letters van een e-mailadres in te tikken en zodra het (oude) adres opduikt, op het kruisje te klikken.

Je laat je inactieve adres(sen) het best uit de mailclient verwijderen.

Doorstuuradres

Het is geen goed idee om meteen je oude gratis mailaccount te deactiveren. Je doet er beter aan de mail een tijdlang te laten doorsturen. Dus alle e-mail die voortaan op je oude adres(sen) worden afgeleverd, verschijnen daarmee automatisch op je nieuwe adres. Zo hoef je niet telkens ook je oude account te raadplegen. Je vindt hiervoor vast de nodige instructies bij je oude mailprovider. We tonen hier hoe je dit in Gmail regelt.

Meld je aan bij Gmail en kies Instellingen / Alle instellingen bekijken. Ga naar het tabblad Doorsturen en POP/IMAP en druk op de knop Een doorstuuradres toevoegen. Tik je nieuwe e-mailadres in en bevestig met Volgende en Doorgaan. Even later ontvang je een bevestigingsbericht op dat adres. Klik op de link in dit bericht en druk op de knop Bevestigen. Ververs de Gmail-pagina en open opnieuw Doorsturen en POP/IMAP. Activeer Een kopie van een inkomend bericht doorsturen aan <e-mailadres> en kies de gewenste optie, zoals kopie van Gmail behouden in inbox of Gmail-kopie verwijderen. Klik op de link een filter te maken als je alleen specifieke berichten wilt laten doorsturen (mail van vervelende verzenders laat je misschien liever achter in Gmail). Bevestig met Wijzigingen opslaan.

Wil je een kopie bewaren van de doorgestuurde Gmail-berichten?

Oude mail verhuizen

Wellicht zitten er zich nog best veel berichten in je oude postvak die je liever niet kwijtraakt en die je eigenlijk ook in je nieuwe postvak wilt opnemen. Hoe dit je aanpakt, hangt onder meer af van het mailprotocol dat je bij je gratis mailprovider hebt gebruikt. Gaat het om IMAP, dan hoef je enkel zowel je oude als je nieuwe account in een e-mailclient als Outlook of Thunderbird in te stellen en alle gewenste mail van je oude naar je nieuwe mailmappen te slepen. Via bijvoorbeeld www.kwikr.nl/checkgmail lees je hoe je dit doet in Outlook voor Gmail IMAP-mail.

Gaat het om POP3-mail, dan kun je de gewenste berichten van je oude provider via je mailprogramma downloaden naar je pc en die vervolgens ook naar de mailmappen van je nieuwe provider kopiëren. Hoe je dit regelt voor Gmail lees je bijvoorbeeld via www.kwikr.nl/popgmail.

Als je ook dit klusje hebt geklaard, dan is je nieuwe e-mailaccount met je eigen domeinnaam helemaal klaar voor gebruik.

Je kunt je oude berichten (via IMAP of POP3) naar mailmappen in je nieuwe account kopiëren.

Verschillende providers

Heb je de domeinregistratie en je e-mailaccount in één keer bij dezelfde provider geregeld, dan ben je dus snel klaar. Maar wat als je om een of andere reden je domein bij een afzonderlijke registrar hebt geregistreerd (zie de paragraaf ‘Domeinregistratie’) en je wilt nu toch een andere e-mailprovider? Of, zoals ondergetekende onlangs overkwam, het bedrijf waar je je domein hebt geregistreerd, biedt niet langer (gratis) e-mailaccounts met een eigen domeinnaam aan.

In dit geval zit er weinig anders op dan de instellingen bij dat domeinregistratiebedrijf zo te veranderen dat alle e-mail naar jouw domein (zoals @mijnbedrijf.nl) voortaan door de mailservers van een andere e-mailprovider wordt geregeld.

Hoe je dit precies aanpakt, hangt van de registrar af, maar deze aanpassing vereist in elk geval een technische ingreep. Je moet namelijk de MX-records (Mail eXchanger) in de DNS-configuratie bij je registrar naar de mailservers van je nieuwe e-mailprovider laten verwijzen. 

Met dergelijke DNS-informatie kan je provider de nodige aanpassingen in de MX-records doorvoeren (in dit voorbeeld: e-mailprovider Fastmail).

DNS en MX-records

Voor deze aanpassing heb je twee zaken nodig: de juiste MX-records en toegang tot de DNS-configuratie waar je deze wijzigingen kunt doorvoeren.

Laten we beginnen met de MX-records. Deze kun je doorgaans vinden bij je e-mailprovider, maar desnoods zoek je op internet naar iets als mx records <provider-naam>.

Gewapend met deze informatie log je vervolgens in bij je domeinregistrar en ga je in de online beheermodule, vaak een zogeheten cPanel (control panel), op zoek naar iets als domeinbeheer of DNS Setup, waar je de juiste aanpassingen doorvoert. Je moet wel zeker van je zaak zijn. De kans is groot dat een internetzoekmachine je ook hier van dienst kan zijn: zoek bijvoorbeeld naar change mx records <providername>. Bij Strato bijvoorbeeld leverde dit een webpagina met de nodige instructies op, bereikbaar via www.kwikr.nl/stratmx.

Sommige registrars staan niet toe dat eindgebruikers deze aanpassingen zelf online doorvoeren. In dit geval dien je een (online) aanvraagformulier in te vullen met de nodige informatie, zodat de registrar zelf de gewenste aanpassingen kan doorvoeren.

Houd er wel rekening mee dat het een aantal uren kan duren voordat deze wijzigingen overal zijn doorgesijpeld en alle berichten hun weg vinden naar je nieuwe e-mailadres.

Zo kan een online DNS-beheermodule bij een provider eruit zien (hier: Strato).
▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.