ID.nl logo
De levensduur van een televisie: hoe lang gaat je toestel  eigenlijk mee?
Huis

De levensduur van een televisie: hoe lang gaat je toestel eigenlijk mee?

Wanneer je een nieuwe televisie koopt, denk je waarschijnlijk niet meer na over zaken als beeldkwaliteitsverlies, inbranden en kleurdegradatie. Toch komen deze dingen nog steeds voor, maar dat is wel afhankelijk van het type scherm dat jouw televisie heeft. Welk type tv-scherm kent welke voor- en nadelen?

In dit artikel kom je het volgende te weten:

  • Welke schermdefecten er eventueel na verloop van tijd kunnen ontstaan
  • Welke type schermen het meest vatbaar zijn voor problemen
  • Wat de gemiddelde levensduur van een televisie is

Ook interessant: Geluidsproblemen met je tv? Dit kan er aan de hand zijn

Van lcd tot led, van qled tot mini-led, van qd-old tot oled; er zijn tal van verschillende beeldtechnologieën beschikbaar voor televisies. Niet alleen de beeldkwaliteit kan aanzienlijk verschillen. Beeldtechnologie beïnvloedt ook de levensduur van je televisie. We leggen de belangrijkste verschillen bloot.

Niet alle beeldtechnologie is onderhevig aan dezelfde problemen, al zijn er wel gemeenschappelijke factoren. We nemen de verschillende mogelijke problemen met je door en kijken naar de verschillende beeldtechnologieën waar deze problemen al dan niet bij voorkomen.

Degradatie van de helderheid

Er is weinig aan te doen, maar elk tv-scherm wordt na verloop van tijd donkerder omdat de lichtbron steeds minder licht geeft. Dat is een fenomeen eigen aan nagenoeg alle lichtbronnen, bijvoorbeeld ook bij alle lampen in je huis. Het beïnvloedt de beeldkwaliteit niet meteen heel sterk, maar de daling in helderheid kan na vele jaren wel duidelijk merkbaar zijn. Veel fabrikanten zijn hier overigens open over, zo vertelt Samsung bijvoorbeeld hoe lang je kunt verwachten met een televisie van dat merk te kunnen doen.

Watch on YouTube

Beeldretentie

Sommige schermtechnologie is gevoelig voor ‘image retention’, ofwel beeldretentie. Dit verwijst naar een verschijnsel waarbij een stilstaand beeld dat voor een langere tijd op een scherm is weergegeven, vaag zichtbaar blijft, ook nadat het oorspronkelijke beeld is veranderd of verdwenen. Als je lange tijd naar één zender kijkt, kun je soms nog vaag het logo van die zender zien, zelfs nadat je van kanaal verandert. Dit komt omdat het logo op dezelfde plek blijft staan en daardoor achterblijft op het scherm. Dit kan ook voorkomen bij een bepaald televisie-menu's of bij games waarbij gebruik wordt gemaakt van vaste elementen. Beeldretentie is altijd tijdelijk; na verloop van tijd verdwijnen de plekken weer en stoort het nauwelijks. Beeldretentie is overigens iets anders dan inbranden, zie hieronder.

Inbranden

Wanneer bepaalde beeldelementen permanent in beeld blijven staan, zoals eerder genoemd een logo of een deel van een interface, dan spreken we wél van inbranden. Deze elementen blijven dan altijd zichtbaar, ook wanneer je de tv uitzet en vervolgens weer inschakelt. Afhankelijk van de positie en ernst van het inbranden kan dit het beeld erg nadelig beïnvloeden. Een licht ingebrand logo in een hoek links of rechts bovenaan zal waarschijnlijk niet storen. Maar als zo'n plek in het midden van het scherm zit, stoort het wel degelijk.

Egaliteit

Een scherm veroudert zelden op uniforme wijze. Daardoor is het mogelijk dat je kleine fluctuaties ziet in de uniformiteit of egalisatie van het scherm. Een egaal grijs testpatroon brengt zulke fouten gemakkelijk aan het licht. Maar tenzij het echt om een ernstig geval gaat zul je dat zelden zien bij normaal beeldmateriaal.

LCD (LCD, LED en miniLED)

LCD-tv’s zijn opgebouwd uit twee belangrijke componenten. Het lcd-paneel zelf en de lichtbron (de achtergrondverlichting).

©Petr GANAJ

Een macrofoto van een lcd-paneel.

Het lcd-paneel zelf heeft nagenoeg geen last van veroudering. Inbranden en Image retention komen dan ook nagenoeg niet voor bij lcd-tv's. De meest voorkomende verouderingsverschijnselen hebben vooral te maken met de achtergrondverlichting. Lang geleden bestond de achtergrondverlichting uit dunne buislampen en die verouderden redelijk snel, waardoor niet alleen de helderheid daalde maar ook problemen met de egaliteit van het scherm konden ontstaan. Moderne televisies gebruiken leds als achtergrondverlichting. Daarom spreken we vaak van led-tv's, maar technisch gezien zijn het nog steeds lcd-tv's.

©NataliaSavilova - stock.adobe.com

Zo zien de leds in de achtergrondverlichting van een tv er uit.

Die leds gaan veel langer mee, maar de helderheid zal nog steeds afnemen na verloop van tijd. Afhankelijk van het type achtergrondverlichting kan het effect wel variëren. In een Direct-lit of Edge-lit tv zitten een beperkt aantal leds in de achtergrondverlichting. Als één zo’n led sneller veroudert, dan zal dat de uniformiteit duidelijk beïnvloeden. Als de lens van zo’n led af valt (ja, dat kan ook gebeuren), heb je een heldere vlek in beeld. Bij Full Array-achtergrondverlichtingen is de veroudering beter gespreid over meerdere leds. Dat is zeker het geval bij miniLED-tv’s (die nog meer, kleinere leds gebruiken), waardoor de impact op uniformiteit kleiner is.

QLED

Een qled-tv is eigenlijk gewoon een lcd-tv. In de achtergrondverlichting gebruikt hij leds, samen met Quantum Dot-materiaal (in de vorm van een film). Dat Quantum Dot-materiaal heeft geen of weinig last van veroudering. De mogelijk problemen zijn dus dezelfde als bij andere lcd-tv’s. Quantum dot-tv’s hebben geen last van beeldretentie of inbranden.

©Leo | stock.adobe.com

Quantum dot-materiaal

OLED

Bij een tv met oled-scherm is elke pixel zijn eigen lichtbron. Het organische, lichtgevende materiaal degradeert over tijd. oled-schermen zijn gevoelig aan image retention en inbranden. Dat wordt veroorzaakt door statische afbeeldingen gedurende lange tijd weer te geven, zoals logo’s of elementen van een gebruiksinterface. Het gebruik van nieuwe materialen en verschillende technieken om inbranden te voorkomen, zoals pixel shifting, screensavers, en opschooncycli hebben het risico over de loop der jaren wel sterk verminderd.

Bij recente modellen, televisies van maximaal drie jaar oud, is het risico klein. Het oled-materiaal verliest zoals elke lichtbron over verloop van tijd helderheid, en kan ook lichte kleurwijzigingen ondergaan omdat de verschillende kleuren oled-materiaal aan verschillend tempo verouderen.

©Eric Beeckmans

Een macrofoto van een WOLED-scherm.

QD-OLED

QD-OLED-schermen gebruiken een combinatie van oled en Quantum Dot-materiaal. Het grootste risico is inbranden, net zoals bij oled-schermen. Voorlopige testen lijken uit te wijzen dat qd-oled gevoeliger is voor inbranden dan oled. De vermoedelijke reden is dat oled-schermen in tv over vier subpixels beschikken (wit, rood, groen en blauw) terwijl QD-OLED slechts drie subpixels gebruiken (rood, groen en blauw). OLED-schermen kunnen de veroudering dus spreiden over meer subpixels, waardoor die langer meegaan. QD-OLED is nog vrij nieuw, dus vermoedelijk is daar nog veel verbetering mogelijk. Uiteraard verliest het ook licht over verloop van tijd, maar het risico op kleurverschuivingen is geringer.

©Eric Beeckmans

Macrofoto van een QDOLED-scherm.

De levensduur in het algemeen

De levensduur van een moderne tv is erg lang, cijfers variëren tussen de 30.000 tot 60.000 uur of meer als richtlijn. Maar zelfs met 30.000 uur kun je omgerekend 20 jaar lang vier uur per dag televisie kijken voordat het scherm ten einde is. Let er wel op dat dit niet betekent dat je al die uren dezelfde prestaties behoudt. Want, zoals gezegd daalt de helderheid gestaag na verloop van tijd en, afhankelijk van de technologie, kun je (beperkte) egaliteitsproblemen tegenkomen.

Bij oled en qd-oled-schermen is het vooral zaak om statische afbeeldingen niet gedurende lange tijd op het scherm te laten staan om het risico op inbranden te minimaliseren. Wanneer dat toch gebeurt, (bijvoorbeeld bij een demo-tv in een winkel), kies dan liever een van de vele types lcd-tv. Zet oled-tv’s verder ook in de stand-by, schakel ze niet volledig uit. Zo kan de tv zijn opschooncycli doen terwijl je niet kijkt. Ook dat beperkt het risico op inbranden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.