ID.nl logo
Helpt een smartwatch je gezonder te leven?
© Reshift Digital
Gezond leven

Helpt een smartwatch je gezonder te leven?

Door de coronacrisis zijn veel meer mensen zich bewust van hun gezondheid. En daar spelen fabrikanten als Apple, Samsung, Fitbit en Polar slim op in met een nieuwe reeks horloges die van allerlei metingen kunnen doen om jouw gezondheid te peilen. Hoe meten deze wearables zaken als beweging en hartslag en hoe helpen deze data je dan precies? En natuurlijk de hamvraag: helpt een smartwatch je daadwerkelijk om gezonder te leven?

Het bestaansrecht van smartwatches is altijd een lastig punt geweest, met name omdat veel functionaliteit gezocht werd in zaken die een smartphone ook kan. Meldingen synchroniseren, entree-qr-codes tonen, navigeren, weersinformatie weergeven ... Het is allemaal heel handig, maar met dit soort functies weet geen smartwatch zich onmisbaar te maken. Op één gebied na: beweging en gezondheid. Een smartwatch draag je continu op je lichaam, wat mogelijkheden biedt je beweging nauwkeurig bij te houden en met sensoren allerlei lichaamsfuncties, zoals je hartslag, te meten. Hiermee hebben de makers van smartwatches (en fitnessarmbandjes) hun meerwaarde gevonden. 

Dat maakt wel dat de ontwikkelingen van wearables vrijwel alleen maar op het gebied van sportiviteit en gezondheid plaatsvinden. Met betere sensoren worden de metingen nauwkeuriger, slimme algoritmes herkennen activiteiten en coachen je om optimaal te presteren en gps-chips leggen nauwkeurig je route vast of je nu zwemt, roeit, wandelt, hardloopt of fietst. Onderweg even een AA’tje meepikken? Dat reken je contactloos af met je horloge. En bij de kassa pauzeer je even gemakkelijk via je horloge de muziek die uit je bluetooth-oortjes komt. Kortom, tijdens activiteiten zorgt een smartwatch er nu zelfs voor dat je je smartphone niet eens meer nodig hebt. 

©PXimport

Beweging en gezondheid zijn de gebieden waarop een smartwatch zijn meerwaarde bewijst.

-

Van ver gekomen

Het duurde even voordat fabrikanten doorhadden dat de sleutel voor smartwatches bij beweging en gezondheid lag. Daarna zijn de ontwikkelingen snel gegaan, qua algoritmes, nauwkeurige metingen en functies. Zo is het zelfs al mogelijk om hartfilmpjes (ecg’s) te maken, je bloedzuurstofwaarde te meten en is er zelfs al een smartwatch op de redactie geweest waarover werd geclaimd dat deze je bloeddruk kon meten. Ten onrechte overigens. Zelfs zonder medische achtergrond konden we op de redactie al vaststellen dat er geen zinnige waardes gemeten werden én dat het een wonder was dat alle redacteuren überhaupt nog in leven waren. Maar wie goed zoekt, kan wel degelijk apparatuur vinden die wellicht betere metingen maakt (al dan niet na ijking met een echte bloeddrukmeter), zoals de Omron Blood Pressure Watch. Samsung claimt dat zijn laatste horloges eveneens je bloedruk kunnen meten. 

©PXimport

Tijd voor gezondheid

Hoewel de ontwikkelingen op gezondheidsgebied al jaren aan de gang zijn, was 2020 natuurlijk hét jaar voor fabrikanten om hun smartwatches aan te prijzen. De pandemie zorgde ervoor dat het in de gaten houden van je gezondheid meer dan ooit leefde, wat natuurlijk enorme kansen bood voor smartwatchfabrikanten. Neem Fitbit als voorbeeld, dat in het voorjaar de Fitbit Sense lanceerde, die meer dan ooit inspeelde op gezondheid. Naast het maken van hartfilmpjes en het meten van de bloedzuurstofwaarde, kan de smartwatch ook je huidtemperatuur meten. Los van de vraag of deze functionaliteit ook naar behoren werkt, is het natuurlijk enorm slim ingespeeld op de situatie. Want een van de symptomen van Covid19 is koorts. En niet geheel toevallig is deze functie alleen verkrijgbaar op dit  horloge, de duurste die Fitbit aanbiedt (329 euro). Overigens nog altijd een stuk goedkoper dan het alternatief waar Fitbit niet subtiel van spiekt: de Apple Watch, waarvan de zevende generatie zo’n 400 euro kost. Kortom, gezondheid lijkt de nieuwe melkkoe voor smartwatchfabrikanten te zijn. En daar is overigens niets mis mee. Maar hiermee zijn we nog niet dichter bij een antwoord op de vraag gekomen die ik in het intro stelde: Helpt een smartwatch je daadwerkelijk gezonder en actiever te leven? Om hier wat zinnigs over te kunnen zeggen, moeten we eerst kijken naar de technologie van deze draagbare apparaatjes.

©PXimport

Hoe werkt de meting van een smartwatch?

Bij wearables zijn er vooral vergaande ontwikkelingen op het gebied van hartslagmeting. Wanneer je de binnenkant van je smartwatch of fitnessbandje bekijkt, zie je een knipperlichtje. Meestal is deze groenkleurig, maar het komt ook weleens voor dat dit een rood lampje is. Dit is de sensor die de hartslag meet. Pieter Hélin legt namens sporthorlogefabrikant Polar de werking van hartslagmeting via deze lampjes graag uit: “De led emittors sturen een lichtsignaal door de bovenste huidlaag. De reflectie van dit signaal wordt opgevangen aan de hand van kleine receptoren die naast de ledsensoren geplaatst zijn. Via de ledsensoren wordt een zogeheten PPG (Photoplethsymogram) weergeven. In deze weergave worden de bloeddoorstromingen in je microvasculaire bloedvaten getoond. Gebaseerd op deze reflectie wordt het aantal hartslagen per minuut berekend.” Intussen zijn het aantal ledjes op de smartwatch toegenomen, om zo nauwkeuriger te kunnen meten. Een sporthorloge kan namelijk het contact met de huid verliezen, met name gedurende beweging. Hélin: “Ondertussen is de Polar-technologie geëvolueerd naar tien ledlichtjes in verschillende kleuren en meerdere receptoren. Met de verschillende kleuren kunnen op verschillende niveaus bloeddoorstromingen gemeten worden. Dit verhoogt de meetnauwkeurigheid aanzienlijk.”

De hartslagmeting via ledlichtjes op de huid is vooral in opkomst dankzij wearables, maar ook door Samsung-smartphones, die jarenlang aan de achterzijde over een hartslagmeter beschikten waarmee een momentopname van je hartslag gemaakt kon worden. Een doorlopende meting is echter wat van echte waarde lijkt te zijn om wat zinnigs te kunnen zeggen over de hartgezondheid of om stoornissen te kunnen detecteren. Tot voorheen gebeurde dit soort metingen vaak via medische en sportapparatuur die de elektrische activiteit van het hart meten. Zo krijgen sporters nog altijd een borstband om tijdens inspanningen en dragen (mogelijke) hartpatiënten een holtermonitor met zich mee; een klein kastje dat je aan je riem draagt en in verbinding staat met op het lichaam geplakte sensoren. Deze holters worden vaak één à twee dagen gedragen om zo een nauwkeurige hartfilm (ecg) te kunnen maken die door de arts kan worden uitgelezen om een eventuele hartritmestoornis vast te stellen.

Saturatiemeter 

De Apple Watch heeft sinds series 6 ook een saturatiemeter, waarmee je het zuurstofgehalte in je bloed kunt meten. Dit geeft een beter beeld van je conditie en gezondheid. Hoe je de saturatiemeter instelt, leggen we uit in dit artikel.

©PXimport

Activiteitsmeting

Wanneer je begint met sporten, hoef je je smartwatch niet aan te zetten. Wearables zijn in staat te meten wanneer je een activiteit start en zelfs te herkennen wát je doet. De Apple Watch herkent zelfs valpartijen, en geeft dit eventueel door aan een contactpersoon. Hélin: “Activiteit wordt gemeten aan de hand van een ingebouwde accelerometer. De bewegingen van je hand, pols en arm correleren heel goed met de fysieke activiteit die je op dat moment aan het doen bent. Deze versnellingssensor zal niet weten of je aan het wandelen, paardrijden, fietsen, zwemmen bent of in de tuin aan het werken. Maar aan de hand van de geregistreerde versnellingsdata kan hij wel een goede inschatting maken of je met een beweging bezig bent die qua intensiteit overeenkomt met liggen, zitten, staan, wandelen of intensief bewegen.” Om de activiteit vast te stellen, wordt ook de hartslagmeter ingezet. “Voor een accelerometer is wandelen met of zonder rugzak van 20kg exact dezelfde beweging. Met die rugzak zal je intensiteit (en dus ook je hartslag) wel een stuk hoger liggen. Hier zal de hartslag gebruikt worden om de intensiteit van de beweging te bepalen.”  Een wearable laat ook zien hoeveel calorieën je verbrandt, bijvoorbeeld gedurende zo’n activiteit. Hier wordt als het ware een formule voor toegepast. “Een aantal persoonlijke parameters zoals lengte, leeftijd, gewicht, geslacht en conditieniveau worden tijdens je activiteit of training in rekening gebracht in combinatie met je beweeg- of trainingsintensiteit. Iemand van tachtig kilo zal tijdens een gelijkaardige intensiteit meer calorieën verbruiken dan iemand van zestig kilo. Uiteraard geldt ook: hoe hoger de intensiteit, hoe meer calorieën je verbrandt. Maar zelfs als twee personen met dezelfde uiterlijke fysieke parameters op dezelfde relatieve intensiteit sporten, zal diegene met het beste conditieniveau de meeste calorieën verbranden.” Overigens moet je deze cijfers met een korreltje zout nemen omdat er natuurlijk nog veel meer factoren meespelen.

Borstband, holter, ledlichtjes

Hoe verhouden de ledmetingen van een smartwatch zich ten opzichte van een borstband of holter? Hélin is van mening dat de borstband nooit helemaal zal verdwijnen, omdat elektrische metingen sneller en nauwkeuriger meten. Bijvoorbeeld om snelle hartslagschommelingen vast te stellen. Naar aanleiding van deze uitspraak zou je verwachten dat elektrische hartslagmeting de enige meetvorm is die serieus wordt genomen als het op medisch en topsportgebied aankomt en dat deze polsgimmicks door professionals in dit werkveld links gelaten worden. Niet is minder waar, aldus Harald Jorstad (sportcardioloog, tevens werkzaam bij het Sportmedisch Centrum Papendal van NOC*NSF) en Jasper Selder (cardioloog en biomedisch ingenieur), die beiden werkzaam zijn aan het UMC Amsterdam. Beiden hebben al veel praktijkervaring met smartwatches in het werkveld, ondanks dat de ecg-functionaliteit op smartwatches pas voor het eerst begin 2019 beschikbaar kwam op de (vierde generatie) van de Apple Watch. Alleen Withings en sinds kort ook Fitbit bieden deze functionaliteit in een smartwatch. Jorstad vertelt: “We hebben een man van zo’n zeventig jaar kunnen helpen het sporten weer beter op te kunnen pakken. Ondanks dat hij erg sportief was, merkte hij dat het hem steeds moeilijker af ging. Uiteindelijk zijn we via een smartwatch erachter gekomen dat de man een hartritmestoornis had. Door zijn trainingen daarop aan te passen, kon hij de draad weer oppakken.”

De cardiologen leggen uit dat het voordeel van een smartwatch ook zit in het feit dat je hem altijd bij je draagt. Zo wordt er dus ook gemeten op onvoorspelbare momenten of in je slaap. En kun je wanneer je zelf iets merkt handmatig een ecg maken. “Voor zeldzame ziektes of infarcten is zo’n ecg niet bijdragend”, vertelt Selder. “Voor het vaststellen van veelvoorkomende problemen, zoals boezemfibrillatie, kan deze ecg wel degelijk van waarde zijn. Een ecg blijft echter natuurlijk wel een momentopname.”

©PXimport

Nauwkeurigheid kan beter

Toch zitten we nog in een beginstadium als het aankomt op de detectie van ritmestoornissen. Dat komt met name door de nauwkeurigheid van de metingen. Een smartwatch kan bijvoorbeeld bewegen. Tijdens een oefening is dat helemaal niet ondenkbaar. Hierdoor heb je een grotere kans op een meting van slechte kwaliteit. Volgens Selder kunnen deze slechte metingen wel oplopen tot dertig procent. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang deze er maar uitgefilterd worden door een algoritme. Als dat niet gebeurt geeft een smartwatch dus onterecht aan dat er sprake is van een ritmestoornis, en dan kan dit een vals positieve meting worden. Dat creëert wel extra zorgbelasting. Zelfs al zou de accuraatheid 99% zijn, dan blijft die ene procent behoorlijk belastend voor de zorg als jonge, gezonde mensen massaal een smartwatch gebruiken. Met beter ontwikkelde software-algoritmes in de smartphone, zal dit op den duur wel kunnen bijdragen aan zorg op afstand. Zulke zorg is onder andere door de corona-epidemie erg belangrijk gebleken.

Eisen aan ecg’s

Er zijn maar weinig wearables die een ecg kunnen maken. Uiteraard komt dit niet alleen omdat het apparaat hiervoor nauwkeurig moet kunnen meten en bijzonder ingewikkelde algoritmes moet kunnen toepassen. Ook mag er niet zomaar geclaimd worden dat het apparaat een hartfilmpje kan maken, hiervoor is een specifieke CE-certificering vereist. Dit voorkomt dat er slecht vastgestelde medische claims door fabrikanten gemaakt kunnen worden en verklaart waarom er in Europa geen spotgoedkope imitatie-smartwatches te koop zijn die ook een ecg-functionaliteit bieden.

Toekomst smartwatch

Gezondheids- en sporttoepassingen lijken hét bestaansrecht van de smartwatch te zijn en het lijkt erop dat we vooral op dit gebied nog meer ontwikkelingen gaan zien. Selder en Jorstad zijn optimistisch over de mogelijkheden hoe een smartwatch ons in de nabije toekomst kan helpen om gezonder te leven en sportief beter te presteren. Ook al hangt de meerwaarde van de smartwatch af van het doel, want een gezond iemand heeft tenslotte meer aan motivatie dan aan een ecg. Ontwikkelingen kunnen bijvoorbeeld nog plaatsvinden op het vlak van gezondheidsmetingen. We denken dan aan metingen zoals bloeddruk, lichaamstemperatuur, ademhaling en bloedzuurstofwaardes. Ook de vruchtbaarheid van vrouwen is een interessant gebied voor smartwatchfabrikanten, evenals een verfijning van de slaapanalyse. Krijgt je lichaam wel genoeg mogelijkheid te herstellen na een intensieve dag?

Hélin denkt vooral dat de toekomst ligt in verfijning van de meetalgoritmes. Ook hoe de data gebruikt worden, zal veranderen: “Op de korte termijn zie ik wel meer integratie gebeuren van deze beweeg- en activiteitsparameters in verschillende apps en platformen. Breng de data op een juiste manier naar de mensen. Je kunt je stappen meten, je kunt je slaap meten, je kunt je fysieke activiteit meten, maar wat betekent dat voor jou? Hoe zullen we ons gedrag aanpassen aan de hand van de interpretatie van de data? Hoe worden deze data gebruikt in gezondheidsplatformen? Worden deze data gebruikt door zorgverstrekkers en preventiewerk? Data meten en verzamelen is één ding, maar de interpretatie op een eenvoudige manier naar de gebruiker brengen, is de huidige uitdaging.”

©PXimport

Data

En zo slaan we direct een bruggetje naar een onderwerp dat in tech veelbesproken blijft: data. Medische gegevens zijn zeer persoonlijk en het medisch beroepsgeheim weegt niet voor niets extra zwaar in onze wetgeving. Privacy is hierbij iets om bewust van te zijn en ook een verantwoordelijkheid, zowel voor de gebruiker en eventueel de betrokken medisch specialist, maar ook voor fabrikanten en app-ontwikkelaars. Vooral de laatste twee groepen zijn een punt van zorg. Neem bijvoorbeeld Fitbit en Apple. Eerstgenoemde is overgenomen door Google, een bedrijf dat een niet al te beste privacyreputatie heeft, omdat het als een rupsje nooitgenoeg persoonsgegevens verzamelt en inzet voor de verkoop van advertenties. De overname van Fitbit door Google ligt daarom onder de loep door de Europese Commissie, die probeert te voorkomen dat de gezondheidsgegevens gebruikt worden voor inkomsten. Apple heeft, mede dankzij sterke marketing, een betere reputatie als het op privacy aankomt. Maar ook Apple is een rupsje nooitgenoeg en probeert er alles aan te doen om gebruikers te gijzelen in het eigen ecosysteem, om zo een inkomstenbron van Apple-apparatuur en -diensten te garanderen. Een fijn gespreid bedje, maar tegelijkertijd een gevangenis waar je niet zomaar uitbreekt. Zo is je Apple Watch met geavanceerde gezondheidsmeting opeens waardeloos als je besluit je iPhone te vervangen door een Android-smartphone. Ook is Apple de cipier van je data. Zij bepaalt wat jij ermee mag. Zo kun je je gezondheidsgegevens alleen inzien op Apple-apparaten. Ook andere fabrikanten hebben hier een handje van. Je data exporteren (kan, als je geluk hebt) met wat rauwe cijfers naar een tamelijk waardeloos xml-bestand. Fabrikanten zijn meer geïnteresseerd in koppelingen met apps als Strava, Runkeeper of Google Fit.

©PXimport

Gegevensdeling

Maar de app-makers op hun beurt gaan ook niet altijd even verantwoordelijk om met gezondheidsdata, al dan niet verkregen via een wearable. Daar kwam bijvoorbeeld een Noors onderzoeksbureau (SINNTEFF) achter. En dating-app Grindr (zonder medeweten van gebruikers) speelde aan derde partijen onder meer door of een gebruiker hiv-positief is. Ook bleek de deling van deze gegevens niet versleuteld te gebeuren: een mogelijk datalek. Jorstad wijst daarbij ook op een onderzoek van de FTC uit 2014, waarbij gezondheids-apps onder de loep werden genomen. Hieruit bleek dat twaalf onderzochte apps data delen met 76 verschillende derde partijen. Hieronder bevonden zich ook gegevens over lichamelijke gesteldheid en gewoontes.

Het toont aan dat je als gebruiker kritisch zou moeten zijn aan welke diensten je je gezondheidsgegevens toevertrouwt, en mogelijk zou strenge wetgeving en naleving hier ook een grotere rol in moeten spelen.

AliveCor Kardia Mobile 6L

Een smartwatch is niet de enige gadget die in staat is een hartfilmpje te maken. De Kardia Mobile 6L van AliveCor is een apparaat dat deze taak ook op zich kan nemen. Door je vingers op een klein apparaatje te leggen kan niet alleen een ecg worden gemeten, maar ook je bloeddruk. Dit apparaatje staat in verbinding met een app op je smartphone.

©PXimport

Voordat je een smartwatch koopt

Ben je niet geïnteresseerd in gezondheid of een actief leven, dan zul je misschien wat teleurgesteld zijn in de mogelijkheden en ontwikkelingen op het gebied van smartwatches. Veel meer dan een verlengstuk van je smartphone is het op dit moment niet. Wie echter als goed voornemen een wearable koopt om meer te bewegen of om een kwaaltje op te sporen, gooit ook relatief snel de wearable weer in de kast. Een wearable is namelijk nog niet in staat ziektes vroegtijdig vast te stellen, wat bijvoorbeeld voor de bestrijding van de Covid19-uitbraak fantastisch had geweest. De mogelijkheid van Fitbit bijvoorbeeld om de huidtemperatuur te meten, speelt slim in op de pandemie waarbij koorts een van de symptomen is. Maar in de praktijk is het nutteloos, omdat de huidtemperatuur al andere metingen oplevert als je onbewust met je arm onder de deken in plaats van boven de deken slaapt, het raam open hebt staan of de verwarming een graadje hoger dan gebruikelijk zet.

“Als je al erg lang ongezond leeft, zal een smartwatch je niet helpen opeens gezond te worden. Zelfs al zouden we nu aan de gehele bevolking deze apparaatjes uitdelen, dan zul je op lange termijn niet zien dat mensen meer gaan bewegen”, benadrukt Jorstad. “De sleutel zit in motivatie.” Je kunt daardoor het beste, al dan niet met een plan of schema gewoon beginnen met een gezondere of sportievere levensstijl. Desnoods kan een coach je hierbij helpen, en daar begint het goede voornemen. Je wearable helpt je vervolgens om je prestaties te monitoren en op basis van je prestaties en herstel beter, meer of juist minder te trainen.

Hélin, Selder en Jorstad zijn eensgezind: raadpleeg bij klachten altijd eerst een arts!

-

Zelfdiagnose

Tevens is het onverstandig om een smartwatch te kopen voor zelfdiagnose of bevestiging van gezondheidsklachten. Zowel Hélin, Selder als Jorstad zijn eensgezind op dit gebied: raadpleeg bij klachten altijd eerst een arts. Een smartwatch kan de arts wel helpen bij de diagnose en monitoring. Dan neemt de smartwatch de ondersteunende taak op zich. Minder belangrijk dan gehoopt misschien, maar nog steeds uiterst waardevol.

Het ligt voor de hand dat het raadplegen van een arts bij klachten en dat een combinatie van motivatie en discipline ervoor zorgen dat je het meeste uit je smartwatch haalt, zonder dat je dure gadget binnen een paar weken al in de la verdwijnt. Maar ook als je al gezond bent, is een wearable een prima toevoeging. Bijvoorbeeld omdat het je met gegevens over je voortgang kan motiveren, nieuwe oefeningen kan aanraden of je juist kan helpen op tijd je rust te pakken. Monitoring van gezondheid is nog behoorlijk in ontwikkeling, en vergeet ook niet dat op dit gebied ziektes voorkomen letterlijk beter is dan genezen. En tech hoeft hierin geen rol te spelen: goede voeding, voldoende hydratatie, nachtrust en gemoedrust doen al heel veel goeds voor je gezondheid.

©PXimport

Hartwacht

Uiteraard ben je niet beperkt tot een holter of smartwatch om (mogelijke) hartkwalen te ontdekken. Zo is er ook Hartwacht. De app staat in contact met Cardiologie Centra Nederland. In deze medische app voer je handmatig gegevens in, zoals je gewicht, hartslagwaardes en bloeddruk, en aan de hand daarvan kunnen cardiologen en verpleegkundigen op afstand je gezondheid monitoren.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.