ID.nl logo
Oost, west, thuis best: 5 sekstoymerken van Nederlandse bodem
© Leonid Iastremskyi
Gezond leven

Oost, west, thuis best: 5 sekstoymerken van Nederlandse bodem

Satisfyer, LELO, WeVibe: het zijn allemaal leuke merken, maar ze moeten wel van ver komen. Wist je dat we in Nederland ook een aantal goede sekstoymerken rijk zijn? Wil je graag het echte ‘Dutch Design’, dan zijn dit vijf merken om in de gaten te houden. 

In dit artikel kijken we naar vijf Nederlandse merken (en één Vlaams merk) die sextoys en andere erotische artikelen maken: Biird | Rianne S | EasyToys | The Oh Collective | Aia* | Self Studies

Lees ook: Zo werkt de Satisfyer

Biird

Biird is een Nederlands merk dat opvalt omdat het sekstoys maakt die gezien mogen worden. Vooral de Namii vinden we erg leuk, omdat het een klein lampje heeft, maar er zijn meer producten die op prachtige wijze worden gepresenteerd (en ook nog eens heel effectief kunnen zijn). Biird wint regelmatig awards, zoals recent voor de Evii, een externe vibrator met twee motoren die wordt opgeladen op een soort plateau dat meteen dienst doet als plek om je sieraden op neer te leggen. Biird is enorm creatief met zijn opladers en dat alleen al is een enorm frisse wind door de sekstoy-industrie. De speeltjes zijn ook ontzettend zacht, waardoor je ze steeds even wil aanraken als je er langs loopt. Nogmaals: ze zijn zo mooi van design dat je ze gewoon, zonder blikken of blozen, op je nachtkastje kunt zetten. Hier kun je Biird vinden.

©Biird | https://www.biird.co

Rianne S

Rianne S is het merk van Rianne Swiersta, die sinds 2010 seksspeeltjes maakt. Een van de dingen die we erg leuk vinden aan dit merk is dat Rianne haar inspiratie uit onder andere films en verhalen haalt: zo maakte ze ‘Eva’s Appel’, een sekstoy die zorgt dat Eva uit het scheppingsverhaal juist een heldin is, in plaats van een schurk. Ze maakt toys met klei en door ze te tekenen, waarbij er in China 3D-modellen worden gemaakt waarvan vervolgens prototypes worden gemaakt. Een motor erin, door het testpanel heen en klaar. Natuurlijk gaat daar wel wat tijd overheen, maar inmiddels heeft Rianne S als merk een zeer indrukwekkende line-up. Eentje die je onder andere kunt vinden bij magazine Linda, want de seksspeeltjescollectie die ze daarvoor maakte, zette haar in één klap op de kaart. Onze tip? Ze heeft een erg indrukwekkende collectie Geisha-balletjes voor genot én training. Check hier haar website.

©Rianne S https://www.rianne-s.com

EasyToys

In tegenstelling tot de andere merken in dit lijstje is EasyToys niet per se op zoek naar naturel kleuren en subtiliteit: het feit dat dit Nederlandse merk (dat overigens ook buitenlandse merken verkoopt) een sekstoy in de vorm van een knalroze rookworst ontwikkelde voor de HEMA (als onderdeel van een meer uitgebreide speeltjes-collectie) zegt wel dat het juist enorm ondeugend is. En veel oer-Hollandser wordt het ook niet. EasyToys is net als de HEMA een warenhuis, maar dan online en vol met alles voor in de slaapkamer, of de bank, of waar en hoe je ook maar seks hebt. De keuze is reuze, maar het is leuk om te zien dat EasyToys ook zijn eigen producten maakt. Zeker dat het ook nog eens zo succesvol is. Je vindt de website EasyToys hier.

The Oh Collective

Dit is één van onze favoriete, Nederlandse merken, omdat het is gestart door vier leuke dames: Simona Xu, Winxi Kan, Eden Chiang en Diana Lin. Deze vriendinnen gaven elkaar een soort uitdagingen voor meer spanning in de slaapkamer en daarbij kwamen ze tot de conclusie dat veel seksspeeltjes over-de-top zijn en niet echt bij ze pasten. Ze vinden het belangrijk om taboes bespreekbaar te maken en seksspeeltjes te maken die veilig zijn en die je je goed laten voelen over jezelf: empowered zelfs. De vegan speeltjes van The Oh Collective zijn met hun verschillende schakeringen blauw erg leuk om te zien en zitten in prachtige verpakkingen. Vooral de Dream Team-box is het proberen waard: die zit vol met speeltjes om samen met een partner te ontdekken. Je vindt The Oh Collective hier.

Watch on YouTube

Aia*

Het merk Aia* maakt geen speeltjes, maar wel iets dat van pas kan komen tijdens een vrijpartij: glijmiddel. Het is opgericht door de broer en zus Hugo en Simone Kuijer, die Aia zien als een sexual wellness-merk dat zich onderscheidt van de standaard heftige glijmiddelen in hun zuurstokkerige tubes, met hun smaakjes en hun ingrediëntenlijst die vol vage spulletjes staat. Aia is natuurlijk en vegan en wordt zelfs duurzaam geproduceerd. En de bruinoranje flesjes zien er ook nog eens heel stijlvol uit. Kun je zo op je nachtkastje laten staan. Je vindt de website van Aia hier.

©Aia* | https://timeforaia.com/

Hallo Vlaanderen!

Het laatste merk waarmee we je willen laten kennismaken is Self Studies. Het is een Vlaams merk dat is gestart door twee vrouwen uit Antwerpen, Sarah Downe en Lauren Verweij. Het is iets meer gefocust op zelfliefde en gendergelijkheid. Dit merk is curator van een aantal heel vrolijke, roze gadgets, zoals een op een snoepje lijkende masturbator en de Magic Flamingo, die zowel de G-spot als de clitoris stimuleert en erg stil is. We zijn echter vooral onder de indruk van de toys met heel natuurlijke kleuren, zoals de clitvibrator Kushi, die op een soort schelp lijkt, of de witte Yuki met zijn steen-achtige vormen. Dit is de website van Self Studies.

Genoeg keuze dus, wederom in allerlei vormen, kleuren en maten. Toch leuk om een merk te kunnen ondersteunen dat van eigen (of bijna eigen) bodem komt. Veel plezier!


▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.