ID.nl logo
Warmte uit de schutting: geen lelijke buitenunit meer?
Energie

Warmte uit de schutting: geen lelijke buitenunit meer?

De buitenunit van een warmtepomp is allesbehalve een discreet, laat staan een mooi toestel. De meeste zijn behoorlijk groot en plomp. Bovendien zorgen ze vaak voor geluidsoverlast. Al die minpunten vallen weg dankzij een recente uitvinding van Nederlandse bodem: een metalen schutting die zo’n buitenunit vervangt. Wat is de energieschutting, hoe werkt het en voor welke situaties is hij bedoeld?

Dit artikel in het kort: In plaats van een buitenunit bestaat er een Nederlandse uitvinding waarbij een aluminium schutting wordt gebruikt om energie uit de buitenlucht te halen voor de warmtepomp. De energieschutting is uit de experimentele fase en wordt vanaf nu gecommercialiseerd.

Lees ook: Longread warmtepompboilers

Thermodules 

De zogenaamde energieschutting is het resultaat van de samenwerking tussen het Gelderse VITbouw en partnerbedrijf OptiSolar. De schutting bestaat uit speciaal ontworpen aluminium stroken, de zogenaamde Thermodules. Op iedere Thermodule zitten vijf ribben die de warmte opvangen en in iedere module bevinden zich drie luchtkamers waarin de buitenlucht circuleert. Tegen deze rechthoekige luchtkamers zit ook een leiding waarin een mengsel van glycol (antivries) en water stroomt dat wordt aangedreven door een circulatiepomp. Het glycol-watermengsel absorbeert de temperatuur uit de luchtkamers en transporteert de energie van de Thermodule tot bij de warmtepomp. 

De thermodule bestaat uit drie luchtkanalen en een leiding waarin water met glycol circuleert. (foto: OptiSolar)

Luchtkamers en leiding met water-glycol

De Thermodule werkt volgens het eenvoudige natuurkundige principe dat de warme lucht stijgt en koude lucht daalt. De rechtopstaande luchtkamers zuigen door het temperatuurverschil voortdurend omgevingslucht aan van onder naar boven. Hierdoor ontstaat in de luchtkamers een natuurlijke luchtstroming. Het water-glycol mengsel wordt op die manier opgewarmd naarmate de lucht bovenaan warmer wordt. Vanuit de schutting lopen twee kunststof leidingen van 25 mm dikte naar de warmtepomp. De koude leiding wordt met de onderkant van de energieschutting verbonden, de warme leiding met de bovenkant. Om een woning met een 3kW-warmtepomp te voorzien van de benodigde energie zijn twee schuttingdelen nodig. 

2 schuttingdelen = 52 m² contactoppervlak

Zo’n strook Thermodule is slechts 9 cm breed, maar door de drie luchtkamers heeft deze aluminium module toch een contactoppervlak met de buitenlucht van 0,73 m².  Omgerekend betekent dit dat slechts twee schuttingdelen samen 52 m² contactoppervlak hebben waarmee ze warmte uit de buitenlucht halen. Behalve uit de buitenlucht, haalt de schutting ook energie uit de straling van het zonlicht. Zelfs wanneer de zon laag staat en dus haaks op de schutting, wat het geval is in de winter, vangt de schutting nog stralingswarmte van de zon op. Het is natuurlijk niet de bedoeling om de schutting te laten begroeien of om er bomen of een heg voor te planten, omdat je er de stralingswarmte mee tegenhoudt. Bovendien kunnen bladeren en takjes de luchtkanalen verstoppen.  

Meer weten? Lees dan: De meest gestelde vragen over warmtepompen

Twee kunststof leidingen verbinden de energieschutting met de warmtepomp. (Foto: OptiSolar)

Fris in huis, maar de cv moet nog even uit blijven?

Kussens en dekens houden je ook lekker warm

Modulair en duurzaam

De schutting zelf bestaat uit geanodiseerd aluminium, waardoor hij een lange levensduur heeft en bestand is tegen weer en wind. Een element is 180 cm hoog en 200 cm lang, maar hij kan uitgebreid worden met delen van 100 cm breed naar gelang de warmtevraag van de installatie. Dankzij deze modulaire opbouw kan de schutting aangepast worden aan de tuin. Net als iedere schutting kan deze constructie geplaatst worden als erfafscheiding ter vervanging van een houten of betonnen schutting. De Thermodules kunnen ook in variabele lengtes tegen een gevel worden bevestigd, waardoor je in plaats van een energieschutting een energiegevel krijgt. Op die manier is het bijvoorbeeld voor bedrijven interessant om niet-gebruikte geveloppervlak in te zetten voor duurzame energie. 

Ook de moeite waard: De voor- en nadelen van de warmtepomp

De energieschutting is modulair uitbreidbaar.  (Foto: OptiSolar)

Voordelen

OptiSolar maakt er geen geheim van dat zo’n metalen energieschutting wel 20 tot 30 procent duurder is dan een buitenunit, maar er zijn enkele belangrijke voordelen. De energieschutting biedt een oplossing om zonder grondboring of luidruchtige buitenunit te verwarmen. In tegenstelling tot de inmiddels klassieke buitenunit is zo’n schutting wel een discrete warmtewinner. Niemand zal vermoeden dat dit de energiebron van de warmtepomp is. Bovendien bevat de schutting geen bewegende delen, wat bij de verdamper van een normale warmtepomp wel het geval is. Het ontbreken van elektromechanisch bewegende delen verhoogt de levensduur aanzienlijk. 

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

Prijzen

Zo’n schutting kost zo’n 1000 euro per strekkende meter. Om een normale woning met deze schutting in combinatie met een hybride warmtepomp van 3 kilowatt te verwarmen, zijn er twee delen van twee meter lang nodig. Reken voor de schutting op een kost van 4000 euro. Een 3 kilowatt-warmtepomp heeft slechts een bescheiden vermogen. Je kunt het vermogen optrekken naar 6 kilowatt en dan heb je volgens OptiSolar 6 strekkende meter energieschutting nodig op voorwaarde dat de woning goed is geïsoleerd. De schutting blijft veel goedkoper dan een grondboring. Bovendien is het niet altijd mogelijk om een boring uit te voeren.

Water-waterwarmtepomp in hybride-opstelling

De warmtepomp die is aangesloten op de energieschutting is een hybride-toestel van het type water-water. De energie komt binnen via het water-glycolmengsel dat door de modules stroomt en daarmee wordt via de warmtepomp het water van de vloerverwarming verwarmd. Kun je met de schutting dan het huis het hele jaar door, dag en nacht verwarmen? Neen, zeker niet. ’s Nachts vermindert het rendement van dit systeem en wanneer het vriest, moet de cv-ketel bijstoken. Vandaar dat dit een oplossing is voor een hybride-opstelling, een warmtepomp die in combinatie met een gasketel werkt. Op zonnige dagen bij vriestemperatuur kan de warmtepomp nog steeds warmte uit de schutting halen. In de hybride-opstelling zorgt de warmtepomp voor goedkoop tapwater en voor de verwarming zolang die energie via de schutting kan geleverd worden. Wanneer het te koud is en de warmtepomp het niet meer redt, zal de ketel het overnemen. 

Ook interessant voor jou: De meest voorkomende misverstanden over warmtepompen

Slimme aansluitbox 

OptiSolar gebruikt ook een eigen ontworpen installatiebox, de zogenaamde OptiBox. Hierin zitten alle componenten om de installatie met de warmtepomp te verbinden. De OptiBox verdeelt de warmte naar de warmtepomp, het tapwater en de verwarmingsinstallatie van de woning. 

Prestaties sterk afhankelijk van weersomstandigheden

De ontwikkelaar heeft het over een besparing van 60 tot 80 procent op de gasrekening. Dat is natuurlijk relatief, omdat hiermee niets gezegd wordt over de stroomrekening, die ondertussen wel stijgt zoals bij iedere warmtepomp. Deze percentages haalt de ontwikkelaar uit het testproject in Amersfoort waar drie woningen werden verwarmd door middel van de schutting. Ondertussen zijn er 25 woningen al vier jaar aangesloten op hun energieschutting.

De testfase is inmiddels achter de rug en het bedrijf is overgeschakeld op de productiefase. Inmiddels is deze vondst ook Europees gepatenteerd. Bovendien blijft de vraag waarmee men vergelijkt als men het over winst heeft. De prestaties van de schutting zijn nog sterker afhankelijk van de weersomstandigheden dan die van een lucht-warmtepomp met een buitenunit. Om maar te zwijgen over de vergelijking met de bodemwarmtepomp die winter en zomer profiteert van de constante warmte op 90 à 100 meter diepte. Toch kan energieschutting een oplossing zijn voor situaties waar een bodemboring te duur is of zelfs onmogelijk is. 


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.