ID.nl logo
Planten die de lucht zuiveren: zin of onzin?
© LEONID IASTREMSKYI
Energie

Planten die de lucht zuiveren: zin of onzin?

Koken, roken, nieuwe meubels en uitlaatgassen. Zo maar een greep uit de viezeriken die de lucht om ons heen verontreinigen. Niet alleen buiten, ook binnen. Het goede nieuws: er bestaan veel planten die de lucht zuiveren. Heeft dat zin?

Dit artikel in het kort:

  • Planten zuiveren de lucht door zogenaamde vluchtige organische stoffen (VOS) op te nemen en af te breken.
  • Bepaalde varens, klimop, lepelplanten en goudpalmen zijn voorbeelden van planten die veel vervuilers uit de lucht halen.
  • Om de lucht echt schoon te krijgen zou je zo’n honderd planten per vierkante meter in je huis moeten zetten. Oeps. Beetje te veel van het goede.

Geïnteresseerd in luchtkwaliteit? Lees: Luchtkwaliteit op Google Maps checken doe je zo

Planten in je huis zuiveren de lucht - zo werkt het

Het zuiveren van de lucht door planten is in feite een chemisch proces. Biologisch, dat wel.

Planten hebben bladeren die als kleine filters werken. Ze vangen schadelijke stoffen en gassen op, zoals rook, stof en vluchtige organische stoffen. Deze stoffen blijven als het ware aan de bladeren kleven.

Vervolgens worden deze opgevangen verontreinigende stoffen naar de wortels van de plant getransporteerd. Hier begint een andere belangrijke fase van het zuiveringsproces. Microben in de grond, die als natuurlijke opruimers werken, breken de schadelijke stoffen af tot onschadelijke verbindingen. Dit proces staat bekend als fytoremediatie.

Maar dat is nog niet alles. Terwijl planten dit zuiveringsproces uitvoeren, geven ze ook zuurstof af als bijproduct van fotosynthese. Dit verhoogt niet alleen het zuurstofgehalte in de lucht, maar zorgt er ook voor dat de omgeving frisser aanvoelt. Bovendien kan het hebben van planten in huis de luchtvochtigheid verhogen. Dat voelt ook prettig aan.

Leestip: Waarom je elke dag de slaapkamer zou moeten luchten

©Halfpoint - stock.adobe.com

Waarom is het nodig om de lucht in huis te zuiveren

De lucht in onze huizen kan 'vies' worden door verschillende factoren, zoals stof, schimmelsporen, chemische stoffen uit meubels en apparaten, allergenen van huisdieren, rook en koolstofdioxide. Stoffen als TCE, benzeen en formaldehyde komen regelmatig voor in de lucht van onze woningen. Deze onzichtbare indringers verlagen de luchtkwaliteit behoorlijk en kunnen zelfs gezondheidsproblemen veroorzaken. Denk aan allergische reacties en ademhalingsproblemen. Daarom is het streven naar schone lucht in huis niet alleen een kwestie van comfort, maar ook van welzijn.

We brengen tenslotte een aanzienlijk deel van ons leven binnen door, of het nu in huis is, op kantoor of in andere gesloten ruimtes. Dat is precies waar die verontreinigers geen kant op kunnen. We ademen ze in en raken ze aan, meestal zonder dat we dit weten.

Bovendien hebben onderzoeken aangetoond dat schone lucht in huis het algemene welzijn kan verbeteren. Het kan helpen om stress te verminderen, de concentratie te verbeteren en zelfs de slaapkwaliteit te bevorderen. Als je streeft naar een gezonde en comfortabele leefomgeving, is het zuiveren van de lucht in je huis dus zeker de moeite waard. En planten, zoals we eerder hebben ontdekt, kunnen een natuurlijke en aangename manier zijn om dit te bereiken.

ONDERZOEK Al in 1970 deed NASA onderzoek naar de invloed van planten op luchtzuivering. Dit had alles te maken met de opkomst van energiezuinige gebouwen, die in die tijd in de mode waren vanwege de energiecrisis. Deze nieuwe gebouwen waren ontworpen met goede isolatie en verminderden luchtcirculatie om energie te besparen.

Maar hier begonnen zich problemen voor te doen. Mensen die in deze gebouwen werkten, begonnen te klagen over diverse gezondheidsproblemen, waaronder jeukende ogen, huiduitslag, slaperigheid, ademhalingsproblemen en sinusverstopping, hoofdpijn en andere allergie-gerelateerde symptomen. Dit fenomeen kreeg al snel de naam ‘het zieke gebouwensyndroom’.

De synthetische bouwmaterialen en moderne meubels gaven geleidelijk aan verschillende chemische verbindingen af, die verantwoordelijk waren voor de gezondheidsklachten.

NASA begon te experimenteren met kamerplanten. En wat bleek? Deze planten waren niet alleen decoratief, maar konden ook de lucht zuiveren. Ze niet alleen verontreinigingen uit de lucht verwijderden, maar deze ook omzetten in voedingsstoffen voor zichzelf. Alleen maar winnaars!

NASA onderzocht toen al welke plant welke VOS opnam en in welke mate.

Deze planten zuiveren het meest

Planten die weinig licht nodig hebben zijn sowieso goed geschikt om in huis te zetten. Het gebied rond de plantenwortels en de grond lijkt het meest effectief te zijn in het verwijderen van vluchtige organische chemicaliën. Daarom is het aan te raden om de blootstelling aan de lucht in dit gebied te maximaliseren. In andere woorden: zet je plant in een zo groot mogelijke pot, zodat de wortels veel ruimte hebben. Ga voor breedte en niet per se voor diepte.

  • De blauwvaren staat hoog op de lijst van luchtreinigers. Deze sierlijke plant weet schadelijke stoffen zoals formaldehyde, xyleen en tulol te absorberen. Hij is ook leuk om te zien, met kronkelende bladeren.

  • Een andere indrukwekkende kandidaat is de monstera, met zijn karakteristieke bladeren met openingen. Hierdoor wordt het ook wel de gatenplant genoemd.

  • De sansevieria (ook wel vrouwentong) haalt bijna alle verschillende chemische stofjes uit de lucht. Denk aan benzeen, formaldehyde, trichloorethyleen, xyleen en tolueen. Ook zet deze plant ‘s nachts koolstofdioxide om in zuurstof. De meeste planten doen dat vooral overdag. Daarom is het een goede plant voor op de slaapkamer.

  • Een andere favoriet is de lepelplant (spathiphyllum). Dit is een superzuiverende plant. De lepelplant is alleen wel giftig voor honden en katten. Zet ‘m hoog of kies een andere zuiverende plant om je vierpotige huisgenoten veilig te houden. De plant verwijdert gifstoffen zoals ammoniak, benzeen, formaldehyde en ethyleen én voegt lekker veel zuurstof toe aan de ruimte.

©Jonny Forsey - stock.adobe.com

Lees ook: Deze kamerplanten zijn goed voor je gezondheid

Hoe groter, hoe beter?

De effectiviteit van een plant als luchtreiniger hangt af van verschillende factoren, waaronder het soort plant, de grootte van de plant, de hoeveelheid licht en water die het ontvangt, en de specifieke verontreinigende stoffen in de omgeving. Dat is logisch. Een stek neemt minder schadelijke stoffen op dan een plant die tot het plafond reikt.

Niet alle planten zijn echte luchtreinigers. Cactussen en vetplanten doen dit bijvoorbeeld minder. Jammer, want dat zijn nu net makkelijke planten in onderhoud!

©africa-studio.com (Olga Yastremska and Leonid Yastremskiy)

Wordt de lucht in huis dan echt schoner door planten?

Kamerplanten in pot kunnen in kleine afgesloten ruimtes na verloop van tijd vluchtige organische stoffen (VOS) uit de lucht halen.

Onderzoekers hebben gekeken naar de resultaten van verschillende tests met potplanten en hebben geprobeerd te begrijpen hoe effectief ze zijn.

In feite zouden er heel veel planten in een ruimte moeten staan om een zuiverend effect te hebben dat écht het verschil maakt.

Wat ze ontdekten, is dat de zuiveringscapaciteit van één enkele kamerplant sterk kan variëren. Er zouden 10 tot 1000 kamerplanten per vierkante meter vloerruimte in een gebouw nodig zijn om hetzelfde zuiveringsniveau voor VOS te bereiken als wat gewone ventilatie in de meeste gebouwen al biedt. Met andere woorden: een raam openzetten zorgt voor meer zuivering dan een kamer vol met planten. Pas vanaf zo’n honderd planten per vierkante meter gaan planten het overnemen van ventilatie. Maar dat wordt aardig stouwen in je huis.

Kortom, planten reinigen niet genoeg om echt het verschil te maken om de verontreinigde lucht in je woning op te frissen.

Een luchtreiniger om de lucht te zuiveren

Voldoende planten in je woning zetten om de lucht echt te zuiveren is dus niet echt een optie. Naast voldoende frisse lucht is er een andere goede optie om ervoor te zorgen dat je binnen geen (of in elk geval zo min mogelijk) schadelijke stoffen inademt. Een luchtreiniger.

Zo'n luchtreiniger verwijdert tot wel 99 procent van de ongewenste stoffen in de lucht, zoals bacteriën en pollen. Ideaal bij hooikoorts! Ook verwijderen ze meestal geurtjes, zoals kookluchten en geur van huisdieren.

Luchtreinigers maken gebruik van verschillende technieken om de lucht schoon te maken. Sommige zijn uitgerust met HEPA-filters die de lucht grondig zuiveren, terwijl andere ionisatie gebruiken om de deeltjes in de lucht zwaarder te maken. Hierdoor vallen deze deeltjes naar beneden en kunnen ze niet meer worden ingeademd.

Ze variëren in capaciteit en het type filters dat ze gebruiken. Als je een te kleine luchtreiniger in een grote kamer plaatst, zuivert deze alleen de lucht in zijn directe omgeving. De rest van de kamer blijft dan onaangeroerd. Bovendien is het van belang om te controleren of de luchtreiniger ozon uitstoot, vooral als deze is uitgerust met een ozongenerator. In dat geval moet je ervoor zorgen dat er niemand in de kamer aanwezig is tijdens gebruik. Ventileer de ruimte achteraf goed.

Planten of een luchtreiniger?

Meestal zijn planten niet zuiverend genoeg voor een huis. Zeker bij nieuwbouwwoningen zitten veel schadelijke stoffen in de lucht. Alles komt net uit de fabriek en ook zijn de bouwmaterialen net droog. Dan heb je grover geschut nodig. Een stevige luchtreiniger, samen met goede ventilatie, zorgt voor schone lucht.

Toch kunnen planten wel hun steentje bijdragen. Bovendien zijn ze goedkoper en ze staan gezellig. Af en toe met je handen in de (pot)grond zitten kan therapeutisch werken. Sluit ze dus niet meteen buiten!

Voor doe-het-zelvers: Wanneer plant water geven? Bouw een droogte-alarm!


Breng eenheid in je kamerplanten-collectie

Zet ze in bijpassende potten en laat die kleuren overal terugkomen!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.