ID.nl logo
Warmte opwekken via de riolering: zo werkt riothermie
© Justlight - stock.adobe.com
Energie

Warmte opwekken via de riolering: zo werkt riothermie

In een tijd waar iedereen zuinig omspringt met energie, is het zonde dat we met zijn allen zoveel warmte wegspoelen naar de riolering. Met riothermie maken we op een milieuvriendelijke manier nuttig gebruik van deze energie.

In het kort: rioolwater bevat nog veel warmte die ingezet kan worden voor de verwarming van woningen, openbare zwembaden en kantoren. Dat heet riothermie. We bekijken hoe deze techniek wordt toegepast en hoe woonwijken er profijt van hebben.

Ook interessant: Waarom iedereen een regenton in de tuin zou moeten hebben

Het afvalwater van een huishouden uit de wasmachine, bad, douche en vaatwasmachine heeft een gemiddelde temperatuur tussen de 23 en 25 °C. Dat betekent dat we 30 procent van de energie die we hiervoor hebben opgewekt, gewoon doorspoelen. En dan hebben we het niet eens over het afvalwater van de industrie.

Onder riothermie verstaan we het terugwinnen van warmte uit het afvalwater in het riool. De warmte in het rioleringswater kan beschouwd worden als groene warmte. Die thermische energie is inzetbaar voor het verwarmen of het koelen van gebouwen. Riothermie is nog relatief onbekend. Het principe werd in 2000 bedacht door de Zwitserse Ingenieur Urs Studer. In België komt dit op gang via het bedrijf Aquafin en ook in Nederland is er ondertussen een vijftigtal projecten. De trage start in Nederland is te wijten aan het feit dat Nederland bekendstaat als een sterk ontwikkeld gasland. In Denemarken, Duitsland en Zwitserland zijn ze al heel wat verder. 

In de riolering

Riothermie kent twee basissystemen. In het eerste wordt de energie uit de riolering gehaald; het tweede systeem haalt de energie uit een waterzuiveringsstation. In het eerste geval plaatst men een soort schelp of buizensysteem, zeg maar de warmtewisselaar, in de riolering. Door de warmtewisselaar stroomt een geleidervloeistof die de temperatuur van het afvalwater overneemt. Die geleidervloeistof draagt deze energie over aan de warmtepomp van de woningen, die op zijn beurt zorgt dat de vloerverwarming en het sanitairwater de gewenste temperatuur halen.

Lees ook: Voorkom wateroverlast met infiltratiekratten

©www.aquafin.be

Het werkingsprincipe van riothermie.

In het waterzuiveringsstation

In het tweede geval wordt de warmte onttrokken aan het gezuiverde afvalwater van waterzuiveringsstations. Het gezuiverde rioolwater noemt men het effluent. Dit wordt toegepast bij grote projecten waarbij de energie wordt gebruikt voor een warmtenet. In dit geval staat er op een plaats een zeer grote warmtewisselaar die op een betrekkelijk eenvoudige manier energie uit het rioleringswater haalt. De temperaturen die het systeem via een warmtewisselaar ophaalt, zijn nog relatief laag, afhankelijk van het seizoen en de herkomst van het afvalwater. Een grote warmtepomp brengt deze temperatuur dan naar een bruikbaar niveau, bijvoorbeeld 70 °C. 

Nog zuiverder water uit de kraan?

Met een filterkan drink je fris en lekker water!

©www.aquafin.be

Riothermie vanaf het effluent.

Voorwaarden

Er zijn weinig eisen waaraan een riolering moet voldoen om riothermie te kunnen toepassen. De diameter van de rioleringsbuis moet groot genoeg zijn. Vaak gaat men voor een afvalwaterleiding met een minimale diameter van 80 cm en een minimaal debiet van 15 l/s. Rioolwatertemperaturen schommelen gemiddeld tussen 10 °C in de winter en 20-22 °C in de zomer. Uitzonderingen zijn de zeldzame smeltwaterdagen in de koude seizoenen, waarbij de temperatuur een kleine duik kan nemen naar 6-7 °C. Bovendien is de afstand tussen de wooneenheden en de collector van belang. De maximale afstand is 900 meter.  

Toepassingen

Riothermie is niet bedoeld om één enkele woning te verwarmen. In theorie zou zo’n een-op-eensituatie wel kunnen, maar deze oplossing zou te duur uitvallen. Meestal gaat het om een collectief systeem voor verschillende woningen, appartementen, kantoren of zwembaden. Deze gebouwen hebben een compacte en grote warmtevraag. Op dit moment is riothermie een interessante optie voor projecten met een warmtevraag vanaf 50 kWh.

Niet elke rioleringsbuis heeft dezelfde diameter, dus moet de schelp van de warmtewisselaar op maat worden gemaakt. Dat maakt riothermie eigenlijk alleen interessant voor collectieve projecten. Dan denken we aan projecten van 10 à 15 woonunits. Bovendien is het potentieel van riothermie niet onbeperkt. Daarom combineren de afnemers deze technologie met een andere duurzame energiebronnen. In de winter slaagt geothermie erin om 80 procent van de energiebehoefte te dekken. De overige 20 procent moet worden aangevuld met een lucht- of bodemwarmtepomp. 

Ook interessant: Regen gebruiken om te besparen op leidingwater: zo doe je dat

Varianten

In het nieuwbouwsysteem zit de warmtewisselaar geïntegreerd in de rioolbuis. In dit geval gaat het om een betonbuis waarin de warmtewisselaar aan de onderzijde is aangebracht. Dit is onder meer geschikt voor rioleringen die niet constant gevuld zijn met water. 

©www.stowa.nl

Hier zit de warmtewisselaar in de betonbuis.

Er is ook een inbouwsysteem, waarbij de warmtewisselaar in de vorm van een schaal in een bestaand riool wordt ingebouwd. Het voordeel van dit systeem is dat dit toepasbaar is in bestaande leidingen. 

©www.stowa.nl

De warmtewisselaar is achteraf ingebracht.

De derde variant wordt gebruikt bij druk- of persriolen. Hier is de warmtewisselaar om het persriool gewikkeld. 

©www.stowa.nl

In dit systeem is de warmtewisselaar om het riool gewikkeld.

Ten slotte is er ook een ontwikkeling waarbij men een soort polyester kous met kunsthars aan de binnenzijde van de rioolbuis aanbrengt. 

Voordelen en nadelen

Geothermie verdient zichzelf terug in 8 tot 10 jaar, terwijl zo’n warmtewisselaar ontworpen is om tot wel 50 jaar mee te gaan. Omdat dit systeem geen draaiende onderdelen heeft, is er nauwelijks onderhoud aan de warmtewisselaar nodig. Een jaarlijkse controle zorgt dat alles perfect blijft werken. Het grote voordeel van riothermie is dat het gaat om terugwinnen van gratis energie. Bovendien is er een redelijke permanente aanvoer van energie. Overdag is de aanvoer van huishoudens en industrie en ’s nachts blijft de toevoer komen van de industrie. 

Er zijn ook mogelijke nadelen. Doordat riothermie de temperatuur van het afvoerwater verlaagt, kan dit invloed hebben op het biologisch zuiveringsproces van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Als de energieprijzen extreem hoog zijn, kan dit gevolgen hebben voor de aanvoer van warm rioolwater. Mensen gaan dan minder douchen, minder in bad enzovoort en hierdoor kan de temperatuur van het afvalwater minder hoog zijn dan verwacht. Bovendien moet meestal een deel van de riolering vernieuwd worden om de riothermie goed te laten werken. 


🎍Ga zuinig om met water en gebruik regenwater voor de tuin!🌦️
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.