ID.nl logo
Energie besparen: simpel en snel met deze (gratis) bespaartips!
© Kampan - stock.adobe.com
Energie

Energie besparen: simpel en snel met deze (gratis) bespaartips!

Energie besparen hoeft niet moeilijk te zijn en er zijn echt niet altijd eerst ingrijpende investeringen nodig, bijvoorbeeld in zonnepanelen of isolatie. Met de (gratis) bespaartips uit dit artikel kun je direct aan de slag en bespaar je binnen no-time op je energieverbruik en -kosten. Hoe dan? Lees snel verder om daarachter te komen!

In samenwerking met Greenchoice

Na het lezen van dit artikel weet je:

Check de gratis test van Greenchoice

In drie stappen een persoonlijk bespaarplan!

Gratis bespaartips om direct toe te passen 

Bij energiezuiniger en duurzaam leven denk je misschien aan zonnepanelen, warmtepompen en energiezuinige apparaten, maar je kunt ook prima energie besparen zonder deze grote investeringen. Sterker nog, hieronder lees je een hele reeks tips waarmee je vanaf nu direct gratis kunt besparen op jouw energieverbruik.   

1. Maak slim gebruik van je verwarming 

Natuurlijk wil je dat je huis het hele jaar door een aangename temperatuur heeft, maar dat kan heel goed samengaan met bewust energie besparen. Verwarm om te beginnen niet je hele huis, maar alleen de ruimtes waar je ook daadwerkelijk bent. Draai radiatoren dicht in ruimtes waar je niet bent en koop eventueel een deurdranger of -veer om ervoor te zorgen dat alle deuren zoveel mogelijk dicht blijven. 

Andere manieren om bewust te verwarmen:  

  • Zet de thermostaat standaard op maximaal 19 graden. Je kunt ook de thermostaat een graad lager zetten dan je gewend bent. Zo bespaar je direct, zonder dat je veel verschil voelt. 

  • Zet de thermostaat op 15 graden wanneer er niemand thuis is. Zo voorkom je dat het huis onnodig wordt verwarmd. Heb je vloerverwarming? Stel die dan bij lange afwezigheid in op 17 graden. Let wel op: ben je kort van huis? Dan is het slimmer je vloerverwarming niet te verlagen, omdat het daarna uren duurt voordat deze weer op temperatuur is. 

  • Zet de thermostaat ook 's nachts op 15 graden om te besparen op energie. Door dit al te doen een uur voordat je naar bed gaat, bespaar je nog eens extra zonder in te leveren op comfort. 

Je kunt er een gewoonte van maken de thermostaat handmatig lager te zetten, maar nog slimmer is het om dit automatisch in te stellen. Zo voorkom je dat je het vergeet, maar ook dat de thermostaat bijvoorbeeld aanslaat om het huis op te warmen, terwijl jij een (paar) uur later toch de deur uitgaat.

©Olivier Le Moal

2. Douche maximaal 5 minuten per keer 

Een gemiddelde douchebeurt duurt in Nederland ruim 7 minuten. Door je douchetijd in te korten, bespaar je direct energie en verspil je minder water. Dus zet een timer op je telefoon of start je favoriete nummer en gebruik dat als tijd die je hebt om te douchen.  

Tip! Door de douche uit te zetten tijdens het inzepen, scheren of haren wassen bespaar je heel eenvoudig nog meer water en energie.

3. Gebruik geen wasdroger 

De wasdroger is een echte energievreter, maar in een groot deel van het jaar kun je daar een hoop energie op besparen. Gebruik je wasdroger zo min mogelijk en hang je was wat vaker aan een waslijn of op een wasrek. Het duurt zo op sommige dagen misschien iets langer tot de was droog is, maar dat kost wel minder energie! 

4. Neem afscheid van de tweede koelkast 

Naast de wasdroger is de koelkast een van de meest energieslurpende apparaten in huis. En toch heeft één op de vijf Nederlanders meer dan één koelkast in huis (bron: Greenchoice). Neem daarom zo snel mogelijk afscheid van die (vaak overbodige) tweede koelkast om energie te besparen.  

5. Zet de vaatwasser op ecostand 

Zelf de afwas doen bespaart natuurlijk de meeste energie, maar misschien heb je daar niet altijd zin in. Om toch te besparen, is het slim het ecoprogramma van je vaatwasser te gebruiken. Dit programma spoelt in de meeste gevallen alles net zo goed schoon, maar is gemiddeld wel 30 procent zuiniger. 

6. Was op lage temperaturen  

Net als op de vaatwasser, valt er ook energie te besparen op het gebruik van de wasmachine. Door voortaan de was te draaien op een lagere temperatuur bespaar je direct energie. De meeste wasmachines hebben net als de vaatwasser een ecoprogramma en anders is wassen op 30 graden het advies om energie te besparen.  

Bonustip! Laat de vaatwasser en wasmachine pas draaien als deze echt helemaal vol zijn. Zo bespaar je op het aantal (afwas)beurten en dat scheelt extra in je energieverbruik. 

Bespaar nog meer energie met deze kleine investeringen 

Ben je enthousiast en wil je nóg meer energie besparen? Dan hebben we nog een aantal tips voor je waarvoor maar een kleine investering nodig is. En met dank aan de energiebesparing die erop volgt, heb je deze investeringen binnen no time terugverdiend. 

1. Plaats een waterbesparende douchekop 

We gaven al de gratis tip om maximaal korter te douchen, maar met een waterbesparende douchekop bespaar je nog meer per douchebeurt. Een waterbesparende douchekop mengt onder druk water met lucht, waardoor de douchekop zo'n 16 procent minder water verbruikt. Deze besparingstip kost je een geschatte investering van 25 euro voor de douchekop, maar levert je op jaarbasis ongeveer 168 euro op (bron: Greenchoice). 

2. Vervang je lampen door ledverlichting 

Gloeilampen worden al enige tijd niet meer verkocht en ook de halogeenlampen zijn in veel huizen al vervangen door ledlampen. Is dat bij jou niet het geval? Kijk dan nog eens goed rond. Met energiezuinige ledlampen kun je namelijk tot maar liefst 90 procent besparen op het energieverbruik van je verlichting (bron: Milieu Centraal)! 

Lees ook: Energie besparen in de spotlight: leg je lampen onder de loep

3. Plak kozijnfolie voor de ramen 

Het plaatsen van dubbel glas of HR-glas is een prijzige investering om energie te besparen, maar kozijnfolie biedt een goedkoper alternatief. Deze isolerende folie plak je voor de ramen, waardoor de isolatiewaarde van de ramen wordt verhoogd. Enkel glas wordt daardoor als het ware dubbel glas en dubbel glas wordt zo (bijna) gelijkwaardig aan HR glas. 

Lees ook: De helft minder warmte verliezen? Raamisolatie: een koud kunstje!

4. Voorkom tocht in huis 

Tocht heeft vaak een negatief effect op de gevoelstemperatuur in huis. Met als gevolg dat we meer gaan stoken. Een eenvoudige manier om tocht tegen te gaan is door tochtstrips te plaatsen op locaties waar veel tocht voorkomt, zoals bij deuren, ramen, kozijnen en kruipruimtes.  

Lees ook: Fris in huis? Dat los je eenvoudig op met deze 5 tips tegen tocht en koudeval

5. Maak gebruik van een radiatorventilator 

Met een radiatorventilator haal je meer warmte uit je radiator. Een radiatorventilator is een klein apparaat, voor radiatoren met een dubbele of driedubbele plaat, waarvan de ventilatoren gaan draaien wanneer je de verwarming aanzet. Dat zorgt er niet alleen voor dat ruimtes sneller warm zijn, de warmte wordt ook beter verdeeld. 

Er zijn verschillende typen radiatorventilatoren. De een leg je boven op de radiator, andere plak je met magneten aan de onderkant, maar alle versies zijn eenvoudig toe te passen. Let wel op dat je van sommige versies meer dan één ventilator per radiator nodig hebt.

Check de gratis test van Greenchoice

in drie stappen een persoonlijk bespaarplan

Ontdek nu direct jouw energiebespaarplan 

Wil je meer weten over hoe je energie kunt besparen in jouw (woon)situatie? Check de bespaarhulp van Greenchoice of creëer nu direct jouw persoonlijke bespaarplan met de gratis test. Daarmee ontdek je in slechts drie stappen hoe jij op basis van jouw woning, energieverbruik, situatie én budget direct en eenvoudig energie kunt besparen. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.