ID.nl logo
De energierekening in 2024: dit verandert er voor jou
© Negro Elkha - stock.adobe.com
Zekerheid & gemak

De energierekening in 2024: dit verandert er voor jou

De markt voor energie lijkt zo veranderlijk als het weer. Zo eindigt het prijsplafond op een moment dat de energieprijzen een opmerkelijke duikeling maken. Dat lijkt gunstig, maar we zien er vermoedelijk niets van terug in de portemonnee: de energierekening zal in 2024 juist fors stijgen. We praten je bij over de wettelijk opgelegde veranderingen in 2024 maar ook de minder in het oog springende wijzigingen, zoals de addertjes onder het gras bij energieleveranciers.

In dit artikel lees je: hoe de markt voor energie er voorstaat, hoe het zit met het prijsplafond, wat er verandert aan de energiebelasting , hoe het zit met zonnepanelen en tot slot het dynamische contract: doen of niet?

Ook interessant voor jou: Energiezuinig ventileren in de winter, hoe doe je dat?

De tijd van hoge energieprijzen door onrust op de wereldmarkten, ligt gelukkig al even achter ons. Zo daalde de gasprijs na een piek in het najaar van 2022 gestaag in 2023. De huidige prijs ligt rond het niveau van eind 2012, en wordt opmerkelijk laag genoemd. Door de hogere gasbelasting in 2024 profiteer je daar echter maar beperkt van. Er staan ons in 2024 nog meer veranderingen te wachten. Zo verdwijnt het prijsplafond, en passen ook veel energieleveranciers hun eigen tarieven aan. Sommige wijzigingen zijn wat verborgen. Zo verhogen sommige bedrijven de leveringskosten of ze verlagen de terugleververgoedingen. Voor eigenaren van zonnepanelen wordt het om deze en andere redenen steeds uitdagender om een gunstig energiecontract te vinden.

©papan saenkutrueang

Prijsplafond verdwijnt

De overheid gaf het afgelopen jaar met het prijsplafond voor veel huishoudens wat verlichting voor de hoge energietarieven. Daardoor gold er feitelijk een maximaal tarief voor gas en stroom. Dit prijsplafond verdwijnt per 1 januari. Dat zal voor de meeste huishoudens niet veel gevolgen hebben: de prijzen voor energie liggen al een tijdje ver onder het prijsplafond. Maar het valt natuurlijk niet te voorspellen hoe de energietarieven zich in de toekomst gaan ontwikkelen.

Bovendien ontbreekt nu een vangnet mochten de tarieven weer fors stijgen. Daarom is het raadzaam om nog eens kritisch naar je energiecontract te kijken. Zeker als je een contract met tarieven boven het prijsplafond hebt, of een variabel contract. Houd er bij eventueel voortijdig opzeggen rekening mee dat de opzegboetes sinds juni 2023 zijn veranderd. De hoogte van de boete wordt in feite bepaald door de financiële schade die de energieleverancier lijdt bij een contractbreuk.

Energiebelasting

Je energierekening gaat veranderen in 2024. Voor de meeste huishoudens zal de rekening helaas flink stijgen. Met de invoering van het prijsplafond begin 2023 werd het btw-tarief weer teruggezet van de tijdelijke 9 procent naar 21 procent. Ook werd de energiebelasting verhoogd. In 2024 zal de energiebelasting op stroom met 14 procent worden verlaagd, maar de energiebelasting op gas gaat juist verder omhoog, met 19 procent. Hiermee wil de overheid stimuleren dat we minder gas gebruiken. Zuinig omgaan met gas zal hierdoor nog meer lonen. Overigens stijgt deze gasbelasting al jaren, en zijn we op een punt dat de gasprijzen voor ongeveer de helft uit belastingen bestaan.

Vereniging Eigen Huis vindt de belastingen te hoog, en stelt dat de hoge energietarieven al genoeg motivatie zijn om te verduurzamen. Bovendien komen veel huiseigenaren in geldproblemen of houden ze geen geld over om te verduurzamen.

Netbeheerkosten en leveringskosten

De netbeheerkosten gaan komend jaar omhoog, met naar schatting zo’n 8 euro per maand. Dat zijn de kosten die gemaakt worden om gas en stroom bij je thuis te brengen. Naast deze netbeheerkosten betaal je ook leveringskosten. Dat is een tarief per aansluiting (stroom en/of gas) per dag dat door de energieleverancier wordt vastgesteld. Hier moet je waakzaam zijn. Bij enkele energieleveranciers gaan deze leveringskosten zo ver omhoog, dat je zomaar zo’n 40 euro per jaar meer gaat betalen. Overigens, ook als je al een vast contract hebt, krijg je per 1 januari 2024 te maken met de genoemde veranderingen in de belasting en netbeheerkosten. Dat komt omdat in een contract eigenlijk alleen de kale leveringstarieven vast staan voor stroom en/of gas voor de afgesproken contractperiode.

Eigenaren zonnepanelen

Ben je op zoek naar een nieuw energiecontract? Houd er dan rekening mee dat energieleveranciers steeds vaker onderscheid maken tussen huishoudens met en zonder zonnepanelen. Als eigenaar van zonnepanelen kun je bijvoorbeeld te maken krijgen met geen of een lagere eenmalige korting of met hogere leveringskosten. Die eenmalige korting, soms ook loyaliteitsbonus genoemd, kan bij een jaarcontract oplopen tot meer dan 400 euro.

Wil je inzicht in de verschillen, dan kun je het beste twee vergelijkingen maken: met en zonder teruglevering. Zoek je een meerjarig contract, dan word je overigens door veel energieleveranciers geweerd, als bezitter van zonnepanelen. Of je krijgt een veel minder aantrekkelijk aanbod. Daardoor zul je eerder een eenjarig of variabel contract moeten accepteren. Dit laatste is over het algemeen wel duurder. Een driejarig contract is maar bij een handjevol energiebedrijven mogelijk.

©Alessandro Terranova

Terugleververgoeding omlaag

De salderingsregeling blijft ook in 2024 nog overeind. Je mag daarom je zelf opgewekte stroom nog steeds volledig wegstrepen tegen de afgenomen stroom. Wek je op jaarbasis meer op dan je hebt verbruikt? Dan krijg je daar een vergoeding voor, de zogenoemde terugleververgoeding. Die staat helaas wel steeds verder onder druk. Veel energieleveranciers hebben deze de afgelopen jaren versoberd. Een vergoeding van 5 tot 9 cent per kWh (exclusief energiebelasting en btw) is nu heel gangbaar. Enkele leveranciers blijven daar zelfs nog iets onder. Zo geeft Engie per 1 januari 2024 nog slechts een vergoeding van 4 cent per kWh.

De magere terugleververgoeding zou samenhangen met het feit dat het aantal zonnepanelen op daken van huizen en kantoorpanden fors is gegroeid in de afgelopen jaren. Daarom kost het energiebedrijven steeds meer om klanten hiervoor te vergoeden. Een nieuwe energiewet geeft wel hoop op een eerlijke terugleververgoeding. Let erop dat bij een variabel contract naast het tarief voor stroom en gas óók de terugleververgoeding kan worden gewijzigd. Controleer bij het afsluiten van een contract, óók als dat een vast contract is, of alle tarieven en dus ook de terugleververgoeding vaststaan!

Enkele leveranciers rekenen zelfs extra kosten voor terugleveren. Dat geldt bijvoorbeeld voor energieleverancier Vandebron, eigendom van Essent. Het laat klanten met zonnepanelen een vast bedrag per dag betalen voor de stroom die ze terugleveren aan het net. Ook OM Energie en Vrijopnaam gaan terugleveringskosten in rekening brengen per 1 januari 2024.

Stroomoverschot eerst zelf opmaken?

Produceer je op jaarbasis meer zonnestroom dan je opmaakt? En weet je nu al dat je voor een deel van je opgewekte stroom alleen een lage terugleververgoeding krijgt? Dan wordt het mogelijk interessanter om die stroom zelf op te maken. Daarbij speelt ook de vaak veel hogere gasprijs een rol. Zo kun je bijvoorbeeld je huis elektrisch (bij)verwarmen of met infraroodpanelen werken. Bij een hee lage elektriciteitsprijs hoef je niet eens voor de meest efficiënte elektrische verwarming te opteren.

Dynamisch contract

Lever je veel terug op jaarbasis, dan wordt een dynamisch energiecontract overigens al snel aantrekkelijker. Of beter gezegd, minder onaantrekkelijk dan het eerder was. Je ontvangt dan immers voor teruggeleverde stroom het tarief dat je ook zou betalen als je die stroom op dat moment zou afnemen. Leveranciers van dynamische contracten hebben een vaste opslag voor gas en stroom. We zien daarin bij de meeste leveranciers geen grote veranderingen in 2024.

De meeste aanbieders voeren geen onnodige prijsverhoging door; alleen de tariefwijzigingen van de overheid en netbeheerders. Toch moet je als je zonnepanelen hebt heel goed narekenen of een dynamisch contract voor jou financieel wel aantrekkelijk is. Kun je je verbruik goed sturen en heb je sowieso een hoog elektriciteitsverbruik door bijvoorbeeld een elektrische auto of een warmtepomp, dan kan een dynamisch contract interessant zijn. Heb je veel zonnestroom over op de momenten dat de elektriciteitsprijs laag of zelfs negatief is (en die kans is erg groot als er veel zonne-opwek is), dan ben je met een variabel of vast contract waarschijnlijk goedkoper uit.

Leestip: 10 tips om energie te besparen tijdens kerst


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.