ID.nl logo
Zo maak je een wifi-punt van je Raspberry Pi
© Reshift Digital
Huis

Zo maak je een wifi-punt van je Raspberry Pi

Als je op zolder of in de tuin wifi nodig hebt en toevallig nog een Raspberry Pi hebt liggen, hoef je geen draadloos toegangspunt meer te kopen: je maakt dit gewoon zelf. Je installeert gewoon de software RaspAP op je Raspberry Pi en configureert het daarna eenvoudig via de ingebouwde webinterface. RaspAP is ook te combineren met een adblocker, vpn-server, Tor of een captive portal.

01 Raspberry Pi met wifi

Als je een Raspberry Pi over hebt, kun je daarmee een draadloos netwerk opzetten waarop je kunt verbinden. Daarbij maakt het niet zoveel uit over welk model van de Pi het gaat, al behaalt het nieuwste model, de Raspberry Pi 4, wel de hoogste prestaties. Je hebt uiteraard een wifi-chip nodig, dus je gebruikt of minimaal een Raspberry Pi 3 ofwel een ouder model dat je via een van de usb-poorten uitbreidt met een wifi-adapter zoals de Edimax EW-7811Un. Voor de eenvoud veronderstellen we dat je de Pi op je thuisnetwerk aansluit via een ethernetkabel.

©PXimport

02 Raspbian installeren

Daarna dien je Raspbian Buster Lite op je Pi te installeren.. Kort samengevat: download Raspbian Buster Lite, schrijf het image met balenaEtcher naar een micro-sd-kaart, schakel ssh in, start de Pi op en log met een ssh-client op je Pi in via het netwerk. Wijzig daarna het standaardwachtwoord en update alle pakketten. Daarna is je Pi klaar om er een draadloos toegangspunt van te maken.

©PXimport

Wifi-prestaties van de Pi

Er zijn belangrijke verschillen in wifi-prestaties tussen de verschillende Pi-modellen. De Raspberry Pi Zero W(H) en Raspberry Pi 3 ondersteunen 802.11n in de 2,4 GHz-band. Uit benchmarks van de Raspberry Pi Foundation blijkt dat die eerste een doorvoersnelheid van 25 Mbit/s haalt en die tweede 50 Mbit/s. De Raspberry Pi 3B+, 3A+ en 4B ondersteunen 802.11 b/g/n/ac, zowel in de 2,4GHz- als in de 5GHz-band. In die eerste band ligt de doorvoersnelheid van die modellen rond de 60 Mbit/s en in die tweede rond de 100 Mbit/s, met een uitschieter voor de Raspberry Pi 4B naar 114 Mbit/s.

©PXimport

03 Extra configuratie

Start in de terminal het configuratieprogramma van Raspbian met de opdracht sudo raspi-config, ga met de pijltjestoetsen naar 4 Localisation Options en druk op Enter. Kies daarna I4 Change Wi-fi Country en bevestig dan je land. Als je wilt dat de webinterface van RaspAP automatisch de taal van je webbrowser herkent als die op Nederlands ingesteld is, open je ook I1 Change Locale en vink je met de spatiebalk de utf-8-versie van je taal aan in de lijst, bijvoorbeeld nl_NL.UTF-8 voor Nederlands. Ga daarna met de tabtoets naar Ok en bevestig met Enter. De standaardtaal mag je in de volgende stap op en_GB.UTF-8 laten staan. Verlaat het programma tot slot met Finish.

©PXimport

04 RaspAP installeren

Download eerst het installatieprogramma van RaspAP met de opdracht wget -q https://git.io/voEUQ -O /tmp/raspap en voer het programma dan uit met bash /tmp/raspap. Bevestig met y en een druk op Enter dat je RaspAP wilt installeren. Je krijgt daarna te zien welke pakketten er geïnstalleerd worden: bevestig weer met y en Enter. Na de installatie krijg je nog enkele vragen over de configuratie: bevestig telkens met Enter om de aangeraden configuratie te kiezen. Helemaal op het einde krijg je de vraag om je Pi te herstarten: kies y en Enter om dat te doen.

©PXimport

05 Webinterface

Vanaf nu heb je de opdrachtregel niet meer nodig. Na de herstart is je draadloze toegangspunt actief met raspi-webgui als ssid en ChangeMe als wachtwoord. Verbind met dit draadloze netwerk: je krijgt dan een ip-adres toegekend en toegang tot internet via de ethernetinterface van de Pi. Bezoek dan het ip-adres 10.3.141.1 in je webbrowser. Log in op de webinterface met admin als gebruikersnaam en secret als wachtwoord. Je krijgt nu het dashboard te zien met wat statistieken over het toegangspunt, waaronder een lijst met verbonden toestellen met hun ip-adres en mac-adres.

©PXimport

06 Taal instellen

Als je taal onverwacht niet in het Nederlands staat, klik dan links op System en dan op het tabblad Language. Daar kun je handmatig je taal instellen. Sla je wijziging op en herlaad de pagina. Eventueel dien je je Pi te herstarten (dat kan in het tabblad System). Krijg je dan nog de interface in het Engels te zien, kijk dan na of je in stap 3 wel echt nl_NL.UTF-8 als taal hebt toegevoegd: zo merkten we dat RaspAP de taal nl_BE.UTF-8 niet als Nederlands herkende. Als je dit opgelost hebt, zie je alles in het Nederlands staan.

©PXimport

07 Hotspotinstellingen

Bekijk eerst de hotspotinstellingen. Klik daarvoor links op Configureer hotspot. In het eerste tabblad kun je het ssid, de draadloze modus en het kanaal veranderen (zie ook het kader ‘Welk wifi-kanaal kiezen?’). Kijk ook in het tabblad Geavanceerd na of de landcode daar wel correct staat. In het tabblad Beveiliging is er doorgaans geen reden om de standaardkeuzes WPA en TKIP te aanvaarden: kies voor de veiligere opties WPA2 en CCMP. Verander ook het wachtwoord ChangeMe. Sla je instellingen op en herstart daarna je Pi of klik (als je de webinterface niet via het wifi-netwerk van RaspAP bezoekt) op Stop hotspot en daarna Start hotspot.

©PXimport

08 Wachtwoord veranderen

Naast het wachtwoord voor je ssid dien je ook nog het wachtwoord voor de webinterface van RaspAP te veranderen. Dat doe je in Configureer authenticatie. Eventueel kun je ook de standaard gebruikersnaam admin veranderen. Maar het belangrijkste is dat je het standaardwachtwoord secret (dat je bij Oud wachtwoord invult) vervangt door een veiliger wachtwoord. Vul je nieuwe wachtwoord twee keer in en klik op Instellingen opslaan. Daarna vraagt de webinterface het nieuwe wachtwoord. Het is belangrijk dat zowel het ssid-wachtwoord als het wachtwoord van je webinterface sterk genoeg zijn, zodat onbevoegden geen toegang tot je netwerk en de configuratie van je hotspot hebben.

©PXimport

Welk wifi-kanaal kiezen?

Welk wifi-kanaal je voor RaspAP instelt, hangt voornamelijk af van welke kanalen er in je buurt al in gebruik zijn. Als meerdere draadloze netwerken van hetzelfde kanaal gebruikmaken, dan gaat dit vaak ten koste van de verbindingssnelheid. Op de 2,4GHz-band overlappen die kanalen bovendien, wat het nog problematischer maakt. De eerste stap is dus om te bekijken welke kanalen er al in gebruik zijn. Dat kan onder Android met een app zoals Wifi Analyzer, waarin je ook mooi de overlapping van de kanalen te zien krijgt. Kies voor RaspAP een kanaal dat zo min mogelijk overlapt met de andere netwerken.

09 Verbindingsproblemen oplossen

Als het je niet lukt om op je wifi-toegangspunt te verbinden, ga dan naar Configureer hotspot / Geavanceerd en schakel de optie Logboek uitvoer in. Klik op Instellingen opslaan en herstart de hotspot met Stop hotspot en daarna Start hotspot. Daarna krijg je in het tabblad Logfile logs te zien die je op de oorzaak van je problemen kunnen wijzen. Zoek voor een oplossing naar de foutmelding die je te zien krijgt in Google of op de GitHub-pagina van RaspAP.

©PXimport

10 Dhcp-server instellen

RaspAP draait een dhcp-server op de draadloze interface, die je via het menu Configureer DHCP server kunt instellen. Standaard deelt die ip-adressen uit van 10.3.141.50 tot 10.3.141.255, maar dat kun je veranderen. In het tabblad Clienten lijst krijg je te zien welke dhpc-leases geconfigureerd zijn. In Static Leases configureer je vaste ip-adressen. Je vult dan het mac-adres van een apparaat in en het ip-adres dat het toegekend moet krijgen. Klik daarna op Voeg toe en dan Instellingen opslaan. Dat is vooral handig als je op een van de via wifi aangesloten apparaten een server wilt draaien of met een firewall op basis van het ip-adres specifiek netwerkverkeer al dan niet wilt toestaan.

©PXimport

11 Draadloos in plaats van ethernet

Je kunt met RaspAP ook een draadloos toegangspunt opzetten op een plaats waar je geen ethernetaansluiting hebt. Je dient dan een tweede wifi-interface via usb aan te sluiten op je Raspberry Pi, die je dan in plaats van een ethernetkabel gebruikt om met je router te verbinden. Open eerst het configuratiebestand van RaspAP met sudo nano /var/www/html/includes/config.php en verander in de regel define('RASPI_WIFI_CLIENT_INTERFACE', 'wlan0'); wlan0 door wlan1. Sla je wijziging op met Ctrl+O en sluit nano af met Ctrl+X. Open dan met nano het bestand /etc/dhcpcd.conf en voeg helemaal op het einde de regel nohook wpa_supplicant toe en plaats een hekje (#) vooraan de regel static routers=10.3.141.1. Voer daarna de opdracht sudo systemctl restart hostapd.service uit.

©PXimport

Https

Standaard draait de webinterface van RaspAP op http, niet op het versleutelde https. Op de wiki van het project vind je hoe je https-ondersteuning activeert. In het kort komt het hier op neer: je draait je eigen lokale certificaatautoriteit (CA), maakt een certificaat voor RaspAP aan en ondertekent dat. Daarna configureer je lighttpd, de door RaspAP gebruikte webserver, zodat die je certificaat gebruikt voor versleutelde communicatie met de webinterface. Tot slot moet je ook op elk apparaat waarmee je de webinterface wilt bezoeken het rootcertificaat (van je eigen certificaatautoriteit) downloaden zodat het certificaat van RaspAP vertrouwd wordt en in je webbrowser een groen slotje krijgt.

©PXimport

12 Wifi-client configureren

Klik daarna in de webinterface van RaspAP links op Configureer WiFi apparaat en rechts op Herscan. Kies het draadloze netwerk dat voor RaspAP als toegang tot je thuisnetwerk dient. Vul het wachtwoord bij het juiste netwerk in en klik op Add en daarna op Connect. Schakel daarna in Configureer hotspot / Geavanceerd de WiFi client AP mode in, klik op Instellingen opslaan en herstart de hotspot. Overigens is dit een stap waarin je tegen wat problemen kunt aanlopen. Als er iets niet lukt, kijk dan eens bij de issues op de GitHub-pagina van RaspAP of iemand een vergelijkbaar probleem heeft gehad en dat heeft opgelost.

©PXimport

13 RaspAP upgraden

RaspAP is nog volop ontwikkeling. Regelmatig upgraden naar de nieuwste versie is daarom aangeraden. Helaas gaat dat (nog) niet via de webinterface en dien je daarvoor enkele opdrachten in te typen. Zoek eerst op wat de nieuwste versie is, en of die nieuwer is dan het versienummer dat je linksboven in de webinterface van RaspAP te zien krijgt. Voer daarna de volgende opdrachten op je Pi uit: ga naar de juiste directory met cd /var/www/html, download de laatste broncode met sudo git fetch --tags en installeer daarna de gewenste versie met (bijvoorbeeld voor versie 1.6.1) sudo git checkout tags/1.6.1.

©PXimport

14 RaspAP verwijderen

Als je RaspAP als een tijdelijke oplossing hebt gebruikt, wil je het programma achteraf wellicht verwijderen. Gelukkig levert RaspAP een de-installatiescript mee dat niet alleen alle sporen van het programma zelf verwijdert, maar ook je systeemconfiguratiebestanden terugzet naar de versies waarvan RaspAP tijdens zijn installatie een kopie heeft gemaakt. Het gaat dan onder andere om de configuratie van je netwerkinterfaces, dns en dhcp. Ga daarvoor naar de juiste map met cd /var/www/html/installers en voer het script uit met ./uninstall.sh.

©PXimport

Extra diensten integreren

RaspAP kun je nog uitbreiden met extra diensten. Helaas is de integratie daarvan nog niet helemaal af, zodat je op dit gebied zelf nog wat configuratiewerk dient te doen. Maar op de wiki en in de issues van de GitHub-pagina vind je hier extra informatie over. Zo kun je een OpenVPN-client integreren, zodat alle clients die met je toegangspunt verbinden via een specifieke vpn-server surfen. Je kunt Tor op je Pi installeren, zodat alle wifi-clients automatisch via het Tor-netwerk anoniem surfen. En ook de adblocker Pi-hole kun je laten samenwerken met RaspAP om automatisch advertenties te blokkeren bij alle verbonden wifi-clients.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.