ID.nl logo
Zo maak je een wifi-punt van je Raspberry Pi
© Reshift Digital
Huis

Zo maak je een wifi-punt van je Raspberry Pi

Als je op zolder of in de tuin wifi nodig hebt en toevallig nog een Raspberry Pi hebt liggen, hoef je geen draadloos toegangspunt meer te kopen: je maakt dit gewoon zelf. Je installeert gewoon de software RaspAP op je Raspberry Pi en configureert het daarna eenvoudig via de ingebouwde webinterface. RaspAP is ook te combineren met een adblocker, vpn-server, Tor of een captive portal.

01 Raspberry Pi met wifi

Als je een Raspberry Pi over hebt, kun je daarmee een draadloos netwerk opzetten waarop je kunt verbinden. Daarbij maakt het niet zoveel uit over welk model van de Pi het gaat, al behaalt het nieuwste model, de Raspberry Pi 4, wel de hoogste prestaties. Je hebt uiteraard een wifi-chip nodig, dus je gebruikt of minimaal een Raspberry Pi 3 ofwel een ouder model dat je via een van de usb-poorten uitbreidt met een wifi-adapter zoals de Edimax EW-7811Un. Voor de eenvoud veronderstellen we dat je de Pi op je thuisnetwerk aansluit via een ethernetkabel.

©PXimport

02 Raspbian installeren

Daarna dien je Raspbian Buster Lite op je Pi te installeren.. Kort samengevat: download Raspbian Buster Lite, schrijf het image met balenaEtcher naar een micro-sd-kaart, schakel ssh in, start de Pi op en log met een ssh-client op je Pi in via het netwerk. Wijzig daarna het standaardwachtwoord en update alle pakketten. Daarna is je Pi klaar om er een draadloos toegangspunt van te maken.

©PXimport

Wifi-prestaties van de Pi

Er zijn belangrijke verschillen in wifi-prestaties tussen de verschillende Pi-modellen. De Raspberry Pi Zero W(H) en Raspberry Pi 3 ondersteunen 802.11n in de 2,4 GHz-band. Uit benchmarks van de Raspberry Pi Foundation blijkt dat die eerste een doorvoersnelheid van 25 Mbit/s haalt en die tweede 50 Mbit/s. De Raspberry Pi 3B+, 3A+ en 4B ondersteunen 802.11 b/g/n/ac, zowel in de 2,4GHz- als in de 5GHz-band. In die eerste band ligt de doorvoersnelheid van die modellen rond de 60 Mbit/s en in die tweede rond de 100 Mbit/s, met een uitschieter voor de Raspberry Pi 4B naar 114 Mbit/s.

©PXimport

03 Extra configuratie

Start in de terminal het configuratieprogramma van Raspbian met de opdracht sudo raspi-config, ga met de pijltjestoetsen naar 4 Localisation Options en druk op Enter. Kies daarna I4 Change Wi-fi Country en bevestig dan je land. Als je wilt dat de webinterface van RaspAP automatisch de taal van je webbrowser herkent als die op Nederlands ingesteld is, open je ook I1 Change Locale en vink je met de spatiebalk de utf-8-versie van je taal aan in de lijst, bijvoorbeeld nl_NL.UTF-8 voor Nederlands. Ga daarna met de tabtoets naar Ok en bevestig met Enter. De standaardtaal mag je in de volgende stap op en_GB.UTF-8 laten staan. Verlaat het programma tot slot met Finish.

©PXimport

04 RaspAP installeren

Download eerst het installatieprogramma van RaspAP met de opdracht wget -q https://git.io/voEUQ -O /tmp/raspap en voer het programma dan uit met bash /tmp/raspap. Bevestig met y en een druk op Enter dat je RaspAP wilt installeren. Je krijgt daarna te zien welke pakketten er geïnstalleerd worden: bevestig weer met y en Enter. Na de installatie krijg je nog enkele vragen over de configuratie: bevestig telkens met Enter om de aangeraden configuratie te kiezen. Helemaal op het einde krijg je de vraag om je Pi te herstarten: kies y en Enter om dat te doen.

©PXimport

05 Webinterface

Vanaf nu heb je de opdrachtregel niet meer nodig. Na de herstart is je draadloze toegangspunt actief met raspi-webgui als ssid en ChangeMe als wachtwoord. Verbind met dit draadloze netwerk: je krijgt dan een ip-adres toegekend en toegang tot internet via de ethernetinterface van de Pi. Bezoek dan het ip-adres 10.3.141.1 in je webbrowser. Log in op de webinterface met admin als gebruikersnaam en secret als wachtwoord. Je krijgt nu het dashboard te zien met wat statistieken over het toegangspunt, waaronder een lijst met verbonden toestellen met hun ip-adres en mac-adres.

©PXimport

06 Taal instellen

Als je taal onverwacht niet in het Nederlands staat, klik dan links op System en dan op het tabblad Language. Daar kun je handmatig je taal instellen. Sla je wijziging op en herlaad de pagina. Eventueel dien je je Pi te herstarten (dat kan in het tabblad System). Krijg je dan nog de interface in het Engels te zien, kijk dan na of je in stap 3 wel echt nl_NL.UTF-8 als taal hebt toegevoegd: zo merkten we dat RaspAP de taal nl_BE.UTF-8 niet als Nederlands herkende. Als je dit opgelost hebt, zie je alles in het Nederlands staan.

©PXimport

07 Hotspotinstellingen

Bekijk eerst de hotspotinstellingen. Klik daarvoor links op Configureer hotspot. In het eerste tabblad kun je het ssid, de draadloze modus en het kanaal veranderen (zie ook het kader ‘Welk wifi-kanaal kiezen?’). Kijk ook in het tabblad Geavanceerd na of de landcode daar wel correct staat. In het tabblad Beveiliging is er doorgaans geen reden om de standaardkeuzes WPA en TKIP te aanvaarden: kies voor de veiligere opties WPA2 en CCMP. Verander ook het wachtwoord ChangeMe. Sla je instellingen op en herstart daarna je Pi of klik (als je de webinterface niet via het wifi-netwerk van RaspAP bezoekt) op Stop hotspot en daarna Start hotspot.

©PXimport

08 Wachtwoord veranderen

Naast het wachtwoord voor je ssid dien je ook nog het wachtwoord voor de webinterface van RaspAP te veranderen. Dat doe je in Configureer authenticatie. Eventueel kun je ook de standaard gebruikersnaam admin veranderen. Maar het belangrijkste is dat je het standaardwachtwoord secret (dat je bij Oud wachtwoord invult) vervangt door een veiliger wachtwoord. Vul je nieuwe wachtwoord twee keer in en klik op Instellingen opslaan. Daarna vraagt de webinterface het nieuwe wachtwoord. Het is belangrijk dat zowel het ssid-wachtwoord als het wachtwoord van je webinterface sterk genoeg zijn, zodat onbevoegden geen toegang tot je netwerk en de configuratie van je hotspot hebben.

©PXimport

Welk wifi-kanaal kiezen?

Welk wifi-kanaal je voor RaspAP instelt, hangt voornamelijk af van welke kanalen er in je buurt al in gebruik zijn. Als meerdere draadloze netwerken van hetzelfde kanaal gebruikmaken, dan gaat dit vaak ten koste van de verbindingssnelheid. Op de 2,4GHz-band overlappen die kanalen bovendien, wat het nog problematischer maakt. De eerste stap is dus om te bekijken welke kanalen er al in gebruik zijn. Dat kan onder Android met een app zoals Wifi Analyzer, waarin je ook mooi de overlapping van de kanalen te zien krijgt. Kies voor RaspAP een kanaal dat zo min mogelijk overlapt met de andere netwerken.

09 Verbindingsproblemen oplossen

Als het je niet lukt om op je wifi-toegangspunt te verbinden, ga dan naar Configureer hotspot / Geavanceerd en schakel de optie Logboek uitvoer in. Klik op Instellingen opslaan en herstart de hotspot met Stop hotspot en daarna Start hotspot. Daarna krijg je in het tabblad Logfile logs te zien die je op de oorzaak van je problemen kunnen wijzen. Zoek voor een oplossing naar de foutmelding die je te zien krijgt in Google of op de GitHub-pagina van RaspAP.

©PXimport

10 Dhcp-server instellen

RaspAP draait een dhcp-server op de draadloze interface, die je via het menu Configureer DHCP server kunt instellen. Standaard deelt die ip-adressen uit van 10.3.141.50 tot 10.3.141.255, maar dat kun je veranderen. In het tabblad Clienten lijst krijg je te zien welke dhpc-leases geconfigureerd zijn. In Static Leases configureer je vaste ip-adressen. Je vult dan het mac-adres van een apparaat in en het ip-adres dat het toegekend moet krijgen. Klik daarna op Voeg toe en dan Instellingen opslaan. Dat is vooral handig als je op een van de via wifi aangesloten apparaten een server wilt draaien of met een firewall op basis van het ip-adres specifiek netwerkverkeer al dan niet wilt toestaan.

©PXimport

11 Draadloos in plaats van ethernet

Je kunt met RaspAP ook een draadloos toegangspunt opzetten op een plaats waar je geen ethernetaansluiting hebt. Je dient dan een tweede wifi-interface via usb aan te sluiten op je Raspberry Pi, die je dan in plaats van een ethernetkabel gebruikt om met je router te verbinden. Open eerst het configuratiebestand van RaspAP met sudo nano /var/www/html/includes/config.php en verander in de regel define('RASPI_WIFI_CLIENT_INTERFACE', 'wlan0'); wlan0 door wlan1. Sla je wijziging op met Ctrl+O en sluit nano af met Ctrl+X. Open dan met nano het bestand /etc/dhcpcd.conf en voeg helemaal op het einde de regel nohook wpa_supplicant toe en plaats een hekje (#) vooraan de regel static routers=10.3.141.1. Voer daarna de opdracht sudo systemctl restart hostapd.service uit.

©PXimport

Https

Standaard draait de webinterface van RaspAP op http, niet op het versleutelde https. Op de wiki van het project vind je hoe je https-ondersteuning activeert. In het kort komt het hier op neer: je draait je eigen lokale certificaatautoriteit (CA), maakt een certificaat voor RaspAP aan en ondertekent dat. Daarna configureer je lighttpd, de door RaspAP gebruikte webserver, zodat die je certificaat gebruikt voor versleutelde communicatie met de webinterface. Tot slot moet je ook op elk apparaat waarmee je de webinterface wilt bezoeken het rootcertificaat (van je eigen certificaatautoriteit) downloaden zodat het certificaat van RaspAP vertrouwd wordt en in je webbrowser een groen slotje krijgt.

©PXimport

12 Wifi-client configureren

Klik daarna in de webinterface van RaspAP links op Configureer WiFi apparaat en rechts op Herscan. Kies het draadloze netwerk dat voor RaspAP als toegang tot je thuisnetwerk dient. Vul het wachtwoord bij het juiste netwerk in en klik op Add en daarna op Connect. Schakel daarna in Configureer hotspot / Geavanceerd de WiFi client AP mode in, klik op Instellingen opslaan en herstart de hotspot. Overigens is dit een stap waarin je tegen wat problemen kunt aanlopen. Als er iets niet lukt, kijk dan eens bij de issues op de GitHub-pagina van RaspAP of iemand een vergelijkbaar probleem heeft gehad en dat heeft opgelost.

©PXimport

13 RaspAP upgraden

RaspAP is nog volop ontwikkeling. Regelmatig upgraden naar de nieuwste versie is daarom aangeraden. Helaas gaat dat (nog) niet via de webinterface en dien je daarvoor enkele opdrachten in te typen. Zoek eerst op wat de nieuwste versie is, en of die nieuwer is dan het versienummer dat je linksboven in de webinterface van RaspAP te zien krijgt. Voer daarna de volgende opdrachten op je Pi uit: ga naar de juiste directory met cd /var/www/html, download de laatste broncode met sudo git fetch --tags en installeer daarna de gewenste versie met (bijvoorbeeld voor versie 1.6.1) sudo git checkout tags/1.6.1.

©PXimport

14 RaspAP verwijderen

Als je RaspAP als een tijdelijke oplossing hebt gebruikt, wil je het programma achteraf wellicht verwijderen. Gelukkig levert RaspAP een de-installatiescript mee dat niet alleen alle sporen van het programma zelf verwijdert, maar ook je systeemconfiguratiebestanden terugzet naar de versies waarvan RaspAP tijdens zijn installatie een kopie heeft gemaakt. Het gaat dan onder andere om de configuratie van je netwerkinterfaces, dns en dhcp. Ga daarvoor naar de juiste map met cd /var/www/html/installers en voer het script uit met ./uninstall.sh.

©PXimport

Extra diensten integreren

RaspAP kun je nog uitbreiden met extra diensten. Helaas is de integratie daarvan nog niet helemaal af, zodat je op dit gebied zelf nog wat configuratiewerk dient te doen. Maar op de wiki en in de issues van de GitHub-pagina vind je hier extra informatie over. Zo kun je een OpenVPN-client integreren, zodat alle clients die met je toegangspunt verbinden via een specifieke vpn-server surfen. Je kunt Tor op je Pi installeren, zodat alle wifi-clients automatisch via het Tor-netwerk anoniem surfen. En ook de adblocker Pi-hole kun je laten samenwerken met RaspAP om automatisch advertenties te blokkeren bij alle verbonden wifi-clients.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.