ID.nl logo
Zo maak je een wifi-punt van je Raspberry Pi
© Reshift Digital
Huis

Zo maak je een wifi-punt van je Raspberry Pi

Als je op zolder of in de tuin wifi nodig hebt en toevallig nog een Raspberry Pi hebt liggen, hoef je geen draadloos toegangspunt meer te kopen: je maakt dit gewoon zelf. Je installeert gewoon de software RaspAP op je Raspberry Pi en configureert het daarna eenvoudig via de ingebouwde webinterface. RaspAP is ook te combineren met een adblocker, vpn-server, Tor of een captive portal.

01 Raspberry Pi met wifi

Als je een Raspberry Pi over hebt, kun je daarmee een draadloos netwerk opzetten waarop je kunt verbinden. Daarbij maakt het niet zoveel uit over welk model van de Pi het gaat, al behaalt het nieuwste model, de Raspberry Pi 4, wel de hoogste prestaties. Je hebt uiteraard een wifi-chip nodig, dus je gebruikt of minimaal een Raspberry Pi 3 ofwel een ouder model dat je via een van de usb-poorten uitbreidt met een wifi-adapter zoals de Edimax EW-7811Un. Voor de eenvoud veronderstellen we dat je de Pi op je thuisnetwerk aansluit via een ethernetkabel.

©PXimport

02 Raspbian installeren

Daarna dien je Raspbian Buster Lite op je Pi te installeren.. Kort samengevat: download Raspbian Buster Lite, schrijf het image met balenaEtcher naar een micro-sd-kaart, schakel ssh in, start de Pi op en log met een ssh-client op je Pi in via het netwerk. Wijzig daarna het standaardwachtwoord en update alle pakketten. Daarna is je Pi klaar om er een draadloos toegangspunt van te maken.

©PXimport

Wifi-prestaties van de Pi

Er zijn belangrijke verschillen in wifi-prestaties tussen de verschillende Pi-modellen. De Raspberry Pi Zero W(H) en Raspberry Pi 3 ondersteunen 802.11n in de 2,4 GHz-band. Uit benchmarks van de Raspberry Pi Foundation blijkt dat die eerste een doorvoersnelheid van 25 Mbit/s haalt en die tweede 50 Mbit/s. De Raspberry Pi 3B+, 3A+ en 4B ondersteunen 802.11 b/g/n/ac, zowel in de 2,4GHz- als in de 5GHz-band. In die eerste band ligt de doorvoersnelheid van die modellen rond de 60 Mbit/s en in die tweede rond de 100 Mbit/s, met een uitschieter voor de Raspberry Pi 4B naar 114 Mbit/s.

©PXimport

03 Extra configuratie

Start in de terminal het configuratieprogramma van Raspbian met de opdracht sudo raspi-config, ga met de pijltjestoetsen naar 4 Localisation Options en druk op Enter. Kies daarna I4 Change Wi-fi Country en bevestig dan je land. Als je wilt dat de webinterface van RaspAP automatisch de taal van je webbrowser herkent als die op Nederlands ingesteld is, open je ook I1 Change Locale en vink je met de spatiebalk de utf-8-versie van je taal aan in de lijst, bijvoorbeeld nl_NL.UTF-8 voor Nederlands. Ga daarna met de tabtoets naar Ok en bevestig met Enter. De standaardtaal mag je in de volgende stap op en_GB.UTF-8 laten staan. Verlaat het programma tot slot met Finish.

©PXimport

04 RaspAP installeren

Download eerst het installatieprogramma van RaspAP met de opdracht wget -q https://git.io/voEUQ -O /tmp/raspap en voer het programma dan uit met bash /tmp/raspap. Bevestig met y en een druk op Enter dat je RaspAP wilt installeren. Je krijgt daarna te zien welke pakketten er geïnstalleerd worden: bevestig weer met y en Enter. Na de installatie krijg je nog enkele vragen over de configuratie: bevestig telkens met Enter om de aangeraden configuratie te kiezen. Helemaal op het einde krijg je de vraag om je Pi te herstarten: kies y en Enter om dat te doen.

©PXimport

05 Webinterface

Vanaf nu heb je de opdrachtregel niet meer nodig. Na de herstart is je draadloze toegangspunt actief met raspi-webgui als ssid en ChangeMe als wachtwoord. Verbind met dit draadloze netwerk: je krijgt dan een ip-adres toegekend en toegang tot internet via de ethernetinterface van de Pi. Bezoek dan het ip-adres 10.3.141.1 in je webbrowser. Log in op de webinterface met admin als gebruikersnaam en secret als wachtwoord. Je krijgt nu het dashboard te zien met wat statistieken over het toegangspunt, waaronder een lijst met verbonden toestellen met hun ip-adres en mac-adres.

©PXimport

06 Taal instellen

Als je taal onverwacht niet in het Nederlands staat, klik dan links op System en dan op het tabblad Language. Daar kun je handmatig je taal instellen. Sla je wijziging op en herlaad de pagina. Eventueel dien je je Pi te herstarten (dat kan in het tabblad System). Krijg je dan nog de interface in het Engels te zien, kijk dan na of je in stap 3 wel echt nl_NL.UTF-8 als taal hebt toegevoegd: zo merkten we dat RaspAP de taal nl_BE.UTF-8 niet als Nederlands herkende. Als je dit opgelost hebt, zie je alles in het Nederlands staan.

©PXimport

07 Hotspotinstellingen

Bekijk eerst de hotspotinstellingen. Klik daarvoor links op Configureer hotspot. In het eerste tabblad kun je het ssid, de draadloze modus en het kanaal veranderen (zie ook het kader ‘Welk wifi-kanaal kiezen?’). Kijk ook in het tabblad Geavanceerd na of de landcode daar wel correct staat. In het tabblad Beveiliging is er doorgaans geen reden om de standaardkeuzes WPA en TKIP te aanvaarden: kies voor de veiligere opties WPA2 en CCMP. Verander ook het wachtwoord ChangeMe. Sla je instellingen op en herstart daarna je Pi of klik (als je de webinterface niet via het wifi-netwerk van RaspAP bezoekt) op Stop hotspot en daarna Start hotspot.

©PXimport

08 Wachtwoord veranderen

Naast het wachtwoord voor je ssid dien je ook nog het wachtwoord voor de webinterface van RaspAP te veranderen. Dat doe je in Configureer authenticatie. Eventueel kun je ook de standaard gebruikersnaam admin veranderen. Maar het belangrijkste is dat je het standaardwachtwoord secret (dat je bij Oud wachtwoord invult) vervangt door een veiliger wachtwoord. Vul je nieuwe wachtwoord twee keer in en klik op Instellingen opslaan. Daarna vraagt de webinterface het nieuwe wachtwoord. Het is belangrijk dat zowel het ssid-wachtwoord als het wachtwoord van je webinterface sterk genoeg zijn, zodat onbevoegden geen toegang tot je netwerk en de configuratie van je hotspot hebben.

©PXimport

Welk wifi-kanaal kiezen?

Welk wifi-kanaal je voor RaspAP instelt, hangt voornamelijk af van welke kanalen er in je buurt al in gebruik zijn. Als meerdere draadloze netwerken van hetzelfde kanaal gebruikmaken, dan gaat dit vaak ten koste van de verbindingssnelheid. Op de 2,4GHz-band overlappen die kanalen bovendien, wat het nog problematischer maakt. De eerste stap is dus om te bekijken welke kanalen er al in gebruik zijn. Dat kan onder Android met een app zoals Wifi Analyzer, waarin je ook mooi de overlapping van de kanalen te zien krijgt. Kies voor RaspAP een kanaal dat zo min mogelijk overlapt met de andere netwerken.

09 Verbindingsproblemen oplossen

Als het je niet lukt om op je wifi-toegangspunt te verbinden, ga dan naar Configureer hotspot / Geavanceerd en schakel de optie Logboek uitvoer in. Klik op Instellingen opslaan en herstart de hotspot met Stop hotspot en daarna Start hotspot. Daarna krijg je in het tabblad Logfile logs te zien die je op de oorzaak van je problemen kunnen wijzen. Zoek voor een oplossing naar de foutmelding die je te zien krijgt in Google of op de GitHub-pagina van RaspAP.

©PXimport

10 Dhcp-server instellen

RaspAP draait een dhcp-server op de draadloze interface, die je via het menu Configureer DHCP server kunt instellen. Standaard deelt die ip-adressen uit van 10.3.141.50 tot 10.3.141.255, maar dat kun je veranderen. In het tabblad Clienten lijst krijg je te zien welke dhpc-leases geconfigureerd zijn. In Static Leases configureer je vaste ip-adressen. Je vult dan het mac-adres van een apparaat in en het ip-adres dat het toegekend moet krijgen. Klik daarna op Voeg toe en dan Instellingen opslaan. Dat is vooral handig als je op een van de via wifi aangesloten apparaten een server wilt draaien of met een firewall op basis van het ip-adres specifiek netwerkverkeer al dan niet wilt toestaan.

©PXimport

11 Draadloos in plaats van ethernet

Je kunt met RaspAP ook een draadloos toegangspunt opzetten op een plaats waar je geen ethernetaansluiting hebt. Je dient dan een tweede wifi-interface via usb aan te sluiten op je Raspberry Pi, die je dan in plaats van een ethernetkabel gebruikt om met je router te verbinden. Open eerst het configuratiebestand van RaspAP met sudo nano /var/www/html/includes/config.php en verander in de regel define('RASPI_WIFI_CLIENT_INTERFACE', 'wlan0'); wlan0 door wlan1. Sla je wijziging op met Ctrl+O en sluit nano af met Ctrl+X. Open dan met nano het bestand /etc/dhcpcd.conf en voeg helemaal op het einde de regel nohook wpa_supplicant toe en plaats een hekje (#) vooraan de regel static routers=10.3.141.1. Voer daarna de opdracht sudo systemctl restart hostapd.service uit.

©PXimport

Https

Standaard draait de webinterface van RaspAP op http, niet op het versleutelde https. Op de wiki van het project vind je hoe je https-ondersteuning activeert. In het kort komt het hier op neer: je draait je eigen lokale certificaatautoriteit (CA), maakt een certificaat voor RaspAP aan en ondertekent dat. Daarna configureer je lighttpd, de door RaspAP gebruikte webserver, zodat die je certificaat gebruikt voor versleutelde communicatie met de webinterface. Tot slot moet je ook op elk apparaat waarmee je de webinterface wilt bezoeken het rootcertificaat (van je eigen certificaatautoriteit) downloaden zodat het certificaat van RaspAP vertrouwd wordt en in je webbrowser een groen slotje krijgt.

©PXimport

12 Wifi-client configureren

Klik daarna in de webinterface van RaspAP links op Configureer WiFi apparaat en rechts op Herscan. Kies het draadloze netwerk dat voor RaspAP als toegang tot je thuisnetwerk dient. Vul het wachtwoord bij het juiste netwerk in en klik op Add en daarna op Connect. Schakel daarna in Configureer hotspot / Geavanceerd de WiFi client AP mode in, klik op Instellingen opslaan en herstart de hotspot. Overigens is dit een stap waarin je tegen wat problemen kunt aanlopen. Als er iets niet lukt, kijk dan eens bij de issues op de GitHub-pagina van RaspAP of iemand een vergelijkbaar probleem heeft gehad en dat heeft opgelost.

©PXimport

13 RaspAP upgraden

RaspAP is nog volop ontwikkeling. Regelmatig upgraden naar de nieuwste versie is daarom aangeraden. Helaas gaat dat (nog) niet via de webinterface en dien je daarvoor enkele opdrachten in te typen. Zoek eerst op wat de nieuwste versie is, en of die nieuwer is dan het versienummer dat je linksboven in de webinterface van RaspAP te zien krijgt. Voer daarna de volgende opdrachten op je Pi uit: ga naar de juiste directory met cd /var/www/html, download de laatste broncode met sudo git fetch --tags en installeer daarna de gewenste versie met (bijvoorbeeld voor versie 1.6.1) sudo git checkout tags/1.6.1.

©PXimport

14 RaspAP verwijderen

Als je RaspAP als een tijdelijke oplossing hebt gebruikt, wil je het programma achteraf wellicht verwijderen. Gelukkig levert RaspAP een de-installatiescript mee dat niet alleen alle sporen van het programma zelf verwijdert, maar ook je systeemconfiguratiebestanden terugzet naar de versies waarvan RaspAP tijdens zijn installatie een kopie heeft gemaakt. Het gaat dan onder andere om de configuratie van je netwerkinterfaces, dns en dhcp. Ga daarvoor naar de juiste map met cd /var/www/html/installers en voer het script uit met ./uninstall.sh.

©PXimport

Extra diensten integreren

RaspAP kun je nog uitbreiden met extra diensten. Helaas is de integratie daarvan nog niet helemaal af, zodat je op dit gebied zelf nog wat configuratiewerk dient te doen. Maar op de wiki en in de issues van de GitHub-pagina vind je hier extra informatie over. Zo kun je een OpenVPN-client integreren, zodat alle clients die met je toegangspunt verbinden via een specifieke vpn-server surfen. Je kunt Tor op je Pi installeren, zodat alle wifi-clients automatisch via het Tor-netwerk anoniem surfen. En ook de adblocker Pi-hole kun je laten samenwerken met RaspAP om automatisch advertenties te blokkeren bij alle verbonden wifi-clients.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.