ID.nl logo
Zo kun je programmeren in Python - Deel 3
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo kun je programmeren in Python - Deel 3

Nu je hebt gezien hoe je gegevens structureert in lijsten en dictionary’s, wordt het tijd om ook in je programma’s wat structuur te brengen. In deze les ga je van start met de Python-ontwikkelomgeving Thonny en schrijf je je eerste Python-programma’s.

Tot nu toe heb je al je Python-opdrachten in een interactieve sessie in de Python-interpreter uitgevoerd. Dat is handig voor wat kleine berekeningen, maar voor complexere zaken dien je een volwaardig programma te schrijven. En dat gaan we in deze les dan ook doen, waarbij we ook veel opdrachten zien die Python aanbiedt om een programma op te bouwen.

Thonny

Als je Python-programma’s begint te schrijven die voor meer dienen dan eenvoudige bewerkingen, volstaat de Python-interpreter niet: je hebt dan een ontwikkelomgeving nodig die je helpt bij het opbouwen van je programma. In deze les gebruiken we Thonny, dat standaard wordt geïnstalleerd met Python vanaf versie 3.7.

Als je Thonny opstart, krijg je twee tekstvelden te zien. In het tekstveld bovenaan typ je je Python-programma in. Het tekstveld onderaan is een ‘shell’: dit is hetzelfde als de Python-interpreter die we in de vorige lessen gebruikten. Om kort wat opdrachten uit te proberen terwijl je een programma aan het schrijven bent, kan dit tekstveld handig zijn.

©PXimport

Waar of niet waar

Maar voordat we een programma schrijven, dienen we eerst nog één datatype van Python uit te leggen, en wel een heel eenvoudig: bool. Dit stelt een booleaanse waarde voor: waar of niet waar, of in Python: True of False. Heel wat functies en operatoren in Python geven een van deze waardes terug. Voer de volgende opdrachten maar eens in het shell-tekstveld van Thonny in:

>>> namen = ['lies', 'jan', 'kees', 'mireille', 'koen', 'rob']>>> 'kees' in namenTrue>>> 'aniek' in namenFalse>>> namen[0] == 'lies'True>>> namen[1] != 'kees'True>>> 2 < 5True>>> 2 > 5False>>> 3.1.is_integer()False>>> 3.0.is_integer()True

Zoals je ziet, kun je met in testen of een element zich in een lijst bevindt. Met == test je op de gelijkheid van twee objecten en met != op de ongelijkheid. Vergelijkingen zoals < (kleiner dan) en > (groter dan) geven ook een booleaanse waarde terug. Daarnaast heb je ook <= (kleiner dan of gelijk aan) en >= (groter dan of gelijk aan). En een functie zoals is_integer() is handig om van een float te bepalen of het een gehele waarde is.

Met booleaanse waarden zelf kun je ook ‘rekenen’, namelijk met de operatoren and, or en not. De uitdrukking xor y is True als x of y of beide objecten True zijn; x and y is True als beide objecten True zijn; en not x is True als x False is en andersom.

Waardes testen: if

Dan gaan we nu ons eerste Python-programma schrijven. Het programma vraagt de gebruiker om een geheel getal van 1 tot 10 in te vullen en toont het getal dan in een woord uitgeschreven. Maar als de gebruiker een getal kleiner dan 1 of groter dan 10 invult, krijgt hij een foutmelding. Het programma ziet er zo uit:

getallen = {1: 'één', 2: 'twee', 3: 'drie', 4: 'vier', 5: 'vijf', 6: 'zes', 7: 'zeven', 8: 'acht', 9: 'negen', 10: 'tien'}

getal = int(input("Voer een geheel getal van 1 tot 10 in: "))

if getal < 1:

print("Het getal is kleiner dan 1.")

elif getal > 10:

print("Het getal is groter dan 10.")

else:

print(getallen[getal])

Op de eerste regel maken we een dictionary aan met de getallen van 1 tot 10 als sleutel, met telkens als bijbehorende waarde een string met het getal in een woord uitgedrukt. Daarna roepen we de functie input aan met als argument een string met de vraag om een getal in te voeren. De functie input geeft als waarde de string terug die de gebruiker heeft ingevoerd. Die string zetten we met int om naar een geheel getal, op voorwaarde natuurlijk dat de gebruiker daadwerkelijk een getal heeft ingevoerd.

Daarna testen we met if getal < 1 of het getal kleiner is dan 1. In dat geval wordt de regel erna uitgevoerd. Als aan die eerste voorwaarde niet voldaan is, controleert Python de voorwaarde in de regel elif getal > 10. Zo ja, dan wordt de regel erna uitgevoerd; zo nee, dan wordt de regel na else: uitgevoerd.

Zo’n blok als hierboven kan meerdere controles met elif bevatten: die worden dan één voor één getest tot er aan een voorwaarde is voldaan. Overigens zijn de controles met elif en else optioneel. Je kunt dus eenvoudig alleen met if een voorwaarde testen: in het geval niet aan die voorwaarde is voldaan, gebeurt er niets en gaat het programma gewoon verder.

Voer je programma uit

Voer de code in het programmatekstveld van Thonny in. Je merkt dat Thonny de regels automatisch met vier tekens inspringt nadat je op Enter drukt na een regel met if, elif of else. Let op: zonder deze inspringing is de Python-code niet geldig. Nadat je de volledige code ingetypt hebt, sla je het bestand in Thonny op. Druk daarna op het groene icoontje met het driehoekje om het programma uit te voeren.

Als je een tikfout hebt gemaakt, krijg je in het onderste tekstveld een foutmelding te zien. Dat is bijvoorbeeld het geval als je een : op het einde van een regel met if, elif of else vergeet of als je de code niet correct inspringt. Verbeter dan je code en voer het programma opnieuw uit.

Je programma vraagt nu in het tekstveld onderaan om een getal van 1 tot 10 in te voeren. Test de verschillende onderdelen van je programma eens uit door een getal in te voeren dat te klein, te groot of binnen het bereik ligt. Na elke invoer druk je op Enter en krijg je het resultaat te zien. Voer het programma daarna opnieuw uit voor een volgende poging.

Programma’s op de opdrachtregel uitvoeren

Je hoeft je programma’s niet in Thonny uit te voeren. Als je op de Opdrachtprompt (onder Windows) of de Terminal (onder Linux of macOS) naar de directory gaat waarin je je Python-programma hebt opgeslagen, kun je het programma uitvoeren met de opdracht python3 naamvanprogramma.py.

Een bereik van getallen

Ons programma is ingewikkelder dan nodig. We hoeven eigenlijk niet te weten of het ingevoerde getal kleiner dan 1 is of groter dan 10: we willen gewoon weten of het in het gevraagde bereik van 1 tot 10 ligt. Daarbij kunnen we gebruikmaken van de functie range, die een bereik van getallen voorstelt. Zo kunnen we ons voorgaande programma vereenvoudigen tot:

getallen = {1: 'één', 2: 'twee', 3: 'drie', 4: 'vier', 5: 'vijf', 6: 'zes', 7: 'zeven', 8: 'acht', 9: 'negen', 10: 'tien'}

getal = int(input("Voer een geheel getal van 1 tot 10 in: "))

if getal - 1 in range(len(getallen)):

print(getallen[getal])

else:

print("Het getal ligt niet binnen het bereik van 1 tot 10.")

We hebben nu nog maar één test met if nodig, zonder elif. In die controle testen we immers of het ingevoerde getal in het bereik ligt. Dat bereik berekenen we door de lengte van de dictionary met getallen door te geven aan de functie range. Omdat Python altijd vanaf 0 begint te tellen, is het bereik voor die dictionary met lengte 10 gelijk aan de getallen van 0 tot 9. Maar omdat wij mensen vanaf 1 beginnen te tellen, trekken we 1 van het ingevoerde getal af voordat we testen of het getal zich in het bereik bevindt. En zo komen we aan deze regel:

if getal - 1 in range(len(getallen)):

Voorwaardelijke lussen

Ons programma heeft nog één groot minpunt: als de gebruiker een waarde buiten het bereik invoert, stopt het programma gewoon en moet de gebruiker het programma opnieuw uitvoeren. Waarom kan het programma in dat geval niet uit zichzelf opnieuw naar een getal vragen? Dat kan, namelijk met while:

getallen = {1: 'één', 2: 'twee', 3: 'drie', 4: 'vier', 5: 'vijf', 6: 'zes', 7: 'zeven', 8: 'acht', 9: 'negen', 10: 'tien'}

getal = 0

while getal - 1 not in range(len(getallen)):

getal = int(input("Voer een geheel getal van 1 tot 10 in: "))

print(getallen[getal])

In de regel met while testen we met not in of het ingevoerde getal zich niet binnen het bereik bevindt. In dat geval wordt de ingesprongen opdracht eronder uitgevoerd. En daarna gebeurt de test in de regel met while opnieuw, zolang het getal zich niet binnen het bereik bevindt. Pas wanneer het getal zich wel binnen het bereik bevindt, stopt het while-blok en gaat het programma verder met de laatste regel. Zo’n while-blok noemen we een lus, omdat het programma als het ware in rondjes draait zolang aan de voorwaarde op de while-regel is voldaan.

Let op: we kennen in het begin van het programma 0 toe aan de variabele getal zodat de while-lus de eerste keer sowieso wordt uitgevoerd.

Samenvatting

In deze les hebben we de stap gezet van afzonderlijke Python-opdrachten naar Python-programma’s. Dat deden we in de ontwikkelomgeving Thonny. We bekeken het datatype bool en werkten met voorwaarden in if-blokken en while-lussen. Daarbij maakten we ook gebruik van de functie range voor een bereik van getallen. We gebruikten input en print voor invoer en uitvoer. De volgende les besteden we volledig aan invoer en uitvoer, en bespreken we ook hoe je door elementen in een lijst of dictionary loopt.

Opdracht

Ons laatste programma heeft nog één nadeel: het vraagt bij de invoer van een getal buiten het bereik van 1 tot 10 gewoon opnieuw een getal zonder extra melding dat je iets verkeerds hebt ingetypt. Voeg die extra melding toe, zoals we wel in het programma met if hadden.

Uitwerking

getallen = {1: 'één', 2: 'twee', 3: 'drie', 4: 'vier', 5: 'vijf', 6: 'zes', 7: 'zeven', 8: 'acht', 9: 'negen', 10: 'tien'} getal = int(input("Voer een geheel getal van 1 tot 10 in: ")) while getal - 1 not in range(len(getallen)): print("Het getal ligt niet binnen het bereik van 1 tot 10.") getal = int(input("Voer een geheel getal van 1 tot 10 in: ")) print(getallen[getal]) Dit programma combineert de ideeën achter onze twee vorige programma’s. We initialiseren getal nu niet met 0, maar met de invoer van de gebruiker. Als deze eerste keer het getal onmiddellijk in het bereik van 1 tot 10 ligt, is aan de voorwaarde van de while-lus niet voldaan en wordt het getal getoond. In het andere geval wordt de lus gestart, waarbij zolang het getal niet in het bereik ligt de gebruiker een melding daarvan krijgt en de vraag om een getal in te voeren.

Cheatsheet

argument: een waarde die je aan een functie doorgeeft. bool (‘booleaanse waarde’): waar (True) of niet waar (False). if: een test of er aan een voorwaarde is voldaan. ontwikkelomgeving (development environment): software die je ondersteunt bij het schrijven van programma’s. while: een lus die uitgevoerd wordt zolang er aan een voorwaarde is voldaan.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.