ID.nl logo
Huis

Welke soorten hosting passen bij jouw web-applicaties?

Je web-applicatie verdient een betrouwbaar en snel platform met een onberispelijke internetverbinding, maar je zit vast niet te wachten op de zorgen die het beheer van fysieke machines met zich meebrengt. Zie daar de reden van de populariteit van hosting. In dit artikel gaan we wat dieper in op de verschillende soorten hosting.

Het draaien van web-applicaties kun je natuurlijk helemaal op eigen locatie doen, bijvoorbeeld op je nas, een speciaal daarvoor ingerichte computer, of echte server(s) die je thuis of op je bedrijfslocatie hebt staan. In al die gevallen heb je te maken met hardwarebeheer, maar dat laten we in dit artikel buiten beschouwing, want dan spreken we niet meer over hosting in de gebruikelijke zin des woords. In dit artikel gaan we ervan uit dat de server op een andere locatie staat en je tegen betaling op afstand die server (of deel daarvan) kunt gebruiken.

Co-locatie

Een stap verder dan letterlijk je eigen fysieke server beheren is het plaatsen van een eigen server in een extern datacentrum. In de praktijk komt dat meestal neer op neer het kopen of leasen van een server of servers die zich al in een datacentrum bevinden. Het gebruik van een server in zo’n gedeeld datacentrum heet co-locatie. Fysiek staat je server dan misschien in Amsterdam, terwijl je bedrijf bijvoorbeeld in Apeldoorn staat.

Het ligt misschien natuurlijk voor de hand om een datacentrum in of dicht bij je vestigingslocatie te kiezen, maar in de praktijk zal het fysieke beheer meestal door de systeembeheerders van het desbetreffende datacentrum gedaan worden en dus doet de afstand tot je eigen locatie er niet toe. Als gewone klant krijg je standaard ook geen toegang tot het datacentrum.

Voor grote klanten met een flink aantal servers, zoals hostingproviders en grote bedrijven, kan dat anders liggen. Hun eigen systeembeheerders hebben vaak wel fysieke toegang tot een eigen afgesloten en beveiligd deel van het datacentrum. Het dagelijkse beheer gebeurt echter softwarematig op afstand via onder andere browser en terminalverbinding.

Er zijn vele honderden datacentra in Nederland, waarvan de meeste in Amsterdam. Hoewel er diverse sites zijn met overzichten van datacentra is het praktisch nut daarvan beperkt. Ze zijn onvolledig en bieden geen of beperkte selectiecriteria. Bovendien komt co-locatie meestal tot stand via tussenpartijen als hosting- en it-providers.

Shared en managed hosting

Als je je verdiept in hosting-mogelijkheden kom je onder andere de termen shared hosting, managed en unmanaged hosting en reseller hosting tegen. Shared hosting is de goedkoopste en simpelste vorm van hosting. Bij deze variant deel je een server met andere gebruikers. Op een shared server kunnen wel tientallen of zelfs honderden websites en web-applicaties staan. Hoewel je doorgaans geen overzicht krijgt van de sites die allemaal op ‘jouw’ server staan, kun je daar via een inverse ip-zoekopdracht wel achter komen, bijvoorbeeld via www.tcpiputils.com/reverse-ip.

Doordat er zoveel sites en klanten van dezelfde server gebruikmaken, is de kans op storingen, uitval of trage verbindingen relatief groot. Een of meer zware sites, vastgelopen serverprocessen, of bulkmail versturende medegebruikers zijn zomaar wat potentiële probleemveroorzakers. Het duurt soms lang voordat de provider de oorzaak van een storing of vertragende factor heeft gevonden en je site of applicatie kan dan minuten tot in extreme gevallen zelfs dagen offline zijn. En dat heb je bovendien niet altijd zelf door, als je je site niet monitort.

Het duurt soms lang voordat de provider de oorzaak van een storing of vertragende factor heeft gevonden

-

Om dit soort problemen te voorkomen hanteren hosters vaak beperkingen bij shared-hosting, bijvoorbeeld ten aanzien van de configuratie van je account en de software en scripts die je mag gebruiken. Alleen als het je niet uitmaakt of je site of toepassing af en toe platligt, je geen bijzondere software gebruikt en de prijs belangrijk is, dan is shared hosting aan te raden.

Bij shared hosting heb je geen toegang tot de systeembestanden van de server. Het technische beheer van je account wordt dus voor je gedaan. Dit wordt dan ook wel managed hosting genoemd. Soms kun je wel bepaalde php- en andere hosting-instellingen (laten) aanpassen.

©PXimport

Reseller en unmanaged hosting

Een bijzondere vorm van shared hosting is reseller hosting. Dit houdt in dat je een bepaald aantal sites of domeinen mag hosten en je de hosting-accounts hiervoor zelf kunt aanmaken in je ‘super-admin-account’. Het is toegestaan deze accounts te laten gebruiken door anderen, en je mag hier ook aan verdienen. Je kunt deze accounts dus als het ware doorverkopen.

Dit kan interessant zijn voor bijvoorbeeld webdesigners die sites bouwen voor klanten en de hostingaccounts voor die klanten willen beheren zonder zelf de technische kant op te hoeven gaan. Reseller hosting is ook geschikt als je zelf meerdere sites of applicaties wilt hosten. Het is handiger en goedkoper dan meerdere losse hosting-accounts.

Naast managed hosting is er ook unmanaged hosting en dat betekent dat je een kale server huurt waarop je zelf alle serversoftware moet installeren. Je krijgt bij het inrichten en beheren geen support, je moet het zelf uitzoeken, hoewel er vaak wel informatie gegeven wordt over de basisinrichting. Maar kom je er niet uit, dan ben je op jezelf aangewezen.

De meeste hosters bieden bij unmanaged hosting wel allerlei installatiewizards voor de basissoftware en control panels. Daarmee heb je zonder veel moeite een gebruiksklare hosting-server tot je beschikking. Maar ook dan zul je je toch moeten verdiepen in de techniek en mogelijkheden om bepaalde keuzes te kunnen maken. En dan hebben we het nog niet gehad over de configuratie en installatie van aanvullende software.

Unmanaged hosting heeft altijd de vorm van een zelfstandig draaiende serveromgeving die je niet deelt met andere gebruikers. Dit kan een zogenaamde dedicated ofwel private server zijn, waarbij je een eigen fysieke server tot je beschikking hebt. Maar het gaat vaker om een vps (virtual private server), een softwarematige simulatie van een fysieke server. Je hebt dan net als bij een echte server de volledige technische controle over de omgeving, inclusief root-toegang via ssh.

Wie onbekend is met deze vorm van hosting staat een aardig leertraject te wachten

-

Ook kun je de (virtuele) hardware-specificaties van je vps soms zelf op elk moment online upgraden als je dat wilt, bijvoorbeeld met meer ram, ruimere opslag, of een extra processorkern. Soms heb je ook de mogelijkheid om juist lagere specificaties in te stellen, waardoor de prijs omlaag gaat. Dit alles heeft een hoog cloud-gehalte. Je werkt volledig virtueel en op afstand, maar hebt de voordelen en de werkwijze die horen bij een fysieke server.

Wie onbekend is met deze vorm van hosting staat een aardig leertraject te wachten, het is wereld op zich en niet te vergelijken met gewoon computergebruik of het gebruik van shared hosting. Een betere optie is om eerst een tijd te testen, oefenen en ervaring op te doen.

Als je een goed onderlegde systeembeheerder in je team of bedrijf hebt die de server beheert is de situatie natuurlijk anders. Zeker in dat soort gevallen is een unmanaged server ideaal. Voor iedere unmanaged server is het wel zeer aan te bevelen direct na installatie van alle standaard serversoftware aanvullende veiligheidsmaatregelen te treffen en op zijn minst een goede firewall en antispam- en antivirussoftware toe te voegen.

©PXimport

Managed servers en speciale hosting

Daarnaast heb je ook managed servers, hetzij vps hetzij dedicated. Dat is dus wat anders dan de eerder besproken (shared) managed hosting, want je hebt in dit geval de beschikking over een hele server of meerdere servers in plaats van een of meerdere losse accounts. Bij managed servers wordt de techniek van je server beheerd door professionals, zodat je je niet hoeft bezig te houden met systeembeheer en je kunt focussen op het hosten van je site(s) of applicatie(s).

Een uitgebreide vorm van managed serverhosting kan vele honderden tot duizenden euro’s of dollars per maand kosten. Voor een summiere vorm moet je ook al rekenen op enkele tientjes per maand.

Als je hosting nodig hebt voor een speciale toepassing kan het prettig zijn als de aanbieder hier duidelijk verstand van heeft en de server of het account afstemt op dit gebruik. Het populairste cms van de laatste jaren is WordPress en rondom deze software is een heel ecosysteem ontstaan van toeleveranciers. Zo zijn er diverse hostingaanbieders die zich volledig richten op managed WP-hosting, waarvan WP Engine de bekendste is.

WordPress-hosting is relatief prijzig. Stel je zeer hoge eisen aan prestaties en support, en stel je grondige kennis van WordPress bij je hostingprovider op prijs dan kan het een goede keuze zijn. Er kunnen wel beperkingen van kracht zijn voor bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde plug-ins. Voor doorsnee-sites voldoet goede shared hosting of een regulier vps echter ook prima en dat voor een lagere prijs.

Veel gewone hosters bieden overigens ook speciale WordPress-hostingpakketten aan. Het is lastig in te schatten wat de concrete voordelen daarvan in de praktijk zijn, vaak lijkt het vooral een marketing-trucje. Er zijn talloze plugins en tutorials waarmee je WordPress ook zelf gemakkelijk behoorlijk kunt optimaliseren.

Ook voor andere toepassingen wordt speciale hosting aangeboden, bijvoorbeeld voor de cms’en Joomla en Drupal, maar ook voor e-commerce en andere applicaties. Hiervoor gelden dezelfde overwegingen.

Beste hosting-providers

Het is ondoenlijk hier alle providers op een rijtje te zetten, je zult je zelf moeten verdiepen in deze markt en aan de hand van jouw eigen criteria tot keuzes moeten komen. Vergeet daarbij niet de contractuele zaken. Sommige providers hanteren bijvoorbeeld jaarcontracten met driemaandelijkse opzegtermijnen, terwijl er ook zijn waarbij je zelfs dagelijks kunt opzeggen. Flexibiliteit en vrijheid zijn erg fijn.

Ook kun je in je overweging meenemen hoe lang een bedrijf al bestaat en of de website er professioneel uitziet. En natuurlijk wat anderen zeggen. Er zijn talloze sites met ervaringen met hostingaanbieders. Check op zoveel mogelijk sites hoe de verschillende hosters scoren en let met name op de kritische geluiden. Een handig meta-overzicht vind je op hostingreview.nl. Pas trouwens op met zogenaamde review-sites waarin het stiekem gaat om het promoten van affiliate-links. De providers met hoge scores zijn vaak ‘toevallig’ net die met de hoogste affiliate-premies...

Test ook de communicatie van aanbieders door contact te leggen met sales- en supportafdelingen. En vergeet niet dat budget-hosters zullen bezuinigen op kwaliteit, snelheid en/of service. Goedkoop is vaak duurkoop, ook in de hosting-branche.

Tekst: Jurgen Nijhuis

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.