ID.nl logo
TomTom Spark 3 – Veelzijdig fitnesshorloge
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

TomTom Spark 3 – Veelzijdig fitnesshorloge

Dat TomTom je de weg kan wijzen als je op reis bent, hoeven we je niet meer te vertellen. Dat het bedrijf je ook wil helpen op om op het rechte pad te blijven als je aan het sporten slaat, ligt iets minder voor de hand. De TomTom Spark 3 is echter een breed inzetbaar sporthorloge waarmee je zowel indoor, outdoor als in het water uit de voeten kunt.

De TomTom Spark 3 is geen smartwatch – het scherm is geen touchscreen en er worden geen notificaties van je telefoon getoond – maar om de Spark een simpel fitnessbandje te noemen gaat dan weer te ver. Het voldoet aan nagenoeg alle eisen waaraan een sporthorloge moet voldoen, en heeft een paar leuke extra’s. Lees ook: De beste fitness-gadgets.

Looks

De Spark 3 heeft een vierkant scherm met afgeronde hoeken. Het horloge is aan de dikke kant, zeker als je het vergelijkt met pure fitnessbandjes die ook de tijd tonen. Strakke lange mouwen kunnen wat achter het horloge blijven hangen. Het bandje is voorgevormd en past daardoor zeer soepel om de arm, al is dat natuurlijk voor iedereen verschillend.

©PXimport

Het bandje is eigenlijk een soort case voor het horloge zelf. Je kunt het horloge loshalen om het in de oplader te stoppen. Die oplader is, zoals bij veel sport- en smartwatches, geen universele usb c- of micro-usb-oplader, maar een techniek die door weinig andere apparaten wordt gebruikt. Dat euvel lijkt bij fitnesshorloges een vrij universeel probleem, en ook TomTom ontkomt er niet aan.

Het scherm van de Spark is de rust zelve. De tijd wordt groot in beeld getoond, met in een klein hoekje de datum. Handig is het backlight voor donkere omstandigheden, dat je aanzet door kort je hand op het scherm te leggen.

Menu

De menustructuur van de Spark 3 is even wennen. Onder het horloge zelf zit een vierkante knop, die je niet zelf kunt indrukken, maar waarvan de zijkanten als vier knoppen fungeren. Met de knop naar links kom je in de stappenteller en caloriemeter terecht; een keer klikken geeft aan hoeveel stappen je vandaag hebt gezet, twee hoe je er deze hele week voor staat. Terug naar het horlogescherm ga je door weer op de knop naar rechts te drukken, wat enigszins onlogisch lijkt, maar als je het menu eenmaal in je hoofd hebt zitten, werkt het eigenlijk wel prettig.

De knop naar rechts brengt je naar het menu om live je sportprestaties op te nemen. Je kunt kiezen tussen rennen, fietsen, zwemmen, fitness, freestyle en een simpele stopwatch. Elke sportdiscipline heeft een andere manier van meten.

Met de knop naar beneden kom je in het instellingenmenu terecht. Daar kun je verschillende zaken aanpassen, zoals de eenheden voor afstand, je profielgegevens en je doelen. Hier vind je vreemd genoeg ook de hartslagmeter.

Prestaties

Waar de Spark 3 tijdens gewoon gebruik wat onhandig kan overkomen, is hij tijdens het sporten wel goed in zijn element. De verschillende modi hebben elk hun eigen scherm met info die je nodig kan hebben tijdens die specifieke sport. Zo wordt bij het hardlopen standaard je gemiddelde tempo per kilometer getoond, zie je bij het fietsen als eerste je gemiddelde snelheid in km/u en zie je tijdens het zwemmen het aantal baantjes dat je hebt getrokken.

©PXimport

Met de pijltjesknopen kun je altijd switchen naar een andere weergave. De Spark 3 heeft voldoende meters ingebouwd voor snelheid, afstand en locatie om je een duidelijk beeld te geven van je sportieve activiteiten, of je dat nu te land, ter zee of in de lucht doet. Handig is ook de doelenweergave, waarmee je niet ziet hoe lang je al bezig bent of hoeveel afstand je al hebt afgelegd, maar hoe ver je nog moet.

Sensoren

De sensoren in de Spark lijken accuraat genoeg om er conclusies aan te verbinden, al blijft het lastig uit te rekenen welke hartslagsensor het bij het juiste eind heeft. De foutmarge is klein en de hartslagmeter loopt snel op bij activiteit, dus lijkt de nauwkeurigheid betrouwbaar genoeg. Als je een perfecte hartslagsensor wil is een polsband sowieso niet de juiste optie, maar voor een indicatie tijdens het sporten voldoet de Spark 3 prima.

Ook de stappenteller doet zijn ding, al heeft die wel veel moeite met het daadwerkelijk herkennen van een stap. Zo is voorgekomen dat ik de melding van 10.000 stappen per dag kreeg terwijl ik op mijn plek de afwas stond te doen, en dus alleen mijn armen bewoog. De Spark is zeker niet het enige horloge met dit probleem, maar het maakt het wel lastig de uitkomsten serieus te nemen.

App

De Spark communiceert met een app op je smartphone of een online portal, als je je horloge met via usb aan je pc hebt verbonden. Het synchroniseren met de app is wat onhandig, omdat het horloge na enige tijd van inactiviteit de verbinding ‘vergeet’. Als je niet actief synchroniseert, doet de Spark dat ook niet voor je. Daar wen je na verloop van tijd aan, maar het voelt als een onnodige extra handeling, helemaal omdat je na een paar minuten weer opnieuw moet verbinden.

Het synchroniseren werkt verder prima. Je krijgt de overzichten die je ook op de Spark kunt vinden, maar dan beter vormgegeven en in en duidelijk jasje gestoken. Ook vind je er een langetermijnanalyse van je sportgegevens, met je doelen afgezet tegen de daadwerkelijke prestaties.

Extra’s

Op de Spark 3 vind je verder nog een aantal functies die je niet zo snel op andere sporthorloges terugziet. Zo is er een kompas, dat in vergelijking met een al eerder gekalibreerd kompas prima lijkt te werken. En hoewel waterdichtheid op een sporthorloge veel vaker voorkomt, is het fijn dat de Spark er ook over beschikt.

Met een andere leuke feature kun je vooraf routes downloaden die je kunt gebruiken tijdens je loop- of fietsrondje. Wil je die ene gave run van vorig jaar nog eens doen? Dan kun je hem in je horloge zetten, zodat je de weg niet kwijt raakt. Je kunt ook een fietstochtje van iemand anders nadoen, als je hem wil rijden zonder die persoon.

©CIDimport

©CIDimport

Hardware

De duurdere versie van het horloge komt met 3GB aan opslagruimte voor je muziek. Dat is wel nodig als je je smartphone inderdaad wil thuislaten. 3GB is voldoende om een paar leuke playlists op te zetten, al is de manier waarop dat moet gebeuren wel wat omslachtig. Als je eenmaal een playlist op de Spark hebt staan, kun je via bluetooth je koptelefoon koppelen. Dat gaat op zich prima, maar de verbinding is niet erg stabiel. Het kan gebeuren dat tijdens een run of fietstochtje het bluetoothsignaal even wegvalt.

Het scherm is alleen een display en heeft geen touchmogelijkheden, wat in eerste instantie even schrikken is bij een horloge van boven de 200 euro. De hardwareknop went echter snel en ook de menustructuur eronder leer je vanzelf kennen, al kost dat iets meer tijd. En dat je het horloge ook kunt bedienen in de stromende regen en met dikke handschoenen aan, is eigenlijk ook wel fijn.

Het voordeel van de niet-continue koppeling met je smartphone is dat de batterij een stuk langer meegaat dan bij smartwatches die wel constant in verbinding met je telefoon staan. Als je de sensoren in de Spark met rust laat, gaat hij makkelijk een paar weken mee. Dat wordt iets minder als je de hartslagmeter en de gps-functies vaak gebruikt, maar ook dan is het ruim voldoende als je hem op zondagavond even aan je pc koppelt.

Conclusie

De TomTom Spark 3 is een sporthorloge met veel mogelijkheden. Het menu is even wennen, maar als je eenmaal doorhebt hoe het werkt, blijkt dat TomTom er goed over heeft nagedacht. Er zijn standaard workouts ingericht voor hardlopen, fietsen, zwemmen en fitnessen, waarbij je oefening-specifieke informatie op je horloge krijgt. De sensoren werken naar behoren, al raakt de stappenteller weleens in de war. De batterijduur is beduidend beter dan bij smartwatches die notificaties tonen. Met wat leuke extra’s als het kompas, de eigen muziekspeler en de mogelijkheid tot het inladen van routes onderscheidt de Spark zich van de concurrentie. Je betaalt wel voor de vele mogelijkheden: de duurste versie, die hier getest is, kost 249 euro. Goedkopere versies beginnen al bij 129 euro, maar dan moet je het wel doen zonder de hartslagmeter, extra opslagruimte en andere sensoren. Doe je veel verschillende sporten, en laat je het liefst je telefoon thuis als je op pad gaat? Dan is de Spark 3 zeker een goede optie om te overwegen.

Goed
Conclusie

TomTom Spark 3 -------------- **Prijs** €129,- tot €249,- **Sporten** Hardlopen, fietsen, zwemmen, fitness **Accu** 504 uur **Gewicht** 47 gram **Sensoren** Stappenteller, hartslagmeter, GPS **Extra** Kompas, waterdicht **Website** [tomtom.com](https://www.tomtom.com/nl_nl/sports/fitness-trackers/gps-fitness-watch-cardio-music-spark3/black-large/)

Plus- en minpunten
  • Breed inzetbaar
  • Waterdicht
  • Veel sensoren en meters
  • Prima accuduur
  • Onhandig menu
  • Stappenteller soms inaccuraat
  • Prijzig
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.