ID.nl logo
Huis

Tips voor snel en veilig internet thuis

Je thuisnetwerk is de laatste jaren uitgegroeid tot fundering van bijna alle elektronica in huis. Je wil daar dan ook het beste uithalen qua snelheid, zonder in te leveren op de beveiliging. We zetten wat tips op een rij.

Lees ook:Wifi traag? Tips voor een sneller draadloos netwerk

Optimale plaatsing router

Een wifi-signaal wordt gauw onderbroken en daarom is de plaatsing van je router cruciaal. Plaats je router bij voorkeur op een centrale plek in je huis, niet bij de muur of het raam. Zorg dat er altijd zo’n 30 centimeter om de router vrij is, zodat het signaal zich makkelijker door de woning of kamer kan verspreiden. Liefst ook boven wifi zonder dat je een tweede accesspoint wil gebruiken? Plaats de router dan bijvoorbeeld in het trappengat.

Gebruik ook een app om te zien hoe sterk je wifi-signaal is. Een van de beste apps voor Android is Wifi Analyzer. Deze app laat realtime zien hoe sterk het signaal is, en welke andere signalen in de buurt op dezelfde frequentie zitten en dus ook kunnen storen. Aan de hand van de app kun je je router verplaatsen en zie je direct in de app of de gewenste verplaatsing effect heeft. Ook zie je welke andere routers in de buurt op hetzelfde kanaal uitzenden, zodat je je eigen router op een ander kanaal kunt laten werken.

©PXimport

Update de router-firmware

Om je thuisnetwerk veilig te houden, is het verstandig om regelmatig te controleren of je de nieuwste firmware voor je router hebt. Zeker als het een wat ouder model betreft, is de kans groot dat er inmiddels wel een nieuwe update is verschenen. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Windows worden routers eigenlijk nooit automatisch bijgewerkt. Dat komt voornamelijk omdat zo’n update een herstart van de router nodig heeft, en tja, je wil natuurlijk niet dat de internetverbinding ineens uitvalt omdat de router zichzelf aan het updaten is. 

Op de supportpagina van je routerfabrikant vind je de nieuwste firmware-updates en de manier waarop je die update kunt uitvoeren. Bij de meeste modellen kan dat gewoon direct vanuit de interface. Maar let op: veel fabrikanten beschouwen een router van vijf jaar of ouder al gauw ‘end of life’, en bieden dan geen ondersteuning meer voor updates van de firmware. 

Mocht de fabrikant van jouw router het model niet meer ondersteunen, dan doe je er goed aan om een nieuwe aan te schaffen. Je hebt dan niet alleen weer een sneller model dat de nieuwste standaarden ondersteunt, maar het apparaat is dan ook weer een stuk veiliger voor je (thuis)netwerk.

Upnp, dmz en wps

Je wilt een zo veilig mogelijk thuisnetwerk, maar op sommige routers staan functies aan die je netwerk juist onveiliger kunnen maken. Bijvoorbeeld upnp, dmz en wps. Upnp (universal plug and play) zorgt ervoor dat netwerkapparaten makkelijker met elkaar kunnen communiceren door de nodige poorten automatisch open te zetten. Dat lijkt handig, maar dat kan ook een exploit-gevaar opleveren omdat deze functie ook kan worden misbruikt. 

Een andere functie die ook gevaar kan opleveren als de computers die ervan gebruikmaken niet goed zijn gefigureerd, is dmz (demilitarized zone). Met een dmz maak je een apparaat via je router bereikbaar via internet, zodat je er bijvoorbeeld van buitenaf makkelijker op kunt komen. Dat doe je natuurlijk alleen als dat apparaat is voorzien van een goede firewall die alle niet-toegestane poortverbindingen blokkeert. Bovendien mag het apparaat dat binnen de dmz is ingesteld bij voorkeur ook geen andere verbindingen hebben met je thuisnetwerk.

Zet tot slot ook de wps-functie uit. Met wps kun je een nieuw draadloos apparaat eenvoudig aan je bestaande draadloze netwerk toevoegen door het opgeven van bijvoorbeeld alleen een pincode, of door een druk op een knop op je router, waarmee je dan een tijdelijke open toegang tot je draadloze netwerk creëert. Maar ook hier is potentieel een gevaar, want iemand anders met toegang tot je router kan die knop ook indrukken en zo stiekem een apparaat op je netwerk registreren. Schakel wps dus uit en maak gewoon gebruik van een wachtwoord om verbinding te maken met je thuisnetwerk.

Slitheris Network Scanner

Je thuisnetwerk is vaak een wirwar van apparaten die zich overal en nergens in huis bevinden. Smartphones, tablets, laptops, mediaspelers en smart-tv’s, ze zijn allemaal aangesloten op het netwerk. Soms kan het handig zijn om een inzicht te krijgen in al die apparaten. Daar bestaan handige tooltjes voor. Zoals Slitheris Network Scanner. Deze software geeft uitgebreide informatie over alle apparaten die in je netwerk zijn aangesloten, zowel bedraad als draadloos. Van ieder apparaat kun je de technische informatie zien, zoals het mac-adres, ip-adres, wat voor besturingssysteem erop is geïnstalleerd en vaak ook wat het merk en model van het apparaat is. 

©PXimport

Klik op Scan all ip ranges om Slitheris Network Scanner aan het werk te zetten, de rest gaat vanzelf. Omdat het programma je netwerk afstruint, kan sommige beveiligingssoftware alarm slaan, maar dat kun je negeren. Wij hebben de gratis versie getest, en die kent wat beperkingen. Zo zie je niet het volledige ip-adres en is het mac-adres niet helemaal te zien. Voor de rest kun je alle informatie raadplegen. De betaalde versie kost 149 dollar, maar je krijgt dan wel levenslange ondersteuning. Kortom: deze tool mag voor de echte (thuis)netwerkbeheerder eigenlijk niet ontbreken.

Traag internet? Schone lijst!

Als je al een paar jaar een thuisnetwerk hebt draaien met weinig tot geen wijzigingen in de hardware, dan kan het voorkomen dat het systeem traag wordt. Sommige oudere routers houden bijvoorbeeld een lijst bij van eerder aangesloten apparaten, met daarin de uitgedeelde ip-adressen en de mac-adressen van die apparaten.

Omdat sommige oudere modellen deze lijst blijven raadplegen, bijvoorbeeld omdat er speciale regels worden uitgevoerd die controleren op mac-adressen of wordt gecontroleerd op eerder uitgedeelde ip-adressen via dhcp, kan dit vertragend werken. 

Bij een aantal routers is het mogelijk om deze lijst te legen, bij andere apparaten wordt de lijst pas geleegd als je de router even reset. Na de reset of het legen van de lijst krijgen apparaten vaak weer sneller toegang tot het draadloze netwerk.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.