ID.nl logo
Schijf partitioneren en formatteren in Windows 10
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Schijf partitioneren en formatteren in Windows 10

Je schijf optimaal indelen en laten werken? Met partitioneren deel je de ruimte op je pc in zoals je wilt. Welke programma’s kun je hiervoor gebruiken, en hoe kies het juiste bestandssysteem? We leggen uit hoe je een schijf partitioneren kunt in Windows 10. Ook formatteren komt daarbij aan bod.

Door een schijf te partitioneren, deel je deze in verschillende secties in. Dit wordt aangeduid met partities. Een partitie kan bijvoorbeeld een besturingssysteem bevatten of gereserveerd zijn voor opslag van data. Vaak worden partities aangemaakt wanneer je de computer voor het eerst inricht, maar ook op een later tijdstip is het mogelijk om nieuwe partities te maken en bestaande partities te wijzigen. Dit kun je doen met behoud van gegevens die zich al op de schijf bevinden.

Verschillende partities kunnen zorgen voor meer overzicht en geven flexibiliteit, bijvoorbeeld wanneer je besluit om de computer op te schonen en een schone installatie van Windows uit te voeren. Als je een partitie maakt voor het besturingssysteem en een aparte partitie voor je bestanden, hoef je alleen de partitie met het besturingssysteem onder handen te nemen. De gegevenspartitie blijft ongewijzigd.

Voor je een schijf partitioneert of formatteert, is het aan te raden om een back-up te maken van de bestanden die daar op staan. Voor hulp daarbij verwijzen we je door naar deze Cursus Back-up en herstel. Eventueel met 180 pagina's tellend praktijkboek!

Schijfbeheer gebruiken

Met het onderdeel Schijfbeheer kun je een groot deel van de indelingstaken in Windows uitvoeren. Open het Startmenu en typ Diskmgmt.msc, gevolgd door een druk op Enter. Schijfbeheer wordt geopend en laat je zien welke fysieke schijven en bijbehorende partities op het systeem actief zijn. In het bovenste gedeelte van het venster zie je de stations met schijfletter, capaciteit en beschikbare ruimte. Zodra de partitie bruikbaar is dankzij een bestandssysteem wordt het in Windows aangeduid als volume.

Over bestandssystemen Elke harde schijf maakt gebruik van een specifiek bestandssysteem. Het bestandssysteem bepaalt de manier waarop je gegevens worden opgeslagen. Op Windows-computers heb je vaak te maken met fat- en ntfs-bestandssystemen. Vooral in oudere versies van Windows (tot en met Windows Millennium Edition) werd gebruik gemaakt van de fat-indeling. Ook geheugenkaarten maken nog vaak gebruik van het fat-bestandssysteem. Fat is een afkorting voor File Allocation Table en bestaat in verschillende varianten. Zo is het fat16-systeem geschikt voor opslagruimte tot 2 GB. Fat32 leent zich voor een capaciteit van 4 tot 32 GB. De variant exfat is bedoeld voor 64 GB en grotere opslag. Ntfs vindt zijn oorsprong in Windows NT (het NT File System) en wordt onder meer in Windows 8.1 en Windows 10 gebruikt. Het bestandssysteem is een geavanceerder bestandssysteem dan fat (onder meer op het gebied van beveiliging) en leent zich goed voor grotere schijven.

Voor meer informatie over de schijf of de partitie, rechtsklik je erop, waarna je kiest voor Eigenschappen. Het eigenschappenvenster is opgebouwd uit meerdere tabbladen. Op de tab Algemeen zie je van welk bestandssysteem gebruik wordt gemaakt en hoe de capaciteit van het volume is verdeeld. De tab Extra geeft toegang tot hulpprogramma’s voor de gezondheid van het volume. Zo kun je hier het volume controleren op fouten en de schijf optimaliseren en defragmenteren.

De tab Hardware geeft informatie over het merk en model van het volume. Via de overige tabbladen kun je instellingen aanpassen op het gebied van gedeelde toegang, beveiliging, back-ups en het instellen van een opslaglimiet.

©PXimport

Bestaande partitie aanpassen

Maak je gebruik van een schijf die je wilt onderverdelen in meerdere partities en wil je de bestaande gegevens niet verwijderen? Als de schijf nog ruimte overheeft, kun je de bestaande partitie verkleinen en de vrijgekomen ruimte gebruiken om een aanvullende partitie te maken.

Klik met de rechtermuisknop op de schijf die je wilt onderverdelen in meerdere partities. Kies voor Volume verkleinen. Schijfbeheer controleert hoeveel ruimte beschikbaar is en geeft dit weer in een nieuw venster bij Hoeveelheid beschikbare ruimte voor verkleinen (in MB). Geef in het vak eronder aan met hoeveel MB de partitie moet worden verkleind. In het vak Totale grootte na verkleinen (in MB) lees je wat er overblijft. Tevreden? Klik op Verkleinen.

In het hoofdvenster van Schijfbeheer zie je nu de losse ruimte, aangeduid als niet-toegewezen ruimte. Nu is het tijd om de partitie te maken in deze ruimte. Klik met rechts op Niet toegewezen ruimte en kies voor Nieuw eenvoudig volume. Schijfbeheer opent nu een wizard die helpt met het maken van het nieuwe volume.

©PXimport

Geef aan hoeveel ruimte aan de partitie moet worden toegekend. Wil je één partitie maken, dan geef je de volledige ruimte op. Wil je van de vrije ruimte meerdere partities maken, dan geef je op hoeveel ruimte aan deze partitie mag worden toegekend. Geef ook een schijfletter op.

De wizard vraagt of je het nieuwe volume wilt formatteren. Kies voor Dit volume op basis van de volgende instellingen formatteren. Het gewenste bestandssysteem is ntfs. Bij Volumenaam geef je de gewenste naam op. Plaats een vinkje bij Snelformatteren en klik op Volgende. Klik in het laatste venster op Voltooien. De nieuwe partitie is gemaakt en klaar voor gebruik.

Stationsletter aanpassen

Bent je niet tevreden over de stationsletter, dan kun je deze achteraf trouwens eenvoudig aanpassen via Schijfbeheer. Tot slot kijken we daar nog even naar. Klik met de rechtermuisknop op het volume en kies voor Stationsletter en paden wijzigen. Klik op de bestaande letter en kies voor Wijzigen. Vervolgens kun je een nieuwe stationsletter kiezen bij Deze stationsletter toewijzen. Klik op OK. De stationsletter is nu aangepast.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.