ID.nl logo
Wiko WiMate: goede instap-fitnesstracker
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Wiko WiMate: goede instap-fitnesstracker

Fitnesstrackers die je gezondheid bijhouden zijn er genoeg, maar een goede kost minimaal 150 euro. Smartphonemaker Wiko noemt zijn eerste fitnesstracker WiMate gelijkwaardig aan en zelfs beter dan de concurrentie, maar brengt hem voor een lagere prijs van 99 euro uit. Maar is de Wiko WiMate ook echt een betere koop? Ik zoek het uit in deze review.

Ontwerp

De Wiko WiMate heeft een 8,9 millimeter dikke behuizing van aluminium met aan de achterkant een hartslagmeter en twee magnetische oplaadpunten. De band is van rubber, verstelbaar en heeft een roestvrijstalen gesp die aanvoelt als goedkoop plastic. De band is steviger en zit fijn om de pols, maar is niet verwijderbaar. Kies van tevoren dus goed in welke kleur je de WiMate neemt; zwart, grijs, roze of groen.

De wearable is voorzien van een 0,73 inch oled-schermpje met een prima resolutie, en is aanraakgevoelig. Het functioneert ook als aan- en uitknop: als de WiMate uitstaat, dien je het scherm tien seconden ingedrukt te houden om de fitnesstracker aan te zetten. Belangrijk is dat het scherm goed af te lezen is, ook als je op een zonnige dag buiten aan het sporten bent. De WiMate is IP67-gecertificeerd en dus water- en stofbestendig, waardoor handen wassen, zweet of een lichte regenbui geen problemen opleveren. Waterdicht is hij niet, dus moet je hem afdoen als je gaat zwemmen.

©PXimport

Fitnessdoeleinden

Wiko zet de WiMate in de markt als een veelzijdige fitnesstracker die minstens evenveel kan als de (duurdere) concurrentie. Op papier klopt dat: de WiMate heeft tal van functies, maar ze werken niet allemaal even goed. Zo is er de hartslagmeter, die weliswaar de hele dag (en nacht) meet maar niet accuraat is. Zo beweert hij dat ik een hartslag van 110 heb als ik achter de computer zit (70 is normaal) en na het hardlopen zou het slechts 50 zijn (boven de 100 is normaal). ’s Nachts is mijn hartslag volgens de wearable 80 tot 90, terwijl het rond de 50 zou moeten zijn. Twee andere fitnesstrackers die ik recent getest heb, gaven wél normale resultaten.

Verder houdt de WiMate je calorieverbruik bij, geeft hij herinneringen als het tijd is om te bewegen en is er een drie-assige versnellingsmeter aanwezig die dagelijkse activiteiten meet. Denk daarbij aan hoeveel stappen je zet, welke afstand je aflegt en hoeveel calorieën je daarbij verbrandt. De wearable zou ook echte trainingen bijhouden, maar die informatie is – gebaseerd op mijn hardloopsessies – minder nauwkeurig.

Als je de fitnesstracker ’s nachts omhoudt, meet hij ook je slaap. Hoe goed hij dat doet is een beetje de vraag omdat je slaapt, maar mijn ervaringen zijn positief. Ik weet dat ik lang en aan een stuk door kan slapen en dat zegt de WiMate ook. Een paar nachten ben ik tussendoor even wakker geweest om naar de wc te gaan, wat de app netjes aangeeft.

De app draagt de herkenbare naam WiMate en is beschikbaar voor Android(5.0+) en iOS(8.0+). Hij heeft een overzichtelijk ontwerp en je ziet je resultaten terug in heldere grafieken, doelen en andere statistieken. Handig is de integratie met Google Fit en Apple HealthKit, waardoor je niet verplicht bent de Wiko-app te gebruiken.

©PXimport

Smartwatchfuncties

Niet alleen houdt de Wiko WiMate je gezondheidsprestaties bij, hij heeft ook enkele functionaliteiten die we kennen van smartwatches. Zo kun je je accounts van Skype, Twitter, Facebook en Whatsapp aan de Wiko-app koppelen en aangeven dat je meldingen op de wearable wilt ontvangen. Bij een nieuw Whatsappje trilt de WiMate dan (vrij hard) en toont hij de notificatie op het schermpje. Dat werkt aardig, maar is enkel bedoeld als doorgeefluik omdat je je smartphone moet pakken als je wilt reageren. De WiMate kan ook meldingen van je telefoon, sms, e-mail, wekker en agenda tonen en je telefoon een geluid laten maken als je die kwijt bent. Prima functies, al is het aanbod van externe apps dus beperkt tot vier.

Accuduur

De accuduur van de WiMate is goed: bij normaal gebruik gaat hij vier dagen mee. Dat is in lijn met de ‘tot vijf dagen’ waar Wiko mee adverteert, en vergelijkbaar met die van de concurrentie. Opladen gaat via de magnetische lader en die bevalt minder goed. De lader zit fragiel aan de wearable vast en schiet bij het minste geringste los – waarna het opladen stopt. De WiMate volledig opladen neemt een uur in beslag, wat niet verwonderlijk is omdat de accu slechts 60 mAh groot is.

©PXimport

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Conclusie

De Wiko WiMate is een complete fitnesstracker met één groot nadeel: de onbetrouwbare hartslagmeter. Verder werkt hij prima, is er een goede app beschikbaar en gaat de accu vier dagen mee. De smartwatchfunctionaliteiten van de WiMate zijn een leuke toevoeging voor wie wat meldingen op zijn pols wilt. Zo slim als een echte smartwatch is de wearable echter niet – al mag je dat ook niet verwachten.

Voor 99 euro is de Wiko WiMate een goede koop als je een (eerste) fitnesstracker zoekt en een Fitbit of concurrent te duur vindt. Ben je bereid iets meer te betalen dan is de Fitbit Charge 2 een aanrader. Die kost 160 euro en heeft een goede hartslagmeter, een gps-verbinding met je telefoon en een verwisselbaar bandje.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 99,- **Formaat** 17 x 39,8 x 9,5 mm **Gewicht** 19 gram **Scherm** 0,73 inch **Connectiviteit** Bluetooth 4.0 **Overig** Hartslagmeter, versnellingsmeter **Website** [www.wiko.com](http://nl.wikomobile.com/c-7468-0--wimate-smartband)

Plus- en minpunten
  • Strak ontwerp
  • Duidelijke app
  • Lange accuduur
  • Onbetrouwbare hartslagmeter
  • Weinig app-meldingen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.