ID.nl logo
Zekerheid & gemak

[PCMblog] Achterhoedegevecht Windows Mobile?

Het succes van Windows Mobile in pda's en smartphones heeft Microsoft doen inslapen. Hadden ze daarmee een paar jaar geleden de apparaatjes op de markt met de beste mogelijkheden. Met de opkomst van de iPhone, Blackberry en Palm en straks wellicht de nieuwe Palm pre en Android telefoons is Windows Mobile in korte tijd een stuk minder interessant geworden. Bovendien Nokia en Sony Ericsson zit ook niet stil.PDA met navigatie


Voor mij persoonlijk was een pda en later een windows mobiletelefoon vooral interessant door de combinatie met gps-navigatie. Een pda is als je niet een overvolle zakelijke agenda hebt, nauwelijks de moeite waard. Je gebruikt hem dan te weinig en als je hem nodig hebt is hij leeg of heb je hem niet bij je. Om deze beperkingen te ondervangen heb ik dan ook altijd een papieren schaduw agenda bijgehouden.

Met een ingebouwde gps-navigatie en Route66 of TomTom als navigatie software heb ik de eerste jaren uitstekend genavigeerd en was het apparaat de moeite van het aanschaffen, meenemen en werkend houden (lees opgeladen) de moeite waard. Ik was er dan ook als de kippen bij om een Mio Windows mobile 5 smartphone met gps aan te schaffen. Ook die heeft mij prima gediend, als navigator, pda en als gsm-telefoon, ware het niet dat de onvolkomenheden en de bugs bijzonder irritant waren. Telefoongesprekken die je niet kon aannemen omdat het apparaat het vertikte om in twee richtingen te communiceren, bluetooth handsfree headsets die je telkens weer opnieuw moest pairen om ze aan de praat te krijgen, om maar te zwijgen over spontane vastlopers.

HP ipaq messenger
Het afgelopen jaar ben ik overgestapt op een toch wel serieuze HP ipaq messenger, met Windows mobile 6.1 en een volledig querty toetenbord. Bovendien ook compleet met GPS, wifi, hspa en bluetooth. Wifi, 3g-hspa en zelfs bluetooht werken bij dit apparaat uitstekend en voldoen aan de verwachtingen. Ook telefoneren gaat prima en de Windows Mobile pda-functies werken in combinatie met een Windows-pc als vanouds. De kracht van Windows Mobile zit in de compatibiliteit met de Office-applicaties en het synchroniseren met Outlook.

Toetsenbord
Hoewel Windows Mobile van oorsprong vooral een grafische gebruikersinterface heeft dat lijkt op Windows en bijvoorkeur met een pen (stylus) wordt bediend, is er ten behoeve van het smartphonegebruik in versie 6.1 de nodige functionaliteit toegevoegd die bediening met een toetsenbordje mogelijk maakt. Jammer is dat Microsoft deze keuze niet afmaakt. Bijna alles kan je met het toetsenbord met navigatietoetsen en functietoetsen bedienen, maar soms zijn ze dat vergeten en moet je teruggrijpen op het aanraakscherm. Op zich is zowel de bediening als het gebruik van het apparaat met het toetsenbord een verademing en went dat heel snel. En sms'jes, ,e-mails en tekstdocumentjes tik je nu eenmaal nog steeds het makkelijkste met een querty toetsenbord.

Navigatiesoftware
Navigeren heb ik met de HP geprobeerd met McGuider zowel als Navigon navigatisoftware. TomTom vertikt het, waarschijnlijk om meer apparaatjes te kunnen verkopen, om een actuele versie van zijn navigatiesoftware uit te brengen voor Windows Mobile. Dus moet je wel je toevlucht zoeken tot iets anders. Deze programma's doen het op zich goed, maar of het aan de hard- of software ligt weet ik nog steeds niet, na verloop van tijd loopt het vast. Meestal op een ongunstig moment als je de aanwijzingen hard nodig hebt en geen tijd om er iets aan te doen. Een harde reboot is dan het enige dat helpt. Dan ben je wel weer een paar kilometer verder, als je tenminste niet in een of ander industriegebied bent verdwaald, waar je helemaal niet wilt zijn.

Windows mobile 6.5
Omdat Microsoft toch wel door heeft dat Windows Mobile zeker als grafisch besturingsysteem wel heel erg achter loopt op de iPhone, komen ze dan binnenkort met een opgepoetste versie: Windows mobile 6.5. Nu dus weer een omezwaai terug naar een volledige touch-bediening en nu met de vinger in plaat van een stylus! Niet zo maar een schilletje, maar volgens een Microsofts zegsman behoorlijk diep geïntegreerd met het besturingssysteem. De nieuwe speciaal daarvoor uit te brengen telefoons krijgen in elk geval een (groene) Windows-toets waarmee je ten allen tijde snel terug kunt naar het hoofdmenu. Ik weet het niet hoor. We hebben er uiteraard nog niets van gezien maar....ik heb zo mijn twijfels.

Buggy
Een van de makken van de Windows Mobile-apparaten is dat er altijd twee meer partijen bij betrokken zijn. Microsoft voor het besturingssysteem en de hardwarefabrikant voor de hardware en tools. En dan hebben we het nog niet over de softwareontwikkelaars voor de toepassingen. De betrouwbaarheid en stabiliteit leiden daar duidelijk onder. Het oplossen van de bugs is daarbij een ondergeschoven kindje. Er zijn hele fora over volgeschreven. Daar zou Microsoft nu eens iets aan moeten doen.

TomTom
Hoe dan ook, ik blijf de ontwikkelingen rustig volgen. Ik blijf nog wel even bellen en organisen met mijn Ipaq maar voor het navigeren heb ik de handdoek in de ring gegooid. Ik heb het lang kunnen uitstellen, maar heb nu toch maar een echte TomTom gekocht, compleet met bluetooth om handsfree te bellen samen met mijn Windows Mobile smartphone. Handig toch of niet?

Ger ElskampRedacteur hardware

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.