ID.nl logo
Mobiel betalen: regels, risico's en privacy-zorgen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Mobiel betalen: regels, risico's en privacy-zorgen

Mobiel betalen, daar raken we telkens meer aan gewend. Dankzij nieuwe regelgeving liggen er kansen voor nieuwe toetreders met innovatieve betaalmethodes, maar het brengt ook risico’s met zich mee.

Innovatie rondom mobiel betalen wordt flink aangewakkerd in Europa, geholpen door nieuwe Europese regelgeving onder de noemer PSD2. De regels moeten voor meer concurrentie en innovatie op de betaalmarkt zorgen. De regelgeving moet er onder andere voor gaan zorgen dat andere partijen toegang tot jouw bankrekening kunnen krijgen, óók derde partijen. Je geeft dan bijvoorbeeld toestemming om bedragen van je rekening af te schrijven voor aankopen.

Maar er zijn ook andere diensten mogelijk, bijvoorbeeld diensten die een overzicht van uitgaven en inkomsten in een digitaal huishoudboekje op een rijtje zetten. De toegang geldt voor bepaalde tijd (veelal drie maanden), waarna opnieuw toestemming nodig is. Als je geen toestemming geeft, verandert er niets. Een aanvullende voorwaarde voor de betaaldienst is dat de aanbieder een vergunning heeft van de DNB of een andere toezichthouder uit de Europese Unie. Europese ministaatjes als Malta en Litouwen blijken op het moment erg in trek voor deze licenties, en daar is niet iedereen blij mee. Het is namelijk nog maar de vraag of zij fatsoenlijk toezicht kunnen houden.

Zorgen rond privacy

Er is veel kritiek op de nieuwe regels, onder meer vanuit het oogpunt van privacy. Wat het Chinese voorbeeld leert is dat de bedrijven, zoals WeChat-eigenaar Tencent, over enorm veel data zullen beschikken. Het maakt Tencent in China al tot een zeer interessante partner voor bijvoorbeeld verzekeraars, kredietverschaffers, incassobureaus en adverteerders.

In China gaat dergelijke inmenging overigens veel verder dan we ons in Europa kunnen voorstellen. Zo wordt daar vanuit de overheid gewerkt aan een sociaal kredietsysteem waarbij gebruikers een score krijgen op basis van moreel, politiek en financieel gedrag. Tencent heeft nauwe banden met de overheid en berekent scores voor het kredietsysteem. De algoritmes gaan erg ver. Gebruikers krijgen bijvoorbeeld pluspunten als ze geld geven aan goede doelen en leningen op tijd terugbetalen, maar minpunten als ze te veel spelletjes op de telefoon spelen of ‘foute’ contactpersonen hebben.

De Europese richtlijn maakt de stap naar Europa voor internetreuzen zoals Tencent, maar ook voor wereldwijde spelers als Amazon, Facebook en Google een stuk gemakkelijker om hier – met jouw toestemming – aan je rekeninginformatie te gaan verdienen. Het lijkt een kwestie van tijd voordat dergelijke bedrijven met eigen bankdiensten en betaalapps komen. Als ze weten waar gebruikers hun geld aan uitgeven en of ze kredietwaardig zijn, kunnen ze gepersonaliseerde advertenties laten zien of aanbiedingen voor verzekeringen.

Het helpt de bedrijven daarnaast ook om (achter de schermen) een eigen sociaal kredietsysteem op te bouwen op basis van uiteenlopende data, waaronder socialmedia-profielen. Het mag duidelijk zijn dat je je bankzaken niet te makkelijk prijs moet geven.

©PXimport

Strong Customer Authentication

De Europese richtlijn bevordert ook de beveiliging van betaaldiensten via SCA (Strong Customer Authentication), een soort tweestapsverificatie. Denk bijvoorbeeld aan een extra code die je via een app of per sms ontvangt, of een qr-code die je moet scannen. De afgelopen periode heb je misschien al gemerkt dat banken toegangsmethodes hebben aangepast om aan de richtlijn te kunnen voldoen. Om inloggen en betalen te versoepelen, worden meer en andere autorisatiemethodes gebruikt. Denk aan een vingerafdruk of pincode, maar ook gezichtsherkenning. Biometrische autorisatie zal ook in andere vormen zijn intrede doen.

Er wordt in feite onderscheid gemaakt tussen drie autorisatielevels: iets dat je weet (zoals een wachtwoord of pincode), iets dat je bezit (zoals een bankpas, smartphone of token per sms) en iets dat je bent (zoals een irisscan of vingerafdruk). Betaaldiensten moeten twee van deze factoren implementeren. De verplichting geldt voor alle methodes waarbij je elektronisch betaalt met betaalrekening, zoals betalingen met credit- of debetkaart, maar ook betaalmethodes als PayPal, Apple Pay en Google Play, omdat er bij dat proces een betaalrekening betrokken is.

De tweestapsbeveiliging lijkt voor jou als gebruiker wat extra werk op te leveren bij het betalen, al zijn er gelukkig veel (meestal welkome) uitzonderingen. Contactloze betalingen zijn bijvoorbeeld beperkt tot 50 euro en ook bij kleine onlinebetalingen tot 30 euro is geen extra verificatiestap nodig. Ook je bank mag de extra verificatiestap weglaten. Dat geldt tevens voor periodieke betalingen zoals abonnementen en ‘betalen en wegrijden’ met je bankpas bij tolpoortjes en parkeerautomaten. Tevens kun je zelf via de bank een uitzondering voor bepaalde vertrouwde bedrijven maken.

©PXimport

Zowel voor PSD2 als SCA geldt dat de toekomst nog onzeker is. Zo is voor veel bedrijven nog onduidelijk hoe ze gaan voldoen aan de tweestapsverificatie. Apple lijkt in het voordeel omdat het de kaartgegevens uit het toestel haalt en daarnaast zowel een vingerafdruk (TouchID) als gezichtsherkenning (FaceID) heeft ingebouwd voor het voltooien van de betaling. Daarnaast heeft het ook nog de Apple Watch met nfc.

Dergelijke wearables spelen steeds vaker een rol bij betalingen. Ook Rabobank en ABN Amro hebben het betalen via een smartwatch mogelijk gemaakt, onder andere voor een serie slimme horloges van Garmin. Die kunnen aan de bankrekening van deze banken worden gekoppeld waarna contactloos kan worden betaald. Je kunt behalve aan smartwatches ook denken aan ringen, sleutelhangers en armbanden.

Conclusie

Het betalingsverkeer verandert snel en ingrijpend, sneller zelfs dan de meeste banken, retailers en webshops kunnen bijhouden. De nieuwe regels brengen ook onzekerheden met zich mee. Enige terughoudendheid lijkt dus op zijn plek, bijvoorbeeld voordat je allerlei internetreuzen met je rekeninginformatie aan de haal laat gaan. Maar de toekomst brengt ook veel boeiende innovaties met zich mee, dat is zeker.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning
© Vadym - stock.adobe.com
Gezond leven

Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning

Meta zou in de loop van dit jaar gezichtsherkenningstechnologie aan diens slimme brillen willen toevoegen.

Dat claimt The New York Times van bronnen te hebben vernomen. De gezichtsherkenningstechnologie zou ergens later dit jaar naar de slimme Ray-Ban- en Oakley-brillen van het bedrijf komen.

Volgens The New York Times zouden de brillen met de technologie gezichten in de omgeving kunnen identificeren via de ingebouwde camera. Daar zouden de brillen profielen van socialmediaplatforms van Meta, zoals Facebook en Instagram, voor gebruiken. Vervolgens zouden dragers van de bril informatie over de persoon in kwestie krijgen.

Logischerwijs zorgt het gerucht voor wat ophef rondom privacy. Meta zou dan ook nog overwegen dat het alleen mogelijk wordt om de technologie in te zetten bij mensen waar de drager een connectie mee heeft op social media. Maar het is nog niet uitgesloten dat Meta er voor kiest dat met de bril ook vreemden herkend kunnen worden via openbare profielen.

Het lijkt waarschijnlijk dat de functie er komt; The New York Times citeert een interne memo van Meta waarin te lezen valt dat het een goed moment is om de functie te lanceren gezien de huidige politieke onrust. Dit omdat veel organisaties die bezwaar zouden maken tegen dergelijke technologie, het te druk zouden hebben met andere problemen. Meta zelf heeft het gerucht aan The New York Times bevestigd noch ontkend.

▼ Volgende artikel
RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt
© ID.nl
Huis

RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

Je merkt het aan laptops, smartphones en gameconsoles: de prijzen lopen dit jaar op. Inflatie speelt mee, maar dat is niet de voornaamste reden. Waar chipmakers, vooral de geheugenfabrikanten, tot voor kort vooral produceerden voor de traditionele (consumenten)markt, gaat er nu steeds meer capaciteit naar grote AI-datacenters. Daardoor worden geheugen en opslag schaarser. En als iets schaarser wordt, stijgt de prijs. Hoe dat zit en wat dat voor jou betekent, lees je hier.

AI als Rupsje Nooitgenoeg

Zie de geheugenchipindustrie als een bakkerij met een beperkt aantal ovens. Jarenlang werd de capaciteit van die ovens gebruikt voor standaardbrood: regulier DRAM-geheugen (Dynamic random access memory)en NAND-opslag (flashgeheugen) voor consumententech. Nu vragen AI-servers om een nieuw soort brood: high bandwidth memory (HBM). HBM is speciaal geheugen dat direct naast de rekenchip zit, zodat data veel sneller heen en weer kan. En de vraag is groot: marktanalisten verwachten dat datacenters in 2026 een heel groot deel van de geproduceerde geheugenchips gaan opslokken, met schattingen die richting 70 procent gaan Het gevolg is simpel: als meer ovens worden gereserveerd voor dat 'speciale brood', kan er minder standaardbrood gebakken worden. En dat betekent dus dat gewoon geheugen fors duurder aan het worden is.

©Bron prijsdata: Tweakers

RAM-tekort is niet de enige oorzaak

Dat de prijzen van geheugen en opslag in korte tijd zo gestegen zijn, ga je dus voelen: want dit zijn basis-onderdelen in bijna elke laptop of smartphone. Daar komt nog bij dat ook cpu's tijdelijk lastiger te leveren (en in sommige gevallen duurder) waren. Ook van andere onderdelen (denk: printplaten, batterijen en stroomregelchips) is de prijs omhoog aan het gaan. Daarnaast maken nieuwe standaarden zoals Wifi 7 en USB 4 sommige onderdelen bovendien complexer en daarmee duurder.

Geheugenchip en geheugen, wat is het verschil?

Een geheugenchip is het fysieke onderdeel dat uit de fabriek komt: zo'n klein rechthoekig blokje dat je op een printplaat ziet zitten. Je kunt het zien als bakstenen en een muur. De geheugenchips zijn de bakstenen. Een RAM-module is de muur, opgebouwd uit meerdere bakstenen op één printplaat. Een typische module bevat meerdere chips die samen die 8, 16 of 32 GB vormen. En precies daarom werkt een tekort aan chips zo snel door. Als er minder chips beschikbaar zijn, kun je minder RAM-modules maken, minder ssd's vullen en minder chips plaatsen in laptops, telefoons en tablets.

©Batorskaya Larisa

Laptops, smartphones en consoles: daarom worden ze duurder

De onderstaande tabel laat zien globaal zien welk deel van het budget naar de verschillende onderdelen gaat. Daarbij moet wel aangetekend dat het om een schatting van percentages gaat; harde cijfers hierover zijn moeilijk te vinden.  Hierdoor zie je beter waar de pijn van de huidige geheugen- en chiptekorten het hardst wordt gevoeld.

OnderdeelLaptopSmartphone (premium)Gameconsole (PS5 Pro/Xbox)
Geheugen & opslag10% - 25%10% - 20%35% of meer
Processor (CPU/SoC)15% - 30%25% - 35%30% - 40%
Scherm / Display10% - 20%15% - 25%N.v.t.
Behuizing / Koeling5% - 10%5% - 10%10% - 15%
Batterij5% - 10%5% - 10%N.v.t.

Kijk je puur naar deze tabel, dan zou je verwachten dat vooral gameconsoles heel sterk in prijs gaan stijgen. Maar volgens kenners van de markt zouden consolebouwers hun best doen om in ieder geval voorlopig de prijs gelijk te houden – juist omdat de Switch 2 net uit is en de Xbox Series en PS5 al meerdere prijsverhogingen hebben gehad. De klap daar zal eerder opgevangen worden door alles eromheen: denk aan accessoires en abonnementen zoals PlayStation Plus.

Bij laptopfabrikanten en smartphonemakers ligt dat anders. Die hebben geen andere producten in het ümfeld die ingezet kunnen worden om de kosten van het belangrijkste product niet al te veel te hoeven verhogen. De stijgende kosten van geheugen, opslag en processor zullen daar dus wel impact gaan hebben, zo is de verwachting.

Welke prijsstijgingen kun je verwachten?

Het blijft een inschatting, maar verschillende marktonderzoeken komen grofweg op hetzelfde neer. Voor een nieuwe laptop moet je dit jaar rekening houden met een extra kostenpost van ongeveer 100 tot 200 euro, afhankelijk van het segment en de gekozen configuratie. Bij smartphones gaat het vaker om 50 tot 100 euro per model. Het precieze bedrag verschilt per merk, maar de tendens is duidelijk: als consument ga je meer betalen.

Hogere prijzen of minder waar voor je geld

Die impact heeft grofweg twee smaken. Enerzijds zal vooral premium tech duurder worden, maar krijg je daar wel meer voor terug; anderzijds zullen bij mid-range tech de prijzen waarschijnlijk minder hard stijgen, maar krijg je daar tegelijkertijd minder waar voor je geld. Krimpflatie.

Premiumtech: duurder, maar meer mogelijkheden

Hier spelen twee dingen: niet alleen zijn chips minder goed leverbaar, er wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan nieuwe productietechnieken (zoals de 2-nanometer chiptechnologie van marktleider TSMC). De productie van zo'n nieuwe chip is een ingewikkeld en duur proces. Dat drijft de prijs op.

Wel is het zo dat je als consument profiteert van de mogelijkheden van de nieuwste generatie chips. Die kunnen langer hoge prestaties volhouden en toch koeler blijven, simpelweg omdat de chip efficiënter met energie omgaat. Dat merk je echt in de praktijk. Dus ja, je betaalt meer, maar je krijgt er ook meer voor terug.

©StocksJust4You - stock.adobe.com

Mid-range: niet duurder, wel mindere specs

Bij de middenklasse proberen merken de prijs aantrekkelijk te houden. Als onderdelen duurder worden, moeten ze ergens compenseren. Je krijgt dan voor ongeveer dezelfde adviesprijs als het model van vorig jaar een smartwatch of telefoon met minder opslag, minder RAM of trager werkgeheugen dan de generatie van vorig jaar. Of het model wordt uitgekleed: extra's (bijvoorbeeld een snellere opslagvariant, betere camera, luxere afwerking) verdwijnen.

En de budgetmodellen?

Hele goedkope modellen hebben het extra lastig. Daar zit weinig marge op, dus een stijging van onderdelenprijzen hakt er direct in. Het principe is hetzelfde als bij mid-range, maar het pakt hier vaker scherper uit: er is minder ruimte om kosten op te vangen, dus je merkt het sneller in RAM, opslag of snelheid. Daarnaast kunnen fabrikanten in het laagste segment ook kiezen om instapmodellen te schrappen, of om 'nieuwe' modellen uit te brengen die intern weinig veranderen. Dat betekent vaak ook: minder keuze voor jou.

Conclusie

Tech is in 2026 duurder geworden omdat de chipindustrie zich steeds meer richt op AI-datacenters. Daardoor verschuift productiecapaciteit naar specialistisch geheugen, en stijgen de prijzen van standaardgeheugen en opslag.

Het advies voor jou is vooral praktisch: als je nu al weet dat je extra RAM, een grotere ssd of een nieuwe smartphone, laptop of gameconsole nodig hebt, wacht dan niet te lang. De signalen uit de markt wijzen erop dat prijzen en beschikbaarheid voorlopig onder druk blijven staan. Dat maakt vergelijken weer belangrijker dan de afgelopen jaren. Kijk niet alleen naar de prijs, maar kijk extra goed naar de specificaties. En kijk daarbij vooral naar RAM en opslag: daar zie je de effecten van wat er nu speelt het snelst terug.