ID.nl logo
Geen internet? Stel failover wan in als back-up met 4G
© Reshift Digital
Huis

Geen internet? Stel failover wan in als back-up met 4G

Geen internet meer hebben, komt altijd ongelegen. In een professionele internetrouter is het mogelijk om een zogenoemde ‘failover wan’ in te stellen. Bij een uitval van je internetverbinding schakelt je router dan automatisch over naar een tweede internetverbinding, zodat je altijd online blijft. Hier werken we dit uit met OPNsense en het mobiele 4G-netwerk als tweede internetverbinding.

Voor de gemiddelde PCM-lezer zal maar weinig vervelender zijn dan te ontdekken dat onverwacht de internetverbinding is uitgevallen. Stel dat iemand vlak voor een belangrijke deadline iets moet doorsturen. Gelukkig kun je op dit soort voorvallen voorbereid zijn: je definieert een zogenoemde ‘failover wan’. Dit is feitelijk een tweede internetaansluiting, die inactief blijft zolang je primaire internetaansluiting nog werkt, maar geactiveerd wordt zodra de primaire internetaansluiting het laat afweten. Daarvoor controleert je router continu de toestand van je hoofdinternetaansluiting.

Bedrijven leggen voor de zekerheid een tweede internetkabel aan van een andere provider, maar voor particulieren is dat wat duur. Gelukkig is er een eenvoudige oplossing, die meer dan voldoende is voor een incidentele uitval: gebruik het mobiele 4G-netwerk als secundaire internetaansluiting. Bij sommige internetabonnementen krijg je al een datasimkaart met een beperkt dataverbruik, bedoeld om in een tablet te steken. Met een usb- of mini-PCIe-modem kun je die simkaart ook in je router gebruiken, of je steekt de simkaart in een mifi-router met ethernetpoort die je op je router aansluit.

In deze masterclass gaan we dit realiseren met OPNsense, een opensource op FreeBSD gebaseerd besturingssysteem dat van een computer een firewall en router voor je thuisnetwerk maakt. Ben je er niet bekend mee? Je vindt hier meer informatie over OPNsense installeren.

We gaan ervan uit dat je al een werkende primaire internetaansluiting geconfigureerd hebt in OPNsense, door één ethernetpoort die op je modem is aangesloten tijdens de basisconfiguratie van OPNsense als wan-interface te definiëren. Een andere ethernetpoort van je OPNsense-machine is op de switch aangesloten waarmee de apparaten van je thuisnetwerk verbonden zijn, en is gedefinieerd als lan-interface.

4G-modem installeren

Eerst dien je een ondersteunde 4G-modem te hebben. Je raadpleegt het best de hardwareondersteuning van de door OPNsense gebruikte FreeBSD-release. In de documentatie van OPNsense geeft men de Huawei ME909u-521 en Sierra Wireless MC7304 miniPCIe-modems als voorbeeld, evenals het Huawei E220 usb-modem (voor 3G). We raden aan om geen aankoop te doen voordat je zeker weet dat het modem door FreeBSD of OPNsense ondersteund wordt, maar soms vraagt het wat experimenteerwerk. Wellicht heb je nog een 3G- of 4G-modem liggen, probeer dat dan zeker eens uit.

De zoektocht naar een ondersteund 4G-modem liep bij ons niet van een leien dakje. De documentatie en ervaringen op de fora van OPNsense, pfSense en FreeBSD bleken niet heel behulpzaam. Daarom leggen we in dit artikel uitgebreid uit hoe je de verschillende typen 4G-modems installeert, zodat je altijd een leidraad hebt, welk modem je ook koopt. Ter info: wij hebben zonder succes een Option Globetrotter HSDPA-modem (een oud 3.5G-modem) en een Huawei E3372h-modem geprobeerd (de documentatie van pfSense gaf aan dat die laatste moest werken). De E3372h hebben we ook met E3372s-firmware geflasht (waarbij je de behuizing moet openbreken en je de garantie verliest!). Dat had volgens de documentatie van pfSense ook moeten werken, maar bij ons niet.

©PXimport

Uiteindelijk hebben we de suggestie van iemand op het OPNsense-forum gevolgd en een Netgear LB2120 4G-router gekocht. Drie keer zo duur dan de Huawei E3372h, maar dit modem werkt. Nu dien je het 4G-modem te installeren. Is het een PCIe-modem en beschikt je OPNsense-machine over een PCIe-slot, dan is dat eenvoudig. Vergeet niet de meegeleverde antenne aan te sluiten én je simkaart in het modem te steken.

Usb-modem installeren

Voor een usb-modem is het vaak wat omslachtiger. Veel van deze modems doen zich namelijk als een usb-opslagapparaat voor, waarop je drivers vindt. Voor Windows-gebruikers is dat misschien behulpzaam, maar niet voor FreeBSD, waarvoor die drivers natuurlijk nutteloos zijn. OPNsense raakt daardoor van slag. Gelukkig bestaat er een programma dat je modem kan omschakelen zodat, die zich niet meer als opslagapparaat voordoet: usb_modeswitch. Log via ssh in als root op de OPNsense-machine en kies dan 8 voor een shell. Installeer het programma met:

pkg install usb_modeswitch

Bevestig de installatie. Dan komt nu wat opzoekwerk. Bekijk eerst de eigenschappen van je usb-modem met de opdracht:

usbconfig dump_device_desc

Noteer de hexadecimale getallen bij idVendor en idProduct van je modem. Zoek dan in de directory /usr/local/share/usb_modeswitch/ naar een bestand met de naam idVendor:idProduct (met de getallen die je vond). Dit bestand bevat de configuratie voor je modem.

Voer dan usb_modeswitch uit met na -v het idVendor en na -p het idProduct. Daarna -W voor meer uitvoer, -s om het aantal seconden op te geven dat we wachten en -c voor de locatie van het configuratiebestand. Dat ziet er dan als volgt uit:

usb_modeswitch -v 12d1 -p 1f01 -W -s 5 -c
/usr/local/share/usb_modeswitch/12d1:1f01

Als alles goed gaat, wordt je modem daarna als modem herkend.

Deze opdracht dien je overigens elke keer je de modem uit de usb-poort haalt en daarna weer aansluit opnieuw uit te voeren, evenals wanneer je je router herstart. Dat laatste kunnen we gelukkig gemakkelijk automatiseren door een zogenoemde ‘hook’ in te stellen die bovenstaande usb_modeswitch-opdracht automatisch opstart vlak voor het netwerk wordt opgestart:

echo "#\!/bin/sh" > /usr/local/etc/rc.syshook.d/early/30-4g-modem
echo "usb_modeswitch -v 12d1 -p 1f01 -W -s 5 -c /usr/local/share/usb_modeswitch/12d1:1f01" >>
/usr/local/etc/rc.syshook.d/early/30-4g-modem
chmod +x /usr/local/etc/rc.syshook.d/early/30-4g-modem

Ethernet en PPP

Er zijn twee soorten 4G-usb-modems. Eén type doet zich voor als een ethernetapparaat, het andere type beschrijven we verderop. Na de omschakeling van de modus zie je dan ook in de uitvoer van dmesg een mac-adres, zoals:

ue0: Ethernet address: 0c:5b:8f:27:9a:64

De aanduiding ue0 is de ethernetinterface. Om op deze interface via dhcp een ip-adres te krijgen en toegang tot het mobiele netwerk te krijgen via de simkaart die je in het modem steekt, dien je het modem eerst te configureren. Dat gaat doorgaans het gemakkelijkste als je het modem even op je laptop aansluit. Bezoek dan het adres http://192.168.8.1 in je browser en configureer je mobiele netwerk: vul het APN, je gebruikersnaam en je wachtwoord in die je van je mobiele provider gekregen hebt.

Open daarna in de webinterface van OPNsense het menu Interfaces / Assignments en klik op het uitklapmenu naast New interface. Kies de interface van je 4G-modem (in ons geval ue0) en klik op het plusteken rechts om de interface toe te voegen. Deze krijgt de naam OPT1. Klik links op Interfaces / OPT1 en vink Enable interface aan. Pas de beschrijving aan, bijvoorbeeld WAN4G, kies bij IPv4 Configuration Type voor DHCP en bij IPv6 Configuration Type voor DHCPv6 en klik op Save en daarna Apply changes. Als alles goed gaat, zou je nu in je dashboard de interface WAN4G moeten zien met een ip-adres zoals 192.168.8.100.

©PXimport

©PXimport

Het andere soort 4G-modem verschijnt in OPNsense wel echt als modem. Dan dien je het modem te configureren in Interfaces / Point-to-Point / Devices. Klik rechtsboven op Add, laat het Link Type op PPP staan, kies bij Link interface(s) de interface van je modem uit de lijst (meestal iets als /dev/cuaU0.0) en kies dan je land, provider en tariefplan, zodat OPNsense de juiste instellingen kiest.

Daarna vul je een (optionele) gebruikersnaam en wachtwoord in en het Access Point Name (APN). Deze waardes heb je van je mobiele-internetprovider gekregen. Bij Phone Number dient *99# te staan. Een deel van deze waardes zijn al correct ingevuld als je het correcte plan uit de lijst gekozen hebt. Als je de pincode van je simkaart of andere geavanceerde opties wilt instellen, klik dan onderaan op Show advanced options. Klik tot slot op Save om de instellingen voor je 4G-modem op te slaan.

Netgear LB2120 / 4G-router

Een andere optie is dat je een mifi-router met ethernetpoort of een 4G-router op een vrije ethernetpoort van je OPNsense-machine aansluit. Overigens hoeft het internet niet per se via 4G binnen te komen: deze aanpak kun je ook gebruiken met een modem van een tweede provider die via een andere kabel internet krijgt. Dat maakt allemaal niet uit, zolang je maar via een ethernetpoort toegang tot de internetaansluiting krijgt.

We tonen hier hoe dat gaat met de Netgear LB2120. Steek de simkaart in het micro-simkaartslot aan de onderkant, sluit de lan-poort aan op een ethernetpoort van je pc en start het modem op. Het modem deelt via dhcp een ip-adres uit aan je computer. Ga naar http://192.168.5.1, log in met het standaardwachtwoord dat onder op je modem vermeld staat en stel je APN in. Klik dan links op Connect om met het mobiele netwerk te verbinden. Daarna krijg je de sterkte van het signaal te zien aan de hand van de leds boven op je modem.

Je hebt nu een router die internet via 4G heeft. Die kun je op twee manieren op je OPNsense-machine aansluiten. Bij de eerste manier krijgt je router (zoals je ook al tijdens de configuratie van de 4G-router zag) via dhcp een ip-adres via de ethernetpoort van je OPNsense-machine. Volg dan de instructies hierboven over de instellingen in Interfaces / Assignments en kies igb2 als interface.

©PXimport

Bridge

De tweede manier van aansluiten is om het 4G-modem in bridgemodus in te stellen. Dan werkt het 4G-modem niet meer als router, doet geen network address translation en deelt ook geen ip-adressen uit via dhcp. Het ip-adres dat je 4G-modem van je mobiele provider krijgt, wordt rechtstreeks toegekend aan een interface van je OPNsense-machine. Dit is vanuit het standpunt van netwerkbeheer minder complex, omdat je een vertaalslag minder hebt.

Zet eerst je 4G-modem op bridgemodus. Bij het Netgear LB2120-modem gaat dat in Settings / Advanced / LAN, waar je bij Operation Modes de optie Bridge aanvinkt. Na een herstart van het modem merk je dat het ip-adres van je pc niet meer in het adresbereik 192.168.5.x ligt, maar in het bereik van het mobiele netwerk. De interface van je modem is overigens nog altijd bereikbaar via het adres http://192.168.5.1. Werkt dit alles, schakel je modem dan uit en sluit hem op een vrije ethernetpoort van je OPNsense-machine aan.

Nadat de modem opgestart is, creëer je in de webinterface van OPNsense een interface, net zoals dat in de instructies hierboven staat, maar dan met de interface igb2. Als alles goed gaat, krijg je (eventueel na een herstart van je 4G-modem) een publiek ip-adres toegekend aan de interface. Verifieer dat in het dashboard van OPNsense of in Interfaces / Overview.

Monitor ip-adressen

We hebben aan al deze voorbereiding zoveel tijd besteed omdat dit het deel was waar je veel mogelijkheden hebt en waar ook heel veel mis kan gaan. Maar als je tot hier de instructies met succes hebt gevolgd, dan heb je nu twee gateways met een werkende internetverbinding: de ene is je standaardgateway, die aan je thuisnetwerk internet aanbiedt via de vaste internetaansluiting van je provider; de andere is de gateway van het mobiele netwerk.

Deze gateways krijg je ook te zien in System / Gateways / Single, met in de kolom Status of de gateways online zijn of niet. Maak je gebruik van IPv6, dan zie je meer dan twee gateways. Klik nu op het potloodicoontje van je standaardgateway. Vink de optie Disable Gateway Monitoring uit en vul bij Monitor IP een ip-adres in dat altijd online zou moeten zijn, zoal 8.8.8.8 van Google. Verifieer dat Mark Gateway as Down zeker niet aangevinkt staat en sla je wijzigingen op.

Doe nu hetzelfde voor de gateway van je 4G-verbinding, verifieer deze keer ook dat Default Gateway zeker niet aangevinkt is (want dat houden we voor onze primaire verbinding) en vul als Monitor IP bijvoorbeeld 8.8.4.4 in. Sla je wijzigingen op. Na een druk op Apply changes krijg je de status van je gateways te zien. Als de vertraging (‘latency’) van je 4G-netwerk bijvoorbeeld hoog ligt, krijg je in de kolom Status een waarschuwing in het oranje. Zodra OPNsense het gemonitorde ip-adres niet meer kan bereiken via een gateway, komt in deze kolom bij de gateway in het rood Offline te staan.

©PXimport

Gatewaygroep maken en dns instellen

Dan maken we nu een gatewaygroep waaraan we beide twee gateways toekennen. Klik daarvoor op System / Gateways / Group en dan rechtsboven op het plusteken. Geef de groep een naam, bijvoorbeeld WANGWGROUP. Bij je primaire gateway kies je Tier 1 en bij je secundaire Tier 2.

Bij Trigger Level kies je op basis van welke voorwaarde een gateway niet meer gebruikt wordt. Member Down betekent 100% pakketverlies; andere opties zijn Packet Loss, High Latency en Packet Loss or High Latency. Geef je groep eventueel een omschrijving en sla je wijzigingen op. Klik daarna op Apply changes.

Nu moet je voor elke gateway minstens één dns-server instellen. Vul bijvoorbeeld in System / Settings / General onder Networking twee dns-servers in, en kies de gateway waarvoor de dns-server geldt in de kolom Use gateway.

Een andere optie is dat je Unbound inschakelt en in Services / Unbound DNS / General op Show advanced options klikt en in het tekstveld Custom options de configuratie van je dns-servers zet. Zie daarvoor ons eerste artikel over OPNSense. Belangrijk is dat je altijd toegang tot een dns-server hebt, via welke gateway je ook op internet gaat.

Netwerkverkeer naar buiten

Nu moeten we er nog voor zorgen dat het netwerkverkeer dat van het interne netwerk naar je router komt en naar buiten wil, dat via de gatewaygroep doet in plaats van alleen via de standaardgateway. Daarvoor maken we gebruik van de firewall: open Firewall / Rules / LAN. Standaard heeft OPNsense een regel Default allow LAN to any rule. Klik op het potloodicoontje ernaast om de regel te bewerken en stel onderaan bij Gateway de naam van je gatewaygroep in (WANGWGROUP in ons voorbeeld). Sla je wijziging op en vergeet ze niet toe te passen met een klik op Apply changes. Het best schakel je ook in Firewall / Settings / Advanced de optie Use sticky connections uit.

Er is nog één probleem: als je de OPNsense-machine zelf als dns-server gebruikt, wordt het verkeer van de lan-clients naar de OPNsense-machine door bovenstaande firewallregel ook naar de gatewaygroep gestuurd, en dat is niet de bedoeling. Voeg dus in Firewall / Rules / LAN met een klik op Add bovenaan rechts een nieuwe firewallregel toe.

Bij Action laat je Pass staan, bij Protocol kies je TCP/UDP en Source laat je op any staan. Bij Destination kies je This Firewall en bij Destination port range van DNS naar DNS. Bij Category vul je DNS in en bij Description een beschrijving als Local DNS als geheugensteuntje voor als je later niet meer weet waarvoor je deze regel toegevoegd hebt. Gateway laat je op default staan. Sla je wijzigingen op.

©PXimport

Je zojuist toegevoegde firewallregel staat nu helemaal onderaan en wordt dus gewoon niet gebruikt, want de regels worden van boven naar onderen geëvalueerd en onze Default allow LAN to any rule is algemener dan onze dns-regel. Vink je dns-regel dus aan en klik dan rechts naast Default allow LAN to any rule op het pijltje naar links, waardoor de dns-regel vlak voor de lan-regel komt. Klik dan bovenaan rechts op Apply changes.

Als je van Unbound gebruikmaakt als dns-server dien je ook nog in System / Settings / General onderaan de optie Allow default gateway switching aan te vinken. Unbound stuurt zijn dns-aanvragen immers naar de standaardgateway door.

Testen!

En dan nu testen! Als je de netwerkkabel tussen je OPNsense-router en de modem van je vaste internetverbinding lostrekt, schakelt je router automatisch voor zijn gateway over naar je 4G-modem. En zodra je vaste internetverbinding weer in orde is, schakelt je router daar opnieuw naar over omdat je die als ‘Tier 1’ ingesteld hebt en je 4G-gateway als ‘Tier 2’.

Nu kun je nog bij elk van je gateways (in System / Gateways / Single) onder Advanced enkele parameters aanpassen, bijvoorbeeld de drempelwaardes voor de vertraging en pakketverlies. In combinatie met het Trigger Level van de gatewaygroep kun je zo bepalen wanneer er van gateway wordt overgeschakeld.

▼ Volgende artikel
Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8
© monticellllo
Huis

Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8

De opensource kantoorsuite LibreOffice blaast 40 kaarsjes uit en viert dat met een sprong voorwaarts. Welke vernieuwingen vallen ons op in de recente versie en hoe maken ze de onderlinge samenwerking tussen gebruikers makkelijker?

LibreOffice kent een lange geschiedenis in verschillende vormen die teruggaat tot 1985. Toen verscheen het eerste programma onder de naam StarWriter. Vijftien jaar later belandde de suite bij de open-sourcegemeenschap en werd ondergebracht bij The Document Foundation, die het pakket de naam gaf waaronder we het nu kennen. Het is sindsdien uitgegroeid tot een volwaardig, gratis alternatief voor Microsoft Office. Ook de nieuwste versie blijft trouw aan de klassieke reeks toepassingen, al zijn die verder verfijnd en nauwer met elkaar geïntegreerd. LibreOffice 25.8 is beschikbaar op www.libreoffice.org/download.

De suite bestaat uit zes kernprogramma’s. Writer voor tekstverwerking, Calc als spreadsheet-programma, Impress is presentatiesoftware vergelijkbaar met PowerPoint, Draw is een vectorgebaseerde tekenapplicatie, Base gebruik je voor databases en ten slotte is er de formule-editor Math. Naast deze zes is er nog de component Chart om grafieken te maken binnen Calc, Writer en Impress. Bovendien heeft LibreOffice een bibliotheek met extra functies, sjablonen en steeds vaker ook AI-tools. Op de mogelijkheden van die kernprogramma’s zijn we al dieper ingegaan in een eerder artikel Aan de slag met LibreOffice. Hier bespreken we wat nieuw is en onderzoeken we de mogelijkheden van onderling samenwerken.

Aanpasbare interface

Wanneer je voor het eerst een applicatie opent, toont LibreOffice hoe je de interface kunt aanpassen. Wil je de standaardwerkbalk of wil je tabbladen? Daarnaast kun je kiezen voor een enkelvoudige werkbalk, voor compacte tabbladen, voor de zijbalk en meer. Telkens beslis je of je de gekozen interface alleen op het huidige programma wilt toepassen of op alle programma’s van LibreOffice.

De werkomgeving met tabbladen lijkt het meest op wat we van Microsoft Office gewend zijn.

Uiterlijk aanpassen

Met Extra / Opties / LibreOffice zet je de weergave van LibreOffice op licht, donker of de systeeminstelling. In hetzelfde venster bepaal je de kleuren waarmee spelfouten, tabelgrenzen, niet-afdrukbare tekens in Writer, de documentachtergrond en alle speciale markeeritems worden weergegeven. Door op het pictogram van het puzzelstukje te klikken bij Uiterlijk / LibreOffice-thema kom je bij de thema’s voor deze suite. Als je op de knop Internetpagina klikt, zie je telkens hoe ieder thema in de verschillende basisprogramma’s van LibreOffice eruitziet. Daarbij lees je welke versie van LibreOffice vereist is om het gekozen thema toe te passen. Gebruik de knop Installeren om het gekozen thema binnen te halen. Na een klik op OK past LibreOffice het thema onmiddellijk toe.

Daarnaast ondersteunen Writer, Calc en Impress ook kleurenschema’s voor specifieke documenten. Nadat je een van de drie applicaties hebt geopend, ga je naar Opmaak / Thema. Kies een van de bestaande thema’s uit Rainbow, Beach, Sunset … Je kunt via de knop Toevoegen ook zelf een thema samenstellen. Bevestig met de knop Toepassen. Alle elementen die met stijlen en thema-kleuren werken (koppen, tabellen, grafieken et cetera) worden meteen aangepast.

Met een thema pas je in één keer het volledige uiterlijk van de LibreOffice-applicatie aan.

Wijzigingen tonen

Een eerste opvallende vernieuwing is de manier waarop je tijdens het samenwerken veel duidelijker zicht krijgt op de voorgestelde wijzigingen. Activeer dit via Bewerken / Wijzigingen / Wijzigingen bijhouden of met de sneltoets Ctrl+Shift+C. Vanaf dat moment markeert Writer automatisch alles wat je typt, verplaatst of aanpast.

Met Bewerken / Wijzigingen / Tonen
maak je de aanpassingen zichtbaar. Toevoegingen verschijnen onderstreept of in kleur, verwijderingen worden doorgestreept en opmaakwijzigingen krijgen een ballon of markering in de kantlijn.

De voorgestelde wijzigingen worden zichtbaar.

Wijzigingen beheren

In het venster Wijzigingen beheren (Alt+7) zie je in één oogopslag alle voorgestelde aanpassingen. Klik je in de lijst op een item, dan wordt de bijbehorende wijziging meteen in de tekst gemarkeerd. En omgekeerd: selecteer je een wijziging in de tekst, dan springt Writer automatisch naar de juiste entry in de lijst. Dat was vroeger veel minder overzichtelijk, waardoor correcties in lange documenten lastig te volgen waren.

Nu kun je niet alleen sneller door honderden wijzigingen bladeren, maar ook instellen hoe elk type wijziging wordt weergegeven, van kleur tot markering. Met de knoppen Accepteren en Verwerpen beslis je per wijziging of je alles in één keer verwerkt. Bovendien kun je de lijst filteren op auteur en/of tijdstip, wat vooral bij samenwerking met meerdere gebruikers tijd bespaart.

Je kunt de wijzigingen filteren op auteur en op datum.

Commentaren geïntegreerd in Navigator

Commentaren zijn in de nieuwe versie beter geïntegreerd in de Navigator, waardoor je ze als overzichtslijst kunt gebruiken. Open het zijpaneel Navigator met F5 of via het kompas-pictogram in de zijbalk. Vanuit dit venster navigeer je met één klik naar koppen, afbeeldingen, secties en tabellen. Voeg je in de tekst een commentaar toe via rechtermuisknop en de optie Notitie toevoegen of de sneltoets Ctrl+Alt+C, dan verschijnt deze niet alleen in de tekst, maar ook in de Navigator. Klik je daar op een commentaar, dan springt Writer meteen naar de juiste plaats in het document.

In het panel Navigator vind je alle opmerkingen.

Extern opslaan

Onder het menu Bestand vind je ook de optie Extern opslaan. Hiermee sla je een bestand op een andere locatie op dan je eigen computer. Dit kan bijvoorbeeld een netwerkschijf of gedeelde map zijn, via WebDAV, FTP, SSH of een andere netwerkverbinding, of in een cloudomgeving zoals Nextcloud, Google Drive of OneDrive.

Het voordeel is dat het document direct op een plek staat waar anderen toegang toe hebben, of waar je er zelf vanaf meerdere apparaten bij kunt. Om een externe opslaglocatie in te stellen, klik je bij Extern opslaan op Service beheren. Daarna selecteer je de gewenste online dienst en vul je de gebruikersnaam en het wachtwoord in.

Je kunt verschillende externe bestandsservices aanspreken.

Multi opslaan als

Aanvullend kun je de mogelijkheden van LibreOffice uitbreiden door middel van extensies. Bijvoorbeeld met MultiFormatSave sla je hetzelfde document meteen in meerdere indelingen tegelijk op. Deze extensie ondersteunt het OpenDocument-formaat, het Microsoft Office-formaat en tegelijk de pdf-indeling. Handig bij samenwerking met mensen die Microsoft Office gebruiken, zodat iedereen toch over een kopie beschikt waarmee hij of zij kan werken. Daarnaast is er de extensie MultiFormatSave-Draw die hetzelfde doet voor illustraties. Hiermee bewaar je dezelfde afbeelding tegelijk in het odf-, png-, svg- en pdf-formaat.

Eerst moet je de extensie installeren via het menu Extra / Extensies. Daar klik je linksonder op de knop Haal meer extensies online. Dan kom je in een store om extensies te zoeken en te downloaden. Wanneer de download binnen is, dubbelklik je op het bestand multiformatsave-v1-5-6.oxt in de map Downloads. Er verschijnt een waarschuwing die aangeeft dat je op het punt staat om een extensie te installeren voor LibreOffice. Klik op OK. Daarna moet je LibreOffice opnieuw opstarten. Vanaf nu heb je in het menu Bestand een nieuwe functie: Multi Opslaan als. Als je die functie aanspreekt, krijg je een pop-up waar je verschillende indelingen kunt selecteren. Via Extra / Extensie kun je achteraf ook extensies verwijderen.

Plaats vinkjes bij de verschillende bestandsindelingen die LibreOffice simultaan moet opslaan.

AI-afbeeldingsgenerator

Een nieuwe interessante extensie is Stable Diffusion for LibreOffice. Hiermee kun je via prompts AI-gegenereerde afbeeldingen rechtstreeks toevoegen dankzij de gratis AI Horde backend. Je hebt hiervoor geen account of abonnement nodig, maar wel een internetverbinding. Bovendien krijg je het beste resultaat met Engelse prompts. Dit is een interessante manier om op een eenvoudige manier visuals toe te voegen. Ga naar Extra / Extensies / Haal meer extensies online en gebruik de zoekmachine om Stable Diffusion for LibreOffice te downloaden. De extensie gebruikt een cluster van Stable Diffusion-servers die door vrijwilligers wordt onderhouden, de zogenaamde AIHorde.

Zodra de extensie is geïnstalleerd, kies je Invoegen / Image from text. Dan opent zich de pop-up Stable Horde for LibreOffice waar je de prompt typt. Daarbij geef je zowel de hoogte als de breedte in van de illustratie die je nodig hebt en je klikt op de knop Process. Even later staat de illustratie in het tekstdocument of in de presentatie. Na de installatie vind je de knop naar deze extensie in Writer, Draw en Impress.

Onder de afbeelding komt ook de prompt die je hebt ingegeven.

Echte open standaarden

Wat LibreOffice uniek maakt, is dat het volledig inzet op open standaardformaten die door iedereen gebruikt en geïmplementeerd kunnen worden. Voor elk type document is er een open formaat: odt voor tekstdocumenten, ods voor spreadsheets en odp voor presentaties. Deze formaten zijn vastgelegd door de internationale standaardisatieorganisatie OASIS en officieel erkend door ISO/IEC. Dat betekent dat ze vrij beschikbaar zijn, zonder dat er een bedrijf de spelregels bepaalt.

Daarnaast kan LibreOffice ook werken met de Microsoft Office-formaten zoals docx, xlsx en pptx. Het kan bestanden in die formaten zowel openen als opslaan, zodat uitwisseling met gebruikers van Microsoft Office vlot verloopt. Het belangrijkste voordeel van de open formaten is dat de documenten in LibreOffice er hetzelfde uitzien wanneer je ze opnieuw opent, of wanneer iemand anders ze opent in een toepassing die deze standaard ondersteunt. Je verliest geen opmaak, inhoud of metadata.

Bij de Microsoft-formaten ligt dat genuanceerder. De typische Microsoft-indelingen zoals docx, xlsx en pptx bevatten vaak functies of elementen die alleen door Microsoft Office volledig worden ondersteund. Dit is deels een bewuste strategie. Microsoft hanteert zijn eigen implementatie en voegt soms afwijkingen toe, waardoor bestanden niet altijd 100 procent identiek openen buiten het eigen ecosysteem. Daardoor wordt het overstappen naar alternatieve software bemoeilijkt.

LibreOffice ondersteunt echte open standaarden.

Documenten schoon opslaan

Alle applicaties zijn bovendien in staat om documenten te creëren die de privacy van de gebruiker respecteren. Bij het opslaan kun je namelijk aangeven of je het bestand zonder persoonlijke metadata wilt bewaren, zoals de auteur of de tijdstempels. Dit kan belangrijk zijn als je documenten deelt in een professionele of juridische context. Terwijl het bestand geopend is, ga je naar het menu Bestand / Eigenschappen. Dan kies je het tabblad Algemeen. Je zult zien dat hierbij je naam als auteur al ingevuld is en ook de wijzigingsdatum, de totale bewerkingstijd enzovoort …

Klik op de knop Eigenschappen terugzetten. Hiermee wis je auteur, wijzigingsdatum, bewerkingstijd en woordentelling. Sla het bestand dan opnieuw op. Wil je het programma instellen zodat je de metadata altijd wist bij het opslaan, zodat je dit niet kunt vergeten? Ga naar Extra / Opties. Kies links in de lijst LibreOffice / Beveiligen. In de groep Beveiligingsopties en waarschuwingen klik je op de knop Opties. Daarna vink je de optie aan: Persoonlijke informatie verwijderen bij het opslaan. Bevestig met OK. Vanaf nu worden alle documenten automatisch schoon opgeslagen.

Het is mogelijk om de metadata in LibreOffice te verwijderen.

Samenwerken

Er zijn drie manieren om samen te werken met LibreOffice. De eerste is de klassieke aanpak. Je werkt alleen op je eigen computer en deelt het bestand via e-mail of usb. Andere gebruikers kunnen het document vervolgens aanpassen en opmerkingen toevoegen. Alle wijzigingen zie je overzichtelijk terug in het venster Wijzigingen beheren. De tweede manier is het gebruik van een gedeelde map in de cloud. Iedereen met toegang kan het bestand bewerken, zij het niet tegelijkertijd. Dankzij kleurmarkeringen blijft zichtbaar wie welke aanpassing heeft gedaan. De derde optie is de online variant van LibreOffice. Daarmee werk je in realtime samen aan hetzelfde document. Het grote voordeel is de simultane bewerking, maar het nadeel is dat de installatie en configuratie van deze oplossing wat complexer is.

Zo versleutelen we het bestand op Dropbox, de ander moet dan het wachtwoord kennen.

Online versie

De oplossing om online de opensource tekstverwerker, spreadsheet- of presentatie-applicatie te gebruiken, is een combinatie van een online platform en een online toepassing. LibreOffice 25.8 heeft de mogelijkheden om met anderen samen te werken uitgebreid door koppelingen met cloudoplossingen zoals Nextcloud. De bijbehorende online toepassing heet Collabora Online. Het gaat om een webgebaseerde Office-omgeving op basis van LibreOffice die zich integreert met cloudplatformen zoals Nextcloud. Hiermee kunnen teams, onderzoekers en scholieren in realtime veilig samenwerken, zonder afhankelijk te zijn van commerciële clouddiensten zoals Google of Microsoft. Bovendien is de privacy beter gewaarborgd.

Om te starten heb je een Nextcloud- of ownCloud-account nodig. Wij vonden Nextcloud het meest gebruiksvriendelijk, omdat deze Collabora al standaard aanbiedt. Nextcloud heeft clients voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android (https://nextcloud.com/install). De laatste versie (31.0.8) verscheen op 14 augustus 2025. Wil je geen tijd besteden aan installatie en onderhoud, dan kun je kiezen voor een beheerde Nextcloud-hostingdienst. Er zijn verschillende aanbieders en de prijzen variëren volgens opslagcapaciteit. Je kunt er ook voor kiezen om op een eigen server Collabora CODE te installeren (Collabora Online Development Edition, een gratis community-versie), maar dat is meer iets voor specialisten.

Maak eerst een account aan bij Nextcloud.

Compatibel met de courante Office-indelingen

Met Collabora Online krijg je een webversie van LibreOffice, volledig opensource en privacy-vriendelijk. Op https://collaboraonline.com kun je een gratis demo uitproberen. Je vult je naam, e-mailadres en herkomst van je aanvraag in, waarna je een e-mail ontvangt met een link, login en wachtwoord. Vervolgens kom je in een omgeving waar je tekstverwerkingsdocumenten, spreadsheets en presentaties kunt openen. Het gaat om een set online documenten in de odt-, docx-, pdf-, pptx-, xlsx-, odg-, doc- en ods-indeling. Met een dubbelklik opent Collabora Online het bestand rechtstreeks in de browser, zonder dat je iets hoeft te installeren.

Je ziet in Nextcloud welke bestanden je in Collabora kunt openen.

Alle bewerkingen in de browser

Wanneer een document geopend is, herken je meteen de vertrouwde LibreOffice-modules. De interface van Collabora Online is niet 100 procent identiek aan de desktopversie van LibreOffice, maar de functies en compatibiliteit zijn zeer vergelijkbaar. De interface past zich aan de taalinstellingen van je systeem aan (in ons geval Nederlands). Je kunt elk bestand bewerken en opslaan in verschillende formaten. Zo kun je een geopende odp-presentatie bewaren als odf-presentatie, PowerPoint-bestand (.pptx) of PowerPoint 2003-presentatie (.ppt). Een tekstdocument in odt-formaat kun je opslaan als rtf, Word (.docx) of Word 2003-document (.doc). Ook exporteren naar pdf of epub is mogelijk. Alles gebeurt volledig in de internetbrowser, zonder dat je een lokale toepassing nodig hebt. Bovendien ben je niet beperkt tot de demo-bestanden: je kunt zelf ook eigen bestanden uploaden, bewerken en opslaan in deze indelingen.

De interface van Collabora Online werkt ook in het Nederlands.

Delen

In Nextcloud klik je op de Deel-knop en voeg je een gebruiker of groep toe. Je kunt zelfs een openbare link aanmaken. Daarbij bepaal je of de ander het document alleen mag lezen of ook mag bewerken. Vanaf dat moment kunnen meerdere mensen tegelijk in hetzelfde document werken. Elke auteur krijgt een eigen kleur voor de cursor en de selecties en alle wijzigingen verschijnen direct op het scherm. Net als in de desktopversie kun je opmerkingen toevoegen en wijzigingen bijhouden. Ondertussen kun je chatten en altijd teruggaan naar eerdere versies.

Je kunt het document delen met een of meer personen en je kunt een openbare link creëren.
▼ Volgende artikel
Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's
© ID.nl
Huis

Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's

De jaarwisseling 2025/2026 is het laatste keer dat we zelf vuurwerk mogen afsteken. Reken maar dat er dus heel wat siervuurwerk de lucht in gaat op oudejaarsavond! Natuurlijk wil je daar foto's van maken, maar het blijft lastig om dit spektakel goed vast te leggen met een telefoon. Vaak eindig je met bewogen strepen of een overbelichte waas op je scherm. Met de juiste voorbereiding en instellingen maak je dit jaar foto's die wél de moeite waard zijn om te bewaren.

In dit artikel

Vuurwerk fotograferen met je smartphone vraagt om een goede voorbereiding en de juiste instellingen. Je leest hoe je je telefoon stabiel houdt, waarom een schone lens verschil maakt en welke instellingen helpen om lichtsporen scherp vast te leggen. Ook leggen we uit hoe Live Photos op de iPhone en de Pro-modus op Android werken, en waar je op let bij timing en compositie voor een sterker eindresultaat. 

Lees ook: Betere foto's met je smartphone? 5 fouten die je nooit moet maken! (Plus: de beste camera-smartphones 2025)

Begin met een schone lens door er even een microvezeldoekje overheen te halen. Vette vingers veroorzaken namelijk vlekken waardoor het felle licht van het vuurwerk minder goed wordt vastgelegd. Controleer daarnaast of je nog voldoende opslagruimte vrij hebt op je toestel. Omdat je waarschijnlijk veel beelden achter elkaar schiet, loopt je geheugen sneller vol dan je denkt. Vergeet ook niet om je batterij volledig op te laden, want als het koud is, gaat de accu van je smartphone sneller leeg.  

Stabiliteit voor scherpe beelden

Lichtflitsen in het donker fotograferen vraagt om een langere sluitertijd. Hierdoor is elke kleine beweging van je handen direct zichtbaar als een onscherpe vlek. Gebruik bij voorkeur een klein statief of een smartphonehouder om je toestel stil te houden. Heb je die niet bij de hand? Leun dan tegen een muur of lantaarnpaal en houd je smartphone met beide handen stevig vast. Gebruik in geen geval de digitale zoom. Dit verlaagt de kwaliteit van je foto aanzienlijk en maakt de korreligheid alleen maar erger.

©ID.nl

Lichtsporen vastleggen met iPhone

Heb je een iPhone, dan is de functie Live Photos je beste vriend tijdens de jaarwisseling. Zorg dat het ronde icoontje voor Live Photos bovenin je camera-app geel gekleurd is. Nadat je de foto hebt gemaakt, open je deze in de Foto's-app. Tik linksboven op het woordje 'Live' en kies uit het menu voor 'Lange belichting'. Je telefoon voegt dan alle beelden uit de opname samen tot één foto. Hierdoor veranderen de losse lichtpuntjes in vloeiende, lichtgevende banen tegen een donkere lucht. Gebruik hierbij bij voorkeur een statief of zet je iPhone ergens stabiel neer. Wanneer je namelijk los uit de hand fotografeert, worden de bewegingen die je zelf maakt ook meegenomen, en dat kan zorgen voor een wazig eindresultaat.

De Pro-modus op Android gebruiken

Veel Android-telefoons hebben een Pro-modus waarmee je handmatig de sluitertijd aanpast. Open deze stand in je camera-app en zoek naar de letter 'S' (Sluitertijd). Voor vuurwerk werkt een sluitertijd tussen de twee en vier seconden vaak het best. Houd de ISO-waarde laag, bijvoorbeeld op 100, om ruis in de donkere delen te voorkomen. Omdat de sluiter nu langer openstaat, is een statief echt een vereiste. Je krijgt dan de bekende foto's waarbij je de hele weg van de vuurpijl als een lichtspoor ziet.

Timing en compositie bepalen

Het moment waarop je afdrukt is bepalend voor het eindresultaat. Werk je met een normale sluitertijd, dan is de burst-modus handig: houd de ontspanknop ingedrukt wanneer een pijl de lucht in gaat. Zo leg je de hele explosie vast en kies je achteraf de mooiste foto uit de reeks. Denk ook na over de compositie van je beeld. Een foto van alleen de lucht is vaak wat kaal. Probeer elementen uit de omgeving mee te nemen, zoals silhouetten van gebouwen of bomen. Dit geeft context en maakt het plaatje een stuk interessanter.

🎆 Snelle checklist 🎆

Wat?Hoe?
StatiefGebruik een stabiele ondergrond of een houder
FlitserSchakel deze functie handmatig uit
FocusVergrendel de scherpte op de plek van de explosie
BelichtingVerlaag de helderheid voor diepere kleuren
ZoomBlijf op de standaardstand staan voor maximale scherpte
ModusGebruik de burst-functie voor een reeks opnames