ID.nl logo
DLNA: wat is het en waar gebruik je het voor?
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

DLNA: wat is het en waar gebruik je het voor?

Als je ooit de foto's op je digitale camera tot leven hebt zien komen op je TV, of de muziekbestanden die op je computer staan op je home theater-systeem hebt afgespeeld, heb je al kennis gemaakt met de magie van DLNA.

Deze breed geïntegreerde maar slecht begrepen technologie maakt het mogelijk om mediabestanden van een harde schijf of geheugenkaart naar andere apparaten op je thuisnetwerk te streamen zonder dat je een hele hoop codecs of bestandsformaten hoeft te kennen, of moet weten hoe je netwerk werkt. Lees ook: Zo luister je naar muziek met je NAS.

DLNA staat voor Digital Living Network Alliance, de handelsgroep die in 2003 door Sony gesticht werd. Voorafgaand aan DLNA was het opzetten van een home entertainment-netwerk een moeizaam proces waarbij je IP-adressen moest verzamelen en elk component moest configureren zodat het met andere apparaten kon communiceren, zonder enige garantie dat het uiteindelijk zou werken. DLNA heeft dit proces vereenvoudigd door één enkel protocol vast te stellen dat ervoor zorgt dat DLNA-gecertificeerde multimedia-apparaten van verschillende fabrikanten konden samenwerken.

Zo werkt het

DLNA verdeelt multimedia apparaten onder in 10 gecertificeerde klassen die in drie brede categorieën zijn onderverdeeld: Home Network Devices (pc's, tv's, av-receivers, spelconsoles), Mobile Handheld Devices (smartphones, tablets, digitale camera's), en Home Infrastructure Devices (routers en hubs).

De klasse van een apparaat wordt bepaald door de functionele mogelijkheden ervan - of het media opslaat, bedient of afspeelt - in plaats van het soort product. Dus het is mogelijk (het gebeurt zelfs vaak) dat een apparaat in meer dan één klasse valt. Sommige DLNA-gecertificeerde tv's kunnen bijvoorbeeld als Digital Media Player (wat betekent dat het apparaat media van andere apparaten kan lokaliseren en afspelen) geclassificeerd worden, en ook als Digital Media Renderer (omdat media naar het apparaat gestuurd kunnen worden door middel van een extern bedieningsapparaat).

©PXimport

Met DLNA verbind je veel apparaten makkelijk met andere devices.

Alle DLNA-gecertificeerde apparaten gebruiken Universal Plug and Play (UPnP) om elkaar te vinden en om met elkaar te communiceren op het netwerk. Wanneer je er één aan je router verbindt, zou het automatisch in de menu's van alle andere DLNA-gecertificeerde componenten moeten verschijnen, zonder dat je ook maar iets hoeft in te stellen.

In een voorbeeldscenario zou je een pc kunnen hebben met DLNA-gecertificeerde software die het apparaat in een mediaserver omtovert. Je DLNA-gecertificeerde speler - een televisie of gameconsole, bijvoorbeeld - zou de content op je pc kunnen doorzoeken en streamen. Een controller, zoals een tablet of smartphone, zou de content op de pc kunnen ontdekken en de tv opdragen om het af te spelen.

Om te beginnen

Met meer dan 4 miljard DLNA-gecertificeerde producten op de markt - waaronder tv's, blu-ray-spelers, opslagapparatuur, mediaboxen, smartphones, tablets, gameconsoles en sofware - is de kans groot dat je al meer dan één compatibel apparaat of applicatie in huis hebt. Afhankelijk van de fabrikant kan het zijn dat het product gebruik maakt van een versie van DLNA met een merknaam, zoals SmartShare (LG), SimplyShare (Philips), of AllShare (Samsung), maar wees gerust, het is allemaal dezelfde technologie en zal prima samenwerken.

Als je een recente pc, NAS, smartphone of tablet hebt, is deze waarschijnlijk gebundeld met DLNA-gecertificeerde software waarmee media op het apparaat herkend kan worden door de componenten op je netwerk. Als je een ouder model hebt kun je het echter nog steeds in een mediaserver omtoveren door een programma als Plex, Twonky, TVersity of Windows Media Player toe te voegen. Zelfs als de fabrikant van een component je in de richting wijst van haar eigen merk mediaserverprogramma (bijvoorbeeld Samsung's AllShare voor Windows), kan je vaak nog altijd een van de opties van derden gebruiken, maar het kan zijn dat je wat moet experimenteren om erachter te komen welke applicatie het beste werkt met het merk van je component.

©PXimport

Philips' SimplyShare is een versie van DLNA laat je muziek en andere media streamen tussen bijna al je devices.

Een ander gebied waarop DLNA een rommeltje wordt, is codecs. De DLNA-specificatie staat alleen een aantal veelgebruikte audio- en videoformaten toe, zoals WMA-, MP3-, MP4-, FLAC-, AVI- en MKV-bestanden, en veel andere worden niet ondersteund. Om het nog ingewikkelder te maken, ondersteunen verschillende implementaties van DLNA verschillende codecs. En zelfs ondersteunde formaten werken soms niet als de container, bitrate of andere details niet aan de DLNA-specificatie voldoen. Sommige DLNA-serversoftware zal proberen deze tekortkoming te compenseren door bestanden van een niet-ondersteund formaat gaandeweg te transcoderen naar een formaat dat wel voldoet, maar de resultaten zijn variabel.

Is DLNA nog wel nuttig?

DLNA is meer dan tien jaar geleden ontwikkeld, toen je alleen een foto of video van je computer naar je tv kon streamen door je lokaal opgeslagen media af te tappen. Tegenwoordig zijn er zo veel streaming- en sharing-sites als Spotify, Netflix en Flickr dat het oorspronkelijke doel van DLNA vervangen is door een veel eenvoudiger proces. Sony, de oprichter van DLNA, ondersteunt de standaard niet eens op haar PlayStation 4 (maar het lijkt erop dat het bedrijf dit misschien in de toekomst zal toevoegen).

Maar als je gigabytes aan media op je harde schijf hebt staan, is het de moeite waard om DLNA te proberen. Wees alleen bedacht op de beperkingen ervan, en wees bereid om met vallen en opstaan te leren welke combinatie van componenten en serversoftware op jouw netwerk het beste werkt.

Zelfs als DLNA uiteindelijk buiten de boot zou komen te vallen, blijft het verbond goed werk verrichten. Haar meest recente initiatief - VidiPath genaamd - is ontworpen om consumenten in staat te stellen om hun betaaltelevisiecontent over hun netwerk te streamen zonder dat er voor elke tv een extra settopbox nodig is.

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.