ID.nl logo
Apple HomePod - Uitstekend geluid uit een domme speaker
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Apple HomePod - Uitstekend geluid uit een domme speaker

In navolging van concurrenten als Amazon en Google heeft ook Apple een smart home speaker uitgebracht. De HomePod biedt volgens Apple het beste van twee werelden: het verbluffende geluid van een goede speaker en de intelligentie van de digitale assistent Siri. Deze review bekijken (en beluisteren) we in hoeverre dat klopt.

De buitenkant van de HomePod doet niet vermoeden dat het een slimme speaker is, integendeel. De ronde vorm, het ontbreken van knoppen en een scherm en de afwerking van wat Apple gaasweefsel noemt, doen de HomePod meer overkomen als een hippe woonaccessoire zonder functie. Het is duidelijk dat Apple zijn speaker als een lifestyle product profileert en niet als een gadget. Het strakke glazen plaatje bovenop de HomePod bevestigt dat. Het plaatje licht subtiel op bij het oproepen van Siri en is aanraakgevoelig om bijvoorbeeld het volume van muzieknummers te regelen.

Maar de speaker is niet vrij van ontwerpfouten, zo bleek al snel na de release in februari. De HomePod kan witte kringen achterlaten op houten meubels, en Apple weet niet waarom. De fabrikant raadt gedupeerden aan het meubilair schoon te maken, al is dat een tijdelijke oplossing. Wat ook opvalt: in vergelijking met de Google Home en Amazon Echo is de HomePod veel groter en zwaarder (2,5 kilo).

Geluidskwaliteit loopt voorop

Alhoewel Apple de HomePod in de markt zet als een smarthome-speaker, gaat de meeste aandacht uit naar de geluidskant. De HomePod heeft een subwoofer aan de bovenkant en aan de onderkant zit een ring van zeven tweeters. Die kunnen bepaalde geluiden in een bepaalde richting sturen, waardoor de HomePod geen monospeaker is. In het midden van de speaker zitten zes microfoons om stemcommando’s op te vangen. Dit alles klinkt niet alleen veelbelovend; de geluidskwaliteit is ook indrukwekkend. De HomePod klinkt levendig, helder, gebalanceerd en heeft opvallend veel bass. Naar muziek luisteren is – ongeacht het genre – een feest voor het oor.

Siri moet slimmer worden

Des te jammer is het dat de slimme kant van de HomePod zo tegenvalt. De ingebouwde Siri-assistent, die we kennen van bijvoorbeeld de iPhone, is als speakerversie beperkt in kennis en mogelijkheden. Siri weet minder vragen te beantwoorden dan de digitale assistenten van de concurrentie en kan ook minder taken uitvoeren. Er zijn bijvoorbeeld nog weinig koppelingen met andere producten als domotica. Bovendien kan Siri nog geen Nederlands (wel Engels) en heeft Apple – in een poging zijn Apple Music-dienst te promoten – stemondersteuning voor Spotify geblokkeerd. Kinderachtig, net als het feit dat de HomePod niet werkt met Android-apparaten en hij niet gebruikt kan worden als een normale bluetooth-speaker – ook al is er bluetooth aanwezig.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Conclusie

De Apple HomePod is zonder twijfel de best klinkende smarthome-speaker van dit moment, maar ook de domste. Siri weet en kan nog relatief weinig en wordt deels door Apple dom gehouden. En omdat de HomePod nog niet in het Nederlands werkt, hij überhaupt niet in Nederland te koop is én hij met omgerekend 370 euro prijzig is, is hij voor de meeste Nederlanders momenteel niet interessant.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 370,- (omgerekend) **Draadloos** Wifi 802.11ac, Airplay en bluetooth 5.0 (nog uitgeschakeld) **Formaat** 17,2 x 14,2 x 14,2 cm **Gewicht** 2500 gram **Werkt met** iOS 11.2.5 of hoger **Kleuren** Space gray (zwart) en White (wit) **Speaker** Woofer, zeven speakers en zes microfoons **Website** [apple.com](https://www.apple.com/homepod/)

Plus- en minpunten
  • Werkt goed met iOS-apparaten
  • Uitstekende geluidskwaliteit
  • Fraai uiterlijk
  • Duur
  • Spreekt geen Nederlands, nog niet hier te koop
  • Siri is een beetje dom
  • Werkt niet met Android
▼ Volgende artikel
Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard
© Wildlight Entertainment
Huis

Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard

Er vallen ontslagen bij Wildlight Entertainment, dat eind januari nog hun multiplayergame Highguard uitbracht.

Wildlight bevestigde eerdere geruchten over een ontslagronde op social media. "Vandaag hebben we de moeilijke beslissing gemaakt om afscheid te nemen van een aantal teamleden, terwijl we een kerngroep van ontwikkelaars aanhouden om de game te blijven ondersteunen en innoveren."

Het bericht vervolgt: "We zijn trots op het team, talent en het product dat we samen hebben gecreëerd. We zijn ook enorm dankbaar voor de spelers die een poging waagden om de game te spelen, en allen die onderdeel van onze gemeenschap blijven."

View post on X

Grootschalige ontslagronde

Hoewel Wildlight niet praat over de precieze hoeveelheid ontslagen, lijkt de vermelding van een "kernteam" dat overblijft te suggereren dat het om een aanzienlijke hoeveelheid mensen gaat.

Dat komt overeen met een LinkedIn-bericht van Alex Graner, een ontwikkelaar van die game die eerder ook aan Battlefield 6 werkte. Hij laat weten dat "het grootste gedeelte van het team" ontslagen is, waaronder hij zelf.

Over Highguard

Highguard is de debuutgame van Wildlight Entertainment. De game viel op voorhand vooral op omdat er een trailer van werd getoond aan het einde van The Game Awards eind vorig jaar. Die positie is meestal gereserveerd voor grote aankondigingen en aankomende games, en sommige kijkers vonden Highguard daar niet onder behoren.

Sinds eind vorige maand is Highguard speelbaar via Steam. De game ontving veel negatieve gebruikersrecensies, al heeft dat Wildlight niet tegengehouden om updates uit te blijven brengen. Rond release bereikte het spel een indrukwekkende gelijktijdige spelerspiek van bijna 100.000 mensen op Steam, maar inmiddels hangen de gelijktijdige spelersaantallen onder de 10.000. Het is dan ook aannemelijk dat dit deels de keuze om een grootschalige ontslagronde door te voeren heeft beïnvloed.

Lees hier meer informatie over Highguard.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.