ID.nl logo
Review SwitchBot Curtain 3 - Beter, stiller en sterker
© SwitchBot
Zekerheid & gemak

Review SwitchBot Curtain 3 - Beter, stiller en sterker

Het wordt ons steeds makkelijker gemaakt om apparaten in huis te bedienen en sinds geruime tijd kun je ook je gordijnen op afstand door middel van een app bedienen. SwitchBot loopt op dit vlak ook al een tijdje mee en bracht inmiddels de derde versie uit van zijn Curtain-systeem. Hoe verhoudt deze SwitchBot Curtain 3 zich ten opzichte van het vorige model?

Uitstekend
Conclusie

De SwitchBot Curtain 3 is een vooruitgang ten opzichte van de eerste versie die we een tijdje terug hebben getest. Het systeem is bijvoorbeeld een stuk stiller geworden. Voor eigenaren van een oudere SwitchBot Curtain of Curtain 2 is deze versie weliswaar qua prestaties een stuk beter, maar ernaar upgraden is wat ons betreft niet nodig. De nieuwe versie biedt in combinatie met de Hub 2 in ieder geval goede ondersteuning voor alle slimme diensten, en is het prettig dat het Matter-protocol daar nu ook onder valt. Qua prijs is de SwitchBot Curtain 3 niet al te duur, maar de kosten lopen wel op bij gordijnsystemen waarbij de sluiting in het midden zit: voor ieder gordijn is één motorunit nodig en in zo'n geval heb je er dus twee nodig.

Plus- en minpunten
  • Erg eenvoudig te installeren
  • Krachtig en relatief stil
  • Ondersteunt veel smart home-diensten
  • Prijzig bij meer gordijnen
  • Oplossing voor zonnepanelen minder fraai

Rail of roede?

Wil je aan de slag gaan met een automatisch gordijnsysteem, dan moet je eerst goed kijken of het systeem overweg kan met het type rail of roede waaraan jij je gordijnen hebt gehangen. Want in tegenstelling tot bijvoorbeeld het gordijnsysteem van Slide werkt de SwitchBot Curtain direct op de rail. Om die reden is het van belang dat je de juiste versie kiest. Heb je een gordijnroede, dan kies je voor de Curtain Rod. Het motorblok van dat systeem heeft twee wielen die over de roede hangen; daaronder zit het gemotoriseerde wiel dat de gordijnen heen en weer beweegt. De bovenste wieltjes zitten vast aan een verende pin, zodat de wielen goed over de roede zijn geklemd. De motor van de SwitchBot 'duwt' de gordijnen vervolgens open of dicht; het daadwerkelijke gordijn wordt dus niet aan de motor bevestigd.

©SwitchBot

Bij de Curtain Rod zijn de wielen om de roede heen geklemd, waarbij het onderste wiel in de motor zorgt voor de aandrijving.

Montage op rails

Heb je een gordijnrail, dan heb je de SwitchBot Curtain Rail nodig. Bij die versie van de Curtain – die we hier hebben getest – wordt een aantal extra accessoires meegeleverd, waarmee het systeem kan worden bevestigd op een gordijnrail. Wat betreft rails zijn er twee gangbare typen: een U-rail en een I-rail (hoofdletter i). Bij een U-rail lopen de runners – het deel waaraan de gordijnhaken worden bevestigd – door een sleuf heen. Bij een I-rail zitten de runners aan de buitenzijde van een middenbalk. Voor beide systemen heb je een aparte SwitchBot Curtain nodig: een U-rail-versie van een SwitchBot past niet op een I-rail-versie, en andersom. In Nederland komt echter vooral het U-type voor.

©SwitchBot

Schaf je een SwitchBot Curtain aan, zorg dan dat je de goede versie voor jouw gordijnrail hebt: de bovenste rail is een U-rail, de onderste een I-rail. U-rails komen het meest voor in Nederland.

Motorblok ophangen

Zoals gezegd hebben wij de U-rail-versie van de SwitchBot Curtain getest. De montage van het systeem gaat relatief eenvoudig. Het motorblok (zoals we het maar even noemen) en de wieltjes die in de rails worden geplaatst, zijn los van elkaar geleverd. Eerst plaats je één deel met wieltjes in je rail, en klik je het motorblok vast aan die wieltjes. Vervolgens plaats je de tweede set met wieltjes in de rail, en klik je ook die vast aan het motorblok.

Sterkere motor De SwitchBot Curtain 3 heeft een flinke upgrade gekregen ten opzichte van de eerste versie. Allereerst is er een nieuwe, sterkere motor toegepast die gordijnen tot 15 kilogram kan trekken. Verder is de motor ook een stuk stiller geworden; in de zogeheten Silent Mode produceert hij zelfs niet meer dan 25dB geluid. De gordijnen gaan in die stand echter wel tergend langzaam open of dicht. Maar ook de gewone modus maakt al minder lawaai dan de eerste versies.

De wieltjes zijn bevestigd aan een verende stang en bij het vastklikken van de wieltjes aan het motorblok trek je die verende stang een stukje naar beneden. Na het vastklikken klemt het motorblok goed om de gordijnrails. Een enkel rubber wiel drukt aan de onderzijde van de rail en zorgt dus voor de voortstuwing van het motorblok.

De montage gaat dus vrij eenvoudig en kan prima zonder extra hulp worden uitgevoerd. Zolang je maar goed bij de gordijnrails kunt, is er geen probleem.

©SwitchBot

De buitenste kleine wieltjes worden in de gordijnrails gehangen en het rubberen wiel op het motorblok zorgt vervolgens voor de voortstuwing.

Werking

De SwitchBot Curtain is op verschillende manieren te bedienen. De meest eenvoudige manier is door middel van een kleine meegeleverde afstandsbediening met twee knoppen. Die moet je nog wel even configureren en daar is dan wel de SwitchBot-app voor nodig. Die app moet je ook gebruiken nadat je de gordijnen hebt opgehangen; ze moeten namelijk nog eerst gekalibreerd worden. De SwitchBot-app is beschikbaar voor zowel Android- als Apple-toestellen.

Tijdens het instellen van de gordijnen geef je bijvoorbeeld onder meer op naar welke kant de gordijnen openen of sluiten. Heb je twee gordijnen die naar elkaar toe worden dichtgetrokken, dan moet je twee SwitchBot Curtains hebben en deze in de app als één enkel systeem instellen.

Afstanden meten

Bij het kalibreren van de eerste versies van de SwitchBot Curtain moest je als gebruiker zelf aangeven wanneer een van de gordijnen in de volledig gesloten en volledig geopende positie stond. Het probleem daarbij is dat de afstand die het gordijn aflegt wordt bepaald door het aantal omwentelingen van het aandrijfwiel. Maar eventueel slippen van dat wiel wordt hiermee niet gedekt: trekt het systeem een (te) zwaar gordijn, dan kan het voorkomen dat het wieltje slipt, dat het slippen vervolgens als een omwenteling telt, en het gordijn hierdoor niet helemaal op de open- of gesloten positie terecht komt. Met de Curtain 3 is dit probleem verholpen: er wordt namelijk per motor één magneetblokje meegeleverd dat je op de positie van het maximaal gesloten gordijn aan de buitenkant van de gordijnrail plaatst. Wanneer de SwitchBot het punt van de magneet heeft bereikt, stopt de motor. Hierdoor kan het gordijn zich dus beter sluiten, ook wanneer er meer omwentelingen zijn door eventueel slippen van de motor.

©MG | ID.nl

Met een magneet geef je aan wat het uiterste punt is tot waar het gordijn volledig is gesloten.

Buitenshuis bedienen

Wil je de gordijnen ook buitenshuis met een app bedienen of je gordijnen koppelen aan de slimme assistent van Google of Amazon, dan heb je daarnaast ook een SwitchBot Hub 2 nodig. Dit is een klein kastje van zo'n 8 bij 8 cm dat voorzien is van bluetooth en wifi. De wifi gebruik je om verbinding te maken met het internet, terwijl de bluetooth wordt gebruikt om verbinding te maken met de gordijnen. De stappen die nodig zijn voor het instellen van de hub zijn relatief eenvoudig. Je hebt wel een SwitchBot-account nodig om de hub te kunnen gebruiken. Er is ook een goedkopere Hub Mini die wat functionaliteit mist. Zo is er geen display (waarmee op de SwitchBot Hub 2 overigens alleen temperatuur- en luchtvochtigheidsinformatie wordt getoond) en is het bereik van het infraroodsignaal voor het bedienen van andere apparaten dan de gordijnen een stuk lager. De Hub Mini is bijna de helft goedkoper dan de Hub 2.

©SwitchBot

De SwitchBot Hub 2, met extra display voor temperatuurweergave.

Scenario's

In combinatie met de SwitchBot Hub 2 of de Hub Mini kun je je gordijnen op verschillende manieren inzetten, en het meest handige is hierbij de integratie met Google Assistant of Amazon Alexa. Op die manier kun je bijvoorbeeld thuis- en vakantieroutines maken, zodat je op bepaalde tijden de gordijnen kunt openen en sluiten en dit in combinatie met bijvoorbeeld slimme lampen kunt laten werken. Met de hub wordt ook het Matter-protocol ondersteund en kun je Apple HomeKit ook gebruiken.

Heb je geen slimme assistent, dan biedt de SwitchBot-app zelf ook veel mogelijkheden voor automatisering, met als bijkomend voordeel dat je ook andere SwitchBot-apparaten die je eventueel hebt kunt aansturen.

©MG | ID.nl

Voor de SwitchBot Curtain 3 zijn ook afzonderlijke zonnepanelen beschikbaar, waarmee je de modules direct kunt opladen door de panelen aan de buitenzijde van het gordijn te hangen. Je hangt ze direct aan de usb-c-poort op de SwitchBot-module zelf. Door middel van een lang plastic verbindingstuk hangen de zonnepanelen een stuk lager. Dat is niet een heel fraai gezicht als je de gesloten gordijnen van buitenaf zou bekijken, want bij de vorige versie van de SwitchBot kon je de panelen nog direct op de motorunit klikken en dat zag er wat mooier uit. Het probleem daarbij was echter dat veel gordijnrails een stuk boven het raam hangen, waardoor er weinig zonlicht op de panelen kwam. Dat is met deze nieuwe versie dus wel opgelost, maar het resultaat ziet er minder elegant uit.

Conclusie

De SwitchBot Curtain 3 is een vooruitgang ten opzichte van de eerste versie die we een tijdje terug hebben getest. Het systeem is bijvoorbeeld een stuk stiller geworden. Voor eigenaren van een oudere SwitchBot Curtain of Curtain 2 is deze versie weliswaar qua prestaties een stuk beter, maar ernaar upgraden is wat ons betreft niet nodig. De nieuwe versie biedt in combinatie met de Hub 2 in ieder geval goede ondersteuning voor alle slimme diensten, en is het prettig dat het Matter-protocol daar nu ook onder valt. Qua prijs is de SwitchBot Curtain 3 niet al te duur, maar de kosten lopen wel op bij gordijnsystemen waarbij de sluiting in het midden zit: voor ieder gordijn is één motorunit nodig en in zo'n geval heb je er dus twee nodig.

Vraag een offerte aan voor isolatie:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.