ID.nl logo
Nuki geeft een glimp van wankelende Matter-toekomst
Zekerheid & gemak

Nuki geeft een glimp van wankelende Matter-toekomst

Over Matter is tot op heden al veel gezegd. Voor smarthome-eigenaars kan het verbindende protocol in theorie een oplossing bieden voor allerlei problemen. Maar het Oostenrijkse bedrijf schetst net even een andere beeld, en dat is wellicht toch niet zo rooskleurig als het van tevoren allemaal leek.

Elke keer dat we het over smarthomeprotocol Matter hebben, gaat het over de verbindende factor die het kan spelen in een slim huis. De boodschap is altijd dat je producten, ongeacht de fabrikant, door elkaar kunt gebruiken. Het maakt dan niet meer uit of zo’n product stemassistenten als Siri, Google Assistent of Amazon Alexa ondersteunt: dankzij Matter is er dus een nieuwe verbindende factor. Dat moet consumenten de ruimte geven om voor de slimme producten te kiezen die ze willen, zonder rekening te hoeven houden met bestaande ecosystemen.

Een mooie gedachte, natuurlijk. Maar sinds enige tijd is de boodschap wel erg geënt op die interoperabiliteit. Dat hoeft an sich geen probleem te zijn: als zo’n protocol hiervoor in het leven is geroepen en het doet wat het moet doen, dan is dat ook gewoon de boodschap. Maar in dit geval verliezen we wat potentiële addertjes onder het gras uit het oog. Tot op heden waren er al twee kanttekeningen bekend: Matter ondersteunt nog niet elke productcategorie en niet elke fabrikant doet vooralsnog mee (al is de lijst met 280 participerende bedrijven wel vrij fors).

Nuki over Matter

Een van de productgroepen die als eerste aan bod komt, is de groep slimme sloten. Het is goed om te zien dat deze producten deel uitmaken van de eerste versie, aangezien steeds meer mensen zo’n slim slot aan de voordeur hangen. Slimme sloten bieden enkele voordelen ten opzichte van reguliere varianten. Zo kun je digitale sleutels aanmaken en intrekken wanneer je maar wilt, is het mogelijk een deur op afstand te ver- of ontgrendelen en kun je het slot automatisch ontgrendelen wanneer je aan komt lopen. Handig als je met volle boodschappentassen aankomt.

Interesse in slimme sloten thuis?

Hier vind je een paar slimme oplossingen

Het Oostenrijkse bedrijf Nuki, bekend van de Nuki Smart Lock-lijn, is een van de eerste bedrijven die Matter gaat ondersteunen. Dat was al duidelijk tijdens de aankondiging van het smarthomeprotocol en werd onlangs nog eens bevestigd. Nu heeft het merk een interessante blog gepubliceerd over de nabije toekomst van Matter en welke rol die gaat spelen voor Nuki. Nu is het uitlichten van één fabrikant journalistiek gezien niet altijd even interessant of handig, maar de woorden van de medeoprichter van het merk, Jürgen Pansy, geven een iets ander beeld van de smarthomestandaard.

©PXimport

Geen directe functievoordelen

Eén van de opmerkingen die Pansy maakt, is dat Matter met versie 1.0 geen directe functievoordelen heeft. Natuurlijk is het gegeven dat apparaten van allerlei verschillende fabrikanten onderling communiceren hét punt waarmee Matter furore maakt, maar verder biedt de standaard vooralsnog geen functies die we niet tegenkomen bij Google Home, Apple HomeKit of Amazon Alexa. Mettertijd zal de standaard uitgroeien tot een uitgebreider en completer systeem. Maar als je nu al binnen één ecosysteem zit, hoeft overstappen op Matter dus geen prioriteit te zijn.

Pansy schetst met zijn volgende opmerking geen mooier beeld. “De talrijke integraties die via de Nuki Bridge-API worden aangeboden, zoals in Home Assistant of HomeBridge (twee andere smarthomeplatforms, red.), bieden nog meer functionaliteit, omdat hier de specifieke vereisten voor Europese deursloten en de functies van de Nuki Smart Lock en Opener kunnen worden [meegenomen]. Dat is niet het geval met de Matter-standaard die speciaal voor de Noord-Amerikaanse markt is ontwikkeld.” Zo ontstaat er dus eigenlijk een soort blokkade.

De gewone app maar gebruiken

Amerikaanse sloten verschillen namelijk van de Europese varianten. Zo bieden Europese sloten veelal drie standen aan. Je kunt deuren openen en sluiten met de klink en laten sluiten met een zogenaamd nachtslot. Dan wordt een deur in het dozijn vergrendeld. Amerikaanse sloten hebben twee standen: open en dicht. Op moment van schrijven ondersteunt Matter 1.0 (en een smarthomeplatform als Apple HomeKit) alleen nog de twee Amerikaanse standen. Om toch van alle drie de standen gebruik te kunnen maken, dien je dan alsnog van de gewone Nuki-app gebruik te maken in Europa.

En dan mag het een fijn idee zijn dat Nuki aan een Matter-product werkt (dat in de tweede helft van 2023 moet verschijnen), maar met een dergelijke kink in de kabel mag je je hardop afvragen wat je daar precies aan hebt. Je hebt namelijk weinig aan dat grote Matter-voordeel en bent nog steeds verplicht een tweede app te gebruiken voor de veiligheid. Verder laat Pansy weten dat bestaande standaarden in de toekomst niet per se ondersteund gaan worden, ten gunste van Matter. Dat heeft te maken met 'duizenden pagina’s aan documentatie' en 'complexe certificeringsprocedures'.

De toekomst van Matter

Daarnaast verwacht Pansy dat bedrijven daarom nieuwe apparaten gaan uitbrengen die Matter ondersteunen, zoals Nuki zelf ook doet. Ook moeten consumenten er rekening mee houden dat ze nieuwe hubs nodig hebben, aangezien niet alle huidige versies een Matter-update krijgen. “Dit migratieproces zal enkele jaren duren, vooral omdat Matter in de meeste use cases geen nieuwe functionaliteiten biedt”, aldus Pansy. Doet deze boodschap iets af van de Matter-toekomst? Het is nog te vroeg om daar over te oordelen, maar het beeld op de horizon is nu wel weer iets scherper.

🔒Breng je slimme woning naar een hoger niveau met een beveiligingssysteem!

Vraag een offerte aan voor inbraakbeveiliging:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.