ID.nl logo
Nieuws

Rampen bestrijden met slim Tag & Trace-systeem

Hoe verleen je op een efficiënte manier bijstand aan honderden slachtoffers bij een grote ramp en voorkom je chaos bij hulpdiensten? Inventeers ontwikkelde in opdracht van Prometech een revolutionaire oplossing waarmee het managen van slachtoffers veel soepeler kan verlopen.

Tijdens een calamiteit in een chemische fabriek bij het Finse Mikkeli komt een grote hoeveelheid chloorgas vrij. De wolk daalt neer op het centrum van het stadje, net op dat moment dat daar een markt gehouden wordt. Binnen korte tijd vallen er bijna 120 slachtoffers. Hulpdiensten snellen toe om omwonenden in veiligheid te brengen, de zwaargewonden te ontsmetten en medisch te verzorgen. Iedere seconde telt…

Slachtoffers managen

De ramp in Finland is gelukkig niet echt, maar blijkt een grootschalige oefening met de codenaam FTX-DISPERSE te zijn. De kermende slachtoffers zijn geschminkte acteurs die angstaanjagend goed hun rol weten te vervullen.

Het scenario is wel reëel want – hoewel klein – er is altijd een kans dat er zich een groot CBRN (chemisch, biologisch, radiologisch, nucleair) ongeval voordoet waarbij veel slachtoffers vallen. Een rampenoefening zoals die in Mikkeli eerder dit jaar is essentieel om hulpdiensten te trainen en nieuwe technologieën te testen waarmee dit soort rampen beter kunnen worden bestreden.

Techniek die voor het Nederlandse Prometech door Inventeers is ontwikkeld, vervult een sleutelrol tijdens de oefening. Prometech doet samen met o.a. universiteiten, onderzoeksinstituten, bedrijven en eindgebruikers mee in het Europese TOXI-Triage project (toxi-triage.eu) en ontwikkelde speciaal voor dit soort incidenten met veel slachtoffers het systeem Tag & Trace. Directeur Gert Wijnalda: “Onze oplossing geeft sneller en accurater inzicht in aantallen én zogeheten triage-status (medische beoordeling) van gewonden tijdens een incident met grote aantallen slachtoffers. Dat resulteert in een efficiëntere hulpverlening en een hogere overlevingskans voor de zwaargewonden.”

©PXimport

Digitaliseren

Om de impact van Tag & Trace te begrijpen, is het goed om een beeld te hebben van hoe het ‘managen’ van grote aantallen slachtoffers bij een ramp op dit moment plaatsvindt. Hulpverleners voorzien deze nu van papieren (triage)kaarten die met pen worden ingevuld. Dat kost tijd, maakt het verspreiden van informatie tijdrovend en zorgt voor onduidelijkheid. “Bijvoorbeeld als de kaart onleesbaar is geworden nadat een gewonde door de decontaminatie-straat (ontsmettingsdouche) is gegaan”, verduidelijkt Gert.

In het Tag & Trace-systeem zijn de papieren kaarten vervangen door armbanden met NFC-chips. De armbanden hebben vijf verschillende kleuren die aangeven hoe zwaar de verwondingen zijn. Locatie van het slachtoffer, status, naam hulpverlener en andere data kunnen middels de draadloze NFC techniek worden in- en uitgelezen en vervolgens draadloos worden doorgegeven. Gert: “De informatie wordt direct met leidinggevenden en het Commando Plaats Incident (CoPI) gedeeld, zodat deze kan worden ingezet om in te schatten hoe lang de hulpverlening in de verschillende zones duurt, statistieken van slachtoffers en hun triage-status, en dus hoeveel ambulances en ziekenhuisbedden op welke termijn benodigd gaan zijn. Hierdoor kunnen betere en snellere beslissingen genomen worden.”

Stand-alone tagger

Bij een eerdere oefening, FTX-FOCUS vorig jaar in Athene, werd voor het in- en uitlezen van de slachtofferinformatie gebruik gemaakt van smartphones. In deze oefening werd geconcludeerd dat het systeem weliswaar prima werkt, maar dat smartphones zo hun beperkingen hebben. Gert: “Het bedienen van een smartphone is lastig wanneer je een beschermend pak, gasmasker en dikke handschoenen aanhebt. Daarnaast is het mogelijk dat het mobiele netwerk eruit ligt bij een ramp. Dat moest beter kunnen.”

Het was aanleiding voor Prometech om een eigen stand-alone tagger te laten ontwikkelen en daarvoor werd aangeklopt bij onderzoek- en ontwikkelingspartner Inventeers. Gert: “Met slimme technologie heeft Inventeers binnen een paar maanden een tagger ontwikkeld die je op de arm van hulpverleners kunt bevestigen en waar de NFC-bandjes tegenaan worden gehouden. Zo kan de relevante informatie zoals locatie, geslacht en naam van de hulpverlener naar de NFC-band te schrijven en draadloos worden verzonden naar het CoPI.”

©PXimport

Draadloos radionetwerk

Om niet afhankelijk te zijn van bestaande radionetwerken (WiFi/GSM) tijdens een groot ongeval ontwikkelde Inventeers ook een eigen draadloos radionetwerk. De basis van dit netwerk is een speciale koffer met antenne en accu waarmee binnen enkele minuten een eigen radionetwerk voor de taggers opgezet kan worden. Prometech heeft de taggers en het radionetwerk vervolgens weer met het Tag & Trace-systeem geïntegreerd.

Gert Wijnalda is erg te spreken over de samenwerking met Inventeers. “De eerste drie maanden zijn gebruikt voor het opstellen van specificaties en kiezen van de techniek. Van concept tot de oplevering van de eerste serie werkende apparaten heeft slechts een half jaar geduurd. Dat is best indrukwekkend.”

Op dit moment wordt de ontwikkelde eigen Tag & Trace tagger samen met Inventeers verder productierijp gemaakt en is Prometech in gesprek met diverse partijen die voorloper willen zijn en het in gebruik willen nemen. Gert: “De partners binnen het Europese TOXI-Triage project zijn enthousiast. Binnen een paar maanden kunnen we de productie starten en volume maken.”

Over Inventeers Inventeers is een ingenieursbureau in Leiden dat in opdracht van derden met behulp van software en hardware vernieuwende systemen ontwikkelt. Als externe research & development partner draagt Inventeers inmiddels al 15 jaar bij aan de innovatie van zijn opdrachtgevers. Van concept tot (eind)product, van fundamenteel onderzoek tot daadwerkelijke (massa)productie. Meer weten? Kijk dan eens op inventeers.nl.

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.