ID.nl logo
Professionele dataopslag: Nas met robuuste zfs-bestandssysteem
© Reshift Digital
Nieuws

Professionele dataopslag: Nas met robuuste zfs-bestandssysteem

In het hardware-aanbod zie je vaak een duidelijke scheiding tussen consumenten en zakelijke gebruikers. In de praktijk zal ook een gevorderde gebruiker graag in die tweede categorie shoppen. Een degelijke server of betrouwbare dataopslag is voor iedereen wel wat waard. Het geeft je bijvoorbeeld de mogelijkheid om het robuuste zfs-bestandssysteem te gebruiken. Je hoeft daarvoor niet zelf de hardware samen te stellen. Enkele nieuwe nassen van Qnap bieden het in combinatie met het besturingssysteem QuTS hero. We gaan op zoek naar de meerwaarde.

#brandedcontent - Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met QNAP.

Bij computerhardware voor consumenten versus zakelijke gebruikers spreken we ook wel van consumer-grade versus enterprise-grade. Waar zit het verschil? Bij een server merk je het bijvoorbeeld aan robuustere hardware. Een zwaardere of dubbel uitgevoerde voeding, redundante opslag, betere koeling, ecc-geheugen (met foutcontroles), misschien wel een cluster van servers. Alles om geen zogeheten single point of failure te hebben. Ook ‘consumenten’ ssd’s worden vermeden, want alleen de zakelijke variante schrijven bij stroomuitval nog netjes alle gegevens weg, en kennen vaak een veel langere levensduur: er kunnen simpelweg meer terabytes naar geschreven worden (tbw of terabytes written) voordat het genoeg is. Bij harde schijven zijn de verschillen wat kleiner maar nog steeds aanwezig.

©PXimport

Hardware voor dataopslag

Stel je hogen eisen aan je dataopslag – en wie doet dat eigenlijk niet – dan is het om te beginnen wenselijk om bitrot tegen te gaan. Daarmee wordt bedoeld dat bestanden worden aangetast door degradatie van opslagmedia. Iets waar ook harde schijven last van kunnen hebben. Met de huidige bestandssystemen zoals ext4 blijven fouten helaas vaak onopgemerkt. Je merkt het pas bij het openen van bestanden, bijvoorbeeld door kleine afwijkingen op foto’s. Moderne bestandssystemen zoals zfs en btrfs zijn in staat om bitrot te herkennen en vaak ook te herstellen dankzij verschillende foutcontroles. Bedrijven gebruiken zulke bestandssystemen al heel lang, maar ze liggen tegenwoordig eigenlijk binnen ieders bereik. Veel recente Linux-distributies bieden het bijvoorbeeld als optie. De beste reputatie heeft zfs, maar het stelt wel wat hogere eisen aan je systeem, zoals een flinke geheugencapaciteit. Dat wordt nog wat meer als je van de-duplicatie gebruik wil maken (zie kader).

De-duplicatie bij zfs-bestandssysteem

Een bestandssysteem bevat na verloop van tijd vaak veel dubbele bestanden. Ruimte die nuttiger kan worden benut. Hier biedt zfs een oplossing voor met de-duplicatie dat dubbele bestanden tegengaat. Hiervoor houdt zfs een tabel met controlesommen van alle blokken die worden weggeschreven bij. Omdat de tabel bij iedere schrijfactie geraadpleegd moet worden, wordt deze in geheugen bijgehouden. Na verloop van tijd neemt de tabel logischerwijs in grootte toe. Als dit tot een punt komt dat het niet meer in het geheugen past heeft dat voor zfs zelf weliswaar geen gevolgen, maar de opslagprestaties zullen afnemen. Daarom heb je wat meer geheugen nodig als je met zfs én de-duplicatie gaat werken. Wil je geen de-duplicatie gebruiken dan kun je overigens met compressie, wat óók standaard mogelijk is bij zfs, al veel winst bieden, en meer nog bij dubbele bestanden.

QuTS Hero

Een nas is eigenlijk de beste plek om zfs toe te passen, want hier staat immers al je data gestald. Zelfbouw kan een optie zijn. Als besturingssysteem kun je dan bijvoorbeeld FreeNAS overwegen dat is gebouwd met FreeBSD als basis. Al is zfs dankzij zfs on Linux inmiddels ook in de Linux-wereld doorgedrongen. Een kant-en-klare nas is óók een optie. Qnap zet met een reeks zakelijke nassen stevig in op het zfs-bestandssysteem. Hiervoor heeft het een nieuwe versie van het QTS-besturingssysteem ontwikkeld, onder de naam QuTS Hero. De ‘instap’ modellen zijn de 6-bay TS-h686 (ongeveer €1499) en 8-bay TS-h886 (ongeveer €1699). Ze liggen misschien niet binnen ieders bereik, maar je krijgt er wel veel voor terug.

©PXimport

Stevige hardware

Beide modellen gebruiken een Intel Xeon-processor uit de D-1600-serie, een dual-core bij de TS-h686 en een quad-core in de TS-h886. Zoals je het graag ziet bij zfs, zijn ze voorzien van ecc-geheugen. Zo profiteer je optimaal van de extra data-integriteit van het moderne bestandssysteem. Zonder ecc-geheugen kan immers al in het geheugen een datafout ontstaan. Je hebt er dan niet veel aan als die foute gegevens vervolgens ‘foutloos’ worden weggeschreven. De TS-h686 heeft standaard 8 GB geheugen, bij de TS-h886 is dat 16 GB. Uitbreiden is voor beide modellen mogelijk tot 128 GB.

Flexibel uitbreiden

Dankzij de twee pcie x8-sleuven kun je beide nassen heel flexibel uitbreiden. Plaats bijvoorbeeld een netwerkkaart voor 10 gigabit-ethernet en je kunt sneller dan ooit gegevens uitwisselen. De vier ethernetpoorten zijn met 2,5 gibabit-ethernet ook al wat meer gangbaar. Dergelijke ethernetpoorten vind je trouwens ook op veel recente pc’s. Omdat je soepel je bestaande netwerkkabels kunt gebruiken stap je dus zomaar over naar een sneller netwerk. Je hebt nog wel een geschikte switch nodig, maar die heeft Qnap sinds kort ook in het aanbod.

©PXimport

Software

Bij de installatie van de software kun je kiezen tussen QTS of het nieuwe QuTS Hero. Ze lijken sterk op elkaar, los van de achterliggende techniek, en als je bekend bent met Qnap zal het niet lastig zijn om de nas in gebruik te nemen. Waar je – met dank aan zfs – meteen van profiteert is dat je snel en eenvoudig snapshots kunt maken, in feite momentopnamen van je bestanden, die nauwelijks extra ruimte innemen. Het wordt als een goede extra bescherming tegen ransomware gezien, zeker als je frequent zulke momentopnames maakt. Overigens kun je enkele bestaande modellen van Qnap ook een upgrade naar het nieuwe besturingssysteem geven. Soms is dan wel meteen een geheugenupgrade gewenst of vereist. Er is namelijk minimaal 4 GB nodig en bij gebruik van de-duplicatie 8 GB. Meer geheugen zal de prestaties van zfs en je nas zeker ten goede komen.

· Bekijk hier alle QNAP modellen met QuTS Hero. · Het is ook mogelijk om te leasen. Voor meer informatie hierover, ga naar QNAP Lease.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.