ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 betaalbare e-bikedragers van max 450 euro
© Александр Поташев - stock.adobe.com
Mobiliteit

Waar voor je geld: 5 betaalbare e-bikedragers van max 450 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een prijsvriendelijke fietsendrager om e-bikes met de auto mee te nemen? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot.

Disclaimer: op het moment van schrijven zijn de besproken fietsendragers bij de goedkoopste webwinkels niet duurder dan 450 euro. De prijzen kunnen schommelen.

Bosal Comfort Pro II

Met een gemiddelde beoordeling van een 8,6 heeft de Bosal Comfort Pro II een nogal goede reputatie. Veelgenoemde pluspunten zijn de eenvoudige montage, geïntegreerde diefstalbeveiliging en het opvouwbare ontwerp. Eenmaal ingeklapt meet de behuizing slechts 25 × 60 × 76,5 centimeter. In uitgeklapte toestand heeft de Comfort Pro II plek voor twee e-bikes van dertig kilo per stuk. De montage op de trekhaak is zo gepiept, want deze fietsendrager bevat een gebruiksvriendelijke snelkoppeling.  

Heb je de elektrische fietsen eenmaal vastgezet, maar wil je nog iets uit de kofferbak pakken? Trap dan op het voetpedaal om de fietsendrager te kantelen. De achterklep van de auto is vervolgens bereikbaar. Verder zijn de brede wielgoten het vermelden waard: je kunt dus bijvoorbeeld ook  mountainbikes met dikke banden meenemen. Voor het koppelen van elektra kies je tussen een 7- of 13-polige aansluiting. Voor extra gemak kun je optioneel deze los verkrijgbare oprijgoot aanschaffen. Je hoeft dan geen zware e-bikes te tillen.

Twinny Load e-Carrier II

Vanwege een maximaal draaggewicht van 59 kilo neem je met deze betaalbare fietsendrager moeiteloos twee zware e-bikes mee. De werking is simpel. Breng de verplaatsbare wielgoten op de juiste afstand en zet het frame vervolgens met behulp van de stevige klem vast. Je gebruikt daarna de aanwezige gespen om de wielen te vergrendelen. De e-bikes kunnen nu geen kant meer op. Dankzij het geïntegreerde slot kun je onderweg gerust even stoppen om bijvoorbeeld ergens een hapje te eten.

Het aansluiten van deze fietsendrager is dankzij de trekhaakbevestiging met swingkoppeling een fluitje van een cent. Heb je de elektrische fietsen vastgezet en wil je nog iets in de kofferbak leggen? Geen probleem, want je kunt de Twinny Load e-Carrier II tijdelijk even kantelen. Hierdoor kan de achterklep gewoon open. Voor het aansluiten van verlichting heeft deze fietsendrager een 13-polige stekker. Het gewicht van zestien kilo valt erg mee, zodat je het apparaat betrekkelijk eenvoudig uit de garage of schuur tilt. Gebruik voor extra gemak eventueel deze prijsvriendelijke oprijgoot.

ProUser Diamant

Deze populaire fietsendrager is weliswaar alweer even op de markt, maar het product is nog altijd bij diverse webshops verkrijgbaar. Je neemt hiermee tegen een bescheiden aanschafprijs twee e-bikes van maximaal zestig kilo mee op vakantie. Een groot pluspunt is het inklapsysteem, waardoor je dit handzame ‘pakketje’ van achttien kilo makkelijk in een hoekje van een garage, tuinhuis of zolderverdieping kunt opbergen. De gecombineerde 7- en 13-polige stekker is vrijwel voor elke trekhaak geschikt. Met een 13-polige aansluiting beschik je over mistachterlicht en achteruitrijverlichting.

Voor de montage op een trekhaak heeft de ProUser Diamant een gepatenteerde snelkoppeling. Aan- en afkoppelen gaat hierdoor erg simpel. In plaats van twee elektrische fietsen kun je op de brede aluminium wielgoten bijvoorbeeld ook mountainbikes of andere tweewielers met dikke banden kwijt. Via de flexibele framehouders en gespen zet je de fietsen stevig vast. Je gebruikt het handige kantelmechanisme om naderhand nog iets in de kofferbak te leggen. Interessant om te weten is dat de Consumentenbond dit product meermaals met een Beste Koop-label bekroonde. Optioneel kun je deze oprijgoot aanschaffen.

Lees ook: 5 vragen over fietsendragers voor e-bikes

Hapro Atlas Premium 2

De Hapro Atlas Premium 2 is een slim doordachte e-bikedrager met een maximaal draaggewicht van zestig kilo. Ten opzichte van andere producten hanteert dit model een grotere afstand tussen de wielgoten. Het voordeel hiervan is dat je makkelijker e-bikes met fietstassen kunt vastmaken. Verder kantel je de drager zo nodig tot een hoek van tachtig graden omlaag. Even iets in de achterbak leggen is dus geen enkel probleem.

Als je twee e-bikes naar het buitenland wilt vervoeren, is de Atlas Premium 2 een goede keuze. De framehouders hebben geïntegreerde sloten, waardoor de tweewielers beschermd zijn tegen diefstal. Het geeft je tijdens een lange autorit de vrijheid om bijvoorbeeld in een wegrestaurant iets te drinken of een sanitaire stop te maken. Je sluit de verlichting via een 13-polige stekker op de auto aan. Daarnaast levert de fabrikant een 7-polige verloopstekker mee. Er is desgewenst ook nog een bijpassende oprijgoot van Hapro verkrijgbaar.

ProUser Amber III

Wil je graag drie fietsen achter op de auto meenemen, dan is de ProUser Amber III een goede keuze. In tegenstelling tot de eerder besproken ProUser Diamant is dit model niet inklapbaar. Let verder op dat je het maximale draaggewicht van zestig kilo niet overschrijdt. Je hijst bijvoorbeeld twee e-bikes en een kinderfiets op de kunststof wielgoten. Zet de tweewielers daarna met de verplaatsbare framehouders en wielgespen vast.

Als je de Amber III via de 13-polige stekker op de trekhaak aansluit, heeft deze fietsendrager mistachterlicht en achteruitrijverlichting. In geval van een oudere trekhaak is dit product ook compatibel met een 7-polige aansluiting. Net zoals bijna alle hedendaagse fietsendragers heeft dit exemplaar een kantelfunctie. Je hebt hierdoor eenvoudig toegang tot de kofferbak. Er is helaas geen slot geïntegreerd, al kun je hiervoor wel een eigen hangslot gebruiken. De behuizing weegt zestien kilo.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos