ID.nl logo
E-bike: dit zijn de 10 meest gestelde vragen aan de fietsenmaker
© Hans de Looij
Mobiliteit

E-bike: dit zijn de 10 meest gestelde vragen aan de fietsenmaker

Zelfs in het digitale tijdperk is de lokale fietsenmaker onmisbaar. Hier koop je niet alleen nieuwe of tweedehands fietsen, maar kun je terecht voor de essentiële jaarlijkse servicebeurt en deskundige reparaties. Bovendien is de fietsenmaker een bron van kennis, vooral als het gaat om advies over je e-bike. Bij hem kun je met al je vragen terecht.

Download nu de E-bike Duurtest-resultaten

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl E-bike Duurtest resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl E-bike nieuwsbrief.

ID.nl ging op bezoek bij fietsenmaker Rolf Caboort, eigenaar van fietsenwinkel Pro Bike in Leidschendam. De fietsenwinkel van Rolf is gevestigd in een drukke, levendige wijk en heeft een trouwe klantenkring. Wij vroegen hem naar de meest gestelde klantvragen over elektrische fietsen – én natuurlijk naar de expert-antwoorden op die vragen.

Welke motor heeft de fijnste eigenschappen?

Rolf: “Veel consumenten spreken hun voorkeur uit voor een middenmotor. Naast dat dit type motor een krachtige en directe ondersteuning biedt, geeft de lage positie in het frame ook veel stabiliteit aan het frame. De keuze in middenmotoren is vrij groot en je kunt zelf bepalen met hoeveel power (in Nm uitgedrukt) je op weg wilt. E-bikes met een voorwielmotor worden vaak op prijs gekozen. Zo’n e-bike leent zich prima voor alledaagse korte ritjes op met name vlakke wegen. Wat betreft e-bikes met een achterwielmotor is de spoeling vrij dun, al neemt de populariteit wel toe. De Sparta Ion met achterwielaandrijving was niet voor niets zo populair. Hierdoor is de uitdrukking ‘duwtje in de rug’ ontstaan.”

Voor welke accu moet ik kiezen?

Rolf: “De meeste e-bikers geven aan dat ze het liefst de maximale ondersteuning inschakelen en dan toch minimaal 60 kilometer willen afleggen. Je komt dan automatisch uit bij een accu van 600 Wh (100 Wh = 100 km) en dat terwijl de meeste e-bikes zijn uitgerust met een 400 of 500 Wh accu. In de praktijk betekent dit dat je dikwijls rekening moet houden met een meerprijs voor de accu.”

Welke voordelen biedt de riem ten opzichte van de ketting?

Rolf: “Hoewel de fietsketting zijn waarde heeft bewezen, wint de aandrijfriem steeds meer terrein. In eerste instantie was het prijsverschil tussen beide systemen nog vrij groot, maar anno vandaag is de riem slechts 200 euro duurder. Dankzij de riem loopt de e-bike rustiger omdat een kettingkast (klankkast) overbodig wordt en daarnaast is het onderhoud aan een riem te verwaarlozen.”

Lees ook: Aandrijfdilemma: ketting of riem op je e-bike?

©Hans de Looij

Voor welk remsysteem kan ik het beste kiezen?

Rolf: “De laatste jaren hebben we een duidelijke verschuiving om remgebied gezien. Daar waar we in eerste instantie vooral V-brakes en rollerbrakes zagen, is de branche inmiddels overgeschakeld naar hydraulische velgremmen en mechanische en hydraulische schijfremmen. Dankzij laatstgenoemde remmen is de veiligheid op e-bikegebied enorm toegenomen.”

Heeft een intube-accu specifieke voordelen?

Rolf: “Nee, van voordelen kun je niet direct spreken. Heb je specifieke wensen wat betreft het design van een e-bike, dan ligt het voor de hand dat je kiest voor een exemplaar met een weggewerkte accu in de framebuis. Maar in de praktijk zie je toch dat het veel kopers niet uitmaakt waar de accu zit. Niet voor niets is de accu ooit onder de bagagedrager beland: gemak dient de mens.”

©Hans de Looij

Is de aanschaf van een onbekend e-bikemerk wel verantwoord?

Rolf: “Nederland is opgegroeid met bekende A-merken als Gazelle, Sparta, Koga, Batavus, Trek en Giant. Anno 2024 zien we een bont palet aan fietsmerken uit binnen- en buitenland. Vooral Duitse fietsmerken als Kalkhoff, Cube, Pegasus, Victoria en Riese&Müller hebben de afgelopen jaren veel furore gemaakt op de Nederlandse markt, omdat ze dikwijls zijn uitgerust met het vertrouwde Bosch-systeem. Vaak biedt de fietsenmaker een keuze uit meerdere merken, zodat je altijd wel iets van je gading vindt.”

Kan ik met een gerust hart een tweedehands e-bike aanschaffen?

Rolf: “Je kunt met het volste vertrouwen een tweedehands e-bike bij de fietsenmaker kopen. De fiets wordt in zijn geheel goed nagelopen en daar waar nodig gerepareerd. Bovendien wordt de accu kritisch bekeken en ontvang je als koper altijd een testrapport van de accu. Hierop kun je de restcapaciteit van de accu aflezen.”

Lees ook: Checklist tweedehands e-bike kopen: dit zijn dé 6 dingen waar je op moet letten

©Hans de Looij

Aan welke prijsklasse moet ik denken bij de aanschaf van een e-bike?

Rolf: “De consument die voor het eerst een e-bike aanschaft, zoekt een fiets in een prijsklasse tot 2500 euro. Meer ervaren rijders die overgaan tot de aanschaf van een tweede exemplaar zoeken gerichter en hebben vaak bepaalde eisen wat betreft de uitrusting van de e-bike. Deze groep geeft meer geld uit aan een nieuwe e-bike en heeft er tussen de 3000 en 4000 euro voor over.”

Wat is de levertijd van mijn bestelde e-bike?

Rolf: “Levertijden waren tijdens de corona-periode een groot probleem. Klanten hebben in die tijd soms een half jaar of langer op hun bestelde e-bike moeten wachten. Gelukkig liggen deze tijden achter ons en zijn de meeste e-bikes nu binnen veertien dagen leverbaar.”

Is het slim om een tweede fietsslot te gebruiken?

Rolf: “De e-bike is een gewild object voor het dievengilde. Vandaar dat je als berijder aan slotpreventie moet doen. Kies naast het (meestal standaard) ringslot altijd voor een los ketting-, U- of vouwslot. Wil je je e-bike verzekeren, controleer dan wel of het slot goedgekeurd is door je verzekeringsmaatschappij.”

Lees ook: 10 handige accessoires voor je e-bike

▼ Volgende artikel
Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard
© Wildlight Entertainment
Huis

Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard

Er vallen ontslagen bij Wildlight Entertainment, dat eind januari nog hun multiplayergame Highguard uitbracht.

Wildlight bevestigde eerdere geruchten over een ontslagronde op social media. "Vandaag hebben we de moeilijke beslissing gemaakt om afscheid te nemen van een aantal teamleden, terwijl we een kerngroep van ontwikkelaars aanhouden om de game te blijven ondersteunen en innoveren."

Het bericht vervolgt: "We zijn trots op het team, talent en het product dat we samen hebben gecreëerd. We zijn ook enorm dankbaar voor de spelers die een poging waagden om de game te spelen, en allen die onderdeel van onze gemeenschap blijven."

View post on X

Grootschalige ontslagronde

Hoewel Wildlight niet praat over de precieze hoeveelheid ontslagen, lijkt de vermelding van een "kernteam" dat overblijft te suggereren dat het om een aanzienlijke hoeveelheid mensen gaat.

Dat komt overeen met een LinkedIn-bericht van Alex Graner, een ontwikkelaar van die game die eerder ook aan Battlefield 6 werkte. Hij laat weten dat "het grootste gedeelte van het team" ontslagen is, waaronder hij zelf.

Over Highguard

Highguard is de debuutgame van Wildlight Entertainment. De game viel op voorhand vooral op omdat er een trailer van werd getoond aan het einde van The Game Awards eind vorig jaar. Die positie is meestal gereserveerd voor grote aankondigingen en aankomende games, en sommige kijkers vonden Highguard daar niet onder behoren.

Sinds eind vorige maand is Highguard speelbaar via Steam. De game ontving veel negatieve gebruikersrecensies, al heeft dat Wildlight niet tegengehouden om updates uit te blijven brengen. Rond release bereikte het spel een indrukwekkende gelijktijdige spelerspiek van bijna 100.000 mensen op Steam, maar inmiddels hangen de gelijktijdige spelersaantallen onder de 10.000. Het is dan ook aannemelijk dat dit deels de keuze om een grootschalige ontslagronde door te voeren heeft beïnvloed.

Lees hier meer informatie over Highguard.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.