ID.nl logo
4 tips waarmee je fietsbanden op rolletjes lopen
© Vladimir Gerasimov
Mobiliteit

4 tips waarmee je fietsbanden op rolletjes lopen

Nog meer dan bij een normale fiets leveren de banden van een e-bike een belangrijke bijdrage aan het fietsplezier. Ga je een flink stuk fietsen met je e-bike, zorg dan dat je bent voorbereid op een lekke band. Koop daarnaast een goed werkende fietspomp, controleer regelmatig de bandendruk en leer het verschil tussen de diverse ventielen.

Met deze vier tips zorg je voor de optimale staat van de fietsbanden van je e-bike. Dat fietst lekker!

  • Wat te doen bij een lekke band?
  • Welke fietspomp moet ik gebruiken?
  • Wat is de ideale bandendruk?
  • Wat is het verschil tussen de verschillende ventielen?

Er is nog meer fietsonderhoud dat je eenvoudig zelf kunt doen. Lees daarom ook: Onderhoud aan je e-bike: dit kun je eenvoudig zelf doen

Eerste hulp bij lekrijden met een e-bike

Voor veel fietsers is het idee om een lekke band te krijgen op hun e-bike een nachtmerrie. Een lekke band komt natuurlijk altijd ongelegen, maar juist met de grotere actieradius van een e-bike is de kans groter dat je verder van huis bent of zelfs ergens achteraf op een verlaten plek bent. Ga dan maar eens een band plakken of een binnenband vervangen.

Ook interessant voor jou: De accu van je e-bike veilig opladen en veilig gebruiken: zo doe je dat!

Met een lidmaatschap op ANWB Wegenwacht Fiets is de vriendelijke hulp van iemand van de Wegenwacht nooit ver weg, maar met de juiste hulpmiddelen kun je ook zelf je lekke band verhelpen. Zonder te plakken! Er bestaat namelijk een speciale binnenband die niet helemaal rond is, maar een soort ‘worst’: de inmiddels beroemde Gaadi-binnenband. Het is een soort thuiskomertje voor fietsbanden. Vooraf koop je zo’n speciale binnenband met het juiste ventieltype (zie laatste paragraaf) en met de goede maat en dikte. De prijs is rond de 15 tot 20 euro.

©Hans de Looij

Het werkt als volgt: heb je onderweg een lekke band gekregen, leg de e-bike op z’n zijkant of desnoods met hulp van iemand op z’n kop op een zachte ondergrond. Kijk bij het ondersteboven zetten vooral uit dat het display niet beschadigt. Naast de nog lege Gaadi-binnenband heb je het volgende nodig: drie bandenlichters, een mesje en een reispomp. Deze dingen zou je gewoon altijd in een fietsgereedschapstasje moeten hebben.

Wip met de bandenlichters de buitenband aan één zijde van de velg, verwijder de lekke binnenband door hem met het mesje doormidden te snijden. Pomp de Gaadi-binnenband licht op en steek vervolgens eerst het ventiel in de velg. Leg daarna de binnenband in de buitenband met de twee uiteinden van de worst tegen elkaar. Wip de buitenband weer op de velg en pomp de band nu helemaal op. Zo kun je snel de fietstocht hervatten en eenmaal thuis kun je zelf (of de fietsenmaker) weer een normale binnenband monteren.

©Pannarai

Een goede fietspomp is het halve werk

Bijna niemand vind het oppompen van een fietsband een echt leuk klusje … vandaar dat je zoveel fietsers ziet rondrijden met zachte banden. Om het oppompen in ieder geval zo relaxt mogelijk te maken, is de investering in een goede fietspomp de moeite waard. Laat je bij de aanschaf van een fietspomp in ieder geval niet leiden door de prijs. De bekende Jumbo-fietspomp (op zo’n houten plank) lijkt een koopje, maar legt het in de praktijk echt af tegen een hogedruk-pomp met drukmeter.

Zo’n hogedruk-fietspomp is twee keer zo duur, maar betaalt zich terug in gemak. Niet alleen gaat het pompen veel minder zwaar, bovendien lees je op een drukmeter exact de juiste bandendruk af.

De fietsbanden zonder inspanning oppompen, kan ook met een elektrische fietspomp. Ze zijn een beetje lawaaiig, maar dankzij een oplaadbaar batterij en een kleine compressor kun je met zo’n pompje overal draadloos je fietsbanden van lucht voorzien. Een verlicht display geeft digitaal de bandenspanning aan.

Bandendruk bepaalt actieradius

Bij een e-bike is het cruciaal dat de banden altijd de juiste druk hebben. Met half opgepompte banden valt de actieradius ver terug, bovendien slijten zachte banden sneller, rijd je eerder lek, en stuurt je e-bike onrustig en minder strak. Genoeg redenen om de banden altijd op de ideale spanning te houden. Voor de banden van de meeste e-bikes is een maximale druk van 4 bar prima. De populaire brede fietsbanden met een breedte van 50 en 55 mm kunnen met 3 tot 3,5 bar toe. Wil je de exacte druk weten, kijk dan naar de aanduiding op de zijkant van de buitenband. Controleer de bandendruk iedere drie tot vier weken met behulp van een fietspomp met drukmeter.

Bij de elektrische fietspompjes stel je de gewenste druk vooraf in: de pomp blijft lucht blazen tot die druk bereikt is.

©Bosch

Welke ventiel heeft mijn fiets?

In de fietswereld bestaan er drie soorten ventielen. Verreweg de meeste fietsers veranderen niets aan het ventiel waarmee hun fiets standaard is uitgerust. Maar er zijn wel wat verschillen tussen de ventielen. In Nederland zijn we het meest vertrouwd met het Dunlop-ventiel. Dit ventiel voldoet prima en je kunt iedere fietspomp erop aansluiten.

Het Franse ventiel wordt vooral bij sportieve fietsen gebruikt, aangezien dit ventiel een kleine diameter heeft en daarom beter in smalle velgen past. Bovendien kan een Frans ventiel een hogere druk aan. Bij het oppompen moet er wel eerst een borgmoertje worden opengedraaid. Laat voor het oppompen eerst ietwat lucht ontsnappen door licht op het borgmoertje te drukken. Afhankelijk van je pomp heb je een verloopnippel nodig.

Mountainbikes en fatbikes zijn vaak uitgerust met een autoventiel. Een eenvoudige fietspomp past niet op zo’n autoventiel, hiervoor heb je een verloopnippel nodig. Hogedruk-pompen hebben dikwijls een pompkop die ook op een autoventiel past. Het grootste voordeel van het autoventiel is dat je overal de banden kunt oppompen bij tankstations en autogarages.

©NilsZ

Van links naar rechts: het Franse ventiel (ook wel Presta genoemd), het Dunlop-ventiel (ook wel Hollands ventiel genoemd) en het autoventiel (ook wel Schräder genoemd).

Onderweg nooit meer een slappe band

Met de lichte minipompjes voor in je gereedschapstasje
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.