ID.nl logo
De accu van je e-bike veilig opladen en veilig gebruiken: zo doe je dat!
© Karol - stock.adobe.com
Mobiliteit

De accu van je e-bike veilig opladen en veilig gebruiken: zo doe je dat!

Heb je een elektrische fiets, dan moet je die regelmatig opladen. Maar dat moet je wel op een veilige manier doen: lithium-ion accu’s (het type accu dat in de meeste e-bikes zit) kunnen onder bepaalde omstandigheden in brand vliegen, waarbij ook nog eens giftige rook en dampen kunnen vrijkomen. In dit artikel leggen we je uit hoe je veilig omgaat met de accu van je e-bike!

Dit artikel geeft antwoord op de volgende vragen: Hoe gebruik je de accu in combinatie met de lader? | Waar en hoe kun je de accu veilig laden? | Wat is de beste oplossing bij een accuprobleem?

Ook interessant voor jou: Hulpmiddelen en tips voor het veilig opladen van je elektrische fiets

Het belangrijkste en meest kwetsbare onderdeel van een e-bike is de lithium-ion accu. Dit type accu vind je terug in allerlei elektronica zoals smartphones, tablets, laptops, stofzuigers, grasmaaiers en speelgoed. In de handleiding van ieder apparaat dat je koopt, geeft de fabrikant tips over het gebruik en het opladen van de accu. Maar er schuilt ook een gevaar in deze accu’s, die een hoge energiedichtheid hebben: ze kunnen in brand vliegen. Er is geen reden om direct in paniek te raken, maar het is wel belangrijk dat je op de juiste manier omgaat met de accu en de lader.

Hoe gevaarlijk is de accu van een elektrische fiets?

Zijn accu’s van een elektrische fiets heel erg gevaarlijk? Nee, zeker niet! We kunnen zelfs concluderen dat de meeste accu’s veilig zijn zolang je er zorgvuldig mee omgaat. Hoe kan het dan dat er toch gemiddeld zes tot acht keer per week een lithium accubrand met meestal grote gevolgen plaatsvindt? De oorzaken zijn divers, maar in grote lijnen ligt het er meestal aan hoe de gebruiker met de accu omgaat en hoe het laadproces wordt uitgevoerd. Over het algemeen kunnen we stellen dat nieuwe accu’s en accu’s met minimale lading ongevaarlijk zijn.

Lader op de juiste manier gebruiken

Heb je thuis meerdere e-bikes? Dan is de kans dat je een lader pakt die eigenlijk voor een andere accu bestemd is, natuurlijk aanwezig. En dat wil je niet. Zorg dat duidelijk is welke lader bij welke accu hoort, door er bijvoorbeeld een stickertje op te plakken (Fiets van Theo. Fiets van Thea, enzovoorts). Zo vermijd je verwisseling en onnodige risico´s tijdens het laadproces.

©Eshma

Gebruik de lader die is meegeleverd met de accu.

Wordt je lader heet?

Veel acculaders worden tijdens het gebruik erg warm, zeker tijdens het laatste gedeelte van het laadproces. Wanneer je de lader vanwege de hitte nauwelijks kunt vastpakken, is het verstandig om naar een nieuw exemplaar uit te kijken.

De juiste aansluit-volgorde

Zorg dat je bij het laadproces eerst de stekker op de accu aansluit en dan pas de stekker in het stopcontact steekt. Is de accu vol? Dan geldt de omgekeerde volgorde: eerst de stekker uit het stopcontact verwijderen en daarna pas de accu ontkoppelen. Zo voorkom je eventuele vonkoverslag en kortsluiting.

Steek bij het oplaadproces eerst de stekker in de accu en vervolgens pas in het stopcontact.

- De e-bike expert van ID.nl

Niet heel de nacht opladen

Je kunt een e-bike accu beter niet ’s nachts opladen. Je hebt dan geen zicht op het laadproces en de accu blijft onnodig lang aan de lader. Het doorladen van een accu is sowieso onverstandig: overlading kan schade berokkenen aan de batterijcellen en verhoogt het brandgevaar. Houd het laadproces daarom altijd in de gaten. Wanneer het indicatielampje op de lader van rood naar groen kleurt (of de groene lampjes niet meer knipperen en vanzelf zijn uitgegaan) is het verstandig om de lader direct af te koppelen.

©Sergey Ryzhov - stock.adobe.com

Kun je in een berging, garage of schuur opladen? Dan heeft dat de voorkeur.

Liever niet in huis opladen

Laad de fietsaccu bij voorkeur niet in je woning op, maar doe dat in de schuur, garage of berging. Heb je die mogelijkheid niet en ben je aangewezen op een ruimte binnenshuis, kies dan een plek waar je, mocht er een hachelijke situatie ontstaan, de accu snel naar buiten kunt verplaatsen. Producten als een rookmelder, brandwerende handschoenen, laadkoffer, batterijbox of accubrandmelder (Battery Alert) helpen in huis om meer veiligheid te garanderen. Ook is het verstandig om een lithium-blusser bij de hand te hebben.

Er bestaan speciale brandwerende koffers waarin je de accu van je e-bike veilig kunt bewaren.

💧 Houd je accu droog Vocht is zonder meer de grootste vijand van een accu. Door de jaren heen kan de afdichting van een accu door uitdroging gaan wijken en is binnendringing van vocht onvermijdelijk. Aangezien vocht en elektronica niet samengaan, kan er al snel interne kortsluiting optreden met brand als gevolg.

Ga naar de fietsenmaker als ...

Je accu klappert

Een veel voorkomend euvel bij e-bikes is een klapperende accu. Wanneer een accu in de slede van de bagagedrager ruimte heeft of dat het batterijpakket in de accu zelf speling vertoont, gaat de boel rammelen. Een rammelende accu is op den duur fataal voor het batterijpakket en moet een signaal zijn om actie te ondernemen. Laat in zo’n geval de accu nakijken of testen door de fietsenmaker. Ook kan hij de ontstane speling van de bagagedragerslede wegnemen.

Je accu gevallen is

Is je accu gevallen? Ook dan is het verstandig om naar de fietsenmaker te gaan. Wanneer er een duidelijke beschadiging aan de accubehuizing is ontstaan, is er maar één oplossing mogelijk: vervanging.

Je accu ouder is dan 8 jaar

Is een accu ouder dan acht jaar, maar voldoet de e-bike nog goed? Ook dan is het verstandig om vervanging van de accu te overwegen. Je kunt daarbij ook denken aan een refurbished exemplaar tegen een lagere aanschafprijs.

Ook leuk om te lezen: Trends, modellen en ontwikkelingen: alles wat je moet weten over e-bikes in 2023

Watch on YouTube

Bekijk onze complete E-bike Video Collectie op YouTube.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.