ID.nl logo
10 veelgestelde vragen over het opladen van je elektrische auto in de winter
© teksomolika - stock.adobe.com
Mobiliteit

10 veelgestelde vragen over het opladen van je elektrische auto in de winter

Je elektrische auto opladen kan in de wintermaanden best wat gedoe opleveren. Misschien heb je wel gemerkt dat het laden een stuk langzamer gaat dan gewoonlijk, of dat de accu veel sneller leegloopt. We kunnen ons voorstellen dat dat vragen oproept. Daarom lees je in dit artikel de antwoorden op 10 veelgestelde vragen over het opladen van je elektrische auto in de winter.

In dit artikel vertellen we je:
❄ Waar je allemaal extra op moet letten bij het opladen van je elektrische auto in de winter
❄ Welke problemen je in de winter kunt hebben wanneer je je elektrische auto oplaadt
❄ Hoe je oplaadproblemen in de winter voorkomt en oplost

Ook interessant voor jou: 5 tips voor het opladen van je elektrische auto in de winter

1: Kan de accu beschadigen bij het opladen in de winter?

Als je een lithium-ionaccu (oftewel, de auto-accu) die kouder is dan 0 graden opwarmt, kan er schade optreden. Onder het vriespunt vindt er slijtage plaats (lithiumplating genoemd), wat kan leiden tot permanente verslechtering van de prestaties. Tegenwoordig bevatten vrijwel alle EV's echter een zogenoemd BMS-systeem. Dat bewaakt de kwaliteit van de accu en heeft als doel ervoor te zorgen dat de accu niet beschadigd raakt. In de winter houdt dit bijvoorbeeld in dat de accu automatisch éérst opgewarmd wordt voordat hij opgeladen wordt.

2: Hoe voorkom ik schade aan mijn accu tijdens het opladen?

Hoewel dankzij het BMS-systeem van de EV de kans op eventuele schade heel klein is, kun je beter je accu niet al te koud opladen. Een beetje opwarmen voor hem op te laden is misschien wat omslachtig, maar het kán wel. Bijvoorbeeld door een stukje met de auto te rijden en de verwarming flink aan te zetten. Of, als de auto de mogelijkheid heeft, de accu-verwarmingsfunctie aan te zetten. Dan wordt het koelwater van de accu verwarmd en warmt zo de accu op tot de juiste temperatuur voor het laden.

3: Duurt het opladen in de winter langer?

Over het algemeen geldt: hoe kouder het is, hoe langer het duurt om je elektrische auto op te laden. Dat komt deels door het eerst-opwarmen-dan-pas-laden van het BMS-systeem, maar het komt ook doordat de chemische reacties die de oplader van stroom voorzien, langzamer optreden bij koud weer. Kou zorgt bij elektronen (net als bij mensen) voor een verlaging van de energie en dus de productiviteit. Volgens een Amerikaans onderzoek van Idaho National Laboratory neemt een elektrische auto bij 0 graden Celsius 36 procent minder energie op dan bij 25 graden (waarbij bij beide temperaturen eenzelfde laadperiode werd aangehouden). Oftewel, volledig opladen duurt ’s winters meer dan een derde zo lang.

©Tommy Ellingsen Easee | https://easee.com/nl

4: Kan ik in de winter minder lang rijden met een volle accu?

De actieradius (of het bereik) van de accu van je EV is in de winter een stuk lager. Bij -6 graden Celsius wordt het bereik van de gemiddelde EV (puur door de buitentemperatuur) al met 10 tot 12 procent verminderd, blijkt uit onderzoek van de American Automobile Association. Bij gebruik van Climate Control om de autotemperatuur te verhogen, kan dat zelfs oplopen tot een daling van 41(!) procent. De accu wordt dan immers niet alleen ingezet voor de automotor, maar ook voor het verwarmen van de auto. Hoe meer energie er voor dat laatste gebruikt moet worden, hoe minder er overblijft voor het voortstuwen van de EV. Op de website EV Database staat voor veel elektrische auto's de verwachte actieradius.

Op zoek naar een laadpaal die gelijk voor je wordt geïnstalleerd?

Coolblue adviseert én installeert

5: Werkt elke oplader even goed in de winter?

Niet elke EV-lader is even bestand tegen winterse temperaturen. Als je een thuisoplader wilt die je de beste resultaten geeft, zijn er een aantal zaken om rekening mee te houden. Ga voor een slimme lader, zodat het laden zich aan kan passen aan de weersomstandigheden. Er zijn tevens verschillende laders met ‘temperatuurcompensatie’, die door middel van een ingebouwde temperatuursensor de laadspanning van de accutemperatuur automatisch aanpassen. Daarnaast is het handig om te kijken naar de IP-certificering van de lader om te zien of hij tegen vocht kan (zie ook Kan er kortsluiting ontstaan als ik mijn auto oplaad terwijl het sneeuwt?).

©Maksym Yemelyanov - stock.adobe.com

6: Is het verstandig om mijn auto op te laden bij een snellader?

Voor snelladen wordt er in korte tijd een zeer hoog voltage gebruikt. Dit kan in theorie leiden tot snellere lithiumplating (de slijtage die plaatsvindt onder het vriespunt). Volgens onderzoek 'werkt' snelladen vanaf een temperatuur van 5 graden of minder eigenlijk al niet meer, omdat het laden dan traag gaat. Als de accu koud is, wil een snellader vaak vanaf het vriespunt helemaal niet meer opladen. Net als met thuisladen grijpt het BMS-systeem namelijk in om ervoor te zorgen dat schade door lithiumplating niet kan plaatsvinden, alleen heeft dit bij snelladers dus mogelijk het effect dat er helemáál niets meer gebeurt. Zorg er dus in ieder geval voor dat je accu lekker op temperatuur is als je bij een snellader komt te staan.

7: Moet ik mijn auto in de winter bijladen als ik hem even niet gebruik?

Als je de auto in de winter een tijdje niet gebruikt, kan dat nadelig zijn voor de levensduur van je accu. Daarom is regelmatig even bijladen nuttig. Dat hoeft niet elke week: eens in de paar weken is voldoende. Heb je een continue stroomgebruiker zoals bijvoorbeeld een dashcam in de auto zitten, schakel die dan uit. Daarmee zorg je ervoor dat je 12V-accu niet langzaam leegloopt waardoor de auto niet meer wil starten. Lang niet elke elektrische auto laadt de 12V-accu bij vanuit de hoofd-accu als de auto lang uit staat.

©Papichev Aleksandr

8: Kan mijn lader vastvriezen?

Het is mogelijk dat je EV-lader vastvriest, al gebeurt dat gelukkig niet zo vaak als je wellicht denkt. Een lader kan in potentie vastvriezen als er, voordat je hem in de auto stopt, vocht op zit. Dat vocht kan tijdens het vriezen immers veranderen in ijs. Als je ervoor zorgt dat de lader goed droog is én je hem niet over het autodak heen legt (aangezien er dan vocht via de kabel naar de aansluiting kan sijpelen), is de kans klein dat je lader vastvriest.

Mocht het onverhoopt toch nog gebeuren? Lees dan ons artikel Vastgevroren laadkabel? Zo los je het op én zo voorkom je het met een aantal simpele oplossingen voor een vastgevroren laadkabel.

©Alexsander Shapovalov - stock.adobe.com

9: Kan er kortsluiting ontstaan als ik mijn auto oplaad terwijl het sneeuwt?

Door natte sneeuw en condens is het uiteraard mogelijk dat er vocht in de laadpaal terechtkomt. De meeste laders zijn zo ontwikkeld dat ze er wel tegen kunnen (kijk bijvoorbeeld naar de IP-waarde van je lader om te zien waar hij precies tegen bestand is), maar dat wil niet zeggen dat kortsluiting helemaal nooit kan optreden. EV-laders hebben echter wél allemaal een ingebouwde bescherming (dat is immers wettelijk verplicht). Daardoor gaat de lader meteen uit als er kortsluiting ontstaat en laadt hij dan dus niet meer op. Hierdoor krijg je, als je gebruikmaakt van een gecertificeerde lader tenminste, geen schok.

10: Hoe kan ik de laadkabel het beste opbergen?

Een lader is goed bestand tegen winterse temperaturen, dus het is niet per se nodig om hem op een warme plek te bewaren. Je kunt hem dus gerust in je kofferbak laten (tip: er zijn speciale opbergtassen, waarmee je alles netjes bij elkaar houdt). Het enige waar je op moet letten, is dat de kabel droog blijft: hem dus buiten laten slingeren, met kans dat hij ondergesneeuwd of -geregend wordt, is geen goed idee. Dat gaat ten koste van de kunststoffen en de rubber, en ook de connectoren kunnen erdoor kapotgaan.

Kun je een laadpaal thuis laten plaatsen? Check hier het aanbod bij Coolblue.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.