ID.nl logo
Hoe verhuis je een laadpaal?
© 24K-Production - stock.adobe.com
Mobiliteit

Hoe verhuis je een laadpaal?

Ga je verhuizen en neem je je laadpaal mee? Met een goede voorbereiding voorkom je ongewenste verrassingen. Lees hier hoe je een laadpaal probleemloos verhuist naar je nieuwe woning.

Een soepele verhuizing vraagt om een goede voorbereiding. Daar hoort ook een plan bij voor de laadpaal van je elektrische auto. Hoe werkt zo’n verhuizing precies en waar moet je rekening mee houden? We leggen het uit in het onderstaande stappenplan.

  • Voorbereidingen voor het verhuizen van een laadpaal
  • De nieuwe groepenkast voorbereiden
  • Ontkoppeling, transport en installatie van een laadstation

Lees ook: Ontdek hoe je geld verdient met je laadpaal

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Voorbereidingen voor het verhuizen van een laadpaal

Voor het verhuizen van een laadpaal moet een aantal zaken geregeld worden. Het is slim om hier ruim op tijd over na te denken, zodat je laadpaal gebruiksklaar is zodra je in je nieuwe huis woont.

De eigenaar van de laadpaal

Je weet waarschijnlijk wel of je de eigenaar van de laadpaal bent. Maar je bent niet de eerste die wordt verrast door het feit dat het laadstation geleased is. Controleer altijd eerst of je een contract hebt met een leverancier en wat de voorwaarden voor een verhuizing zijn.

©Daisy Daisy

De nieuwe locatie van de laadpaal

Heb je een eigen parkeerplaats bij je nieuwe woning? Dan is het plaatsen van de paal waarschijnlijk geen probleem. Maar als je een parkeerplaats deelt met een Vereniging van Eigenaren (VvE), dan zul je de installatie eerst moeten overleggen. Wanneer je geen eigen parkeergelegenheid hebt, is het plaatsen van je privélaadpaal lastiger, maar lang niet altijd onmogelijk. Je mag namelijk een kabel tot 10 meter vanaf de laadpaal bij je huis naar een auto op een nabijgelegen parkeerplaats gebruiken. De regels verschillen per gemeente, dus check die eerst even voordat je met deze operatie begint. Als dit allemaal niet toegestaan is, kun je bij de gemeente een openbare laadpaal aanvragen. Daarvoor is www.laadpaalnodig.nl het aangewezen platform.  

Een wandlader of een paal?

Als je een eigen oprit hebt, is een wandlader over het algemeen de gemakkelijkste optie. Een laadpaal heeft als voordeel dat je deze van de woning af kunt plaatsen. Bepaal vooraf wat het handigst is bij je nieuwe woning en of je je huidige laadstation gewoon mee kunt nemen.

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Publiek of voor privégebruik?

Bij een publieke laadpaal kan iedereen zijn of haar auto opladen. Je kunt je eigen laadpaal daarvoor aanmelden en als eigenaar bepaal jij het tarief dat anderen betalen. Maar daar heb je wel een vergunning voor nodig. Je laadstation wordt geregistreerd, zodat anderen die kunnen vinden op een van de vele apps. Heb jij je laadpaal beschikbaar gesteld voor publiek gebruik? Dan is het iets meer papierwerk om de verhuizing te regelen.

Ook lezenswaardig: De 5 goedkoopste manieren om thuis je elektrische auto op te laden

©Gregor Jeric gjeric@gmail.com

Koper heeft interesse in de laadpaal?

Het komt nogal eens voor dat de nieuwe eigenaar van een huis dacht dat de laadpaal inbegrepen was bij de koop. Normaal gesproken is een laadstation geen onderdeel van het huis. Maar het is wel mogelijk om hier afspraken over te maken met de koper. Het kan namelijk praktischer zijn om het station niet mee te verhuizen. Bijvoorbeeld wanneer deze niet aangesloten of geplaatst kan worden bij de nieuwe woning.

Een andere optie is dat de laadpaal niet meer ideaal of toereikend is voor je huidige elektrische auto. Kosten van het demonteren, verplaatsen en opnieuw installeren van de laadpaal worden dan voorkomen. Je zult zelf de afweging moeten maken of het verkopen van het laadstation handig is in jouw situatie.

Abonnement van de laadpaal

Maak je gebruik van een abonnement? Zorg er dan voor dat je dat tijdig laat overzetten naar de nieuwe plek. Zo voorkom je dat je de laadpaal tijdelijk niet kunt gebruiken. Overleg de verhuizing met je provider om jouw specifieke situatie door te spreken en een migratie te plannen.

De nieuwe groepenkast voorbereiden

Voor de verhuizing is het verstandig om het een en ander te weten te komen over de nieuwe groepenkast en wat de verschillen zijn met je huidige. In principe is iedere groepenkast geschikt voor het opladen van elektrische auto’s. Maar een standaard 1-fase groepenkast beschikt over 230V en 16A, waardoor het maximale laadvermogen 3,7 kWh is. Het opladen van een accu van 90 kW duurt daarmee meer dan 24 uur.

Daarom is het nuttig om de groepenkast uit te rusten met 3 fasedraden en er zo een 3-fase groepenkast van te maken. Het aantal kWh, en dus de laadtijd, verdrievoudigt hierdoor. Er zijn zelfs groepenkasten die, in plaats van de standaard 16A, 32A aankunnen. Het is hoe dan ook belangrijk om vooraf uit te zoeken wat de verschillen zijn tussen je huidige en nieuwe groepenkast.

Zo weet je welk type groepenkast je hebt

Of je een 1- of 3-fase groepenkast hebt, lees je eenvoudig af op de kWh-meter. Bij een 1-fase aansluiting staat er 220/230V. Een 3-fase aansluiting wordt aangeduid met 380/400 V of 3×220/230 V. Je bepaalt zelf of je het nodig vindt om de meterkast te verzwaren, maar laat deze operatie wel altijd uitvoeren door een bevoegd elektricien.

Lees ook: Hier moet je op letten bij de keuze van een laadpaal thuis (en op kantoor)

Ontkoppeling, transport en installatie

Je hebt nu al het andere gepland, nu de daadwerkelijke verhuizing van de laadpaal nog. Hoe regel je de ontkoppeling, transport en montage?

Ontkoppeling en transport

Voor het ontkoppelen en het transport van de laadpaal schakel je een professionele installateur in. Die zorgt over het algemeen ook voor de installatie op de nieuwe locatie. Tijdens een verhuizing ben je tenslotte al druk genoeg. Daarom is het prettig om een partij in te schakelen die het hele proces van A tot Z voor je regelt.

Plaatsen van de laadpaal

De installateur die de laadpaal plaatst, legt ook meteen de bekabeling van de meterkast naar het laadstation. Een bevoegd bedrijf kijkt vooraf wat de situatie bij je huidige en toekomstige woning is en zal op basis daarvan een prijsindicatie geven.

©Summit Art Creations - stock.adobe.com

Wat kost dat?

Zelf een laadpaal verhuizen is geen goed idee, tenzij je een bevoegd monteur of elektricien bent. Voor het demonteren, transporteren en plaatsen van een laadpaal ben je al snel tegen de 1000 euro kwijt, en nog een stuk meer als je bijvoorbeeld de meterkast laat aanpassen. Hou vooraf rekening met de kosten zodat je niet achteraf voor een vervelende verrassing komt te staan.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.