ID.nl logo
Hier moet je op letten bij de keuze van een laadpaal thuis (en op kantoor)
© matthias.zabanski.de
Mobiliteit

Hier moet je op letten bij de keuze van een laadpaal thuis (en op kantoor)

Je hebt een elektrische auto gekocht, maar nu moet je alweer de volgende belangrijke keuze maken. Welke laadpaal moet je kiezen en welke is geschikt voor jouw situatie?

Wat komt er aan bod in dit artikel?

  • Verschillen tussen 1- en 3-fase-laadpalen en hun laadsnelheid

  • Keuze tussen een wandlader of een vrijstaande laadpaal

  • Voor- en nadelen van vaste kabels versus losse kabels

  • Dynamische Load Balancing om overbelasting te voorkomen

  • 'Slimme' laadpalen die kunnen koppelen met zonnepanelen en energiecontracten

  • Autorisatie-opties voor thuislaadpalen zoals RFID, codes of apps

  • Ook lezen: Een elektrische auto opladen, wat kost dat?

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Net als bij elektrische auto’s is de wereld van laadpalen erg divers. Verschillende laadpalen hebben verschillende kenmerken, capaciteiten en opties. Om je op weg te helpen, vertellen we je hier waar je op moet letten bij de keuze van een laadpaal thuis, en op kantoor. 

1- of 3-fase-aansluiting

Ongeacht het feit of jouw huis een 1- of 3-fase-aansluiting heeft en je EV een 1- of 3-fase-boordlader heeft, is het altijd verstandig om een laadpaal te kiezen die met 3-fase-stroom overweg kan. Misschien wil je nu nog niet sneller laden (dat doe je namelijk met een 3-fase-aansluiting, waarvoor je de meterkast en aansluiting mogelijk moet aanpassen), maar in de toekomst wel. Dan is het maar beter dat jouw laadpaal daar vast klaar voor is. 

Het verschil in laadsnelheid tussen een laadpaal met 1- of 3-fase-aansluiting is namelijk best groot. Heb je een 1-fase-aansluiting die is afgezekerd op 16 ampère (A), dan kun je laden met maximaal 3,6 kW. Heb je een 3-fase-aansluiting, dan kun je met dezelfde stroomsterkte met maximaal 11 kW laden. Dat scheelt enorm in laadtijd. 

©David.Sch

Laadpunt of laadpaal

Bedenk goed waar je je laadpunt precies wilt hebben. Parkeer je je auto altijd naast je huis, dan is het waarschijnlijk verstandig om een laadpunt aan de muur en in de buurt van de meterkast te monteren. Dat kost namelijk het minste geld. Parkeer je je auto niet in de buurt van een muur, dan moet je het laadpunt op een paal monteren. Dat kan, inclusief montage, zo een paar honderd euro extra kosten, ook omdat je waarschijnlijk een langere kabel nodig hebt die het laadpunt met de meterkast verbindt. Bijna elke lader is geschikt voor montage aan de muur of op een paal, en voor de functionaliteit van het laadpunt maakt deze keuze niets uit. 

Vaste of losse kabel

Ook hier weer een praktische keuze, die niets te maken heeft met de functionaliteit van het laadpunt. Thuis kan het bijvoorbeeld heel makkelijk zijn om een vaste kabel aan je laadpunt te hebben, zodat je bij thuiskomst niet de losse kabel in zowel je auto als het laadpunt hoeft te steken. Dat geldt mogelijk ook voor de laadpaal die je voor jouw werknemers en bezoekers faciliteert. 

Houd er wel rekening mee dat het laadpunt dan alleen te gebruiken is door auto’s met een en dezelfde aansluiting. Inmiddels gebruiken alle auto’s in Europa de Type 2-stekker, ook wel Mennekes-stekker genoemd. Toch rijden er ook nog auto’s rond met een Type 1-stekker. Deze kunnen dan niet van het laadpunt gebruikmaken. 

©Believe_In_Me

Dynamic Load Balancing

Steeds meer apparaten werken op stroom, ook bij jou thuis. Daarom is de kans groot dat er meerdere apparaten op hetzelfde moment om stroom vragen. Kies daarom altijd voor een laadpunt dat een vorm van Dynamic Load Balancing ondersteunt. Vragen veel apparaten tegelijkertijd om stroom en is het even niet nodig om je auto op te laden, dan zorgt de software ervoor dat er geen overbelasting van je thuisaansluiting plaatsvindt. 

Hier geldt opnieuw het volgende: mogelijk heb je nu nog geen inductieplaat of warmtepomp, en is Dynamic Load Balancing niet per se nodig. Toch is het fijn als je laadpunt hier al wel mee is uitgerust, zodat-ie is voorbereid op een toekomst waarin je méér elektriciteit zult gebruiken. We adviseren je dan ook om een laadpaal te kiezen die deze software ondersteunt. 

Slimme laadpaal

Dynamic Load Balancing is wat software betreft eigenlijk nog maar het begin voor een laadpunt. Heb je bijvoorbeeld zonnepanelen of in de toekomst een thuisbatterij? Of heb je een dynamisch energiecontract waarbij de stroomprijzen per uur verschillen? Kies dan een laadpaal die in staat is om met al die systemen samen te werken. Zo zijn er laadpunten die je kunt koppelen met je zonnepanelen of energiecontract, zodat je zelf niets hoeft te doen om zo slim en goedkoop mogelijk te laden.

Ook hier geldt: koop alvast een laadpunt dat er klaar voor is om in dit soort situaties optimaal zijn werk te doen. Nu zaken als zonnepanelen en dynamische energiecontracten steeds meer gemeengoed worden, is het slim om een laadpunt te kopen dat ook hiermee overweg kan. Zo hoef je deze niet over een paar jaar alweer te vervangen. 

©เลิศลักษณ์ ทิพชัย

Met of zonder autorisatie

Wil je een laadpunt voor thuis aanschaffen, dan klinkt het logisch om er eentje te kiezen waarbij je alleen de stekker hoeft aan te sluiten zodat-ie begint met laden. Jij bent waarschijnlijk de enige die er gebruik van maakt, bijvoorbeeld als je dat doet in een afgesloten garage.

Toch kan het heel handig zijn om een bepaalde vorm van autorisatie bij jouw eigen laadpaal te laten plaatsvinden. Zo voorkom je dat iedereen zomaar aan jouw laadpunt kan laden. Bovendien is het een eenvoudige manier om inzicht in je verbruik te krijgen. Dat is met name handig als je jouw auto zakelijk rijdt: zo worden alle stroomkosten eenvoudig en automatisch verrekend bij jouw werkgever. Door de autorisatie op jouw laadpunt wordt er namelijk maandelijks een factuur gestuurd voor de stroom die jij in je auto hebt geladen.

Er zijn overigens verschillende vormen van autorisatie bij een laadpunt. Zo zijn er laadpunten die – net als bij publieke laadpunten – werken met een laadpas/RFID-scanner. Ook zijn er laadpunten die met cijfercodes, apps of sleutels werken. Bepaal wat de handigste manier voor jou is en stem je keuze daar op af.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.