ID.nl logo
De verschillen tussen elektrisch leasen en benzine leasen
© KIA
Mobiliteit

De verschillen tussen elektrisch leasen en benzine leasen

Leaserijders kunnen tegenwoordig kiezen uit veel meer dan alleen een auto op benzine of diesel. Veel leaserijders zullen een keuze moeten maken tussen een elektrische auto of een model met benzinemotor. Maar wat zijn de verschillen in de praktijk? Een overzicht.

Wat zijn de verschillen tussen het leasen van een elektrische auto en het leasen van een auto op benzine? Het gaat sowieso verder dan alleen de keuze tussen opladen of volgooien en dus hebben we een overzicht opgesteld.

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Het is een van die keuzes die je pakweg vijftien jaar geleden nog niet hoefde te maken: moet ik elektrisch leasen of ga ik toch voor een auto op fossiele brandstof? Een simpel antwoord op die vraag is er niet en gaan wij ook niet geven. Wat we wel kunnen doen, is het uiteenzetten van de voor- en nadelen van beide mogelijkheden, plus de verschillen tussen elektrisch en fossiel leasen. Heb je die namelijk goed voor ogen, dan kun je met die feiten een weloverwogen beslissing maken. 

Voordelen elektrisch leasen

Om elektrisch rijden bereikbaar te maken, zijn er diverse fiscale voordelen verbonden aan het leasen van een elektrische auto. Dit om een groot nadeel van elektrisch leasen enigszins het hoofd te bieden: de hogere aanschafprijs. De volgende maatregelen zijn genomen om die hoge aanschafprijs een beetje behapbaar te maken:

  • Je betaalt geen motorrijtuigenbelasting op een elektrische auto - In 2024 en 2025 betaal je geen wegenbelasting op een elektrische auto, wat het nodige scheelt in de maandelijkse kosten. Vanaf 2026 vervalt die regeling, maar heb je nog altijd 75 procent korting. Daarna wordt die korting gestaag afgebouwd naar 0 procent, waardoor je alsnog de volle mep betaalt.

  • Je betaalt geen BPM - Een elektrische auto heeft geen uitstoot, dus hoef je – in elk geval tot 1 januari 2025 – geen BPM te betalen.

  • Je betaalt een verlaagde bijtelling - Met een bijtelling van 16 procent op de eerste 35.000 euro van de aanschafprijs betaal je aanzienlijk minder bijtelling op een EV bij privégebruik.

  • Er is een subsidiepotje voor de aanschaf van een elektrische auto - Is je leasecontract getekend op of na 1 januari 2024, dan kun je aanspraak maken op subsidie: 2950 euro voor een nieuwe auto, 2000 euro voor een gebruikte.

Verder zijn er nog voordelen die niet direct betrekking hebben op het fiscale deel, maar wel degelijk relevant zijn:

©เลิศลักษณ์ ทิพชัย

Het opladen van een EV is aanzienlijk goedkoper dan het volgooien van een benzinetank.

Nadelen elektrisch leasen

Met voordelen komen natuurlijk ook nadelen. Elektrisch leasen klinkt als een no-brainer op het moment dat je alleen naar de mooie kanten kijkt, maar natuurlijk zijn er ook zaken die iets minder plezierig zijn:

  • De hoge aanschafprijs - Een elektrische auto is altijd duurder dan een equivalent op benzine. En die hoge aanschafprijs zorgt altijd voor hogere maandlasten in een leasecontract. De fiscale voordelen halen hier de scherpe randjes wel vanaf, maar de hoge prijs is het voornaamste minpunt van de elektrische auto.

  • Beperkte actieradius - Dit is lang niet voor iedereen een probleem, maar wel iets wat benoemd moet worden. Een elektrische auto komt in de regel minder ver op een volle accu dan een benzineauto op een volle tank. Aan de andere kant: de meeste moderne EV’s hebben een actieradius die ruim groot genoeg is voor je dagelijkse ritten.

  • Laadtijden zijn langer - Het opladen van een elektrische auto is een proces dat altijd langer duurt dan het volgooien met benzine. Met de mogelijkheden tot snelladen wordt dat verschil steeds kleiner, maar het is er nog zeker wel.

Wat zijn de verschillen met het leasen van een benzineauto?

Je kunt de voor- en nadelen van elektrisch leasen direct tegenover de voor- en nadelen van het leasen van auto's met benzinemotoren zetten. Want waar de elektrische auto van diverse fiscale voordelen geniet, ontbreken die allemaal bij het leasen van een benzineauto. Tegelijkertijd zijn de nadelen van de elektrische auto weer niet van toepassing op een model met een verbrandingsmotor. De aanschafprijs voor een vergelijkbaar model is altijd lager, je komt verder met een volle tank en als je toch moet tanken, is dat zo gepiept. 

Waarom kijken we niet naar diesel?

Natuurlijk kun je ook een auto met dieselmotor leasen, maar het aanbod van deze verbrandingsmotoren is dermate laag geworden dat het steeds minder aantrekkelijk is. Veel fabrikanten hebben dieselauto's uit hun assortiment gehaald of zijn dat langzaam maar zeker aan het doen. Vandaar dat we voor dit artikel alleen naar de verschillen tussen benzine en elektrisch kijken.

Wat is voordeliger in de lease?

Dan de hamvraag: wat is voordeliger in de lease, een elektrische auto of een auto op benzine? Het antwoord is niet heel eenvoudig, maar wel te geven. Het hangt vooral af van de kilometers die je per jaar rijdt. De hoge brandstofkosten kunnen tot een bepaalde hoeveelheid kilometers namelijk niet opwegen tegen de aanzienlijk hogere aanschafprijs van een elektrische auto, zelfs met alle subsidies en kortingen die bij een EV komen kijken. Kom je echter boven die grens, dan valt het de andere kant op.

©Sommersby

Lange ritten maken? Benzineauto's komen vrijwel altijd verder.

Een kwestie van rekenen

Eigenlijk is dat hetzelfde met het verschil tussen benzine en diesel; dieselauto’s kosten meer in de wegenbelasting, maar de brandstofkosten zijn lager. Op een bepaald moment gaat dat in je voordeel werken. Hetzelfde principe is dus van toepassing op elektrisch versus benzine rijden. Ga je serieus kilometers maken, dan kan een EV zomaar de beste optie zijn. Het is simpelweg een kwestie van rekenen. Als je weet hoeveel kilometers je per jaar ongeveer gaat rijden, kun je op basis van die gegevens uitrekenen wat het verschil in prijs is. Voor de meeste mensen is benzine nog altijd de goedkopere optie, al is het verschil soms opvallend klein.

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!