ID.nl logo
Automatisch de gordijnen dichtdoen: wat zijn je opties?
Huis

Automatisch de gordijnen dichtdoen: wat zijn je opties?

Wanneer je aan een smarthome denkt, dan denk je wellicht niet meteen aan het automatiseren van de gordijnen. Maar toch kun je je gordijnen ‘slim’ maken en zelfs opnemen in de verschillende routines en automatiseringen van je smarthome. In dit artikel kijken we naar de opties.

Wellicht sta je er niet zo bij stil wat een invloed gordijnen op je huis en vooral op de sfeer van het huis hebben. Je houdt er pottenkijkers mee buiten, en kunt tegelijkertijd voor een veilige en warme omgeving zorgen. Dat is natuurlijk helemaal afhankelijk van het type gordijnen dat je uitkiest, evenals de kleur. Lange gordijnen die vanaf het plafond gedrapeerd langs het raam de grond aanraken komen een stuk zachter en sfeervoller over dan enkele rolgordijnen met een harde kleur – maar dat is aan iedereen om lekker zelf te bepalen. Beide opties kun je gelukkig slim maken.

De gordijnen gebruiken

Het is waarschijnlijk een terugkerend proces. Zodra het avond wordt heb je waarschijnlijk de behoefte om de gordijnen lekker dicht te doen. Je loopt naar het raam en trekt – voorzichtig of met een beetje kracht – de hangende gordijnen naar het midden van het raam (of helemaal naar de andere kant van de kamer). En anders pak je het draadje vol kralen van het rolgordijn dat stil voor het raam hangt. Je trekt aan het koortje totdat de gewenste lengte behaald is en keert dan terug naar de bank om zelf als een gedrapeerd gordijn op de zitvlakte tot rust te komen.

En dan komt het misschien wel eens bij je op: dit zou toch een stuk gemakkelijker moeten kunnen? Of: kunnen de gordijnen niet zichzelf dichtdoen? Nou, we hebben goed nieuws – dat kan. Je kunt namelijk slimme gordijnen aanschaffen of middels een retrofit-oplossing bestaande gordijnen automatiseren. Retrofit is een duurzame oplossing voor iedereen die niet meteen bakken met geld aan nieuwe ophangsystemen of gordijnen wil denken. Met zo’n oplossing maak je namelijk bestaande opstellingen slim, door er bijvoorbeeld een kleine motor aan te hangen.

Veel mensen zijn waarschijnlijk momenteel in de markt voor retrofit-oplossingen. Nieuwe gordijnen aanschaffen kost vaak een hoop geld. En externe systemen kun je vaak ook op andere of nieuwe gordijnen aansluiten, waardoor dit dus een dubbele, duurzame uitkomst kan zijn. Er zijn heel wat verschillende soorten gordijnen om voor het raam te hangen: hanggordijnen, jaloezieën, lamellen, plisségordijnen en rolgordijnen (inclusief enkele variaties op deze soorten). Maar over het algemeen zijn er twee duidelijke verschillen; de ene beweegt horizontaal en de andere dan verticaal.

Retrofit versus nieuwe oplossingen

Voor deze twee verschillende manieren van bedienen bestaan er dus oplossingen, die ongeveer op hetzelfde neerkomen. Voor de hanggordijnen die je van links naar rechts (en andersom) beweegt, kun je bijvoorbeeld een gemotoriseerd onderdeel met wifi en bluetooth aanschaffen. Je sluit het trekkoordje van de gordijnen aan op dat motortje, dat vervolgens over (soms extra te installeren) rails de gordijnen voor je opent en sluit. Dat kun je handmatig uitvoeren, door binnen de app op een knopje te drukken. Of je stelt in dat dit op vaste tijden van de dag gebeurt (in de avond en ochtend).

Heb je rolgordijnen of iets in die trant? Dan kun je weer een andere gemotoriseerd gevaarte aanschaffen, dat voor jou aan het bijbehorende koordje trekt. Omdat het per rolgordijn verschilt wat voor soort koord eraan hangt (dat is ook weer afhankelijk van waar de gordijnen zelf mee geleverd worden), dien je wel even te checken of het product dat je op ogen hebt, jouw koordje ondersteunt. Vervolgens kun je eigenlijk hetzelfde doen als met de andere gordijnen. Je kunt ze handmatig bedienen via een app in de knop of op basis van een vast schema het werk laten uitvoeren.

En dan hebben we natuurlijk nog de meest moderne categorie: de gordijnen die meteen slim zijn. Deze oplossing is met name handig voor mensen die lekker aan het verbouwen zijn, bijvoorbeeld. Of natuurlijk gewoon voor iedereen die op zoek is naar iets nieuws en dit gewoon ziet zitten. Dergelijke systemen zijn wel relatief duur; je betaalt namelijk niet alleen voor het systeem, ook schaf je meteen nieuwe gordijnen aan. In het gebruik verschilt deze oplossing vrij weinig van de retrofit-oplossing: ook hier bedien je de gordijnen automatisch of via een zelf ingestelde routine. Superhandig.

Integratie met smarthomesystemen

Nu is het logisch dat je van tevoren nadenkt over wat voor soort oplossing je wil of nodig hebt. Daarbij zijn er een aantal kanttekeningen om rekening mee te houden. Sommige van die motoren zijn vrij log of lomp en kunnen niet altijd netjes weggewerkt worden, bijvoorbeeld. Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar als je om een fijne sfeer geeft in huis, is dat zeker iets om in acht te nemen. Daarnaast zou het fijn zijn als de slimme gordijnen, in welke vorm dan ook, mee kunnen doen met de rest van je smarthome. Niet elk slim systeem ondersteunt jouw platform naar keuze.

Wellicht valt dat in de toekomst nog mee, wanneer smarthomeplatform Matter goed en wel gelanceerd is. Dat is een platform waarmee eigenlijk alle producten (die Matter ondersteunen) onderling met elkaar kunnen communiceren en op elkaar kunnen reageren. Nu heb je daar nog systemen als Google Home, Apple HomeKit, Homey, Fibaro of IFTTT voor nodig – en dan moet je eigenlijk maar hopen dat het systeem dat jij op het oog heeft, de platformen ondersteunt die je reeds gebruikt. Lees je dus goed in via productpagina’s, nieuwsberichten en recensies.

Wanneer een systeem voor slimme gordijnen jouw favoriete smarthomeplatform support, dan kun je dat vervolgens bedienen middels een stemopdracht. Ook kun je de gordijnen opnemen in routines. Dat betekent dat wanneer je bijvoorbeeld roept “Hey Google, tijd voor een fijne sfeer”, dat de lampen op de modus Ontspannend gaan, er een lekker zacht muziekje opgezet wordt en de gordijnen voor je dichtgedaan worden. Uiteraard kun je via de apps van de fabrikant of de platformhouder vaak helemaal instellen wat je wil (ook al zijn er soms wat beperkingen).

Slimme gordijnen: verschillende systemen

Nu je weet welke soorten slimme gordijnen er zijn en waar je zoal rekening mee moet houden, is het tijd om de bekendste merken eens onder de loep te nemen. Hieronder volgt een overzicht van bestaande systemen die slimme gordijnen aanbieden. Ook plaatsen we hier relevant nieuws, tests en reviews en aanverwante achtergrondartikelen bij.

Somfy (TaHoma)

Somfy is één van de grootste merken binnen dit segment. De fabrikant biedt zelf verschillende soorten raamdecoratie aan, die allemaal binnen een systeem genaamd TaHoma werken. Dat smarthomeplatform ondersteunt tevens meer dan driehonderd verschillende producten die niet van Somfy afkomstig zijn. Het is dus een redelijk open systeem dat redelijk wat flexibiliteit biedt. Daarnaast is er ondersteuning voor Google Assistent en Siri, evenals Amazon Alexa.

SwitchBot

Het bedrijf SwitchBot maakt retrofit-oplossingen voor bestaande gordijnen (die je horizontaal verplaatst). Eén van de bekendste producten van dit bedrijf is de SwitchBot Curtain. Dit is een compact apparaatje dat je aan de bestaande rails bevestigt, waarmee je de gordijnen dus op een slimme manier kunt bedienen. De ingebouwde accu gaat ongeveer acht maanden mee. Maar wanneer je er een zonnepaneel aan koppelt, dan blijft het systeem langer zelfstandig werken. Dit systeem ondersteunt tot slot Google Assistent, Amazon Alexa, Siri Snelkoppelingen, SmartThings, Clova en IFTTT.

Slide

Als alternatief op de SwitchBot heb je ook de uit Nederland afkomstige Slide. Dit vrij dure apparaat (in vergelijking met de SwitchBot dan) bevestig je eveneens aan de gordijnrails die je reeds geïnstalleerd hebt. Na een korte installatie van een paar minuten kun je de domme hanggordijnen al bedienen via de app, en kun je uiteraard zaken als routines en schema’s instellen. Slide koppel je onder meer aan de uitgebreidere systemen van Homey en Home Assistant.

Ikea

We kunnen bijna niet anders zeggen dan dat Ikea niet in deze lijst mag ontbreken. De Zweedse meubelmaker biedt vaak goede producten aan voor relatief lage prijzen, en dat zien we ook met de slimme gordijnsystemen genaamd Fyrtur en Kadrilj. In beide gevallen gaat het om slimme rolgordijnen, die volledig koordloos zijn. De bediening verloopt dus volledig via de bijbehorende app, en los verkrijgbare slimme knop of via een gekoppeld smarthomesysteem. Je hebt dan de keuze uit Amazon Alexa, Google Home of Apple HomeKit.

Aqara

Aqara is een Chinese fabrikant van allerlei slimme, voornamelijk retrofit-oplossingen. Naast slimme sensoren en opties voor de verwarming, biedt dit merk ook een product voor rolgordijnen aan: de Roller Shade Driver E1. Omdat het merk ook allerlei sensoren aanbiedt, kun je de gekoppelde rolgordijnen bijvoorbeeld laten reageren op zonlicht, waardoor ze geheel zonder jouw tussenkomst kunnen reageren op eventuele behoeften die je hebt. De ingebouwde accu gaat twee maanden mee. Je koppelt dit systeem onder meer aan Google Assistent, Apple HomeKit en Amazon Alexa.

Ben je benieuwd geworden naar slimme gordijnen voor in huis? Bij Bol.com vind je een hoop interessante producten!

👀Behoefte aan nog meer privacy? Overweeg zonwering!

Vraag een offerte aan voor zonwering:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.