ID.nl logo
Wat is e-sim?
© Reshift Digital
Huis

Wat is e-sim?

Alle smartphones hebben een fysieke simkaart, maar hoelang nog? De opvolger, e-sim, staat voor de deur en breekt in steeds meer landen door. Wat is e-sim precies en wanneer kunnen we er in Nederland mee aan de slag?

De simkaart is oud, zelfs ouder dan de smartphone. Het fysieke kaartje zat jaren geleden al in de logge Nokia’s en andere featurephones, en is vandaag de dag nog steeds vereist voor een werkend (sim-only)abonnement of prepaid. Onhandig als je overstapt naar een andere provider, een nieuw nummer krijgt of wanneer je telefoon kwijt/stuk/gestolen is, want dan is je simkaart ook verdwenen en moet je een nieuwe aanvragen.

Wat is e-sim en wat zijn de voordelen

De e-sim-technologie lost deze problemen op. Een e-sim is namelijk geen fysieke simkaart, maar een kleine chip die in je telefoon is gebouwd. Als je je voor het eerst aanmeldt op je nieuwe e-sim-smartphone, geef je aan bij welke provider je zit. De e-sim-chip downloadt vervolgens de vereiste data en instellingen om je digitale simkaart te activeren. Verder werkt e-sim hetzelfde als een normale simkaart.

Voordelen voor de telefoonfabrikant

In een e-sim-telefoon hoef je geen simkaart te stoppen, en dat heeft voordelen voor de fabrikant en de gebruiker. Omdat een e-sim-toestel geen simkaartlade nodig heeft, is het eenvoudiger om een toestel water- en stofbestendig te maken. Bovendien kan de smartphonefabrikant het apparaat iets compacter en lichter ontwerpen of voor een iets grotere accu kiezen. Handig voor de maker dus, al moet die wel een piepkleine e-sim-chip aanschaffen en in het toestel zetten.

©PXimport

Zo profiteer jij van e-sim

Voor jou als gebruiker is e-sim vrij van de nadelen van een traditionele simkaart. Je simkaart kan dus niet gestolen en misbruikt worden en niet breken, bijvoorbeeld. Het grootste voordeel is dat e-sim direct werkt op je nieuwe smartphone. Heb je – om welke reden dan ook – een nieuwe simkaart nodig, dan hoef je niet te wachten tot die per post gearriveerd is. Dat is uiteraard fijn voor jou, maar het scheelt je provider ook tijd en geld.

Deze apparaten ondersteunen e-sim

Het aantal elektronicafabrikanten dat e-sim ondersteunt, is zeer beperkt. Op moment van schrijven verkopen alleen Apple en Google smartphones en tablets die compatibel zijn met e-sim. Bij Apple gaat het om de nieuwe iPhone XS, XS Max en XR en iPad Pro (11 inch en derde generatie 12,9 inch). Oudere iPad Pro-modellen ondersteunen Apple Sim, wat inhoudt dat je een fysieke nanosimkaart in de tablet kan stoppen.

Verschillende smartwatches, waaronder de Apple Watch en nieuwere Samsung-modellen, zijn ook compatibel met e-sim. De Google Pixel 2 (XL), Google Pixel 3 (XL) en Google Pixel 4 (XL) werken ook met e-sim maar worden officieel niet in Nederland verkocht. Je kan wel een Pixel importeren uit bijvoorbeeld Duitsland, maar dat hoef je niet te doen om de e-sim-ondersteuning.

©PXimport

Toekomst van e-sim in Nederland

Vanaf 21 augustus wordt e-sim ook in Nederland ondersteund. Provider T-Mobile biedt als enige e-sim aan, maar helaas komt T-Mobile met een nare beperking: je mag slechts twee keer per jaar van toestel wisselen. Een beperking die veel voordelen van e-sim wegneemt. In omliggende landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk wordt e-sim door een enkele provider ondersteund, maar ook daar loopt het niet storm. Google belooft dat er de komende maanden meer providers e-sim gaan aanbieden, maar geeft geen details. Het is daarom niet duidelijk of providers in Nederland mee gaan doen. In september 2018 lieten de providers (VodafoneZiggo en KPN) aan Nu.nl weten dat ze voorlopig geen e-sim gaan ondersteunen. De markt zou nog te klein zijn.

Dat zou kunnen, maar er lijkt ook een andere verklaring. Hoewel de bedrijven het niet snel zullen toegeven, zijn providers bang dat de komst van e-sim ze klanten gaat kosten, want het wisselen van provider wordt veel eenvoudiger. Een ander abonnement afsluiten gaat straks sneller en zonder een fysieke simkaart over te zetten.

En een telefoon met een simkaartslot én e-sim-ondersteuning laat je twee mobiele abonnementen op één toestel gebruiken. Handig voor werk en privé, maar ook om een abonnement met belminuten en sms’jes te combineren met een scherp geprijsd data only-abonnement. Dit kan voordeliger zijn dan één alles-in-een-abonnement, en dat is tegen het zere been van de meeste telecomproviders.

Hoe telefoonfabrikanten denken over e-sim, is veelal onduidelijk. Apple en Google zijn er in ieder geval voorstander van. Andere merken hebben zich nog niet uitgesproken over e-sim en hebben – zoals je hierboven las – nog geen e-sim-toestellen uitgebracht. Google schrijft in een blogpost dat het graag meer smartphones, smartwatches, tablets en laptops met e-sim-ondersteuning ziet verschijnen. Het techbedrijf wil fabrikanten helpen om e-sim te integreren in hun producten. Als dat gebeurt, ontstaat er ook meer reden voor providers om e-sim te ondersteunen.

Is e-sim veilig?

De techniek achter e-sim is nog in ontwikkeling. Dat is wel nodig ook. RTL Nieuws kwam er onlangs achter dat hackers een 06-nummer van een persoon over kunnen nemen. Hiervoor moet de hacker wel toegang hebben tot je T-Mobile-account. Omdat de provider geen verdere verificatie toepast, kan ieder toestel gekoppeld worden met het mobiele telefoonnummer. Een gekaapt nummer kan natuurlijk in de kosten lopen, met prijzige betaalnummers. Maar het kan ook gebruikt worden om tweestapsverificatie te kapen of accounts over te nemen, zoals je WhatsApp. Zorg dus dat je een sterk wachtwoord gebruikt voor je T-Mobile-account, dat je op geen enkel ander platform hergebruikt. T-Mobile heeft intussen het proces verbeterd om fraude met e-sim te voorkomen, door een verificatie-sms te sturen naar de klant.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.