ID.nl logo
Review Samsung Galaxy A51 – de beste midranger van Samsung
© Reshift Digital
Huis

Review Samsung Galaxy A51 – de beste midranger van Samsung

Samsung bracht vorig jaar één van de beste midrange toestellen uit van dat moment, toen de Samsung Galaxy A50 ten tonele verscheen. De verwachtingen voor diens opvolger, de Samsung Galaxy A51, zijn daarom hooggespannen. Maakt de smartphone die verwachtingen waar? Lees het in onze Samsung Galaxy A51 review.

Look and feel

Samsung heeft het design van de Samsung Galaxy A51 op het 2020-niveau gebracht dat nodig was. We zien een cameragat met een enkele frontcamera bovenin het grote amoled-scherm zitten van 6,5-inch. De grootte van de kin is minimaal en vergelijkbaar met andere Galaxy-smartphones. Het toestel beschikt over usb-c én een koptelefoonaansluiting, die wat ons betreft altijd welkom is. Achterop treffen we een rechthoekige module aan met maar liefst vier camera’s, waardoor op het eerste gezicht niet opvalt dat je hier met een midrange apparaat te maken hebt.

Wanneer je de Samsung Galaxy A51 echter beetpakt, dan breekt die illusie: je voelt aan het plastic omhulsel dat het toch geen high-end smartphone is. Dat is helemaal niet erg: het voordeel van plastic is dat het toestel redelijk robuust is. Hij zal niet snel kapot vallen wanneer die uit je handen glipt, in tegenstelling tot het glas dat tegenwoordig op smartphones aanwezig is. Daarnaast is hij lekker licht en ligt hij lekker in de hand. Ons model heeft de blauwe kleur meegekregen die erg fris oogt, terwijl de glanzende finish het uiterlijk gelukkig niet goedkoop doet overkomen.

Het is wel opletten geblazen, want de Samsung Galaxy A51 heeft geen ip-certificaat. Dat betekent dat hij dus niet tegen water of stof kan. Die paar regendruppels zal die nog net overleven; laat je hem echter in een plas of bak met water vallen, dan kan het al gauw einde oefening zijn. Dat is eigenlijk het grootste nadeel van de behuizing, eentje dat je echt in het achterhoofd moet houden.

©PXimport

Relatief langzame processor

De Samsung Galaxy A51 is voorzien van tenminste 4 GB aan werkgeheugen en 128 GB aan opslagruimte. De hoeveelheid werkgeheugen is meer dan voldoende voor Android en het OneUI, de eigen softwareschil van Samsung. 128 GB lijkt misschien niet veel, maar je kunt er toch meer dan genoeg foto’s en video’s mee opslaan of games en apps op installeren. Mocht dat niet genoeg zijn, wees dan niet getreurd: je kunt een micro-sd-kaart gebruiken om de opslagruimte uit te breiden.

De processor is slechts marginaal beter als we hem naast het andere toestel leggen. Er zijn vier kernen aanwezig die geklokt zijn op 2,3 GHz, terwijl de andere vier energiezuiniger zijn met een kloksnelheid van 1,7 GHz. In de praktijk betekent het dat je nog wel eens tegen wat gestotter aanloopt: het kan zijn dat browsen wat langer duurt dan je misschien gewend bent of dat het systeem het soms moeilijk heeft met het commando dat je geeft. Gelukkig kun je wel veel games in een hoge resolutie (blijven) spelen. Het zijn kleine ergernissen, maar ook niet meer dan dat.

Verder is er een accu met een vermogen van 4000 mAh, waardoor je verzekerd bent van een lange gebruikersduur. Als je er niet te veel op gamet, dan doe je er gemakkelijk anderhalve dag over om hem leeg te krijgen. Opladen is gelukkig, dankzij de usb-c-poort, zo gebeurt. Draadloos opladen zit er helaas niet in.

Display en vingerafdrukscanner

In vergelijking met zijn voorganger is het scherm van de Samsung Galaxy A51 iets groter (6,4-inch tegenover 6,5-inch) en dat betekent dat het toestel iets hoger en smaller is. De resolutie bedraagt 2400 bij 1080 pixels. Op dit scherm kom je uit op een pixeldichtheid van 404 pixels per inch (ppi) en dat is een behoorlijk strakke score (boven de 400 ppi wordt over het algemeen als goed bevonden). Het beeld is zeer scherp, de kleuren zijn levendig (dit kun je zelf instellen) en de kijkhoek is goed en dat heeft het toestel allemaal te danken aan het feit dat er dus een amoled-display aanwezig is.

De vingerafdrukscanner van de Samsung Galaxy A51 zit in het beeldscherm verwerkt. Daardoor heeft het toestel de allure van een high-end smartphone, aangezien deze technologie daar als eerste geïntroduceerd werd. De scanner is vergelijkbaar met andere vingerafdruklezers van Samsung: ze zijn over het algemeen betrouwbaar en accuraat, maar je zult meer dan eens je vinger opnieuw op het scangebied moeten leggen. Je vingerafdruk wordt niet altijd meteen of heel snel herkend.

©PXimport

©PXimport

©CIDimport

Android 10 én OneUI 2.0

De laatste maanden is Samsung een stuk sneller als het om software-updates gaat. En dat is te merken aan de Samsung Galaxy A51, die voorzien is van Android 10 en OneUI 2.0. Dat betekent dat deze midranger eerder toegang heeft tot de nieuwste softwareversies dan bijvoorbeeld de Samsung Galaxy S20-serie, wat laat zien dat het Zuid-Koreaanse bedrijf zijn rol als softwareontwikkelaar en de markt voor midrange smartphones serieus neemt. Ook mag je rekenen op twee Android-upgrades.

OneUI 2.0 is zeer gebruiksvriendelijke software met het hart op de juiste plek. De software verbergt functies niet en maakt je telefoon instellen overzichtelijker dan ooit. Daarnaast kun je (automatisch) overschakelen op een donkere thema voor je complete telefoon, wat zeer prettig is in de avond en handig voor de accu. Wat ons betreft heeft Samsung de laatste maanden zo veel geïnvesteerd in OneUI dat het inmiddels één van de beste Android-softwareschillen is van dit moment.

De grootste nieuwe verandering is de manier van navigeren. Voorheen gebruikte je hiervoor de drie knoppen onderin beeld, maar nu kun je instellen dat alles meer op basis van bewegingen gaat (zoals we eerder bijvoorbeeld al zagen op Pixel- en OnePlus-telefoons). Door van beneden naar boven te vegen open je de app-lade en door wederom van beneden naar boven te vegen en je duim even op het scherm te houden, open je de weergave voor recente apps. Als je met je duim of vinger vanaf de zijkant naar het midden veegt, dan ga je een pagina terug binnen de app of interface.

Helaas is het zo dat de twee minpunten van de Samsung-software ook hier aanwezig zijn: je kunt stemassistent Bixby niet uitschakelen en ook de standaardapplicaties zijn niet te verwijderen. Daardoor kan het zijn dat je op den duur met dubbele applicaties zit. Gelukkig kun je sommige apps wel verbergen in de lade, maar daarmee los je het probleem slecht gedeeltelijk op.

©CIDimport

Rechthoekige cameramodule met vier camera’s

Helemaal nieuw is de rechthoekige cameramodule. Dit gevaarte bestaat uit een dieptesensor van 5-megapixel, een hoofdcamera van 48-megapixel, een ultragroothoeklens van 12-megapixel en nog een macrolens van 5-megapixel. Niet alleen schiet je nu plaatjes in hogere resolutie in vergelijking met het model van vorig jaar, ook krijg je toegang tot compleet nieuwe lenzen.

Wanneer je kiekjes maakt met de 48-megapixelhoofdcamera dan valt op hoeveel detail en kleur vastgelegd wordt. Maak je bijvoorbeeld een foto van een omgeving met veel gras, dan kan het goed zijn dat je veel verschillende kleuren groen voorbij ziet komen. Ook andere details in de omgeving, zoals een hek, wat bomen of misschien wel dieren staat er fatsoenlijk en met genoeg detail op. Schakel je echter over op de groothoeklens, dan mis je heel wat fijne details. Ja, je zet in feite meer op één foto, maar de kwaliteit is over het algemeen iets minder. De kleuren ogen wat meer flets en het verschil in kleurweergave is meteen duidelijk.

©CIDimport

Met de macrocamera maak je dan wel weer mooie foto’s met een simpele druk op de knop. Je kunt objecten heel dicht bij de lens houden en de telefoon het werk laten doen. Het object op de voorgrond staat er dan mooi op, terwijl de achtergrond netjes wazig gemaakt wordt. Verder kunnen we digitaal inzoomen niet aanraden, want de foto’s gaan dan rap in kwaliteit achteruit. De selfiecamera werkt ook zoals je mag verwachten: je staat er zelf mooi op, terwijl de achtergrond minder scherp in beeld gebracht wordt. Voor alle camera’s geldt eigenlijk dat er voldoende licht aanwezig moet zijn, want anders vallen details snel weg, ogen beelden wat korrelig en komen de kleuren niet goed uit de verf. Dat geldt voor de fotografen, maar ook de videomakers onder ons.

Verder is het mogelijk met de hoofdcamera van 48-megapixel video’s in 4K te schieten, op dertig frames per seconde. Met de frontcamera kun je video’s in 1080p maken. In beide gevallen oogt de kwaliteit helder en gedetailleerd en zien we dat kleuren mooi gevangen worden.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Samsung Galaxy A51 – conclusie

Al met al kunnen we stellen dat de Samsung Galaxy A51 een fijne opvolger geworden is van één van de meest fijne midrangers van vorig jaar. Niet alleen krijg je een iets groter scherm, meer opslagruimte én meer camera’s, ook krijg je meteen toegang tot de meest recente versie van Android én het OneUI van Samsung.

Er kleven echter ook nadelen aan de smartphone. Zo is het heel fijn dat we nu meer camera’s hebben die meer mogelijkheden ontgrendelen, maar zonder voldoende licht komen die foto’s niet altijd heel goed uit de verf. Daarnaast merken we dat de processor soms wat te wensen over laat (maar je kunt niet alles hebben in dit segment) en vinden we het jammer dat er geen officieel ip-certificaat is. Dat laatste is nog wel te begrijpen, zodat de kosten en daardoor de prijs laag kunnen blijven.

Onderaan de streep blijft er wel een smartphone over die mooie prijs-kwaliteitverhouding heeft als je kijkt naar het amoled-scherm en de koptelefoonaansluiting. Want hoewel er toch nog wat kanttekeningen zijn, is er meer dan genoeg om van te houden. Wil je een toffe, goede smartphone waar je geen vakantie voor hoeft in te leveren, dan is de Samsung Galaxy A51 iets voor jou.

Uitstekend
Conclusie

**Adviesprijs** vanaf € 269,- **OS** OS Android 10, OneUI2 **Kleuren** wit, roze, blauw **Scherm** 6,5 inch super amoled (2400 x 1080) **Processor** 2,3 Ghz octacore (Exynos 9611) **RAM** 4GB **Opslag** 128GB **Batterij** 4.000 mAh **Camera** 48, 32 en 12 en 5 megapixel (achter), 32 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps, nfc **Formaat** 15,8 x 7,4 x 0,79 cm **Gewicht** 172 gram **Overig** Vingerafdrukscanner achter scherm, usb-c, dualsim

Plus- en minpunten
  • Mooi en groot amoled-scherm
  • Design en software ogen fris
  • Meer opslagruimte dan voorganger
  • Cameramodule
  • Processor wat langzaam
  • Geen ip-certificaat
  • Vingerafdruklezer niet snel
  • Fotograferen in de avond
▼ Volgende artikel
Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard
© Wildlight Entertainment
Huis

Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard

Er vallen ontslagen bij Wildlight Entertainment, dat eind januari nog hun multiplayergame Highguard uitbracht.

Wildlight bevestigde eerdere geruchten over een ontslagronde op social media. "Vandaag hebben we de moeilijke beslissing gemaakt om afscheid te nemen van een aantal teamleden, terwijl we een kerngroep van ontwikkelaars aanhouden om de game te blijven ondersteunen en innoveren."

Het bericht vervolgt: "We zijn trots op het team, talent en het product dat we samen hebben gecreëerd. We zijn ook enorm dankbaar voor de spelers die een poging waagden om de game te spelen, en allen die onderdeel van onze gemeenschap blijven."

View post on X

Grootschalige ontslagronde

Hoewel Wildlight niet praat over de precieze hoeveelheid ontslagen, lijkt de vermelding van een "kernteam" dat overblijft te suggereren dat het om een aanzienlijke hoeveelheid mensen gaat.

Dat komt overeen met een LinkedIn-bericht van Alex Graner, een ontwikkelaar van die game die eerder ook aan Battlefield 6 werkte. Hij laat weten dat "het grootste gedeelte van het team" ontslagen is, waaronder hij zelf.

Over Highguard

Highguard is de debuutgame van Wildlight Entertainment. De game viel op voorhand vooral op omdat er een trailer van werd getoond aan het einde van The Game Awards eind vorig jaar. Die positie is meestal gereserveerd voor grote aankondigingen en aankomende games, en sommige kijkers vonden Highguard daar niet onder behoren.

Sinds eind vorige maand is Highguard speelbaar via Steam. De game ontving veel negatieve gebruikersrecensies, al heeft dat Wildlight niet tegengehouden om updates uit te blijven brengen. Rond release bereikte het spel een indrukwekkende gelijktijdige spelerspiek van bijna 100.000 mensen op Steam, maar inmiddels hangen de gelijktijdige spelersaantallen onder de 10.000. Het is dan ook aannemelijk dat dit deels de keuze om een grootschalige ontslagronde door te voeren heeft beïnvloed.

Lees hier meer informatie over Highguard.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.