ID.nl logo
Wolfgang AT-AS45Q2 - Topper voor klein budget
© Reshift Digital
Huis

Wolfgang AT-AS45Q2 - Topper voor klein budget

Wolfgang blijft kansen zien in het middensegment van de smartphonemarkt. De meeste telefoons die we van Wolfgang zien, zitten dan ook onderaan dit segment. Datzelfde geldt voor deze nieuwe AT-AS45Q2. Voor net geen 200 euro heb je deze Android-smartphone op zak. Lees hier wat hij te bieden heeft.

Mooi design, maar niet spannend

Het design van de Wolfgang AT-AS45Q2 ziet er vrij goed uit. Hij is niet spannend, maar dankzij de zilverkleurige rand die langs het hele toestel loopt, de zilverkleurige volume- en vergrendelknop en de glanzende zwarte rand langs het beeldscherm, ziet het toestel er vrij chique uit.

©PXimport

De zilverkleurige afwerking zorgt ervoor dat het toestel er goed uitziet.

De achterkant is matzwart en voelt stroef aan, wat ervoor zorgt dat hij lekker in je hand ligt. Dit zorgt er wel voor dat je er snel krasjes en vingers op ziet. De afgeronde hoeken zorgen voor een nog prettigere houvast. Het enige wat ervoor zorgt dat de telefoon zijn charme verliest, is het grote witte Wolfgang logo op de achterkant van het toestel.

©PXimport

Een groot Wolfgang logo op de wat gevoelige, maar prettig vast te houden achterkant van het toestel.

Bovenop het toestel vinden we de standaard aansluitingen terug: de micro-usb ingang voor je oplader en de 3,5 mm aansluiting voor je koptelefoon. Bij deze koptelefoon merk je al snel een groot mankement. Gebruik je namelijk oordopjes of een koptelefoon met daaraan een bedieningspaneel voor je muziek en het opnemen van gesprekken, dan zorgt dit er direct voor dat je niet fatsoenlijk muziek kan luisteren. Dit is niet het eerste Wolfgang toestel waar dit probleem zich voordoet. Het geluid wordt extreem gedempt en alle lage tonen verdwijnen. Deze komen pas weer terug als je de opneemknop indrukt.

Als je naar de aansluiting kijkt, zie je ook dat de aansluiting van de oordopjes of koptelefoon niet in zijn geheel de telefoon in gaat; er blijft een stukje uitsteken en daar lijkt het probleem zich voor te doen. Wil je deze telefoon dus gebruiken om je favoriete muziek af te spelen, dan ben je gebonden aan een geluidssetje zonder bedieningspaneel of de headset die Wolfgang meelevert.

©PXimport

Vervelend: je kan niet normaal muziek luisteren met bijvoorbeeld je Apple oordopjes.

Geen HD, wel scherp

Het toestel beschikt over een 4,5 inch qHD IPS scherm met een resolutie van 960 bij 540 pixels. Dankzij de 4,5 inch kan je het scherm prima met één hand bedienen. De kleuren zijn helder en natuurlijk. Wel merk je dat ze wat minder uitgesproken zijn dan bij een toestel uit een hogere prijsklasse, maar doet zeker niet onder bij andere toestellen uit het middensegment.

Helaas heeft Wolfgang het nog niet voor elkaar gekregen om de kijkhoek te verbeteren. Deze is nog steeds slecht en ook in de volle zon is het scherm slecht af te lezen. Dit hebben we al bij veel andere Wolfgang telefoons gezien en het wordt tijd dat Wolfgang dit gaat verbeteren.

Toch word je zeker niet teleurgesteld door dit beeldscherm. Het is lekker scherp, de kleuren zijn erg mooi en het scherm is helder. De slechte kijkhoek mag je dan voor lief nemen.

©PXimport

Helaas laat de kijkhoek, net als bij veel andere Wolfgangs, wat te wensen over.

Snel dankzij zijn quadcore-processor

Met een 1,5 GHz quadcore-processor aan boord, hoef je je geen zorgen te maken over de snelheid van de Wolfgang AT-AS45Q2. Hij vliegt door de menu's en multitasken is ook geen probleem. Ook internet is lekker snel. Hij was tijdens een vergelijking met een toptoestel slechts een paar seconden langzamer met het laden van Computertotaal.nl. Voor een toestel van amper 200 euro is dat een goede prestatie.

Ook gamen geeft weinig problemen. De echt zware spellen kan je beter mijden maar wat lichtere games zijn geen enkel probleem. Het touchscreen werkt ook goed, dus zowel gamen als typen gaat feilloos. Ook als je snel typt, weet het toestel je goed bij te houden. Daarnaast werkt ook de Nederlandse autocorrectie prettig en beschikt je toetsenbord ook over swype.

De specificaties van het toestel zijn goed, maar zorgen er niet voor dat je batterij wordt leeggezogen. Een dag met je toestel doen is dan ook geen enkel probleem.

©PXimport

Goede prestaties voor een toestel in dit prijssegment.

Conclusie

Wolfgang heeft met dit toestel bewezen dat ze prima mee kunnen binnen het middensegment. Het toestel is vlot, ziet er leuk uit (op het grote Wolfgang logo na), heeft een goed scherm en werkt fijn. Hij is dan ook zeker de 189 euro waard. De enige punten waar Wolfgang nog steeds steken laat vallen, is bij de koptelefoon-aansluiting en bij de kijkhoek van het scherm. Hecht je aan deze punten weinig waarde? Dan is de AT-AS45Q2 zeker een aanrader.

Uitstekend
Conclusie

Wolfgang AT-AS45Q2 ------------------ **Prijs:** 189 euro **Besturingssysteem:** Android 4.2 **Beeldscherm:** 4 inch (900x540) **Camera:** 8 megapixel (3 megapixel voorop het toestel) **Processor:** 1.5 GHz quad-core (MediaTek MT6589T) **Werkgeheugen:** 1 GB **Opslaggeheugen:** 4 GB **Uitbreidbaar geheugen:** Micro-sd **Afmetingen:** 131 mm x 67 mm x 10 mm **Gewicht:** 160 gram **Accu:** 2050 mAh **Bijzonderheden:** Dual-sim functie

Plus- en minpunten
  • Lekker snel
  • Mooi scherm
  • Chique design
  • Kijkhoek
  • Aansluiting koptelefoon
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.