ID.nl logo
Review Samsung Galaxy S25 – Goed, maar saai
© Rens Blom
Huis

Review Samsung Galaxy S25 – Goed, maar saai

De Samsung Galaxy S25 is een smartphone die we velen kunnen aanraden, want hij werkt als een trein en doet alles wat je wilt. Maar het is ook een smartphone die al heel snel vertrouwd aanvoelt, want serieuze innovaties ontbreken. Daar kan Samsungs nadruk op gave AI-functies geen verandering in brengen.

Uitstekend
Conclusie

De Samsung Galaxy S25 is een erg prettige en complete smartphone waar je jaren plezier van kunt hebben. De prijs vinden we dan ook gerechtvaardigd. Maar daar moeten we meteen bij zeggen dat het ook kan lonen om de S24 van het jaar ervoor te nemen, aangezien die op veel punten vergelijkbaar presteert en circa 200 euro goedkoper is dan de S25.

Plus- en minpunten
  • Relatief handzaam
  • Complete, premium gebruikerservaring
  • Lang updatebeleid
  • Basisvariant heeft slechts 128 GB opslag
  • Mogelijk per 2026 betalen voor ingebouwde AI-functies
  • Weinig innovatie t.o.v. de Galaxy S24

De Galaxy S25-serie bestaat op moment van schrijven uit drie modellen: de S25, S25 Plus en S25 Ultra. De S25 is het kleinste en goedkoopste model en komt in deze review aan bod. Lees hier onze review van de S25 Plus of hier onze review van de S25 Ultra.

©Rens Blom

Krappe basisvariant, lang updates

De S25 lijkt qua ontwerp veel op zijn grotere en duurdere broers, maar doet ook erg veel denken aan zijn voorganger: de S24. Die blijft voorlopig ook gewoon te koop, en is met zijn lagere prijs een interessant alternatief voor wie de S25 aan de dure kant vindt. De S25 draagt een adviesprijs van 849 euro voor het model met 128 GB opslagcapaciteit. Die variant raden we weinig mensen aan, want je kunt minder dan die 128 GB gebruiken. En als je jaren met de smartphone wilt doen, raakt de opslagcapaciteit door je foto's, video's, apps snel vol. Helemaal omdat elke update die de telefoon veiliger en beter maakt, ook ruimte inneemt. En je kunt heel wat updates verwachten, want Samsung belooft zeven jaar Android-upgrades en beveiligingsupdates. Een uitstekend updatebeleid dat vergelijkbaar is met Apple (iPhone) en Google (Pixel). Om daadwerkelijk jaren te kunnen doen met de S25, raden we je daarom niet de 128GB-variant maar de 256GB-versie aan. Die is eenmalig wat duurder, maar verzekert je op de lange termijn van meer opslagcapaciteit.

©Rens Blom

Drie goede camera's

Sowieso is de Galaxy S25 een smartphone waar je – als het goed is – jaren mee vooruit kunt. Het toestel heeft een degelijke behuizing van glas en aluminium, is waterdicht en stofbestendig en beschikt over krachtige, toekomstbestendige hardware. We noemen een razendsnelle Qualcomm Snapdragon 8 Elite-processor, maar liefst 12 GB werkgeheugen en ondersteuning voor technieken als wifi 7. De smartphone is erg snel in gebruik, doet alles wat je wilt en gaat een lange dag mee op een accubeurt. Opladen kan via de usb-c-poort of – langzamer – draadloos. Tel er drie goede camera's bij op en je hebt een complete telefoon waar je elke dag op kunt vertrouwen.

©Rens Blom

Van boven naar onder: hoofdcamera, groothoekcamera en drie keer zoom via de telelens.

©Rens Blom

Verschillende cameramodi op de S25, waaronder de maximale zoomfunctie (onderaan).

Lijkt erg veel op de S24

Bij dat laatste wringt de schoen echter ook. De Samsung Galaxy S25 is namelijk een hele typische Samsung-smartphone, en doet ons wel héél erg veel denken aan de S24 en de modellen ervoor. Het toestel oogt dusdanig herkenbaar dat niemand in onze omgeving doorhad dat we een nieuwe smartphone gebruikten. Ook qua scherm, accucapaciteit en oplaadsnelheid verschilt het nauwelijks van de S24. De camera's presteren íets beter, maar dat merk je eigenlijk alleen als je nu een (Samsung)smartphone van een paar jaar geleden gebruikt. Begrijp ons niet verkeerd: de Samsung Galaxy S25 is een hele fijne smartphone die we aan heel veel mensen kunnen aanraden als je een relatief handzame, nieuwe topsmartphone zoekt. Maar we moeten er ook bij zeggen dat de kans groot is dat je binnen een paar dagen vergeten bent dát je een nieuwe topsmartphone in je handen hebt.

©Rens Blom

De S25 is een fijne smartphone, maar de nieuwigheid is er al heel snel af.

De S25 is vertrouwd goed, zonder op te vallen. Hij gaat niet uitzonderlijk lang mee op een accubeurt, blaast je niet omver met zijn camera's, laadt de accu niet razendsnel op en heeft ook geen ontwerp dat de aandacht trekt. Dat is niet erg, maar maakt de S25 ook een beperkte upgrade ten opzichte van de S24. De S24 is weliswaar technisch íets minder goed en de softwareondersteuning stopt een jaar eerder, maar het actuele prijsverschil van circa 200 euro kan terecht een doorslaggevende factor zijn om voor het toestel van vorig jaar te gaan.  

Mogelijk betalen voor AI-functies

Samsung weet zelf natuurlijk ook dat de S24 en S25 veel op elkaar lijken. Het bedrijf zet in op kunstmatige intelligentie (AI) om de S25 meer te onderscheiden van zijn voorganger. Die had al wat AI-functies om je telefoonervaring slimmer en efficiënter te maken, en de S25 zet die trend voort. In de S25-software zijn meer handige foefjes gebouwd om de gebruikerservaring te verbeteren. Ons advies: verwacht daar niet te veel van. Sommige functies zijn handig, maar werken ook al op de S24 of komen via een software-update alsnog beschikbaar voor dit toestel. Andere AI-functies op de S25 werken nog niet in het Nederlands of voegen naar onze mening weinig toe.

©Rens Blom

Samsung houdt de deur open om zijn AI-functies per 2026 achter een betaalmuur te zetten.

Daar komt nog bij dat Samsung aangeeft dat zijn AI-functies ten minste tot eind 2025 gratis te gebruiken zijn. Of dat daarna zo blijft, laat het merk in het midden. Mogelijk moet je vanaf 2026 dus betalen om gebruik te kunnen (blijven) maken van geadverteerde AI-functies, nadat je al betaald hebt voor de smartphone. Samsung is er vooralsnog vaag over, wat naar ons idee geen verkoopargument is voor de AI-functies.

Conclusie: Samsung Galaxy S25 kopen?

De Samsung Galaxy S25 is een erg prettige en complete smartphone waar je jaren plezier van kunt hebben. De prijs vinden we dan ook gerechtvaardigd. Maar daar moeten we meteen bij zeggen dat het ook kan lonen om de S24 van het jaar ervoor te nemen, aangezien die op veel punten vergelijkbaar presteert en circa 200 euro goedkoper is dan de S25.  

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube