ID.nl logo
Review Nothing Phone (2): Onbekend, maar het kennen waard
© ID.nl
Huis

Review Nothing Phone (2): Onbekend, maar het kennen waard

De Engelse startup Nothing lanceert met de Phone (2) zijn tweede smartphone. Die is dus lang niet zo bekend als een telefoon van Apple of Samsung, maar wel degelijk interessant. Waarom? Dat lees je in deze Nothing Phone (2)-review.

Dit artikel in het kort:

  • Wat heeft de Nothing Phone (2) te bieden.
  • Waarin onderscheidt het toestel zich van telefoons in hetzelfde segment?
  • Wat zijn de plus- en minpunten?
  • En natuurlijk: is hij het geld waard?

Lees ook: Nothing Phone(1) - Opvallend onopvallend

De afgelopen twee weken heb ik (Rens Blom) de Nothing Phone (2) gebruikt, een telefoon die in Nederland te koop is vanaf 699 euro. Voor dat geld krijg je een versie met 12 GB werkgeheugen en 256 GB opslagcapaciteit. De Phone (2) is hiermee flink duurder dan de Phone (1) die vorig jaar uitkwam vanaf 469 euro en positief beoordeeld werd.

Uniek ontwerp

Het ontwerp van de Phone (2) valt op. Net als zijn voorganger is het toestel gemaakt van glas met een semitransparante achterkant die gebruikte onderdelen toont. Je ziet onder meer de oplaadspoel voor de draadloze oplader.

©Rens Blom

De Nothing Phone (2) heeft een semitransparante achterkant.

Interessanter zijn de led-stripjes. Dat zijn er meer en met meer zones dan in de Phone (1), waardoor de telefoon meer verlichtingsfuncties heeft. Je kunt de led-lampjes laten oplichten voor meldingen, om een aflopende timer of opladende accu te volgen en nog veel meer. Ik ben fan van deze unieke functie op een smartphone, die overigens ook uit te zetten is.

©Rens Blom

Een timer zie je via de ledstrip aflopen

Prettige gebruikservaring

Belangrijker dan een verfrissend ontwerp is de gebruikservaring van de smartphone. Die is gelukkig dik in orde. De Phone (2) is met zijn krachtige processor (Qualcomm Snapdragon 8 Gen1+) erg snel, geholpen door 12 GB werkgeheugen. Zware games spelen soepel af en alle bekende apps openen vliegensvlug. Al die apps, games en foto’s bewaar je op een ruime 256 GB opslagcapaciteit. Voor honderd euro meer koop je een 512GB-model.

De accuduur van de smartphone is dik in orde. Het is mij bij normaal gebruik niet gelukt om de accu in één dag leeg te krijgen. Een oplaadadapter moet je zelf regelen, en kies dan het liefst een 45watt-model. Zo laad je de accu het snelst op, namelijk in net geen uur. Je kunt de Nothing Phone (2) ook draadloos opladen (met 15 watt) en geschikte oordopjes of elektrische tandenborstel opladen door ze op de achterkant van de telefoon te leggen.

©Rens Blom

Deze cirkel is de spoel om de smartphone draadloos op te laden

Niet de beste camera's

De camera’s van de Phone (2) zijn goed, maar geen reden om juist deze smartphone te kopen. Voor hetzelfde geld koop je namelijk de Google Pixel 7 Pro, die veelzijdigere en betere camera’s heeft. Op de Phone (2) vind je een 50megapixel-hoofdcamera en een 50megapixel-groothoekcamera voor extra brede beelden. Met beide camera’s schiet je bij voldoende (dag)licht scherpe en kleurrijke foto’s. In een donkere omgeving heeft de Phone (2) het lastiger, wat deels komt omdat de camera-app geen speciale nachtmodus heeft.

©Rens Blom

Een foto gemaakt met de Nothing Phone (2)

©Rens Blom

Kleuren worden realistisch vastgelegd, ook met een blauwe lucht op de achtergrond

Een ander punt waarop de Phone (2) het aflegt tegen de Pixel 7 Pro en toestellen van Samsung en Apple is zoomen. De Nothing-telefoon mist namelijk een aparte zoomcamera. De Phone (2) zoomt dus niet, maar maakt een uitsnede van het beeld. Die bevat minder details dan een echte zoomfoto.  

©Rens Blom

De kop van de kat had hier iets minder donker mogen zijn

©Rens Blom

Met de groothoeklens zie je een groter deel van de omgeving. De kop van de kat is nog steeds nogal donker.

©Rens Blom

Op deze 2x-zoomfoto blijft de kop wat donker.

Toch echt een goede zoomfunctie nodig?

Met een losse lens haal je onderwerpen van veraf naar dichtbij!

Interessante software

Prettig aan de Nothing Phone (2) is de schone software-ervaring met verfrissende elementen. De telefoon draait op Android 13 en Nothing heeft hier weinig extra apps toegevoegd, wel handige functies. Zo kun je veel app-icoontjes een monochroom uiterlijk geven om ze minder aantrekkelijk te maken – handig als je vindt dat je te veel op je toestel zit. Genoeg app-icoontjes kunnen echter niet monochrome worden. Tof is dat gekoppelde Apple AirPods hun accustatus en die van het oplaaddoosje netjes in de bluetooth-instellingen tonen. Op andere Android-smartphones heb je daar een extra app voor nodig. Snel verbinden met je Tesla – als je die hebt, uiteraard – is ook mogelijk door deze experimentele functie op de Nothing Phone (2) te activeren.

Lees ook: Dit zijn de 10 beste smartphones van het jaar

©Rens Blom

De interface is opvallend, met standaard monochrome icoontjes.

©Rens Blom

Maar niet alle apps krijgen een monochroom icoontje.

©Rens Blom

Instellingen voor de verlichting op de achterkant.

Het updatebeleid van Nothing is gemiddeld, maar niet bovengemiddeld. De fabrikant geeft de Phone (2) drie versie-updates (Android 14, 15 en 16) en vier jaar lang beveiligingsupdates. Google belooft drie om vijf, Samsung zelfs vier om vijf. Een Apple iPhone krijgt vijf tot zes jaar updates.

Conclusie: Nothing Phone (2) kopen?

De Nothing Phone (2) is qua ontwerp een bijzondere smartphone en ik vind het lovenswaardig dat een merk zich op deze manier durf te onderscheiden in een markt waarin de meeste toestellen veel op elkaar lijken. Als telefoon zelf is de Phone (2) een degelijk premium model: erg snel, met een mooi scherm, lange accuduur en prettige software. Een interessante keuze in dit prijssegment dus, met de Google Pixel 7 Pro, Apple iPhone 13 en Samsung Galaxy S23 als serieuze alternatieven.


▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos