ID.nl logo
Review ASUS Zenfone 12 Ultra – Anonieme powerhouse
Huis

Review ASUS Zenfone 12 Ultra – Anonieme powerhouse

Als je het woord 'Ultra' achter de naam van een smartphone plakt, moet je als bedrijf wel iets bieden dat een smartphone ook echt ultra maakt. De ASUS Zenfone 12 Ultra biedt niets binnen die categorie – maar dat hoeft niet per se een probleem te zijn.

Ondermaats
Conclusie

De Zenfone 12 Ultra is een goed voorbeeld van een smartphone uit een serie die best een jaartje overgeslagen had kunnen worden (net als de Galaxy S25-lijn trouwens). Zonde, want ASUS maakt prima producten waar we normaal gesproken best blij van worden. De Zenfone 12 Ultra doet echter nauwelijks iets anders dan z'n voorganger en doet dat ook niet beter. Qua software zijn er sowieso geen opties die het toestel echt de moeite waard maken.

Plus- en minpunten
  • Nieuwste processor
  • Levendig oledscherm
  • Aanpassingsmogelijkheden software
  • Schiet overdag prima kiekjes
  • Achterhaald en saai ontwerp
  • Karig updatebeleid
  • Toestel wordt snel warm
  • Camera kan nog beter
  • Biedt niets unieks

Een pleidooi voor high-end smartphones die het simpel houden. Zo hadden we de recensie van de ASUS Zenfone 12 Ultra graag ingestoken. Maar dit toestel bewijst dat je ook daarin te ver kunt gaan. Zo op het eerste gezicht heeft de 12 Ultra geen ultra-eigenschappen, zoals een stylus of een spetterend camerasysteem. En ten opzichte van de Zenfone 11 Ultra is er op de processor na bovendien nagenoeg niets veranderd, maar toch moet je de hoofdprijs voor dit toestel betalen.

De ASUS Zenfone 12 Ultra heeft een adviesprijs van 1099 euro. Toegegeven, daar krijg je een hoop voor terug, ook in vergelijking met de concurrentie. Denk dan aan de nieuwste Qualcomm Snapdragon 8 Elite-processor (zelfde als in de OnePlus 13, Galaxy S25 Plus en Ultra en ROG Phone 9 Pro), 16 GB werkgeheugen en 512 GB opslagruimte. Dat is precies dezelfde configuratie als bij de OnePlus 13, en veel meer dan je bij de S25 Plus krijgt.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Snel en capabel

De Zenfone 12 Ultra is uitgerust met een Snapdragon 8 Elite-processor, en die zit je verder weinig in de weg. Ten opzichte van voorganger Snapdragon 8 Gen 3 scoort het systeem op verschillende punten (zoals rekenkracht, efficiëntie en gamingkwaliteiten) 20 tot 30 procent beter. Daar staat tegenover dat de accu het iets minder lang volhoudt, maar daar merk je eigenlijk weinig van. Dat komt alleen naar voren in tests; in de praktijk gaat het wellicht om een uur minder gebruik.

Opvallend is dat de chipset zelf ook weinig tegengehouden wordt. Bij de Zenfone 11 Ultra kwam naar voren dat die last had van throttling oftewel processorbeperking, bijvoorbeeld om de accuduur te verlengen. Maar uit onze test blijkt dat de ASUS Zenfone 12 Ultra een gemiddeld prestatiepercentage van 87 laat zien. Daarmee doet het toestel niet onder voor de concurrentie met dezelfde motor, maar hij kan zich er dus ook niet mee onderscheiden.

©Wesley Akkerman

Beetje anoniem

Dat laatste is eigenlijk het grootste probleem van de Zenfone 12 Ultra: het toestel is gewoon wat anoniem. Als je alle onderdelen los zou behandelen, komt er waarschijnlijk een andere beoordeling uit. Het scherm heeft een fijne, hoge resolutie, de kleuren ogen warm, vol en helder en de hoge verversingssnelheid van 144 Hertz zal niemand teleurstellen. De accu opladen gaat met een 65watt-lader – daarmee is hij sneller dan de Pixels of Galaxy's.

Verder zijn we nog altijd te spreken over de software. Als je het toestel installeert, kun je kiezen uit een kale of aangepaste Android-omgeving. Het aantal vooraf geïnstalleerde apps is daarnaast tot een minimum beperkt, en door enkele AI-opties kun je de Android-ervaring verder personaliseren. Zo kun je zelf unieke achtergronden laten genereren. Het verbeterde camerasysteem van z'n voorganger is bovendien ook weer van de partij. Allemaal mooie dingen dus.

©Wesley Akkerman

Dertig procent goedkoper

Zoomen we uit, dan zien we dat de ASUS Zenfone 12 Ultra in feite een ASUS Zenfone 11 Ultra is, maar dan met een nieuwe processor (en mogelijk wat kleine camera-aanpassingen). Leg je beide specslijsten naast elkaar, dan heb je eigenlijk maar één reden om voor de 12 Ultra te gaan, en dat is die nieuwe processor. En dat terwijl de Zenfone 11 Ultra ongeveer 30 procent goedkoper is dan z'n opvolger.

Niet alleen heeft de Zenfone 12 Ultra last van enkele nadelen die we bij andere high-end smartphones tegenkomen, ook neemt die de negatieve eigenschappen van z'n voorganger mee. Denk dan aan het karige updatebeleid van maximaal twee Android-upgrades en het camerasysteem dat de rivaliteit vermijdt. De beelden van de hoofdcamera ogen natuurlijk, maar bij andere lenzen al snel plat, flets en levenloos.

Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide

ASUS Zenfone 12 Ultra kopen?

Voor wie is de ASUS Zenfone 12 Ultra? Niet voor de consument, omdat je op vrijwel elk gebied wel een betere smartphone kunt vinden. Niet voor ASUS, want we kunnen ons niet voorstellen dat je het toestel van vorig jaar pakt, daar een nieuwe chipset in stopt, er een ander cijfertje op plakt en dan tevreden bent. De Zenfone 12 Ultra is een goed voorbeeld van een smartphone uit een serie die best een jaartje overgeslagen had kunnen worden (net als de Galaxy S25-lijn trouwens).

Zonde, want ASUS maakt prima producten waar we normaal gesproken best blij van worden. De Zenfone 12 Ultra doet echter nauwelijks iets anders dan z'n voorganger en doet dat ook niet beter. Qua software zijn er sowieso geen opties die het toestel de moeite waard maken. We kunnen telefoons waarderen die het simpel houden en weinig tot geen overbodige (AI-)opties aanbieden, maar dit model trekt dat idee tot in het extreme.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.