ID.nl logo
Review Poco X4 Pro 5G - Laat gemengde indruk achter
© Reshift Digital
Huis

Review Poco X4 Pro 5G - Laat gemengde indruk achter

Wanneer Poco met een nieuw toestel komt, dan is het raadzaam op te letten. De toestellen hebben vaak een mooie prijs-kwaliteitverhouding. Dat zagen we eerder nog met de Poco X3 Pro, maar hoe zit dat met de Poco X4 Pro 5G? We nemen het toestel onder de loep.

Hoewel we hier met een budgetsmartphone te maken hebben, zie je dat er niet van af. Zowel de voor- als achterkant is voorzien van glas. De bouwkwaliteit is vrij stevig, en dat spreekt vertrouwen uit, terwijl het gewicht van 207 gram ook iets premiums uitstraalt. Voor 299 euro voelt het niet alsof je een goedkope Chinese smartphone in huis haalt. 

De knoppen zitten aan de rechterkant van het toestel, met de vingerafdrukscanner in de powerknop, en alles is goed bereikbaar. Daarnaast is het fijn om te zien dat het toestel zowel een usb-c als koptelefoonaansluiting heeft. Achterop zit een vrij forse cameramodule, die onder meer een 108-megapixelcamera huisvest.

©PXimport

©PXimport

Minder snelle processor

De eerste indrukken zijn dus goed. Maar als we het toestel technisch ontleden, dan valt al snel de processor op. Dit is een Qualcomm Snapdragon 695-processor. Hoewel dit een vrij nieuwe chipset is, is die ook een stuk langzamer dan de processor in de X3 Pro. En niet zo zuinig ook: de drie jaar oude Snapdragon 860-processor is namelijk tot 35 procent sneller, zo blijkt uit tests.

Gelukkig merk je daar in het dagelijkse gebruik vrij weinig van, maar voor videogames kan het de ervaring nekken. Neem bijvoorbeeld Pokémon Go; hoewel de game speelbaar is, merk je wel dat het toestel het er zwaar mee heeft. Verder is er 6 tot 8 GB aan werkgeheugen en 128 tot 256 GB aan opslagruimte aanwezig.

Waarom Poco dan toch kiest voor een minder krachtige processor? Waarschijnlijk voor de ondersteuning van 5G-netwerken. Hoewel 5G in Nederland (nog altijd) niet zo breed uitgerold is als providers soms doen geloven, kan het inmiddels wel verstandig zijn een smartphone te kopen die dergelijke netwerken ondersteunt. Doe je lang met je smartphones, dan weet je ook zeker dat je niet snel nog een nieuw model nodig hebt. 

De Poco X4 Pro 5G beschikt verder over een accu met een vermogen van 5.000 mAh, die met gemak twee dagen meegaat. Opladen gaat ook lekker snel met de geleverde adapter: die laadt namelijk met een snelheid van 67 watt op. Niet uniek, wel heel tof.

©PXimport

©PXimport

Het is heel fijn om te zien dat Poco dit keer kiest voor een oled-scherm, eveneens van 6,67-inch. In vergelijking met toestellen die lcd-schermen hebben, zoals de Poco X3, levert dat een aanzienlijk verschil in kleurweergave op. Ook de kijkhoek is veel groter. Kleuren ogen prachtig op dit scherm en details op foto’s komen goed naar voren. 

Daarnaast is het tof dat de verversingssnelheid op 120 Hertz in te stellen is, waardoor door het menu scrollen ontzettend snel aanvoelt. De stereospeakers in de telefoon brengen goed verstaanbaar geluid ten gehore. Audioberichten op WhatsApp, podcasts en YouTube-video’s klinken allemaal prettig. Maar van een baslaag is – logischerwijs – geen sprake.

Software blijft een pijnpunt

Toen de Poco X3 Pro bijna een jaar geleden uitkwam, draaide het toestel het toen net beschikbare Android 11. Nu Android 12 beschikbaar is, verwacht je misschien dat de Poco X4 Pro 5G die versie ondersteunt, maar niets is minder waar. Helaas draait het toestel op ietwat oude software dus. Er heerst bovendien onduidelijkheid over het updatebeleid, aangezien Poco niet lijkt te garanderen dat je twee upgrades en drie jaar aan beveiligingsupdates krijgt. 

Dat is dus een dubbele klap in het gezicht van de consument: geen Android 14 en geen garantie op veiligheidsupdates. Daarnaast moet je er rekening mee houden dat er een behoorlijke aantal apps vooraf geïnstalleerd zijn.

©PXimport

©PXimport

Tel daarbij op dat de Android-ervaring op dit toestel enorm afwijkt van de norm en je houdt een suboptimale ervaring over. De MIUI-softwareschil is direct overgenomen van Xiaomi. Dat is niet vreemd, aangezien Poco eerst een dochteronderneming was. De indeling heeft heel veel weg van iOS en dat is een bewuste keuze. Maar alles werkt net even anders. De manier waarop je notificaties beheert, het snelle menu opent en het toestel over het algemeen instelt. 

Het hoeft geen groot nadeel te zijn, zeker niet voor terugkerende consumenten. Maar wanneer dit je eerste toestel van Poco (of in het verlengde daarvan: Xiaomi) is, dan is het wel degelijk even wennen.

Camerasysteem presteert prima

Het camerasysteem oogt minder uitgebreid dan op de Poco X3 Pro. De hoofdcamera beschikt over een 108-megapixelsensor. Dat lijkt een grote stap voorwaarts, maar dat is niet het complete verhaal. Het systeem beschikt namelijk over pixel binning. Dat houdt hier in dat negen pixels tot één pixel samengeperst worden. Foto’s ogen daardoor scherper en helderder, aangezien er meer licht opgenomen wordt. 

Daarnaast is er nog een groothoeklens van acht megapixel en een macrolens van twee megapixel. De groothoeklens heeft een kijkhoek van 118 graden. Beide lenzen voelen een beetje standaard aan en wekken weinig enthousiasme op; maar hoe bevalt het systeem verder?

©PXimport

©PXimport

Aangezien we nog steeds met een budgettoestel te maken hebben, mogen we de verwachtingen niet te hoog spannen. Desondanks zijn we onder de indruk van de camerakwaliteit. De beelden ogen – zeker in omgevingen met voldoende licht – kleurrijk, scherp en gedetailleerd. Aangezien er geen telelens aanwezig is, gebeurt inzoomen volledig digitaal. Dat is minder wenselijk. 

Maar wanneer je in de grootst mogelijke resolutie schiet, dan valt het resultaat redelijk mee. Helaas is er geen goede nachtmodus aanwezig en missen we ook een optische beeldstabilisator, waardoor foto’s soms wat bewogen of onduidelijk uit de bus komen. Maar dat is niet héél vreemd gezien het prijspunt.

Lees ook: Kun je ook met een budgettelefoon mooie foto's maken?

De andere twee lenzen gebruik je waarschijnlijk minder vaak. De beelden die uit de groothoeklens komen, ogen wat zachter in vergelijking met de hoofdcamera. Maar verder ogen de kleuren en het detailniveau gelijkwaardig. De macrolens is goed verstopt binnen de standaard camera-app en mogelijk is dat met reden. Want de kwaliteit is niets om over naar huis te schrijven. De camera heeft moeite met scherpstellen en dat is nou net waar die voor bedoeld is. 

De selfiecamera van zestien megapixel is tot slot prima. Je kunt de foto’s perfect gebruiken voor social media of gesprekken via videobellen. Het is niet bijzonder te noemen; maar voor deze prijs is functioneel gewoon goed.

©PXimport

©PXimport

Poco X4 Pro 5G – conclusie

Al met al laat de Poco X4 Pro 5G een gemengde indruk achter. We zijn enthousiast over het design en de premium feel van het toestel. Dat komt mede door het gewicht en het fantastische scherm. Daarnaast is de accu lekker groot en zijn we blij met de usb-c- en koptelefoonaansluitingen. Het camerasysteem is lekker functioneel en goed voor dit prijspunt.

Echter, de oude Android-versie, de hoeveelheid apps, de onduidelijkheid over updates en de langzamere processor gooien toch echt roet in het eten. We snappen dat je concessies doet voor budgetsmartphones, maar de verhoudingen liggen enorm scheef. Zeker op het gebied van software.

We kunnen het toestel daarom niet glansrijk aanbevelen. Niet totdat er meer duidelijkheid verschijnt over het updatebeleid. De andere negatieve eigenschappen wegen wellicht iets minder zwaar mee, omdat dat dingen zijn waar je rekening mee kunt houden. 

Neem in elk geval ons overzicht van smartphones onder de 300 euro eens door; mogelijk zit er iets tussen waar je veel meer uithaalt. Zo scoort de Samsung Galaxy A22 5G heel hoog en bevalt de Poco X3 Pro wellicht ook net wat beter. Anders heb je nog de OnePlus Nord CE 2 of de Oppo A74 5G waar je naar kunt kijken. Kortom: aan concurrentie geen gebrek, waardoor Poco dergelijke steken dus niet kan laten vallen.

Oké
Conclusie

**Adviesprijs** Vanaf € 299,- **Kleuren** Zwart, blauw, paars, groen **OS** Android 11 (MIUI 13) **Scherm** 6,67 inch oled (2400 x 1080, 120 Hz) **Processor** Snapdragon 695 **RAM** 6 GB of 8 GB **Opslag** 128 GB of 256 GB **Batterij** 5.000 mAh **Camera** 108, 8 en 2 megapixel (achter), 16 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, 4G (LTE), Bluetooth 5.2, wifi 6, gps, nfc **Formaat** 163.7 x 76.2 x 8.3 mm **Gewicht** 27 gram **Overig** Infraroodsensor, koptelefoonaansluiting **Website** [www.po.co](https://www.po.co/global/product/poco-x4-pro-5g/)

Plus- en minpunten
  • Oled-scherm
  • Design
  • Lange accuduur en snel opladen
  • 5g
  • Processor
  • Camerasysteem
  • Updatebeleid
  • Software
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.