ID.nl logo
Review Poco F4 GT - Racen naar de top
© Reshift Digital
Huis

Review Poco F4 GT - Racen naar de top

Met de Poco F4 GT probeert de oude Xiaomi-dochteronderneming gamers voor zich te winnen. Met een razendsnelle processor, een uiterst fijne verversingssnelheid en ontzettende snelle oplader is het duidelijk: de GT-toevoeging is er niet zomaar. Enkele unieke eigenschappen kunnen een doorslaggevende factor vormen, maar is dat genoeg? Je leest het in deze Poco F4 GT review.

Soms bestaat er nog wat verwarring over, maar Poco is een zelfstandig bedrijf. Ooit werd dit merk opgericht als dochteronderneming van Xiaomi, waarmee het bedrijf allerlei bestaande smartphones onder een nieuwe vlag kon uitbrengen. Hoewel Poco inmiddels op eigen benen staat, staat die filosofie nog altijd overeind. Dat laat de Poco F4 GT perfect zien.

De Poco F4 GT is namelijk precies dezelfde smartphone als de Xiaomi Redmi K50 Gaming Edition, die sinds februari 2022 te koop is in een aantal landen. Die smartphone is officieel niet in Nederland te koop (voor zover wij konden zien), dus heel veel maakt het nu niet uit. Het blijft wel verwonderen, want waarom steken de bedrijven dan veel moeite in het merkonderscheid?

Daar zijn waarschijnlijk allerlei marketingredenen voor te verzinnen. Wellicht slaat een naam als Poco beter aan in het westen en wil Xiaomi voorkomen dat we ons afvragen hoe we die naam moet uitspreken. Zo hebben we bijvoorbeeld maandenlang discussie gevoerd over de uitspraak van de naam Huawei; dat leidt natuurlijk af van waar het echt om draait.

©PXimport

©PXimport

De ster van de show

In dit geval is de ster van de show die Poco F4 GT-smartphone. Dit is een smartphone bedoeld voor gamers, met een adviesprijs van tenminste 499 euro. In eerste instantie zie je dat er niet meteen bij af, zoals je dat wel ziet bij marktleider Asus en zijn ROG Phone 5s. De F4 GT is ietwat dikker dan een gemiddeld vlaggenschip, maar relatief dun te noemen in vergelijking met het aanbod van Asus.

Daarnaast hebben de achterkant en het aluminium frame geen gekke toevoegingen of opvallende elementen, in de vorm van led-verlichting of extra poorten. Zo is er geen extra usb-c-poort voor optionele accessoires, maar missen we bijvoorbeeld wel een koptelefoonaansluiting. Dit is om twee redenen helaas een groot gemis voor gamers.

Ten eerste omdat je moet investeren in extra hardware, in de vorm van een goede usb-c-naar-aux-aansluiting of draadloze koptelefoon of setje oortjes. Ten tweede omdat de Poco F4 GT geen ondersteuning aanbiedt voor aptX HD of Adaptive, waardoor er een kleine vertraging op de bluetoothlijn optreedt wanneer je draadloos je audio streamt.

©PXimport

©PXimport

Audio-ervaring is goed en slecht

Door het gebrek aan aptX-ondersteuning is de audiokwaliteit ook ondermaats, wat tot vervormingen kan leiden. Sommige aspecten klinken veel scheller dan je gewend bent, bijvoorbeeld, terwijl andere lagen ineens afgesneden worden of tot een bepaalde oppervlakte beperkt blijven. Een koptelefoon moeiteloos bedraad aansluiten geniet dan echt de voorkeur.

De geluidservaring zonder draadloze verbinding is dan weer ontzettend fijn. Aan boord zitten maar liefst vier kleine speakers: twee voor de hogere tonen en twee voor de lagere tonen. Aanvankelijk denk je misschien dat die op een gekke plek zitten, maar de positionering is juist goed. Wanneer je horizontaal gamet, dan zitten je vingers niet snel voor de openingen.

Het geluid uit de speaker klinkt luid, breed en gedetailleerd en voegt echt wat toe aan de game-ervaring. Echter, je vingers kunnen we voor de speakers terechtkomen op het moment dat je gebruik wil maken van de mechanische schouderknoppen op het apparaat. Juist, de Poco F4 GT heeft (horizontaal gezien) twee schouderknoppen op de bovenkant.

©PXimport

©PXimport

Mechanische schouderknoppen klikken lekker

Wanneer je die schouderknoppen wil indrukken, dan zitten je vingers voor de speakers. Daardoor klinkt die audio-ervaring weer wat weggemoffeld. Je kunt in principe de speakers omzeilen door je vingers meer om het toestel heen te wikkelen, maar dat levert geen comfortabele gamehouding op die je lang volhoudt.

Hoewel de mechanische schouderknoppen redelijk uniek zijn in smartphoneland, is het geen nieuw onderdeel. De Poco F3 GT (en zijn bijbehorende Xiaomi-variant) biedt dergelijke knoppen namelijk ook aan. Maar dat neemt niet weg dat ze onwijs lekker klikken en dat je echt een gevoel van controle hebt. Dit is gevoelsmatig beter dan hoe Asus het aanpakt, in elk geval.

In die vergelijking met de ROG Phone 5s belanden we in een vreemd soort spagaat. Want het aanbod van Poco is dunner en minder opvallend, terwijl de schouderknoppen eigenlijk een doorn in het oog van het design zijn. De recente ROG Phone heeft dan weer geen extra fysieke knoppen, maar is wel erg dik en schreeuwerig.

Je zou dus bijna verwachten dat de ROG Phone beter af zou zijn met fysieke schouderknoppen, aangezien dat apparaat toch al dik en log is, terwijl de Poco profijt heeft van de AirTriggers die zeer onopvallend op het toestel aanwezig zijn. Nou ja, zo zie je maar weer: ook het aanbod gamingsmartphones is niet perfect.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Het hoofd koel houden

Omdat de Poco F4 GT natuurlijk maanden later dan de ROG Phone 5s van Asus op de markt verschijnt, heeft de Poco het voordeel van een nieuwe processor. Dit is de Snapdragon 8 Gen 1-processor. Het is de snelste chipset van fabrikant Qualcomm van dit moment en dat is voor gamers niet geheel onbelangrijk.

De processor wordt vergezeld door 8 tot 12 GB aan werkgeheugen en kan dus menig Android-game draaien. We zijn in elk geval geen problemen tegengekomen met de games die we hebben gespeeld. Wordt het toestel soms warm? Een beetje, maar het LiquidCool-koelsysteem (versie 3.0 alweer) lijkt hier prima zijn werk te doen.

Houd er overigens rekening mee dat de Poco F4 GT geen ondersteuning aanbiedt voor Google Stadia. Wel kun je er bijvoorbeeld je games via Xbox Game Pass op spelen. Je kunt alleen digitale knoppen mappen op de schouderknoppen wanneer de digitale knoppen daadwerkelijk als overlay in beeld staan. De knoppen instellen gaat overigens zeer eenvoudig.

©PXimport

©PXimport

Verversingssnelheid van 120 Hertz

Games spelen op de Poco F4 GT is overigens geen straf. Het kleurrijke oled-scherm van 6,67-inch biedt een fijne resolutie aan van 1.080 bij 2.400 pixels. Hoger hoeft niet, want dat zie je er niet van af en gaat alleen maar onnodig ten koste van de accu. Het toestel biedt ondersteuning aan voor HDR10+ en een verversingssnelheid van 120 Hertz.

Aan die verversingssnelheid zit overigens een nadeel. De Poco-smartphone biedt namelijk geen ltpo-scherm aan, waardoor de snelheid niet adaptief terugschakelt wanneer nodig. Je kunt kiezen tussen 60 of 120 Hertz, maar niets daartussen of lager. Met snelle beelden, of wanneer je naar content in 24 frames per seconde kijkt, kan er daardoor mogelijk een ghostingeffect optreden.

Niet dat ltpo op alle vlakken zaligmakend is. Schermen kunnen eerder slijten en een toestel kan mogelijk sneller oververhitten. Maar voor smartphones gericht op gaming (en mediagebruik) is het wel noodzakelijk vanwege het aanbod en de doelgroep. Wanneer je echter alleen van de 60Hz-modus gebruikmaakt, beperkt je de mogelijke klachten.

©PXimport

©PXimport

Accu, camera en software

De accu heeft een vermogen van 4.700 mAh en ondersteunt snelladen op 120 watt. Dat klinkt echt tof en werkt tevens als geadverteerd. Poco belooft een volledige oplaadbeurt binnen zeventien minuten te voltooien. De resultaten liggen inderdaad tussen de vijftien en twintig minuten, waardoor je dus binnen no-time ongestoord verder kunt gamen.

Echter, batterijen opladen met zulke snelheden is op de lange termijn slecht voor de accu. Uit tests blijkt misschien wel dat zo’n accu een jaar prima meegaat, bijvoorbeeld, maar na een paar duizend keer opladen gaan de prestaties er snel op achteruit. Dat kunnen we nu niet testen, maar dat moet je wel altijd onthouden wanneer je een smartphone met snelladen koopt.

De camera is overduidelijk geen belangrijke onderdeel van de ervaring voor een gamingsmartphone, maar toch kun je spreken van een redelijke kwaliteit. Overdag ogen foto’s kleurrijk en scherp, maar in de avond vallen alle details zo goed als weg. Het systeem fungeert beter dan op de eerdergenoemde Asus-smartphone, maar verwacht er niet te veel van.

Tot slot komen we bij de software aan. De Poco F4 GT draait op MIUI 13 (een softwareskin van Xiaomi), met daaronder Android 12. Poco belooft tevens twee Android-upgrades uit te brengen. Dat is marginaal, maar beter dan niets. Verder komen we wat vervelende apps tegen die er niet allemaal af kunnen en heeft de interface wat irritante elementen. Zo trek je een ander menu naar beneden vanaf het thuisscherm, waardoor je niet meteen bij je instellingen komt. 

©PXimport

©PXimport

Poco F4 GT – conclusie

We hebben in deze review vergelijkingen gemaakt met de Asus ROG Phone 5s. Dat is immers het topmodel onder gamingsmartphones, dus de vergelijking is op z’n plek. De Poco F4 GT doet een aantal dingen goed. De mechanische knoppen voelen fijn en klikken lekker en qua specs en software zit je de komende twee jaar wel gebakken.

Ook de prijs valt niet tegen, helemaal als je je bedenkt dat je een smartphone met een Snapdragon 8 Gen 1-processor in huis haalt. Er zijn echter ook dingen die tegenvallen. Op audiogebied presteren veel smartphones veel beter, bijvoorbeeld. Ook trekt de achterkant snel vingerafdrukken aan. Maar gelukkig is die niet zo glad dat die meteen van de bank afglijdt.

Hoewel het snelladen als een groot voordeel in de markt gezet wordt (120 watt is een behoorlijke prestatie), moet je er rekening mee houden dat je op de lange termijn waarschijnlijk aan het kortste end trekt. Snel opladen is vaak funest voor batterijen, dus houd dit in het achterhoofd. Poco komt in elk geval aanvankelijk de geadverteerde belofte na.

Maar is dit nou dé gamingsmartphone die je op dit moment moet hebben? Dat hangt misschien meer af van het geld dat je wil besteden. De Poco is een stuk goedkoper dan de recentste Asus, wat doorslaggevend kan zijn. Poco is met dit toestel op weg naar de top, maar het lukt het bedrijf niet Asus voorbij te gaan, ondanks alle snelheid. Asus biedt namelijk meer waarde aan voor die hogere prijs, zeker op het gebied van audio, software en beeldkwaliteit.

Goed
Conclusie

**Adviesprijs** Vanaf € 499,- (early bird) **Kleuren** Zwart, zilver en geel **OS** Android 12 (MIUI 13) **Scherm** 6,67 inch oled (2.400 x 1.080, 120 Hz) **Processor** Snapdragon 8 Gen 1 **RAM** 8 GB tot 12 GB **Opslag** 128 GB of 256 GB **Batterij** 4.700 mAh **Camera** 64, 8 en 2 megapixel (achter), 20 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, 4G (LTE), Bluetooth 5.2, wifi 6e, gps, nfc **Formaat** 162,5 x 76,7 x 8.5 mm **Gewicht** 210 gram **Overig** Vingerafdrukscanner in powerknop **Website** [www.poco.co](https://ams-event.po.co/nl/2022launch/poco-f4-gt)

Plus- en minpunten
  • Oled-scherm
  • Mechanische schouderknoppen
  • Onopvallend(er) design
  • 120 watt opladen
  • Oplaadsnelheid op langere termijn
  • Geen adaptieve beeldverversing
  • Audioprestaties
  • Software (MIUI)
  • Camerasysteem
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.