ID.nl logo
Huis

Pac-Man 256 - Nieuw leven voor de oude pillenslikker

De gamemakers van Hipster Whale hebben iets met oude videogames. Met hun megahit Crossy Road produceerden ze een geslaagde reboot van het Frogger-concept, en nu doen ze hetzelfde met Pac-Man. Het enige verschil met deze game is dat ze voor Pac-Man 256 aan de slag mochten met de echte klassieker.

De terugkeer van Pac-Man

Het lijkt erop dat Pac-Man weer helemaal hip is dit jaar. We zagen hem in 2015 eerder al in het verslavende Pac-Man Championship Edition DX, alsmede in een hoofrol in de niet zo geslaagde speelfilm Pixels. Nu is er dan Pac-Man 256, een spel dat kortgeleden pas werd aangekondigd, maar dat in korte tijd veel aandacht wist te genereren. Niet zo vreemd, want de makers van de originele Pac-Man, Namco Bandai, hebben besloten het oppoetsen van hun gele mascotte over te laten aan de ontwikkelaars van Hipster Whale. Dit bedrijfje boorde een goudmijn aan met hun zeer geslaagde Frogger-kloon Crossy Road, dat in korte tijd een groot succes werd.

Ze wisten met Crossy Road Frogger weer hip te maken, en Namco Bandai zag het blijkbaar wel zitten als dit ook met Pac-Man zou gaan gebeuren. Voor Hipster Whale was dit een unieke kans om met een van de 'Holy Grails' uit de videogamegeschiedenis aan de slag te gaan. Het had slecht af kunnen lopen, als de ontwikkelaar te veel nieuwe elementen aan de game toe zou hebben gevoegd, maar dit is geenszins het geval. Integendeel; Hipster Whale weet alles wat Pac-Man zo bijzonder maakte zo goed te combineren met hedendaagse spelgenres dat je jezelf af gaat vragen waarom er al niet veel eerder een dergelijk spel op de markt is gekomen.

©PXimport

Help! Er zit gevaarlijke code achter me aan!

Wat is het gevaar?

Voor we verder gaan met deze recensie even een vraag beantwoorden: waarom heet deze game Pac-Man 256? Hiervoor moeten we teruggaan naar de tijd van de originele Pac-Man arcadekast. De game bestond uit 256 levels, maar had helaas een bug in het 256e en laatste level. Als je de pech had tegen deze bug aan te lopen, dan liep het spel vast en had je voor niks de voorgaande 255 levels uitgespeeld. Het is een bug die tot op de dag van vandaag nog old school gamers frustreert, en waar vele artikelen over geschreven zijn. Hipster Whale heeft deze bug handig weten te gebruiken in de nieuwe game.

256-bug

Terug naar het spel. Als je Pac-Man 256 voor het eerst speelt lijkt alles op een standaard Pac-Man game. Je ziet onze gele held, een aantal spoken, de power pills die Pac-Man op moet eten en natuurlijk het doolhof waar Pac-Man doorheen moet rennen. Toch is niet alles hetzelfde. Het is namelijk niet meer het idee dat je alle pillen opeet, maar dat je zo snel mogelijk omhoog het scherm in rent. Natuurlijk moet je daarbij wel zoveel mogelijk punten scoren en de spoken ontwijken, maar het echte gevaar in deze game komt van de Pac-Man 256 bug. Als je namelijk niet snel genoeg omhoog gaat, zie je dat onderaan het scherm het doolhof langzaam maar zeker verandert in onbegrijpelijke regels code. De bug eet als het ware het spel op, en als je niet oppast gebeurt dit ook met Pac-Man. En dan is het toch echt game over.

©PXimport

Hipster Whale laat met hun interpretatie van Pac Man zien hoe je een game in een nieuw jasje steekt

Gamedesign van de bovenste plank

Precies, de mensen van Hipster Whale hebben van Pac-Man een endless runner gemaakt. Niet kreunen, want net als Crossy Road is Pac-Man 256 een subliem staaltje gamedesign. Alle elementen die de oude game zo'n klassieker maakte zijn aanwezig, en de nieuwe elementen voegen daadwerkelijk heel veel toe aan de oude formule. Het is juist die uitermate geslaagde combinatie van old school en new design die van Pac-Man 256 zo'n geslaagd spel maakt.

High scores

Alle elementen uit het klassieke Pac-Man zijn aanwezig. De geluiden, de animatie van Pac-Man en de verschillende spoken, die allemaal hun eigen karaktereigenschappen hebben. Zo volgen de lichtblauwe spoken braaf een standaard patroon, komen de rode spoken echt achter je aan en blijven de donkergrijze spoken net zolang slapen tot je bij ze in de buurt komt. Hipster Whale heeft ook wat eigen spoken toegevoegd, zoals de groene spoken die altijd in formatie op dezelfde lijn blijven, en die je zo de doorgang proberen te blokkeren. Wel handig als je een witte power pill hebt gegeten en je zelf achter de spoken aankunt, want dan kun je deze spoken achter elkaar door oppeuzelen.

Hipster Whale heeft van de game een echt high score festijn gemaakt. Je krijgt punten voor elke stip die je opeet, iets meer punten per spook en extra punten als je een van de verschillende soorten fruit naar binnen werkt. Hierna treedt namelijk een multiplier in werking.

©PXimport

Power-ups helpen Pac-Man in zijn strijd tegen de spoken

Beschaafde IAP

Pac-Man 256 is een gratis spel, wat betekent dat er IAP in het spel zit, elementen die je met echt geld aan kunt schaffen. Het mooie aan deze game is echter dat Hipster Whale hier heel beschaafd mee om is gegaan. Er zijn genoeg games waar je na een aantal spelletjes een korte periode moet wachten voor je verder kunt, tenzij je voor echt geld extra credits aanschaft. Dat kan bij Pac-Man 256 ook, maar het is niet nodig. Je kunt de game onbeperkt blijven spelen als je dat wilt, je kunt dan alleen geen power-ups gebruiken. Deze power-ups geven Pac-Man de mogelijkheid om onder andere met een laser of bommen zijn tegenstanders uit te schakelen. Je kunt voordat je een spelletje opstart aangeven welke power-up je wilt gebruiken, dit kost dan wel een credit. Je krijgt als je de game opstart 6 credits tot je beschikking. Zijn ze op, dan kun je nieuwe credits bijkopen, of even door blijven spelen zonder credits, dan wel zonder power-ups. Je kunt ook voor een kleine 8 dollar onbeperkte credits aanschaffen, en zo de IAP min of meer uitschakelen. Een fijne optie, die meer freemium spellen zouden moeten bieden.

Conclusie

We kunnen het niet genoeg zeggen: Pac-Man 256 is een fenomale game. Er zit niet eens zoveel variatie in het spel, en effectief is dit 'slechts' een kruising tussen de originele Pac-Man en Crossy Road, maar alles zit zo perfect in elkaar, dat je het maar blijft proberen je high score te verbeteren. Van ons mag Hipster Whale nog wel een paar klassieke games onder handen nemen. Het concept van Donkey Kong lijkt ons ook prima te lenen voor een endless runner make over...

Fantastisch
Conclusie

Pac-Man 256 ----------- **Genre:** Klassieke arcadegame **Uitgever:** Namco Bandai **Ontwikkelaar:** Hipster Whale & 3 Sprockets **Prijs:** Gratis + in-app-aankopen **Download:** [Android](https://play.google.com/store/apps/details?id=eu.bandainamcoent.pacman256) [iOS](https://itunes.apple.com/nl/app/pac-man-256-endless-arcade/id1002340615?mt=8&ign-mpt=uo%3D4)

Plus- en minpunten
  • Verslavend
  • Zeer beschaafde in-app-aankopen
  • Dag sociaal leven
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.